Marco Kunst – De Bron

Aan de Goden overgeleverd

In het begin was de aarde woest en leeg. Best een tikkeltje kaal, vonden de goden die de wereld gemaakt hadden. En weinig wezens ook. Dus liet oppergod Zeus zijn vriend Prometheus nieuwe schepsels maken. Ze moesten wel op de goden lijken, maar niet té, en veel macht kregen ze ook niet.

Zo gezegd zo gedaan. De mensen mochten eten van de bomen, leerden hoe je het land bewerkt… ‘Wacht effe,’ zei Zeus, ‘zo hebben ze wel genoeg. Vuur krijgen ze niet, daar kunnen ze te veel mee doen.’ Maar Prometheus was te nieuwsgierig: hij beklom de berg Olympus en stal het vuur uit de goddelijke smidse. Beetje dom: hij kreeg een zware straf. Maar het vuur was op aarde.

Met die vrije uitvoering van het ontstaan van aarde en Goden start Marco Kunst bekwaam dit fijne dikke boek. Als een razende worden wij lezers in een virtuele camper geduwd en hobbelen we mee de bergen in. Naar de hoogvlakte in het oosten van Turkije.

De moeder der Goden

Daar ontmoeten we eerst de Moeder der Goden, Gaia, want die blijkt hulp nodig te hebben. Veel hulp, want er gaat van alles mis in het Godenrijk. De kinderen krijgen een geschiedenislesje, maar ook een andere kijk op honderden koeien die uit een trog eten. De wereld kan zoveel beter, kunnen we daaruit concluderen.

En verder gaat het, naar de groene vrouw, de huilende vrouw, iemands hoofd afhakken met een bijl. We komen in schitterende kathedralen van bomen terecht, erg mooi getekend. Een Bambi-dipje in het verhaal: een offer moet gebracht worden – er moet een hert voor geschoten worden.

Marco Kunst levert een spannende queeste, met de mooie mythen en sagen in de wereld erbij, en al die kinderen die doen wat ze nooit hadden gedacht. En ze gaan door, tot aan ‘De plaats waar alles begint’.

Nieuwsgierig? Dat zou ik ook zijn

Het is een wervelend boek met een mysterieus tintje, soms hyperrealistisch, soms vreugdevol, soms pijnlijk, net het echte leven. De schrijver legt de meeslepende teksten nader uit, net als de beelden die hij kreeg bij het herverzinnen van deze queeste. Prachtig heldhaftig gaan de helden huns weegs, hulde.

Iets minder fijn is de extreem vrije beschrijving en invoering van Grote Figuren in de Mythologie. Je weet wel, Goden, Mythen, Romeinse verhalen, Prometheus enzovoort. Die namen worden soms lukraak tussen de avonturen geslingerd, zodat de lezer overweldigd dreigt te worden.

IJzersterk verhaal

Het verhaal is dan weer wel fijn voortstuwend. De tekeningen blijven van begin tot eind heerlijk: de magische hand van illustrator Djenné Fila brengt die fijne illustraties fraai tot leven. Neem het rustig tot je en verwonder je over de oude mythen, sagen en sprookjes.

Sterren: ****

ISBN: 9789047716808

Uitgeverij Lemniscaat

Ook verschenen op Boekenkrant 

Lou-Anna Druyvesteyn – De som van mijn mislukkingen

Het leven is een achtbaan

“‘Ik ben de som van mijn verlangens, ik wil niet ook nog de som van mijn mislukkingen zijn. Maar misschien zijn die twee onder de streep wel hetzelfde.”

Dat zegt de achterflap. Het statement lijkt als je het boek gaat lezen, te kloppen. Onze vrouwelijke hoofdpersoon leeft terecht haar leven voluit. Te beginnen bij pagina 1, regel 1:

“Ik zit bovenop en probeer op mijn elegantst mee te kreunen. Zijn geluiden zijn kort en stoterig, en ik zet elke keer een halve seconde na zijn kreun in met een lage, lange ‘ah’, zodat het ritmisch en op bijna natuurlijke wijze als een geheel klinkt. Hij heeft mijn billen vast en bepaalt het tempo, ik leun met mijn handen op zijn knieën, zodat mijn rug uitgerekt is en ik slanker lijk. Hij lijkt het goed naar zijn zin te hebben…”

Hoe plezier ik mijn sekspartner?

Dit allereerste fragment van het boek heeft al veel kenmerken van Druyesteyn’s schrijfstijl in zich. De vrouwelijke hoofdpersoon doet haar best om haar sekspartner te plezieren. Sterker nog, zelfs tijdens de seks cijfert ze zich hier weg, en wringt zich in bochten om het genot van haar partner te verhogen. Die opofferingsgezindheid blijft tijdens het hele boek doorschemeren.

Een verhaal dat een genot is om te lezen trouwens. Onze protagonist laat ons voluit toe in haar leven. Zoals wanneer ze naar het zwembad loopt en met haar zwembadpas in elk winkelraam naar haar eigen reflectie kijkt.

In grappig lijkend proza tekent ze haar overleden moeder:

“’Wees zacht,’ was het laatste wat mijn moeder tegen me zei, voordat ze de een-na-laatste spuit kreeg, die waarvan je in een comaslaap raakt. Ik heb me er vreselijk aan geërgerd dat ze het nodig vond me in haar laatste momenten nog een weeïge levensles mee te geven. Zachtheid heeft me nooit echt aangesproken, nuance, geduld of bedachtzaamheid lijken me nastrevenswaardiger. Ik weet niet of ik wil zijn wie ik nu ben, maar met zachtheid heeft dat niks te maken. Ze had het zich vast al eerder voorgenomen. Dat ze in haar laatste nacht heeft liggen bedenken wat ze zou gaan zeggen. Ik geloof dat ze die laatste nacht wel goed geslapen had.”

Wees zacht

Een fijn boek en dat is het. Hoe verder je erin komt, hoe meer we van Druyvesteyn te weten komen. Een klein voorbeeld nog:

“Ik steek de sleutel net in de voordeur, wanneer een vrouw met een fiets aan de hand me vraagt of ik wat geld voor haar heb voor de nachtopvang. Ik zeg van niet, want ik heb niks meer op zak en ze is niet de eerste die die avond om geld is komen vragen. Ze zucht, eerder van verslagenheid dan van irritatie. Ze zegt asjeblieft, ze heeft een tientje nodig, daarvan kan ze twee nachten slapen, of ik het anders kan overmaken…”

Ik zeg lezen dat boek.

Voor het eerst verschenen op Boekenkrant. Ook verschenen op Nico’s recensies.

Sterren: ****

ISBN: 9789044658675

Uitgeverij Prometheus

Ook verschenen op Boekenkrant