Anke Werker & Helen van Vliet – De Labracadabrador Een Moppenfeest

Lachen gieren brullen

Als je van moppen houdt, is dit je boek. Als je een hekel hebt aan moppen, dan zou ik zo ver mogelijk bij dit ‘moppenfeest’ vandaan blijven. Want de titel doet alleen wat hij belooft: moppen tappen.

De verhaallijn van het boek is opgehangen aan een circus. Circus Bon Bourgon om precies te zijn:

“Welkom bij circus Bon Bourgon,

Bij ons is iedereen anders.

Maar we zijn één grote familie die

houdt van moppen, lachen en feesten.

Doe je mee?”

Het ijs breken

Natuurlijk doen we mee, want moppen zijn altijd handig als je met iemand aan het praten bent en het praten gaat niet zo goed, bijvoorbeeld als die ander een veel vreemdere mening heeft dan jouw mening, dan kan je vervelende stiltes vermijden door een random mop te tappen. Met wat geluk lacht die ander daarom, dat breekt het ijs en jullie zijn weer vrienden. Of niet.

Hoe dan ook, dit boekje geeft je 55 bladzijden vol grappen en grollen. Ik laat er een paar zien hieronder, dan heb je ze gelijk paraat:

Koelkast

Tobias legt zijn trompet in de koelkast.

‘Waarom doe je dat?’ vraagt Cho.

‘Gewoon,’ zegt Tobias,

‘Zo krijg je pas echt coole muziek!’

Of deze:

In de wei

Na hun bruiloft gaan Lola en Indra op reis.

’s Nachts slapen ze in een tentje in de wei.

‘Het is hier wel koud,’ bibbert Lola.

‘Wacht maar,’ zegt Indra en ze kruipt uit de tent,

‘Misschien staat het hek nog open.’

Met dat soort lach of ik schiet-moppen staat dit boekje vol. Tip: niet te vaak gebruiken, kies voor je mop een goed moment en vooral: een goed publiek.

Sterren: **

ISBN: 9789462919259

Uitgeverij De Eenhoorn

Ook verschenen op Boekenkrant 

Stefan Boonen & Dries Desseyn – Over de giraf die een hondje wil zijn

 

Vrije expressie werkt ook goed

Van een bijzonder prentenboek kunnen we hier wel spreken. Er is namelijk geen prent in het boek te ontdekken. Dat komt omdat de tekenaar er niet is. Aan de deur van zijn kasteel hangt een bordje: ‘Ik ben op reis.’

Wat? Een boek met lege pagina’s? Een PRENTENboek nog wel?

Op de eerste pagina krijgen we wat info:

“Weet je. Dit is een {geweldig} boek.

Het gaat over een GIRAF en een meisje.

Er doet een krokodil mee en een brandweerman.

(Psst. Er zit zelfs een boef in!)

Goed he!

Helaas (Dat is zoiets als jammer.)

DE TEKENAAR IS ER NIET.

Aan de deur van zijn kasteel hangt een bordje:

‘Ik ben op reis.’”

 

Geen tekening van een kasteel

De tekst boven de volgende lege pagina: ‘Hier staat dus geen tekening van een kasteel. Spijtig. Want het kasteel heeft een toren, er is een vijver bij en er zitten vogels op het dak.’

Daaronder een groot wit vierkant met een kruis erin en de woorden: Ik ben dus op reis. (bordje)

En daar weer onder:

‘Tja, niks aan te doen, het verhaal begint toch.”

 

Hier is Bert

Lekker dan. Op de volgende pagina stuiten we op Bert.

“Bert, zo heet de giraf die bij dit verhaal hoort.

        Hij woont in de dierentuin.

        Naast de neushoorn en niet ver

        van de beer en de leeuw.”

Daaronder staan vier vierkanten met de namen (Bert), (neushoorn), (beer) en (leeuw) erbij

Ik laat het even hierbij beste lezer, voordat het u tureluurs voor ogen wordt. De gimmick van dit prentenboek is origineel. Alle tekeningen zijn teruggebracht tot de kale klare lijn en de teksten verklaren wat de tekeningen voorstellen. Handig, want als onbevangen lezer heb je geen idee wat nu de ‘man in het pak’ is, en wie ‘mevrouw de agent’. Plus de rest van de tientallen abstracte dessins.

Een prentenboek zonder herkenbare plaatjes is een gedurfd plan. Het neigt al snel naar primitieve humor, of in een slechter scenario weerzin tegen moeizaam begrijpelijke tekst en tekeningen.

Echter, de combinatie van vreemde objecten, springerige maar leuke teksten en een verhaal dat wiebelend tussen de regels door loopt, zet de lezer aan het denken.

Lol met een experimenteel boek

Ook de lol van het maken van dit experimentele zoekboek spat van de bladzijden, en sleept (mij in elk geval) de lezer de wondere  wereld van de abstractie in. Deze levensechte puzzel verdient het om ook in kinderhanden te vallen, waar het zeker en vast een spannende zoektocht ontketent.

Sterren: ****

ISBN: 9789462919242

Uitgeverij De Eenhoorn

Ook verschenen op Boekenkrant 

Lotje van der Bie & Milou Trouwborst – jij en de wereld

Poëzie in beweging

Het verhaal in dit prentenboek begint als met een Boem! en een Baf! een klein aapje uit de lucht valt. Gelukkig landt het aapje in de vleugels van de aalscholver:

“het is een heel warme dag

ik laat mijn veren drogen

ineens is het van boem!

En baf!

Ik val en sluit mijn ogen

op mijn vleugel voel ik iets

ik krabbel op

en kijk opzij

een aapje kijkt me lachend aan

‘dag lieverd, wie ben jij?”

Op de volgende pagina’s zien we hoe het aapje zich gezellig op het hoofd van de aalscholver nestelt. Lange apenarmen om het adelaarshoofd, vrolijk naar beneden kijkend. De aalscholver kijkt terug, omhoog; hun ogen glimmen van voorpret.

De twee dieren zijn een relatie begonnen die veel lijkt op een gelukkig huwelijk. Ze blijven bij elkaar, helpen elkaar en maken plezier met elkaar. Klinkt dat klef? Niet in dit fijne positieve verhaal, waarin deze dieren op ontroerende wijze met elkaar door het bos, de struiken en het leven gaan.

De gave tekst is van Lotje van der Bie en combineert uitstekend met lekker beweeglijke illustraties van Milou Trouwborst. Klein voorbeeldje nog? Nou vooruit:

Donkerblauwe achtergrond, het is avond of nacht. Aalscholver zit op een tak en kijkt naar aapje dat speelt in een boom. Bijgaande tekst:

“je zingt

je schreeuwt

je huilt

je lacht

je gaat op stap

diep in de nacht

ik blijf hier op je wachten

 

je weet toch dat je iedere dag

onder mijn vleugels schuilen mag?

de dagen en de nachten”

Ouders, verzorgers, ooms, tantes, opa’s, oma’s, twijfel niet en haal dit lekkere prentenboek in huis.

Voor het eerst verschenen op Boekenkrant. Ook verschenen op Nico’s recensies.

Sterren: ****

ISBN: 9789062228010

Uitgeverij Volt

Ook verschenen op Boekenkrant 

Robin Imthorn – Levensvuur

Levenslessen onder vuur

Robin Imthorn, onderscheiden oorlogsveteraan en marinier, gebruikt zijn ervaringen uit Afghanistan en de extreme uitdagingen die hij heeft ondergaan om anderen te leren over veerkracht en persoonlijk leiderschap. Als vader, schrijver, spreker en adviseur bouwt hij bruggen naar herstel en begrip.

Tot zover de ronkende inleiding van de redacteur, we schakelen over naar de echte held: Robin. Hij legt allereerst uit waarom dit boek er is. Zijn doel is de lezer (ja, jij) niet op zijn of haar gemak te stellen, maar om de lezer lessen mee te geven. Die zijn geboren uit bloed, zweet en tranen, uit een harde realiteit die je ermee confronteert wie je werkelijk bent.

Mariniersbloed

Hij weet waar hij over praat, deze oud Afghanistan-marinier. Dat is hij niet zomaar geworden want hij had een droom: militair worden. Om dat op school te leren is onmogelijk, hij springt met beide voeten het onbekende in, hij wordt militair.

Zeer plastisch beschrijft hij de pijn, ontbering, het afzien, de eindeloze marsen met kilo’s bagage op je schouders, hardlopen, weinig slapen, putten graven en nog meer afzien:

“’Fuck!’ Daar is die pijnscheut weer. Normaal lopen lukt echt niet meer. Het voelt alsof ik op kussentjes loop, maar dan met punaises erin, alsof mijn hele voet één grote blaar is geworden. Een traan rolt over mijn wang. Voor en achter me zie ik kameraden, een langgerekt lint van jongemannen met wie ik nog even moet doorzwoegen. We begonnen netjes, maar inmiddels zijn we helemaal versleten door de mars en het moordende tempo.”

In Afghanistan

Dat is waar deze marinier warm van wordt: jezelf en je maten testen en proberen het zo lang mogelijk vol te houden. Met als doel jezelf zo weerbaar mogelijk te maken in oorlogssituaties. We krijgen voldoende van die situaties mee als lezer, zoals die keer in Afghanistan:

“14 december

Ik pers mijn gezicht zo dicht mogelijk tegen de qualamuur voor dekking, terwijl mijn helm en jukbeen bijna ruziemaken over wie het meeste ruimte mag innemen. Daarnet werd er geschoten vanuit deze quala. Nu, na het oversteken van een open vlakte, ben ik klaar om naar binnen te gaan. Iets verderop, bij de ingang, staat een Afghaanse militair: donkere ogen, pokdalig gezicht en zwart haar, met een groene stalen helm op zijn hoofd en een AK-47 in zijn hand. Vandaag trekken we samen op. Ik kijk hem aan. Tijd om in beweging te komen.”

Actie genoeg in een lekker weglezend verhaal. Gekruid met veel tips over omgaan met vijandelijke neigingen (ook gewoon op straat in Nederland toepasbaar), en aanvullende tips. Bijvoorbeeld wat je doet met blessures, hoe je conditie aankweekt, krachttraining kan doen en vechtsporten uitvoeren. Alles om je zelfverzekerder te maken in een onzekere wereld. Een overbodige luxe is dat in dit tijdsgewricht niet.

Sterren: ***

ISBN: 9789021499482

Uitgeverij Volt

Ook verschenen op Boekenkrant 

<STRONG>Miriam Evers – De Japanse wijsheid van MA

De waarde van leegte in een volle wereld

We hebben hier een klein boek met grote inhoud, of in de woorden van het boek zelf: ‘Op zoek naar de waarde van leegte in een volle wereld.’

Miriam Evers werkte jarenlang in de muziek- en boekenwereld; de laatste 15 jaar legde zich toe op slow living. In Japan bestaat een woord dat die lading goed dekt: MA. Het is de ruimte tussen de dingen, bijvoorbeeld de pauze tussen twee ademhalingen en de stilte die een gesprek verdiept, of een plek waar iets nieuws kan ontstaan.

MA in Japan

Ze ging op zoek naar MA in Japan, sprak met filosofen, kunstenaars en denkers:  “Met dit boek kun je de speling terugvinden door te kijken naar wat er tussen de dingen zit – in tijd, ruimte en in relaties.”

Klinkt dat vaag? Een beetje wel, maar gelukkig gaat Evers in haar zoektocht de diepte in:

Shinto

Toen ik met Michel Dijkstra sprak over de invloeden op het Japanse denken, noemde hij – naast het zenboedhisme en het taoïsme, ook shinto. Pas veel later, toen ik in Japan was, begreep ik echt wat hij daarmee bedoelde.

Waar het stereotype beeld van Nederland wordt getypeerd door molens, tulpen en klompen, zo denk je bij Japan snel aan het beeld van de Fuji-berg, de kersenbloesem en natuurlijk de typische torii-poorten; de oranjerode poorten die de ingang markeren naar een shinto-heiligdom. Je ziet de poort op het omslag van dit boek, en natuurlijk als een van de kanji-karakters van ma. Shinto kan je zien als de oerreligie van Japan, ook als is het niet echt een religie, maar eerder een visie waarin de mens en de natuur gelijkwaardig zijn, en mensen onderdeel zijn van de natuur.”

Zoals hierboven, krijgen we uitleg over typisch Japanse gewoontes en gebruiken. Bijvoorbeeld als de schrijver samen met gids Yuto een wandeltocht maakt. Er staan veel torrii-poorten, die een overgang zijn van de gewone wereld naar die van de kami, goddelijke wezens of geesten, en daar loop je dus niet plompverloren doorheen.

Het oude geloof

Door het midden lopen is al helemaal een gotspe, maar via de linkerkant mag het wel. Het doet de schrijver beseffen hoe dicht bij de natuur dit oude geloof nog altijd is. Ook raakt het de schrijver dat leegte noodzakelijk, waardevol en betekenis-gevend is. Dat zouden we trouwens in Nederland ook beter kunnen beseffen.

Het voert te ver om alle gedetailleerde info te vermelden – daarvoor leze u het boek. Klein puntje: naarmate je verder leest, herhalen de Japanse wijsheden zich enigszins, maar later wordt het begrip ‘ma’ beter uitgediept. Perfect boek voor meer inzicht in Japan.

Sterren: ***

ISBN: 9789493394704

Uitgeverij Samsara

Ook verschenen op Boekenkrant 

Georgi Gospodinov – De dood en de tuinman

Zelfonderzoek naar waarden

Eerlijk gezegd had ik nog nooit iets van hem gelezen, Georgi Gospodinov. Maar de titel, thematiek en de erin rammende aanbeveling op de cover van Olga Tokarczuk haalden me over.

Geen spijt van gehad. Dit is één van de betere boeken die inzicht geven over afscheid, dood en de bestemming die je aan je leven geeft. Met gevoel voor het menselijk lijden, de onontkoombare finish van het leven en melancholische humor richt Gospodinov een monument op voor zijn overleden vader.

Het begint allemaal even onvermijdelijk als akelig in hoofdstuk 1:

”Mijn vader was een tuinman. Nu is hij een tuin.

Ik weet niet waar ik moet beginnen. Laat dat het begin zijn. Dit boek gaat natuurlijk over het einde, maar waar begint het einde?

Ik heb, denk ik, in mijn broek geplast, zei mijn vader, terwijl hij op de drempel stond. Hij stond in de opening van de achterdeur, pijnlijk vermagerd, ietwat krom, met die gebogen houding van lange mensen. Ze brachten hem laat in de avond, eind november. Hij had driehonderd kilometer gereisd, liggend op de achterbank, om de pijn een beetje te verzachten. Het was me gelukt een afspraak te maken voor een onderzoek de volgende dag.”

In zijn broek geplast

Gospodinov helpt zijn vader, die in zijn broek heeft geplast, en zorgt voor schone kleren. Dan voert hij zichzelf op als in een toneelstuk, pratend in de derde persoon:

“Laat ik hier al verklappen dat aan het einde van dit boek de held sterft. Nee wacht, niet aan het einde maar al ergens in het midden, hoewel hij weer tot leven komt in alle verhalen over hem, of ze zich nu afspelen voor of na zijn dood. Omdat, zoals Gaustin ook al zei, in het verleden de tijd niet slechts in één richting stroomt.

Toen ik klein was, pakte ik uit de boekenkast altijd een boek dat geschreven was in de eerste persoon enkelvoud, omdat ik dan zeker wist dat de hoofdpersoon niet dood zou gaan…

Ik wil dat er licht is op deze pagina’s, een zacht namiddaglicht. Dit is geen boek over de dood, maar over het verdriet over een leven dat er niet meer is. Dat zijn twee verschillende dingen..

Niks aan de hand, zoals hij altijd zei.”

Herinneringen ophalen

Het boek schrijft zichzelf verder, lijkt het, als Gospodinov op zijn gemak herinneringen ophaalt, over zijn eigen angsten vertelt, veel fragmenten van zijn vaders leven beschrijft, teruggrijpt op zijn eigen notities (Voorspoedige verhalen voor allerlei aangelegenheden), zijn notitieboekje vol verhalen dat hij te voorschijn haalt als het te moeilijk wordt.

Zo leidt hij ons door zijn rouwproces. Klinkt gek, maar het is een genot om te lezen hoe hij telkens weer een andere invalshoek vindt om zijn vader te eren. Prachtige ode aan een tuinman.

Sterren: ****

ISBN: 9789026371158

Uitgeverij Ambo/Anthos

Ook verschenen op Boekenkrant 

Sunzi – De kunst van het oorlogvoeren

Altijd winnen

Het is een beetje controversieel boek, deze ‘kunst van het oorlogvoeren’. Ik bedoel, een handleiding voor het decimeren van tegenstanders, het veroveren van andermans land en het winnen van oorlogen valt niet onder de categorie ‘vermaak’. Maar sommige situaties zoals laten we zeggen het voeren van een oorlog, hebben baat bij deze gedetailleerde informatie.

Achtergrond

Eerst de achtergrond. Deze tekst is 2500 jaar oud en nog steeds actueel, omdat krijgsheer Sunzi (of meester Sun zoals hij in het boek genoemd wordt) zich niet bezighoudt met technische zaken als de opleiding of organisatie van een leger. Hij neemt een conceptueel standpunt in van strategieën en tactieken, vertelt vertaler en samensteller Mark Leenhouts:

“Het uitgangspunt van zijn betoog is dat fysieke oorlog in feite zo lang mogelijk vermeden moet worden., alleen al om verspilling van kracht, mensen en middelen tegen te gaan. Er zit een taoïstische, door de natuur ingegeven kant aan die instelling, evenals aan het feit dat er niet wordt geappelleerd aan confucianistische deugd of de heroïek van het slagveld.”

In de praktijk

Dan de praktische kant: het boek. Dat is robuust, gebonden net iets groter dan broekzakformaat. Erg gemakkelijk mee te nemen als je weer een land gaat veroveren. Hoofdstuk 1 begint met uitleg over ‘de Weg’, ‘de hemel’, ‘de aarde’, ‘de generaal’ en ‘de regels’. Gedetailleerde info volgt in dat hoofdstuk om die bullets inzichtelijk en toepasbaar voor het slagveld te maken.

Hoofdstuk 2 gaat over ‘Slag leveren’, hoofdstuk 3 over ‘Plan van aanval’, hoofdstuk 4 over ‘Vorm’, met als toelichting: “De ware strijder neemt een onverslaanbare positie in en laat tegelijkertijd geen kans voorbijgaan om zijn vijand te verslaan. Vandaar dat overwinnende troepen al winnen voordat de strijd in zicht is, terwijl verliezende troepen juist strijden voordat de winst in zich is.” Dat gaat diep.

Zo de lezer bij de hand nemend, voert Sunzi hem/haar mee naar hoofdstuk 5: ‘Overwicht’. Ook dat lijkt me nuttig –overwicht- om een oorlog aan te gaan. Idem met hoofdstuk 6: ‘Zwak en sterk.’ De tip die hierbij hoort: ‘Wie het eerst op het slagveld is en de vijand op kan wachten, staat in de regel uitgerust klaar; wie het laatst op het slagveld is en zich naar de strijd moet haasten, komt in de regel uitgeput aan.’ Een gouden regel ook voor Black Friday.

Het ’treffen’

Dus beste toekomstige oorlogvoerder, tot zover een impressie van wat wel of wat niet handig is op het slagveld/slachtveld. Hoofdstuk 7 is geheel gewijd aan de kern van de slachtpartij en het hele oorlogsidee: “Het treffen”. Dat is een beetje ouderwets geformuleerd; de troepen treffen elkaar niet letterlijk. Dat gebeurt 2 bladzijden verder: “De moeilijkheid van het treffen is: zorgen dat een kromme weg een rechte wordt en een gevaar een voordeel.”

In onze tijd: leid de vijand langs omwegen, gelokt met voordeel, zodat je als eerste aankomt terwijl je als laatste vertrok – dat is weten hoe je de kromme en de rechte weg gebruikt. Precies hetzelfde als in de supermarkt: je stuurt je concurrent, de winkelende klant, een fout gangpad in zodat hij/zij verdwaalt en jij toch nog die laatste krat bloemkolen kan scoren. Victorie!

Voor het eerst verschenen op Boekenkrant. Ook verschenen op Nico’s recensies.

Sterren: ****

ISBN: 9789025319083

Uitgeverij Athenaeum

Ook verschenen op Boekenkrant 

Scott Stuart – Saffier en de Monster Jagers

Scott Stuart – Saffier en de monsterjagers

Pas op voor de slapende snurkies

Saffier Spatjes

Ken je Saffier Spatjes al, of nog? Na haar succesvolle monsterjager-avontuur in haar vorige boek, is ze een heel andere kant opgegaan. Ze is nu Management Assistent in het Museum der Wonderen geworden. Daar moet ze de orde bewaren. Geen makkelijk baantje want de snurkies werken tegen. Nog erger: ze willen de baas spelen. Het begint zo:

“Hoofdstuk 1: Iets heldhaftigs is precies wat we nodig hebben.

‘Hoi! Ik ben Saffier Spatjes en vroeger was ik een monsterjager. Maar monsters blijken helemaal niet gevaarlijk te zijn! Dat wist ik al lang natuurlijk … Kuch.

Hoe dan ook … tegenwoordig werk ik als managementassistent van de coolste plek ter wereld:

Het Museum der Wonderen,  een veilig thuis voor monsters in alle vormen en maten. En weet je wat het allerleukste is? Jasper werkt hier ook, met diens huisdier, de eenhoorn Jellybean.”

Bijna hetzelfde als het vorige boek

Dit verhaal, de avonturen en de tekeningen zijn een exacte voortzetting van het vorige boek. Met dezelfde hoofdpersonen (de slapende snurkies) natuurlijk, die in de problemen komen.

Hoe Saffier alle gevaren die op haar afkomen en de dreigen slecht aflopende avonturen overleeft, komt in beelden naar je toe die zo kronkelig zijn dat je af en toe uit de bocht vliegt. En dan hebben we het nog niet eens over de hyper stuiterende tekst.

Scott Stuart (bron – Scott Stuart)

Stuart heeft veel van het eerste boek geleerd: de overkoepelende verhaallijn zorgen ervoor dat de lezer bij de les blijft. De constante dreiging voor de helden hangt ze letterlijk boven het hoofd, dus waakzaamheid is geboden.

Ook de opbouw van het verhaal verschilt nagenoeg niet van het vorige deel. Oké, het verhaal is anders, maar de problemen die Saffier moet overwinnen lijken wel erg veel op de problemen uit het vorige boek. Als je van dat herkauwen geen last hebt, kun je genieten van de lol die ook ruim in het boek is gestopt. En dan nog de hamvraag: wie zijn de slapende snurkies eigenlijk?

Veel lees- en speurplezier!

Voor het eerst verschenen op Boekenkrant. Ook verschenen op Nico’s recensies.

Sterren: **

ISBN: 9789463837842

Uitgeverij Pelckmans

Ook verschenen op Boekenkrant