Arjen van Veelen – Aantekeningen bij het verplaatsen van obelisken

Voor een verloren vriend

We zitten in een vliegtuig, zijn zojuist gerustgesteld dat het relatief gedempte geluid van de motoren niet betekent dat het toestel neerstort, kijken om ons heen, constateren dat de meeste passagiers op de schermpjes voor hen lamzakkig een film aan het bekijken zijn en gaan dan zelf van armoe maar een ouderwets computerspelletje spelen om de tijd te doden. We, dat zijn wij lezers die door de ‘ik’, de schrijver Arjen, meegenomen worden in zijn boek, dit boek.

Een slaperige vlucht later arriveren we in Alexandrië en staan op het balkon van een anonieme hotelkamer te luisteren naar het verkeerslawaai ver beneden. Het is benauwd, het overhemd van Arjen is klam terwijl een briesje over het balkon veegt. Waarom maakt hij deze trip naar Alexandrië?

“Tijd voor mijzelf – daar ontbrak het me niet per sé aan sinds hij zomaar was doodgegaan, dat was juist het hele punt.

‘En als het tegenvalt kun je altijd nog naar het strand,’ zei ze. ‘Of anders maak je er toch een reportage van? Sowieso een goed idee om weer eens wat te schrijven … Of doe het dan voor hém.’

Ja. Voor hem.’”

Die ‘hem’ is Arjens vriend, de te vroeg het aardse bestaan ontrukte Tomas. Een wonderbare man zoals we te lezen krijgen in flashbacks, een kruising tussen een vaderfiguur, een durfal en een alwetende leraar. Tomas duikt op in Arjens leven tijdens hun beider studie en maakt een blijvende indruk door zijn roekeloze gedrag en zijn kosmopolitische gerijptheid. Ze worden al snel vrienden en maken tripjes in de oude Mercedes van Tomas. Tot Tomas op een kwade dag onverwacht overlijdt.

En we Arjen dus terugvinden in Alexandrië, op allerlei manieren het onaanvaardbare trachtend te verwerken. Eén van die manieren is zijn voornemen om de boeken die Arjen heeft geschreven, in een kast in de beroemde Bibliotheek van Alexandrië te zetten. Een andere is het spelen van ouderwetse computerspelletjes. Nog een andere is reizen maken.

Het resultaat is een beetje fragmentarisch, op de emoties verlies, rouw en onbegrip gericht boek. Het gekke is dat echter op één of andere manier die emoties niet echt aangeraakt worden. Wat overblijft is een herinnering die net zo vluchtig is als de schrijver ze maakt in al zijn omzwervingen.

Uit al die brokjes herinnering die uit het verleden omhoog komen, trekt Van Veelen wel weer mooie lijntjes naar zijn oude strijdmakker en aan hun tijd die er ooit was. De neerslag daarvan is dit boek vol lenige taalsprongen, larmoyante schilderingen van mooie momenten, verrassende plaats/tijd-verbindingen en pregnant verdriet. Alles voert terug op het onbegrijpelijke: de dood. De dood die in dit geval zonder op het jaartal te letten een diepe vriendschap onderuit haalde.

Sterren ***

ISBN: 9023448600

Uitgeverij: De Bezige Bij

Ook verschenen op De Leesclub van Alles 

 

Murat Isik – Mijn moeders strijd

Feminisme avant la lettre

Het Boekenweekessay 2019 is, hoewel geschreven door een man, wel geheel in lijn met het thema ‘De Moeder de vrouw’. Over dat thema is veel te doen geweest. De belangrijkste kritiek: waarom zo’n thema en toch het boekenweekgeschenk en – essay laten schrijven door mannen? Terechte kritiek, waarvoor de CPNB al even terecht door het stof is gegaan. Dit essay compenseert die fout op een andere manier, namelijk met een krachtig verhaal.

In ‘Mijn moeders strijd’ vertelt Murat Isik hoe zijn moeder Aynur haar leven zelf heeft vormgegeven. Als je op de achterflap de randomstandigheden leest, heb je al een idee hoe stroef dat moet zijn gegaan:

“… geboren is in een conservatief dorp in Oost-Turkije en opgroeit in de kuststad Izmir. Ze verzet zich tegen haar achtergestelde positie als vrouw en probeert de regie over haar leven in eigen hand te nemen. Hoe moeilijk dat is, blijkt wanneer haar broer haar eerst zonder overleg tewerkstelt als huishoudelijke hulp en haar daarna tegen haar wil probeert uit te huwelijken. Aynur komt in opstand en trouwt een man met wie ze wél een toekomst voor zich ziet, maar het wordt een moeizaam huwelijk.”

Als je het boekje zelf leest, blijkt het erger dan je had gedacht. Vanaf het moment dat Aynur in een zeer afgelegen Turks dorpje geboren is, heeft ze de wind tegen. Van een briesje tot zware storm, zoals toen ze nog peuter was en ze zo ziek was, dat ze op een wisse dood af leek te stevenen. Ze herinnert zich nog dat eerst haar vader en daarna haar moeder de moed opgaven, maar haar levenskracht was toch sterker en ze werd weer beter. Die strijd, zoals Isik dat mooi benoemt, heeft ze de rest van haar leven volgehouden.

Een taaie dame dus, en dat was wel nodig ook. Het regime in het dorpje was namelijk nogal rigide. Mannen waren de baas, vrouwen ondergeschikt en wie te openlijk daaraan twijfelde kreeg een klap voor haar harses. Of erger.

Dat illustreert het stukje over de jonge Aynur, die zich verwonderde over het feit dat de net gehuwde vrouwen in het dorp vaak rondliepen met een blauw oog, of een gebroken hand. Later leerde ze dat dit de manier was om bij een meningsverschil te communiceren binnen een gearrangeerd huwelijk. Nodeloos te zeggen dat zij voor zichzelf een heel andere toekomst in gedachten had. En die ook met de koppigheid van een zeer sterk karakter najoeg.

Feminisme? Zo zou je het nu noemen. In haar visie was het gewoon rechtvaardigheid. Waarom zouden mannen de lakens uitdelen en het leven van vrouwen bepalen? No way. Ze roeide tegen de stroom in en accepteerde de ongemakken die daarbij hoorden. Zoals de veroordeling door de andere vrouwen, die haar van gedachten wilden laten veranderen. Door geroddel. Of uit de groep stoten. Zo ging dat bij haar ‘bondgenoten’.

Hetzelfde gebeurde toen ze trouwde met wat een aardige man leek, en daarna haar schoonmoeder beter leerde kennen. Over dat huwelijk::

“’Het ging echt goed, tot zijn moeder zich ermee begon te bemoeien. Nadat ze de eerste weken had geobserveerd hoe onze relatie zich ontwikkelde, besloot ze in te grijpen. Op een dag, toen je vader lieve woorden tegen mij sprak, riep ze dat hij mij niet zo moest behandelen, want anders zou ik brutaal en verwaand worden en hem om mijn vinger vinden. Ze zei toe letterlijk dat hij harder voor mij moest zijn.’

Na al die tijd klinkt de woede over mijn grootmoeders bemoeienis nog door in mijn moeders stem…

‘Zoals zoveel vrouwen uit die tijd maakte ze haar schoondochter het leven zuur. Wat vrouwen elkaar toch aandoen, hoe ze elkaar klein houden. Mijn god, het is zo triest.’”

Dat drukt het nog zacht uit. Het is beschamend, maar aan de andere kant een indrukwekkende prestatie dat Aynur zich door al die ellende heen wist te worstelen, haar huwelijk met zo min mogelijk schade doorstond, haar kinderen zo fatsoenlijk mogelijk opvoedde en haar eigen leven wist op te bouwen. Een sterke levenskracht indeed. En bovenal een mooi en hoopgevend verhaal.

Sterren ****

ISBN: 9789026351242

Uitgeverij: Ambo Anthos

Ook verschenen op De Leesclub van Alles 

 

Esther Verhoef – Façade

Onder je huid kruipende roadtrip

Spanning opbouwen is een belangrijke voorwaarde voor een spannend boek. Zo vanzelfsprekend als dat klinkt, zo vaak moet de lezer zich toch nog door een hoop geeuwopwekkend proza werken om de ontknoping van een thriller te bereiken. Esther Verhoef doet dat anders. In haar boeken trekt ze in korte hoofdstukjes een zenuwslopende suspense-muur op vanaf pagina 1.

Façade, haar nieuwste, is gelukkig daarop geen uitzondering. In hoog tempo gaan de hoofdstukjes van start en kijken we via wisselend perspectief mee in de gedachtewereld van de personages.

Eerst ontmoeten we de archetypische dader, te herkennen aan de cursieve tekst. In krap twee pagina’s zet Verhoef knap diens psychopathisch denkpatroon neer. Dit is het moment waarop deze dader hoofdpersoon Iris in de sportschool ontmoet, met aan het eind alvast een knauw naar de lezer:

“’Hoe heet je?’ vraag ik.

‘Iris. Iris van der Steen.’

‘Mooie naam.’

‘Dank je.’ Weer die lach.

Lekkere stem heeft ze. Beetje schor.

Ik ben benieuwd hoe die klinkt als ze hem kapot heeft geschreeuwd en beurs en apathisch onder me ligt. Wanneer ze haar willoze vlees aan me heeft overgeleverd en het scherpe besef van de gruwelen die haar nog te wachten staan van haar betraande gezicht te lezen zal zijn.

Binnenkort zal ik weten hoe dat is.

Heel binnenkort.”

 

Deze persoon blijft beter anoniem om niet te eindigen met de snelste plotspoiler ooit.

Volgende hoofdstuk. Hier vinden we hoofdpersoon Iris van der Steen dus, moeder van schattig zoontje Levi, gescheiden van Sander en op zoek naar zichzelf. Ze levert haar zoontje af bij de camping, waar papa hem volgende week gaat afhalen. Iris zelf heeft nu een paar weken vrij om in een oude Defender naar Portugal te rijden, waar haar moeder een boerderij heeft. Echt goed contact heeft ze niet met haar moeder, maar ze verwacht wel in de rust van het Portugese bergland rust & bezinning te vinden. Ze start de rammelbak en gaat on the road.

Check. De acteurs in het drama dat zich gaat voltrekken zijn voorgesteld: het verhaal schakelt een versnelling hoger. Iris rijdt weg bij een pompstation terwijl ze haar telefoon checkt, en rijdt een man aan. Schrik. Schaamte. Nervositeit. Schuldgevoel. Angst. Een orkaan van emoties wervelt door haar heen terwijl ze de Defender stilzet en gaat kijken of de man nog heel is. Dat blijkt mee te vallen. Door de opluchting en doordat hij toevallig dezelfde kant op gaat als zij, kan hij wel met haar meerijden.

Was dat een goed idee? Het valt te vrezen van niet, en al snel blijkt de man zich inderdaad te ontpoppen tot een bemoeizuchtige, dominante kerel. Die desalniettemin razend aantrekkelijk is. Misschien met zijn gespierde biceps en afgetrainde lichaam zelfs aantrekkelijk genoeg voor zweterige, lang niet genoten seks. Op dat moment tekent zich een kritiekpuntje af in het verhaal. De man is bepaald niet sympathiek, schoffeert haar, is verbaal bedreigend en toch gaat Iris met hem een avontuurtje aan. Voor de (mannelijke in dit geval) lezer is dat niet zo vanzelfsprekend.

Er is soms ook wat inconsistentie in het boek, die te maken heeft met de plotwendingen. Figuren met een bepaald karakter gedragen zich eerst volgens dat karakter, maar na de plotwending klopt dat gedrag niet helemaal meer. Kleine onrechtmatigheden zijn het, die eerder onbevredigend dan storend zijn. Afgezien daarvan is het de spanning die beklijft. Wurgende spanning die als een stalen net om de arme Iris sluit, als haar belager haar wereld steeds kleiner maakt tot alle ontsnappingsmogelijkheden zijn uitgesloten. De radeloosheid, angst, wanhoop spat van de bladzijden af, en zo gaat het door tot de climax in Portugal.

Tot aan die ontknoping blijft Facade een verslavende pageturner die onder je huid kruipt. De spanning van het verhaal en de vaart die Verhoef er voortdurend in houdt, slepen de lezer bekwaam mee tot het eind. Een mooie prestatie – Verhoef zet weer een uitstekende nagelbijter neer.

Sterren ***

ISBN: 9789044646382

Uitgeverij: Prometheus

Ook verschenen op De Leesclub van Alles 

 

Mike De Roover – Bushcraft

De wildernis in, maar wel gereguleerd

Er is een ragfijn verschil tussen bushcraft en survival. Het laatste is noodgedwongen overleven in het wild, terwijl het eerste de sport is van het overleven in de wildernis. Zoek je vrijwillig die wildernis op en doe je dat met zo weinig mogelijk kunstmatige middelen, dan ben je aan het bushcraften. Mike De Roover doet dat ongeveer zijn hele leven al en biedt met zijn outdoorbedrijf een ‘natuurbeleving’ aan door cursussen wildplukken, survival en teambuilding. Zijn verzamelde kennis bundelt hij nu in dit boek.

Met dank aan de uitgever ziet het boek er goed uit: robuust, met een keiharde kaft en zwaar. Het is niet door de recensent getest maar ongetwijfeld geschikt om tentharingen ermee in kleigrond te jassen. Of je machete met een paar harde klappen door een te splijten houtblok te drijven. Heel praktisch, maar wat kunnen we met de inhoud?

Die hinkt op twee gedachten: onbeperkt de wildernis in maar met beperkende regels. Dat is even jammer als onvermijdelijk. Men kan in deze moderne tijd nu eenmaal niet onbekommerd om zich heen bushcraften omdat er eenvoudigweg niet genoeg bush is om in te craften. Bovendien moeten we voorzichtig zijn met die bush, zodat hij bewaard blijft voor het nageslacht. Die tweeslachtigheid zet regelmatig een domper op het verblijven in de natuur.

Halverwege het eerste hoofdstuk over het stoken van een lekker vuurtje stelt De Roover dit al direct vast: “Bushcrafter zijn heeft ook zijn verplichtingen, dus laten we met z’n allen zorg dragen voor de natuur! Stook bij voorkeur met snoeihout, of gebruikt hout dat komt van verantwoord uitgedunde bossen of exotische soorten zoals Amerikaanse vogelkers.”

Die mitsen en maren zien we door het hele boek terug, wat een beetje afbreuk doet aan het vrije en blije bushcraften. Wat we willen lezen is de avonturier die op zijn waterdichte schoenen door ongerepte streken trekt, water drinkt uit kristalheldere beken, wilde forel met zijn vislijn uit de langsstromende rivier ophaalt en die vis ’s avonds boven zijn vrolijk knappende kampvuur met onderweg vers geplukte rozemarijn en zeezout besprenkelt en gaar stooft.

Dat beeld is niet reëel. Er zijn regels, zowel in België waar De Roover opereert, als in Nederland. Daarom, binnen die regels blijvend, zet De Roover een boeiende en instructieve handleiding neer. In helder afgebakende hoofdstukken behandelt hij de elementaire zaken voor het overleven in de buitenlucht. Het al genoemde vuur is een belangrijk onderdeel om te koken, warm te blijven en wilde dieren op afstand te houden. Wildplukken, dus je eigen maaltje uit de natuur bij elkaar zoeken en daarbij weten waar je wel of niet ziek van wordt, is net zo essentieel.

Jagen en vissen volgt, waarbij het daarbij onvermijdelijke doden van dieren inzichtelijk wordt gemaakt met het hoofdstuk: “Doe het zelf. Een kip slachten. Vegetariërs mogen nu even de andere kant oplezen, maar voor iedereen die liever zelf zijn vlees bereidt in plaats van het te kopen, heb ik hier een paar tips. Een dier doden betekent niet dat je niet respectvol kan zijn, wel integendeel … Het is juist enorm belangrijk respect te hebben voor de dieren waarvan je het leven neemt. Daarom is het je plicht ervoor te zorgen dat het dier zo min mogelijk moet lijden. Daarnaast verplicht je je zelf ertoe niets te verspillen…Als je weet dat dat je niet zal lukken, dan begin je er beter gewoon niet aan.”

Die laatste zin kan één op één toegepast worden op de sport bushcraften zelf. Als je er niet volledig en met het benodigde respect voor gaat, kun je het beter laten. Dit boek vol tips is een prima hulp om je mening daarover te bepalen.

Sterren ***

ISBN: 9789022335499

Uitgeverij: Manteau

Ook verschenen op De Leesclub van Alles 

 

Tomás González – Ontij

De oude man en zijn zoons

Een boek met de zee als personage, hebben we dat niet al eerder gelezen? O ja, denk je als titel en vervolgens inhoud, stijl en niet geringe impact van dat boek je te binnen schieten, dat was met recht een klassieker. En nu we toch deze twee boeken in ons hoofd hebben, hoe komt het nu te bespreken boek er vergelijkenderwijs vanaf?

Niet slecht. Zeker niet beter, maar redelijk eh.. niet slecht. Maar dat is nou eenmaal het risico als je langs de Hemingway-meetlat komt te liggen. Gonzaléz heeft zijn best gedaan op een stormachtige beschrijving die in essentie gaat over de eeuwige strijd tussen vader en zoon. De vader wil zijn heerschappij niet opgeven en de zoon wil niet langer onderdanig zijn, dat botst, het Oedipuscomplex en alles, u kent dat wel.

We hebben het over een bruisend vat van onderbuikgevoelens, gevangen in een boot op een woelige zee. In de boot zitten ’de vader’ en zijn zonen Mario en Javier. Ze laden de spullen in en gaan vissen. Dat het geen ontspannen tripje wordt, wrijven de eerste zinnen je meteen in:

“Laaiend van woede maar met vaste hand plaatste Mario de twee roeiriemen in de boot en ging naar het strandhuisje van zijn vader om de jerrycans met benzine te halen… Het was nog steenkoud op dit uur, maar toch liep Mario al in zijn blote bast. De woede jegens zijn vader hield hem warm.

De zoons zijn vanaf hun geboorte door ‘de vader’ altijd als niksnutten en mislukkelingen behandeld, waardoor ze maar één emotie voor hem hebben ontwikkeld: ze haten hem tot in het merg van zijn botten. De vader, eigenaar van een strandresort, wil zijn zoons niet anders zien dan eigenwijze, onhandige slungels die te dom zijn om voor de duvel te dansen, nooit iets bijgeleerd hebben en ook nog eens amper een bootje recht in de golven kunnen houden.

In die gezellige sfeer vaart de motorboot uit, met voorspelbare gevolgen. Het vissen op zich is succesvol. Na een aantal uren grote zeebrasems en nog grotere haaien binnenhalen, ligt de bodem van de boot zo vol buit dat ze bijna niet meer kunnen lopen. Dus strippen ze eerst de vissen en doen ze in de meegebrachte koelboxen. Dan gaat het mis. Het onweer dat al uren dreigend aan de horizon hangt, trekt naar het bootje toe.

Regen en storm vallen over hen heen. De vader verzwikt zijn enkel bij het vechten met een bijzonder hard tegenstribbelende tarpoen en ligt in de boot. De zoons vechten met de elementen om de boot veilig terug naar het strand te krijgen. De zee is veranderd in een monster, een wild, alles verslindend beest dat met tsunamiformaat golven, wind en regen er alles aan doet om ze de diepte in te sleuren. Dan slaat de vader overboord…

González brengt het allemaal tot leven in kleurrijke taal. De dreiging van de elementen, de haat tussen pa en zonen, de waanzin van de moeder thuis en de onverschillige botheid van de vader: alles krijgt de bijpassende toon. Complimenten voor de vertaler, die dat alles uitstekend in levende taal omgezet heeft. Zoals de mentaliteit van de vader naar zijn gasten: “Als hij met de hotelgasten zat te drinken, speelde hij het spelletje van langdurig naar de zonsondergangen kijken wel mee en kon hij zelfs lyrisch worden, maar dat was toeristische lyriek, dat was professioneel en had niets te maken met zijn intieme, van hoogmoed doortrokken relatie tot de zee. En als het niet schadelijk voor zijn business was geweest, zou hij meermaals tegen de hotelgasten, die de loftrompet staken over die doodgewone, ordinaire zonsondergangen hebben gezegd: ‘Geloof mij maar, hier word je op de lange duur doodmoe van al die kutzonsondergangen.’”

Niet slecht.

Sterren ****

ISBN: 9789025451165

Uitgeverij: Atlas Contact

Ook verschenen op De Leesclub van Alles 

 

Olof van Joolen en Silvan Schoonhoven – ‘Liggen blijven!’

Terrorisme bestrijden met vallen en opstaan

Deze auteurs kraken met dit boek een paar noten in één klap. Ze brengen de geschiedenis in kaart van de ontwikkeling van de terreurbestrijding in Nederland sinds de 70er jaren van de vorige eeuw. En ze duiden de eind 2018 weer fel oplaaiende discussie over hoe de kaping van de trein bij De Punt in 1977 nu echt was verlopen. Hadden de mariniers met hun dodelijke wapengekletter misschien de order gekregen onder de kapers geen gevangenen te maken en iedereen af te knallen?

Ter opfrissing: op 23 mei 1977 kaapten bij De Punt in Drenthe 9 Molukkers een trein met 54 passagiers. Tegelijkertijd werd een lagere school in Bovensmilde met 105 kinderen en 5 onderwijzers gegijzeld. Met deze acties eisten de kapers een onafhankelijke Republiek der Zuid-Molukken en vrijlating van 21 Zuid-Molukse gevangenen (gijzelnemers van de vorige, mislukte treinkaping). Als voor 25 mei 14.00 uur deze eisen niet werden ingewilligd, zouden ze de trein en de school opblazen.

Tijd voor de BBE (Bijzondere Bijstandseenheid) om in actie te komen. Deze eenheid is in het leven geroepen na de golf van terreuraanslagen die Europa begin jaren zeventig van de vorige eeuw teisterden. Net op tijd, want rond die tijd vond de eerste gijzelingsactie in Nederland ooit plaats, in Wassenaar. Voor dat moment had vrijwel niemand in het ongerepte Nederland zelfs maar nagedacht over terrorisme.

De BBE werd samengesteld uit het korps Mariniers, en moest zichzelf bij gebrek aan ervaring het vak van terreurbestrijder leren. Dat ging met vallen en opstaan, maar de eenheid wist toch in korte tijd een behoorlijk professioneel niveau te bereiken. Toen ze dan ook ingezet werden op de kaping bij de Punt aan te pakken, waren ze er klaar voor. Ondanks het vrijwel ontbreken van goede wapens, vervoer en algemene richtlijnen voerden ze deze actie succesvol uit en konden ze doorgroeien tot een volwaardige terreurbestrijdingseenheid.Het boek leest als een spionage- of oorlogsroman. Behalve dat dit allemaal echt gebeurde, met mannen die hun leven waagden om gegijzelden te redden. De auteurs hebben geen moeite er een spannend verhaal van te maken want dat is het al. We krijgen een goed beeld van de obstakels die de bestormers van de trein moeten overwinnen om de actie tot een goed einde te brengen. En vooral ook van de hoge mate van ‘in het duister tasten’ dat bij zo’n actie onvermijdelijk is. Want hoe weet je precies waar de kapers zijn, en waar de gegijzelden?

“De zwaarste klus was voorzien voor aanvalsgroep vijf. Zij moeten naar binnen door de deur die het dichtst bij de kop van een trein zit, het verblijf van kapers leider Max Papilaja. Op basis van de inlichtingen gaan de mariniers ervan uit dat er nog drie terroristen in twee kleine coupés en de machinistencabine zullen zitten. Waarschijnlijk zwaarbewapend. Voordat ze de instap maken, schieten ze met Uzi’s pantsermunitie door de wanden van de trein. Dat doen ze vanuit de gedachte dat ze net zijn beschoten vanuit de kop en dat er dus levende kampers binnen zitten. Officier Joop Verdonk die met deze groep meeloopt, heeft een megafoon mee waarmee hij iedereen tot kalmte maant. Hard schalt zijn ‘Liggen blijven!’ door de trein.”

Geholpen door een doordacht aanvalsplan slaagt de opzet; de kapers worden uitgeschakeld en de dreiging is voorbij. Maar het besef is hard binnengekomen dat Nederland ook bloot kan staan aan volgende dreigingen, die adequaat moeten worden aangepakt. De BBE kan professionaliseren en dat gebeurt dan ook. Eind goed, al goed? Nee, in 2015 wordt de discussie over het al dan niet moordlustige karakter van de kaping bij de Punt weer aangezwengeld. De auteurs zoeken ook deze materie tot op de bodem uit en komen tot een conclusie. In het boek is te lezen of die bevredigend is. Of niet.

Sterren ***

ISBN: 9046824337

Uitgeverij: Nieuw Amsterdam

Ook verschenen op De Leesclub van Alles 

 

Louis Stiller – Gasland

Pecunia non olet

Een mix van boosheid en onderzoeksjournalistiek, zo valt dit boek samen te vatten. Journalist en essayist Louis Stiller bijt zich vast in de Gaswinningsproblematiek, die heel wat complexer is dan de argeloze journaalkijker beseft. De feiten en fictie die Stiler naar boven haalt werpen een zeer verontrustende blik op de onstilbare geldhonger van multinationals, op slecht geïnformeerde politici en helaas ook op gefrustreerde burgers.

Om met die laatste groep te beginnen: de burgers zijn uiteraard de Groningers die in het aardgaswinningsgebied wonen. Zij kampen met aardbevingen waardoor hun woningen beschadigd worden, moeten vervolgens in een uitzichtloze maar kostbare procedure op zoek gaan naar, zoals al snel blijkt, een nagenoeg onbereikbare schadevergoeding, uit welk besef een sterk verminderd plezier in het leven of zelfs pure angst voor de toekomst doorsijpelt.

Mede-Groninger Stiller noteert veel van zulke verhalen in het eerste deel van het boek. Daarin probeert hij ook te achterhalen hoe het kan dat in een democratisch, transparant land als Nederland mensen slachtoffer worden van dit soort onzichtbare krachten. Een gasgijzeling noemt hij het: de Groningers worden gegijzeld zonder dat ze het door hebben.

Vooral de schadeprocedures zijn een nagel aan de doodskist van het gemiddelde  aardbevingsslachtoffer. Stel je voor: je schrikt wakker omdat de aarde schudt. Je huis schudt mee, kopjes vallen van de tafel, lampen vallen om, er trilt een bord van het aanrecht en slaat kapot op de tegelvloer, waar trouwens op wonderlijke wijze scheuren in verschijnen. Als de beving voorbij is neem je de schade op en dient (vroeger bij de NAM, later bij het Centrum Veilig Wonen, en sinds 2018 de Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade Groningen) een claim in. Na een aantal stappen waarin een inspecteur je woning komt bekijken, krijg je dan een rapport dat de staat van je woning aangeeft:

“De uitslag van zo’n rapport valt soms mee, vaak tegen: erg veel schade …wordt toegeschreven aan achterstallig onderhoud, zettingsschade of zwaar vrachtverkeer. C-schade heet dat, en dat betekent dat je geen vergoeding krijgt omdat hij niet door de bevingen werd veroorzaakt. Volgens de inspecteur. Was je het niet eens met zijn of haar conclusies, dan had je de mogelijkheid om in beroep te gaan en een contra-inspectie aan te vragen. Als die door jouzelf aangezocht bouwkundige het niet eens kon worden met de CWV-inspecteur, kon je een arbitragezaak aanspannen waarbij een groep oud-rechters met bouwkundige kennis een oordeel probeerde te vellen.

Jaren en jaren kon zo’n procedure duren. Een gedupeerde tekende … een tijdlijn van ruim 2,5 jaar ..”

Dat veel gedupeerden tijdens dit soort vertragingstactieken de handdoek in de ring gooien, zal geen verbazing wekken.

In deel II wordt de geschiedenis gereconstrueerd. Dat leest als een avonturenboek (olieboormaatschappij zoekt olie en vindt een nog veel grotere schat: gas!) maar dan zonder happy end. Toen het gas eenmaal ging stromen was de geest uit de fles. Politici maakten niet bepaald handige afspraken, de top van de oliemaatschappijen  werd gedreven door blinde geldlust en de burgers wisten van niets. Met die randvoorwaarden ging de gasexploitatie van start met als gevolg dat anno nu, vele miljarden euro’s winst later, de Gordiaanse knoop van mistige constructies en geheime (nog steeds, jawel) beslissingsorganen zoals Maatschap Groningen, niet meer te ontwarren lijkt. Zelfs nu alle ophef en het schandalige gepiepel van de slachtoffers breed in de media wordt gedeeld, is er nog steeds geen volledige openheid van zaken. Triest? Dat lijkt een eufemisme.

Het siert Stiller dat hij niet in wrok omziet, maar in deel III van het boek op zoek gaat naar hoe het wél kan. Hij brengt in kaart wat er aan woningisolatie en duurzame energieopwekking nodig is om van het gas af te kunnen. Ook laat hij berekenen wat een gemiddeld huishouden voor kosten heeft om energieneutraal te worden (schokkend veel), en bekijkt allerlei nieuwe initiatieven. Conclusie: “Niet alle eieren in één mandje leggen”, ofwel we moeten alle mogelijkheden benutten. En nee, het gaat niet makkelijk worden en ook niet goedkoop. Maar dat was het al niet, toch Groningers?

Sterren ***

ISBN: 9789044539387

Uitgeverij: De Geus

Ook verschenen op De Leesclub van Alles 

 

Ai Weiwei – 1000 jaar vreugde en verdriet

Pecunia non olet

Een mix van boosheid en onderzoeksjournalistiek, zo valt dit boek samen te vatten. Journalist en essayist Louis Stiller bijt zich vast in de Gaswinningsproblematiek, die heel wat complexer is dan de argeloze journaalkijker beseft. De feiten en fictie die Stiler naar boven haalt werpen een zeer verontrustende blik op de onstilbare geldhonger van multinationals, op slecht geïnformeerde politici en helaas ook op gefrustreerde burgers.

Om met die laatste groep te beginnen: de burgers zijn uiteraard de Groningers die in het aardgaswinningsgebied wonen. Zij kampen met aardbevingen waardoor hun woningen beschadigd worden, moeten vervolgens in een uitzichtloze maar kostbare procedure op zoek gaan naar, zoals al snel blijkt, een nagenoeg onbereikbare schadevergoeding, uit welk besef een sterk verminderd plezier in het leven of zelfs pure angst voor de toekomst doorsijpelt.

Mede-Groninger Stiller noteert veel van zulke verhalen in het eerste deel van het boek. Daarin probeert hij ook te achterhalen hoe het kan dat in een democratisch, transparant land als Nederland mensen slachtoffer worden van dit soort onzichtbare krachten. Een gasgijzeling noemt hij het: de Groningers worden gegijzeld zonder dat ze het door hebben.

Vooral de schadeprocedures zijn een nagel aan de doodskist van het gemiddelde  aardbevingsslachtoffer. Stel je voor: je schrikt wakker omdat de aarde schudt. Je huis schudt mee, kopjes vallen van de tafel, lampen vallen om, er trilt een bord van het aanrecht en slaat kapot op de tegelvloer, waar trouwens op wonderlijke wijze scheuren in verschijnen. Als de beving voorbij is neem je de schade op en dient (vroeger bij de NAM, later bij het Centrum Veilig Wonen, en sinds 2018 de Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade Groningen) een claim in. Na een aantal stappen waarin een inspecteur je woning komt bekijken, krijg je dan een rapport dat de staat van je woning aangeeft:

“De uitslag van zo’n rapport valt soms mee, vaak tegen: erg veel schade …wordt toegeschreven aan achterstallig onderhoud, zettingsschade of zwaar vrachtverkeer. C-schade heet dat, en dat betekent dat je geen vergoeding krijgt omdat hij niet door de bevingen werd veroorzaakt. Volgens de inspecteur. Was je het niet eens met zijn of haar conclusies, dan had je de mogelijkheid om in beroep te gaan en een contra-inspectie aan te vragen. Als die door jouzelf aangezocht bouwkundige het niet eens kon worden met de CWV-inspecteur, kon je een arbitragezaak aanspannen waarbij een groep oud-rechters met bouwkundige kennis een oordeel probeerde te vellen.

Jaren en jaren kon zo’n procedure duren. Een gedupeerde tekende … een tijdlijn van ruim 2,5 jaar ..”

Dat veel gedupeerden tijdens dit soort vertragingstactieken de handdoek in de ring gooien, zal geen verbazing wekken.

In deel II wordt de geschiedenis gereconstrueerd. Dat leest als een avonturenboek (olieboormaatschappij zoekt olie en vindt een nog veel grotere schat: gas!) maar dan zonder happy end. Toen het gas eenmaal ging stromen was de geest uit de fles. Politici maakten niet bepaald handige afspraken, de top van de oliemaatschappijen  werd gedreven door blinde geldlust en de burgers wisten van niets. Met die randvoorwaarden ging de gasexploitatie van start met als gevolg dat anno nu, vele miljarden euro’s winst later, de Gordiaanse knoop van mistige constructies en geheime (nog steeds, jawel) beslissingsorganen zoals Maatschap Groningen, niet meer te ontwarren lijkt. Zelfs nu alle ophef en het schandalige gepiepel van de slachtoffers breed in de media wordt gedeeld, is er nog steeds geen volledige openheid van zaken. Triest? Dat lijkt een eufemisme.

Het siert Stiller dat hij niet in wrok omziet, maar in deel III van het boek op zoek gaat naar hoe het wél kan. Hij brengt in kaart wat er aan woningisolatie en duurzame energieopwekking nodig is om van het gas af te kunnen. Ook laat hij berekenen wat een gemiddeld huishouden voor kosten heeft om energieneutraal te worden (schokkend veel), en bekijkt allerlei nieuwe initiatieven. Conclusie: “Niet alle eieren in één mandje leggen”, ofwel we moeten alle mogelijkheden benutten. En nee, het gaat niet makkelijk worden en ook niet goedkoop. Maar dat was het al niet, toch Groningers?

Sterren ****

ISBN: 9789044539387

Uitgeverij: de Geus

Ook verschenen op De Leesclub van Alles