Ineke Riem – Er was eens een stenen hoofd

De magie van objecten

Een bescheiden uiterlijk heeft het, dit kleurrijk geel met lichtgroen gekafte boek met vlinder en libelle op de voorkant. Maar als tegenpool tot die bescheidenheid biedt de binnenkant een enorme rijkdom aan taal.

Soms iets té enorm, moet ik eraan toevoegen, want het lezen van al die eloquente volzinnen ongeordend uitgestrooid in geëxalteerd kronkelende mooischrijfalinea’s vereist veel concentratievermogen. Maar de intentie maakt veel goed. Riem schrijft alles gepassioneerd van zich af.

De functie van een pen

Allereerst constateert ze dat verhalend proza veel kanten heeft. Zo gaat haar eerste hoofdstuk over de functie van een pen tijdens het schrijven, en de manier waarop een schrijver zich uitdrukt: “De pen vertelt dat hij angstig is als hij weer zo’n verschrikkelijke zin moet opschrijven als ‘mijn zelfvertrouwen bloeit als een veld zonnebloemen’ of ‘ik omarm mijn licht en mijn donker’, dan maak ik prompt een royale inktvlek op het papier.”

Van de inktvlek hopt ze naar de functie van de pen, gemaakt door een ambachtsman die vast niet met de gedachte werkte: ‘nou, met deze pen zullen vast en zeker weer prachtige affirmaties worden geschreven.’ Eerder hoopte hij (de pen dus) op liefdesbrieven, saillante dagboekpassages, een reisverslag naar de Ket eilanden. Met die woorden zet Riem haar reis naar de Borubudur in gang.

Ramen op het noorden

Veel fijne taalvondsten en nogal afleidende zijspoortjes later bereikt ze haar einddoel. Die spoortjes helpen trouwens in het geheel niet om lekker vloeiend door te lezen. Bij elke nieuwe bladzijde moet de lezer zich adapteren aan weer een nieuwe situatie/variatie op dat ene Borubudur idée fixe. We weten dan zo langzamerhand waar de fascinatie van dit verhaal heengaat:

“Er was eens een kunstenaarsvrouw. In haar donkere woonkamer, met ramen op het noorden (het winterse park) en met halfgesloten gordijnen, had ze niet gezien waar ze liep en de doos vol glasnegatieven laten vallen. Daar lag haar laatste grote reis met hem samen, Nederlands-Indië, in zeventienduizend stukken om haar heen – een eilandenrijk van glassplinters. Ze zag een half paardenhoofd, een stuk berg of vulkaan, de hand van een godenbeeld, welke kon ze niet zeggen.

De schrik klopte haar in de keel. Ze keek om zich heen alsof ze verwachtte dat op elk moment uit de hoeken van de kamer suppoosten konden komen aanrennen om haar te straffen voor haar onzorgvuldige omgang met erfgoed van belang – maar er kwam niemand…”

Losse eindjes ontknopen

Een verrassend boek dat (te) veel losse eindjes in zich draagt – tevens een gek verhaal dat de lezer voortstuwt tot het bittere eind, dat is deze leeservaring. Een bovengemiddelde doorleesdrang wordt aanbevolen. Denk niet verder na maar onderga deze curieuze droomreis.

Sterren: ***

ISBN: 9789083651262

Uitgeverij Koppernik

Ook verschenen op Boekenkrant 

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *