Camilla Läckberg – Vrouwen zonder genade

Camilla Läckberg – Vrouwen zonder genade

#Metoomuch

Een novelle is het, relatief kort voor Camilla Läckbergs doen, in een sjieke gebonden versie uitgegeven, dat dan weer wel. En met een onderwerp dat veel mensen zal aanspreken: wraak. Er zijn drie vrouwen in het spel die misleid, onheus bejegend en/of mishandeld worden, en Läckberg gebruikt dit boek om dat met harde hand recht te zetten.

Ze doet dat in korte hoofdstukjes. Het voordeel daarvan is dat je het boek makkelijk kunt wegleggen, maar dat verhaal wordt er wel erg fragmentarisch door. Het springt heen en weer tussen de drie hoofdpersonen Brigitta, Victoria en Ingrid. Alle drie hebben ze ervaringen met mannen, maar geen positieve.

Victoria is Russisch; ze leerde haar Zweedse man Malte online kennen en emigreerde om bij hem te zijn, maar ze kwam niet in zo’n warm bad terecht als hij haar had voorgespiegeld. Hij is lomp en vies. Birgitta is Zweeds en een basisschoollerares, maar moet de mishandelingen van haar man die sporen op haar lichaam nalaten, verhullen bij de dokter. Ingrid tenslotte heeft een veelbelovende carrière als journalist maar gaf die carrière op toen haar man hoofdredacteur werd bij een grote krant. Nog niet zo lang geleden heeft ze ontdekt dat hij er een andere vriendin op na houdt.

Läckberg brengt deze dames bij elkaar in hun overeenkomstige ellende met mannen. Wat kunnen ze doen aan die niet te benijden relaties? Die oplossing is rechtdoorzee: ze gaan hun mannen vermoorden. Ieder van hen neemt één van de echtgenoten voor haar rekening en legt hem om, okay? Afgesproken. Strak plan, maar uiteraard worden er spaken in wielen gestoken.

De korte hoofdstukjes dragen de namen van de drie dames. Dat is handig om te weten welke dame ook alweer wat aan het bekokstoven is. Läckberg lijkt er plezier in te hebben om de wraakacties te beschrijven. Ze doet dat realistisch, schokkend en bruut, wat maximale meelevendheid bij de lezer teweeg brengt. Niet alle acties gaan volgens plan trouwens, zoals wanneer Victoria stiekem bij haar Zweedse man Malte wil wegrijden:

“Malte wierp zijn vormeloze lichaam boven op haar en probeerde het sleuteltje uit het contact te trekken. Victoria trapte op het gas, maar de auto kwam niet in beweging. E beseften tegelijk dat hij nog altijd op de handrem stond.

Malte bereikte zijn doel als eerste. Hij schreeuwde en bonkte met zijn vuist op Victoria’s borst. Zij schreeuwde ook en probeerde hem in zijn rug te bijten. Toen hij het sleuteltje uiteindelijk beet had, trok hij het eruit en het geluid van de motor verstomde…

‘Was je van plan er zomaar vandoor te gaan?’

Victoria keek hem nijdig aan. ‘Ik wil hier niet blijven. Ik wil scheiden. Ik verlang naar huis.’…

‘Jij verwende hoer,’ schreeuwde hij, terwijl hij haar tegen het achterportier smeet. ‘Dus je wilde ervandoor gaan?…’ Hij staarde haar aan kwam dichterbij en drukte zijn onderarm tegen haar hals. Ze hapte naar adem.”

Deze sfeertekening is exemplarisch voor hoe de vrouwen proberen met de mannen af te rekenen. Ze hebben een plan maar dat loopt toch anders. Een goede reden om rechtvaardigheid te zoeken hebben ze alle drie: hun mannen zijn zonder uitzondering schoften. Dat is wel een behoorlijk minpunt van deze novelle: er is weinig nuancering. De mannen zijn niet een beetje goed of een beetje slecht: ze zijn alle drie intens verdorven vrouwenhaters. Dat is nogal behalve clichématig ook ongeloofwaardig.  

Helaas voor hen hebben de vrouwen aan die wetenschap niets. Zij moeten leven met die luizige mannen en zetten door, ondanks het soms fout lopen van de plannen door pech, onhandigheid, externe omstandigheden of blind noodlot. Läckberg maakt er spannende scènes van. Jammer van die iets te stereotype goed/slecht verdeling, maar als we daar overheen lezen, is dit een redelijke revanchenovelle.

Sterren **

ISBN 9789044356274

Uitgeverij House of Books

Ook verschenen op De Leesclub van Alles

Karin Anema – De wet van de stilte

Karin Anema – De wet van de stilte

De duivel zit inderdaad in de details

Als je gewoon naar Colombia gaat – dat land waar bloeddoorlopen burgeroorlogen een onderdeel waren van de dagelijkse beleving en de naam van het land zo ongeveer synoniem is geworden met het woord ‘drugs’ – ben je dan dapper of roekeloos?

Journaliste Karin Anema doet het: ze trekt onbevreesd het enorme land in en haalt bij de bevolking de verhalen op. Dat gaat niet zonder strubbelingen, en het zijn ook geen rustige verhalen. Ze zoekt eerst de bestemming uit waar ze meer van wil weten, reist er dan unverfroren heen en kijkt in dat dorp, die stad of die streek rond. Bij voorkeur doet ze in of achterop het vervoermiddel van een lokale bewoner, die ze benadert alsof het een buurman in de Koningin Wilhelminastraat uit Lunteren is, en die haar nonchalant meeneemt door bijvoorbeeld een voormalige drugscorridor of een dorp waar een paar jaar geleden de complete bevolking elkaar naar het leven stond.

Die benadering werpt vruchten af. Anema krijgt aangrijpende getuigenissen los die samen de puzzelstukken vormen van een onbarmhartige geschiedenis. Al meteen in het eerste hoofdstuk rijdt ze achterop de motor van pastoor Henry mee naar de ‘Llanos del Yari’. Dat is een enorme savanne van half verdroogd gras waar vroeger de drugscorridors doorheen liepen. Leden van de FARC, militairen van het Colombiaanse leger en drugsdealers waren daar vóór de vrede bezig met elkaar over de kling te jagen. Pastoor Henry vertelt met gedetailleerd over dat gewelddadige verleden en de breekbare vrede die er nu is.

Drie onderdelen vormen een complexe mix van de machten die Colombia jarenlang in hun greep hadden: het revolutionaire (ooit ideologische) FARC-leger, de militie van de overheid (de gevestigde orde) die met FARC om de macht vochten, en de drugsdealers die daartussendoor een zo groot mogelijk deel van de cocaïnetaart in de wacht probeerden te slepen. Er was ook een vierde onderdeel: de ‘gewone’ bevolking, die tussen alle regeringsacties, aanslagen en opstijgende drugsvliegtuigjes door moest zien leven.

Anno nu lijkt de na veel onderhandelingen uitgeroepen vrede het land in rustiger vaarwater te brengen. Maar zoveel jaren burger/drugsoorlog poets je niet even weg. In alle mensen die Anema spreekt, heerst tweespalt over de huidige situatie. De vrede is mooi, maar de littekens uit het verleden doen nog veel pijn.

Dat blijkt als Anema  naar Manizales reist, een stad vol palmen, moderne kabelbanen en een bijna mediterrane sfeer, gelegen tegen de flanken van de Andes. Ze wil naar de tropische gletscher Santa Isabel op 4.900 meter hoogte om daarna te eindigen in het koffieplaatsje Salento.

Chauffeur Hernán rijdt haar en komt los: “’De strijd kwam vaak in het nieuws en als jongen zag ik dagelijks militairen voorbij komen. Het leken mij de spannende dingen van het leven.’ Hij kwam bij de elite-groepen, de anti-guerrilla eenheid. “‘Je wordt ouder en dan blijkt hetande5rstezijn dan je dacht. Dat je vecht en doodt voor niets… omdat de machtigen met geld het voor het zeggen hebben.’”

Hernán levert haar af en even later spreekt ze met iemand die een andere invalshoek heeft: “Als we naar buiten lopen … voegt bioloog Fabian zich bij ons. ‘Na een veelbelovend begin,’ zegt hij, ‘is het vredesproces stil gevallen. Er ontbreekt nogal wat. Veel oud-strijders gaan terug naar gewapende groepen en andere bendes. De onveiligheid die weer toeneemt zal ook impact hebben op het toerisme… Toerisme verandert in hoofdpijn.’”

Een hoofdpijndossier, misschien is dat de meest adequate omschrijving van Colombia. Het is een prachtig land met enorme tegengestelde belangen en krachtenvelden, waar de bevolking onder de oppervlakte het slachtoffer van is. Om zichzelf te beschermen zwijgen ze, maar de duivelse details maken blijvende littekens. Anema brengt die details naar boven.

Sterren ****

ISBN 9789463192071

Uitgeverij Scriptum

Ook verschenen op De Leesclub van Alles

Thom Kloes – Het maakt uit hoe je sterft

Thom Kloes – Het maakt uit hoe je sterft

Een andere kijk op euthanasie

‘De goede dood’ is onder voorwaarden mogelijk in Nederland, wat mooi is. Maar euthanasie is ook een controversieel onderwerp. Zo willen steeds meer mensen zelf de regie over hun levenseinde. Dat klinkt enorm veel simpeler dan het is: aan euthanasie kleven veel ingewikkelde keuzes, alleen de ethische vraagstukken al. Dit boek werpt licht op die struikelblokken bij monde van artsen, psychiaters en verplegers vanuit de (antroposofische) praktijk.

Een nuttige bundel dus om de gedachten eens te ordenen of juist door elkaar te laten husselen. Samensteller Thom Kloes heeft zijn best gedaan om een bonte verzameling ervaringen bij elkaar te brengen van mensen die ‘het levenseinde’ van dichtbij hebben meegemaakt.

Dat deden ze veelal als professionals, bijvoorbeeld als begeleider van door dodelijke ziektes aftakelende mensen. Of hoogleraar medische ethiek. Of huisarts van families die vroegen naar de mogelijkheden van een versneld levenseinde voor terminaal zieken. Of familielid van dementerende ouders.

Het levert een bont gekleurde verzameling verhalen op die een beeld geven van de pro’s en cons van ‘het heft in eigen hand nemen’. Zo krijgen we het relaas te lezen van een arts die werkt voor de Levenseindekliniek, die vijftien jaar lang veel mensen sprak die euthanasie wilden. Zijn conclusie is dat de euthanasiewens soms niet zozeer voort kwam uit de gevolgen van de ziekte die ze hadden, maar uit een psychisch lijden dat soms al een leven lang duurt. Een soort zelfhaat, grof gezegd.  Een dame vertrouwde hem toe: “Dokter, u moet het tegen niemand zeggen, maar ik ben blij met de kanker die ik heb. Want nu mag ik eindelijk dood.”

Dit is slechts één van de redenen om euthanasie niet zonder meer te laten plaatsvinden. Niet te snel dus, en zeker niet te ondoordacht. Het leven is een te kostbaar geschenk om abrupt af te breken, in elk geval niet zonder eerst een aantal andere mogelijkheden geprobeerd te hebben. In wisselende mate van leesbaarheid komt dat uit de verschillende bijdragen naar voren.

De insteek van de bundel wordt misschien het helderst verwoord door de bijdrage van een Gentse huisarts die de opleiding tot antroposofisch arts volgde:

“Sterven is de tegenpool van geboren worden… Bij de geboorte komt alles erop aan dat de eerste inademing goed verloopt… Het is een cruciaal moment, waarbij de omstanders letterlijk de adem inhouden: doet-ie-het?… Alle zorg tijdens de bevalling is hierop gericht: dat de grote omslag in het ademen goed verloopt. Dat er geen zuurstoftekort optreedt, voor, tijdens, noch na de geboorte…

Ook bij het sterven is het de ademhaling die toont of het zo ver is. Bij een natuurlijke dood kan men meestal waarnemen hoe de stervende langzamer gaat ademen. Soms komen er nog een tijdlang periodes van diepe ademteugen, afgewisseld met periodes zonder ademhaling  waar de aanwezigen zich afvragen of het nu écht voorbij is of niet. Uiteindelijk wordt dan de ademhaling steeds trager en oppervlakkiger, tot haar ritme uitblinkt en zij plotseling ophoudt.”

Een interessante kijk op het leven: sterven is eigenlijk een omgekeerde geboorte die je zo min mogelijk moet verstoren met het oog op het hiernamaals. Vanuit religieus oogpunt zal men een ander leven/dood-besef hebben. Vanuit het atheïsme eveneens. Deze bundel geeft een verzameling gedachtenexperimenten op levensbeëindiging vanuit antroposofisch gezichtspunt. Doe uw voordeel met de informatie – in het hiernamaals gaan we zien hoe het echt zat.

Sterren ***

ISBN 9789060388693

Uitgeverij Christofoor

Ook verschenen op De Leesclub van Alles

Michaël Escoffier & Roland Garrigue – Prinses Kevin

 

Michaël Escoffier & Roland Garrigue – Prinses Kevin

Ik verkleed me als een prinses. Nou en?

Het zuurstokroze geklede figuurtje dat in een spiegel kijkt op de voorkant van dit prentenboek is maar voor één interpretatie vatbaar: we kijken hier naar een raszuivere prinses. Alleen, het is een jongetje. In een roze jurk. Hij vindt dat hij een prinses is.

Big deal. Anno 2019 is dit nou niet een situatie die mensen de gordijnen injaagt. Misschien (maar hopelijk niet!) is het in Frankrijk waar het origineel is uitgegeven, wel een taboe. Of misschien moeten we het zo zwaar niet opnemen, en geeft Michaël Escoffier gewoon de boodschap af dat we kunnen doen wat we willen, mits binnen redelijke grenzen. N’est pas?

Wat de achterliggende beweegredenen ook zijn, dit prentenboek heeft zijn kwaliteiten. Ten eerste zijn de tekeningen van Roland Garrigue een lust voor het oog. Het ventje Kevin is een olijk getekend jochie met grote ondeugende ogen, een zeer brede glimlach, zwart piekhaar en natuurlijk een schitterende gouden kroon op zijn hoofd. Ook de andere kinderen, zoals die grote groep op het schoolplein, hebben allemaal dat ‘joie de vivre’ en dat heerlijk onbezorgde dat jonge kinderen zo overtuigend kunnen uitstralen. Ook Kevins vriendinnetje Julia heeft precies de goede uitstraling om Kevin verliefd op haar te laten worden. Ondanks zijn roze jurk.

Ten tweede zijn er dan de teksten, uit het Frans vertaald door Tosca Menten. Vlotte teksten, een beetje brutaal, zeker, maar het niveau wringt een beetje. De teksten lijken niet helemaal te sporen met het verhaal, ze lijken soms een avi-niveautje te hoog voor de doelgroep waar de tekeningen juist wel bij aansluiten. Maar vrolijk zijn ze wel, en ze geven het verhaal luid en duidelijk weer.

Tja, dan ten derde het verhaal. Het was al aangesneden: heel schokkend is de premisse daarvan niet, dat jongetje in vrouwenkleren. En het verloop van het verhaal, is dat bijzonder dan? Neen. Dat kabbelt maar zo’n beetje voort, zonder dramatische gebeurtenissen van enige betekenis. Wat wil Michaël Escoffier nu eigenlijk vertellen? Veel meer dan dat het oké is om af en toe van hokje te wisselen qua kleding, halen we er niet uit.

Hoewel, vinden de jongens uit Kevins klas het wel oké? Op het feestje wil niemand van de klasgenoten (verkleed als ridders) hem een hand geven. Dat duidt toch op discriminatie. Door de jongens wordt prinses Kevin in elk geval buitengesloten. Hopelijk is er nog iemand die hem door de aldus ontstane eenzaamheid helpt. Anders lijkt het erop dat zoiets onschuldigs als het aantrekken van een prinsessenjurk (en een gouden kroon op je hoofd zetten) je voorgoed buiten je vertrouwde groep plaatst. Dat zou na zoveel eeuwen beschaving toch zonde zijn.

Sterren **

ISBN 9789000370931

Uitgeverij van Goor

Ook verschenen op De Leesclub van Alles

Ronald Gans – Had ik maar naar mijn vrouw geluisterd

Ronald Gans – Had ik maar naar mijn vrouw geluisterd

Een doe-het-zelf-niet boek

Ronald Gans is een pakkenman. Hij komt uit de Gako-pakkenfamilie en heeft veertig jaar ervaring in het mode- en kleinbedrijf. Zijn vader groeide uit van marktkoopman tot eigenaar van een grootwinkelbedrijf met meer dan vijfendertig vestigingen in Nederland. De kleine Ronald werd door zijn vader voorbereid om het Gako-concern over te nemen. Dat gebeurde, en vijftien jaar stond hij aan het hoofd van de winkelketen tot die in 1997 failliet ging.

Een periode van leidinggevende functies bij o.a. Oilily en Hans Textiel volgt, tot het gaat kriebelen:

“Ik ben zesenvijftig, toe aan iets nieuws en houd mezelf een spiegel voor. Wat kan ik?… Waar kan ik op mijn leeftijd nog met goed fatsoen gastheer van zijn? …

Retailen zit in mijn bloed, maar als er een sector is die het moeilijk heeft, dan is het wel retail en kleding. Enerzijds heb je de grote ketens zoals H & M, Zara, C&A – prijstechnisch is hier niet tegenop te concurreren… Anderzijds bestaat in de bovenkant van de markt de kleine zelfstandige. Daar valt misschien nog wel geld te verdienen met excellente service en een persoonlijke aanpak…”

Zoals het citaat laat zien, schrijft Gans naturel, fris van de lever. Hij noemt de dingen bij hun naam en geeft zijn gedachten en overwegingen heel precies weer, zodat de weerslag van zijn handelen inzichtelijk is voor de lezer. Die kan aan de hand van praktijkvoorbeelden ervaren wat werkt en wat niet werkt. Dat maakt dit boek bijna een lesboek in het ondernemen. Of meer een doe-het-zelf-niet boek voor te wilde plannen. Gans’ nieuwe avontuur inclusief alle valkuilen, verkeerde aannames en eigenwijsheid, is hier geboekstaafd om van te leren.

Gans besluit dé maatwerkspecialist van Nederland te worden. Hij gaat kwalitatieve pakken op maat maken voor de klant die niet kijkt op een paar euro’s maar kwaliteit wil, én een persoonlijke behandeling. Waar anders zou zo’n winkel kunnen floreren dan in het centrum van de macht: de Amsterdamse Zuidas? Zo gedacht, zo gedaan en Gans gaat zijn droom realiseren.

Maar eerst nog even aan zijn vrouw vertellen. Die heeft een hele reeks tegenargumenten: ze is eigenlijk mordicus tegen het plan, maar hij zet door. Met ongebreideld enthousiasme vindt hij een plek voor de winkel, een team dat de winkel bemenst, financiering en na een stevige voorbereiding is het zover: de flagstore van The Tailor Mates opent feestelijk geopend. Spoiler: de eerste dag eindigt met nul euro omzet…

Voor meer sappige en hartbrekende details: zie de rest van deze historie. Zoals gezegd is het een eerlijk boek: elk hoofdstuk sluit af met een heldere lijst ‘lessons learned’. De schrijver spaart zichzelf daarbij zeker niet; voor hem te laat, maar toch met het doel de lessen door te geven aan beginnende entrepreneurs.

Voor hen is het boek dan ook bedoeld. Erg toegankelijk geschreven en zonder opsmuk wordt verteld wat de plannen zijn, welke verwachtingen er waren en vervolgens hoe dat mis ging met eerst nog draaglijke financiële verliezen, daarna met desastreuze kapitaalvernietiging. Alles op een gemoedelijke onder ons-toon waar de waarschuwingen niet moeilijk uit te destilleren zijn. Of de tegenslag-momenten, die op veel plekken naar voren komen.

De ‘lesson learned’ hier: de beginnende winkelier dient allereerst de titel van het boek letterlijk te nemen. Sterker nog: als je wilt weten of je aan een dood paard trekt, luister dan naar zoveel mogelijk mensen. En neem hun advies serieus.

Sterren ***

ISBN 9789401611329

Uitgeverij Xander

Ook verschenen op De Leesclub van Alles

Kirsten Hall en Matthew Forsythe – Het gouden blad

Kirsten Hall en Matt Forsythe – Het gouden blad

Tegen de graaiers

De kunst van het vergulden is ontdekt door de Egyptenaren. Ze maakten bladgoud door goud net zo lang te hameren tot er dunne bladen overblijven, die dan weer tussen papier verder behamerd worden tot de bladen zo dun zijn als de vleugels van een vlinder. Bladgoud heeft een langdurig, lichtgevend effect.

Dit is een essentieel feitje van dit wonderbare boek. Kirsten Hall schreef de tekst en Matt Forsythe maakte er de tekeningen bij. Beide zijn bijzonder. Zoals de uitleg hierboven en de titel al doen vermoeden, speelt bladgoud een rol in het verhaal – sterker: het is het pièce de résistance.

Beginnen bij het begin: we openen het boek en belanden in een koud, besneeuwd landschap dat erg lijkt op een bos. In de winter. Een pagina verder wordt het lente in dat bos: de bladeren komen terug en overal duikt het groen op. Heel, heel veel kleuren groen. De dieren komen uit hun holletjes en gaan op zoek naar eten. Maar ze zien iets anders, iets dat schittert en glinstert. Een gouden blad!

Hier gaat de magie van start. In de prachtige tekeningen herkennen we een in negatief weergegeven, verwonderd kijkend hert. Op de belendende bladzijde zitten hazen en een eekhoorn rondom iets glanzends, een prachtige relevatie. Daar herkennen we de functie van de uitleg van het vergulden. Een gouden blad glinstert ons tegemoet, een mooi speerpuntig gevormde spetter goud. Als je je vingers op het papier legt, kun je de gladheid ervan voelen. Glad als goud.

Een best wel behoorlijk begerenswaardig object. Dat vinden de dieren in het bos ook, en er komt een wedren op gang naar het prachtige gouden blad. Iedereen wil het vasthouden, voelen, zijn of haar pootje over het zijdezachte goud laten glijden, genieten van de zachte gulden glans. Misschien wil iemand er wel een stukje van hebben? Hebben hebben hebben, HIER MET DAT BLAD!

De afloop verklappen zou zonde zijn. Het verhaal is daar te goed voor opgebouwd en de tekeningen zijn te subtiel. Lees het zelf of nog beter: laat het je kinderen lezen – ze zullen niet teleurgesteld worden. Hun nieuwsgierigheid wordt geprikkeld door de spannende tekst. Schrijfster Kirsten Hall laat ze dwalen door een sterk verhaal over wat hebzucht doet met mooie dingen.

Tekenaar Matt Forsythe op zijn beurt laat ze voelen aan het gouden blad, dat telkens een andere vorm aanneemt. Zoeken naar dieren, planten, struiken, bomen in het enorme bos. Tellen hoeveel tinten groen het bos kent. Of kijken wat er met het gouden blad gebeurt als het door steeds meer dieren begeerd wordt. Als steeds meer dieren er een stukje van willen hebben. Een probleem, maar uiteindelijk lossen auteur en tekenaar dat pijnpunt bekwaam op, zodat er geen beschadigde kinderzieltjes te betreuren zijn. Misschien zijn er wat vreedzame gedachten in het kinderzieltje geboren. Hopelijk.

Sterren ****

ISBN 9789060388945

Uitgeverij Christofoor

Ook verschenen op De Leesclub van Alles