Hanna Bervoets – Ivanov

 

Frankenstein op z’n Russisch

In Moskou, 1922 wil wetenschapper Ilya Ivanov een half mens-half aap creëren. Of zoals hij het zelf liefkozend noemt: ‘de hybride’. Zou dat lukken?

In New York, 1994 zoekt Felix van der Elsken zichzelf, en lonkt ook een beetje naar virologe Helena Frank. Samen met Helena’s assistente Lola krijgt Felix een gevaarlijke driehoeksrelatie: welk geheim verbergen de dames?

Dat zijn al twee vraagtekens; genoeg om onheilspellende interactie in gang te zetten in dit wonderlijke boek van Hanna Bervoets. Uit 2016 stamt het alweer, en één van de hoofdthema’s is aids. Tegen die vreselijke ziekte wil de homoseksuele Felix een remedie vinden, en gelukkig herkent hij in virologe Helena Frank een medestrijder.

Helena onderzoekt al geruime tijd de oorsprong van het hiv-virus en is bovendien geobsedeerd door de griezelige kruisingsexperimenten van Ivanov:

“Soechoemi, Abchazische Socialistische Sovjetrepubliek, 30 mei 1929, ochtend:

‘En daar zal jij slapen, zegt Ivanov. Hij wijst op een ledikant in het midden van de kamer. De matras oogt onbeslapen, wit als vitrage…

Ja, ja, ja, ja, deed Georgieva steeds weer: wat kon ze anders dan deze weelde beamen? Dit huis is een paleis…

‘Jonge vrouwen gezocht voor belangrijk onderzoek,’ zo had er op het pamflet gestaan. ‘Beschikbaar voor minstens een jaar, gelieve zonder gezin, en al eens een kind gebaard.’ Die laatste twee zaken leken een contradictie, maar voor haar gingen ze op…

‘Waar is de kinderkamer?’…

‘Het jong zal hier niet verblijven,’ zegt Ivanov, ‘Dit huis is van jou tijdens je zwangerschap en de maanden daarna. Maar de bevalling vindt plaats in het primatencentrum en daar zal de hybride ook verzorgd worden.’…

Ja, Georgieva stelt zich beschikbaar als levende broedmachine. Ze zal een kruising van een aap en een mens voortbrengen, experimenteel en met onzeker resultaat, maar als het lukt gaat Ivanov voor eeuwig de boeken in als briljant man.

Bervoets zet het onwaarschijnlijke verhaal zoals altijd neer in soepel proza, dat soms voortkabbelt maar vaker verrast met zinswendingen of lucide beschreven situaties. Daarvan is de positie van Georgieva verreweg de krankzinnigste. Maar ook virologe Helena Frank (fan van Ivanov’s curieuze experimenten) laat van zich horen. Genoeg onderdelen voor een bizar verhaal.

Iets te bizar om geloofwaardig te zijn, moet ik daar helaas aan toevoegen. Bervoets kan schrijven, ze bouwt prachtige woordconstructies die heerlijk weglezen. Maar er moet ook zoiets als een ruggengraat in een verhaal zitten. Ja, Ivanov was een tikje weird. Ja, AIDS werd in de 80er jaren van de vorige eeuw een nieuwe plaag van God genoemd, maar de verbinding tussen al deze losse elementen mis ik een beetje. En daarmee mis ik een stevig, samenhangend verhaal om me mee te identificeren. Vergelijk het met een gerecht. Alle ingrediënten zijn er om een verrukkelijke Boeuf bourguignon te maken, maar de kok laat de specerijen net niet op magische wijze samenkomen.

Sterren ***

ISBN: 9789493256897

Uitgeverij: Pluim

Ook verschenen op Bazarow 

 

Barend Last – Klaas de kat en het raadsel van Sinterklaas

 

Klaas snapt er niks van

Vrolijk lachen twee kinderen in een besneeuwd landschap ons toe. Klaas de kat zit tevreden tussen hen in, bovenop een stapel kleurig ingepakte presentjes. Op de huizen achter hen springt een man in een rode mantel plus mijter van dak naar dak, gevolgd door drie zwarte pieten.

Ja, ik hou toch maar de oude spelling aan voor de assistenten van Sinterklaas. In het semantisch mijnenveld dat dit oude feest in dit tijdsgewricht omgeeft, kun je maar beter duidelijk zijn. De mannen op de daken zijn zwart, net zoals de Sint wit is. Het boek bekent wijselijk geen kleur: de pieten blijven onbenoemd. De twee kinderen Mila en Max zijn trouwens ook alleen in beeld respectievelijk licht en donker getint.

Tot zover het kleurengebeuren. Esselink, Last en Overman maakten dit vrolijke prentenboek voor de kleintjes, om voor te lezen en de kinderen plaatjes laten meekijken. De kinderen en poes zijn levendig getekend, ze hebben vrolijke kleren aan en Klaas de kat glimlacht soeverein. Voorin het boek staat een verwijzing naar de Voorleeshoek, waar kinderen van 0-10 jaar voorleesfilmpjes kunnen vinden.

Hoewel een afgesleten verhaal, weten de makers een originele invalshoek te vinden: Klaas. Klaas de kat is heel tevreden met zijn leventje. Mila en Max, zijn mensenvriendjes, aaien en knuffelen hem vaak, en geven hem eten. Tot op een dag ze er uitzien als Sint en Piet:

“’Wat een vrolijke pakjes hebben ze aan,’ denkt Klaas.

Zijn snorharen krullen ervan omhoog.

‘Tot vanavond!’ miauwt hij, en hij zoekt een

fijn plekje in de vensterbank.”

Het blijft niet bij de vrolijke pakjes alleen. Zijn vriendjes doen onbegrijpelijke dingen zoals koekjes bakken, en schoenen bij de schoorsteen zetten. Ze zijn niet meer hetzelfde, en erger: ze hebben geen aandacht voor hem!

“Ze zingen liedjes, maar Klaas vindt de liedjes stom. Met zijn staart tussen zjn poten kruipt hij in zijn mand. Stilletjes valt hij in slaap.”

Komt dat nog goed? Dat is de vraag die de spanning voor de lezende kleintjes tot ongekende hoogte opstuwt. Bekwaam houden de schrijvers het verhaal levendig. Eén vreemde noot: Klaas eet op een bepaald punt een enorme wortel op, die in de klaarstaande schoen voor Sinterklaas zit. Dat lijkt voor een poes onwaarschijnlijk.

Maar behalve dat, lezen we hier een piekfijn Sintverhaal. Perfect voor de kleintjes.

 

Sterren ***

ISBN: 9789051168648

Uitgeverij: Vier Windstreken

Ook verschenen op Bazarow  

 

Lauranne van Grinsven – Hier zijn is niet de bedoeling

 

Sudderlappen met spekjus

Als het de bedoeling was om de inhoud van onderhavig boek een spiegeling te laten zijn van de titel, dan is die opzet geslaagd. Dit verhaal over hoofdpersoon Saar is overbodig omdat dit verhaal zichzelf overbodig maakt.

Huh? Okay, we beginnen bij het begin. Saar wordt gebeld door haar moeder Els. Saar beantwoordt dat telefoontje niet met opspringend enthousiasme. De relatie tussen die twee lijkt niet ideaal. Dat wordt bevestigd als haar moeder meldt dat haar vader dood is, en Els Saar beveelt te komen, en wel nu. Saar sputtert:

“’Mam. Heeft hij pijn gehad?’

‘Ik vraag je of je hierheen komt.’

‘Maar heeft hij pijn gehad?’

‘Ik smeek je, Saar.’

‘Mam, ik kan niet zomaar –‘

‘We zijn er allemaal. De hond zit hier naast me. Ik zie je straks. Oké?’ Ze hangt op.

Het woord ‘onzichtbaar’ dringt zich op, samen met het woord ‘assertief’. Subtiele aanwijzing: in dit epos hangt het eerste woord samen met de hoofdpersoon.

Saar gaat in arren moede dan maar naar dat Brabantse dorp waar ze liever geen stap meer zou zetten. Maar ja, de begrafenis. Dus onvermijdelijk ook de mensen in het dorpje. Opeens weet ze weer waarom ze hier weg is gegaan: de sudderlappen met spekjus. En natuurlijk komt ze Sasha tegen, een vriendje van vroeger, die het oude zeer nog maar eens in geuren en kleuren oprakelt. Hartgrondig wenst ze zich verdoken.

De arme Saar doet haar best, maar toch neemt men haar niet serieus. Ondanks strenge toespraken tegen zichzelf om minder verbloemd door het leven te gaan, blijft haar licht onder de korenmaat. Goed geschreven, want die irritatie maakt zich ook meester van de lezer. Gelukkig voegt Van Grinsven ook een forse dosis humor aan het verhaal toe. Dat maakt het kriebelige verkapt blijven van Saar wat luchtiger:

“In dit dorp zijn er maar twee cafés. Ze liggen schuin tegenover elkaar. De Kruk en het Smidje…

Hier in dit dorp zijn twee soorten mensen. De mensen die de avond beginnen in het Smidje en eindigen in de Kruk en de mensen die beginnen in de Kruk en eindigen in het Smidje.”

Of de titelverklaring, die lastige vraag altijd van de leraar Nederlands. Dit is de situatie:

Saar is in de supermarkt en koopt een condoleancekaart . Het meisje achter de kassa kijkt haar strak aan.

“Saar kijkt haar recht in de ogen. ‘Pinnen, alsjeblieft.’

Het meisje zucht. Pinnen voor twee euro is hier niet de bedoeling.

Hier zijn is niet de bedoeling.”

Maar gezien worden is wel degelijk de bedoeling. Dus is Saar constant bezig gedrag te vermijden als verborgen, latent, sluimerend, verborgen, geloken en heimelijk, en tracht ze in plaats daarvan boven het maaiveld uit te komen. Een levenslange worsteling. Dat interessante thema werkt van Grinsven goed uit, maar het blijft een beetje … braafjes. Zo blijft het verhaal hangen in de sfeer van sudderlappen met spekjus en daarmee is de kans dat je ooit gezien wordt, best klein.

Sterren ***

ISBN: 9789048862436

Uitgeverij: Lebowski

Ook verschenen op Bazarow  

 

Mariajo Ilustrajo – Natte stad

 

Als er te veel water is

Actueler kan dit prentenboek over een stad vol dieren bijna niet zijn. Wekelijks zien we in het nieuws overstromingen, wegspoelende wegen, mensen die in wankele bootjes proberen te ontsnappen aan het wassende water. Hoezo al dat water?

Dat komt omdat de aarde opwarmt en de ijskappen smelten, zegt de milieuactivist.

Dat komt omdat het toevallig veel geregend heeft de laatste tijd, zegt de klimaatontkenner.

Zo ver is het nog niet in het boek. Niet op de eerste bladzijden. Daar komt gewoon een beetje water de stad binnen:

“De stad werd wakker,

gewoon zoals op elke nieuwe zomerse dag.

Toch was het anders dan anders.

Het was niets ernstigs.

De stad was alleen een beetje …

NAT!”

Maar dat beetje wordt meer. Al snel kabbelen de golfjes over de kaplaarzen van de bewoners. Ze zoeken hogere grond, maar ook daar blijft het water niet weg: het stijgt gewoon door. De stad is nat en de dieren zijn radeloos.

IIlustrajo maakt er een prachtig getekende geschiedenis van. De stad vol dieren is al een leuk gegeven. Daarbij de waterdreiging, waar de dieren exact op reageren zoals mensen zouden doen. Eerst negeren. Dan het hogerop zoeken, voor de muizen tenminste. De giraffen hebben nog geen probleem. Tot ook bij hen het water aan de lippen staat.

De dieren en hun gezichtsuitdrukkingen zijn prima getekend, ook als die steeds zorgelijker worden. Hoe gaan ze dit probleem dat een ramp aan het worden is, oplossen?

Die vraag drijft het verhaal voort. Net als in de realiteit. Al zal de grappige oplossing in dit boek voor ons mensen helaas lastig uitvoerbaar zijn.

Sterren ****

ISBN: 9789025776596

Uitgeverij: Gottmer

Ook verschenen op Bazarow  

 

Mauk Westerman Holstijn – Een meedogenloos gehoor

 

Surreële wereldbeelden

Het best passende woord bij deze verhalenbundel is toch wel Kafkaësk. Als dat niet zo’n veelvuldig misbruikte en onterecht aangehaalde kwalificatie was, zou het de geest van dit werk haarfijn karakteriseren. Want Westerman Holstijn maakt indruk

Niet alleen door de verscheidenheid en diepgang van deze bundel, maar ook door de intense schrijfstijl. Die zorgt ervoor dat de lezer geboeid raakt. En meegaat in de soms erg ver gaande, maar altijd met een korreltje humor, zichzelf in de penarie stortende hoofdpersonen. Of hoofdpersonen die de over hen uitgegoten penarie niet kunnen ontwijken, wat hetzelfde vervreemdende effect heeft.

Westerman Holstijn studeerde af in biothechnologie en mariene ecologie en publiceerde verhalen in Hollands Maandblad. Hij won in 2020 met het verhaal ‘Droogte’ de Resource-literatuurwedstrijd, waarvan de jury onder leiding stond van Louise O. Fresco.

Het eerste verhaal gaat al meteen over een gedaanteverwisseling. Niet dat je wakker wordt en denkt dat je in een pad bent veranderd, nee. Maar wel dat je in je slaap overlijdt en wakker wordt als baby. Een net geboren baby zelfs, waarmee zijn ouders eerst reuze blij zijn. Maar als ze wat vreemde trekjes bij hun oogappeltje ontdekken, karaktertrekjes die al snel alarmerend worden, slaat de argwaan om in een diabolisch weten.

Op dit thema komt Westerman Holstijn terug in ‘Het syndroom van Fields’. De method-acteur Christian Fields, zoals hij zichzelf omschrijft, gaat lekker in zijn carrière. Tot er signalen uit zijn directe omgeving komen die erop wijzen dat hij zijn rollen iets te serieus neemt. Sterker nog: dat hij geen onderscheid meer maakt tussen acteren en de werkelijkheid: hij IS zijn personage worden. Tijd om bij een therapeut te rade te gaan. Heerlijk vervreemdend en droog geschreven:

“De wachtkamer was zo goed als leeg, al leek dat misschien maar zo vanwege zijn absurde grootte. Een therapeut heeft geen wachtkamer voor vijftig personen nodig, en een die zichzelf zo belangrijk vindt dat hij denkt van wel, kan beter zelf eens bij een psychiater langsgaan. Gelukkig weet ik dat Martha dit kantoor geërfd heeft. Er zitten behalve mij nog twee mannen de vergeelde tijdschriften te lezen. Ik vraag me af waar zij aan lijden. Niet aan mijn aandoening in ieder geval: ik kreeg na mijn diagnose te horen dat ik de enige ben in een straal van vijfhonderd kilometer.”

Veel, heel veel meer is er nog te analyseren en te citeren uit deze wonderlijke bundel maar dat doen we niet. Veel beter is het als u het boek zelf koopt of leent en de heerlijk bizarre wereld van deze auteur betreedt. U zult aangenaam verrast worden.

Sterren ****

ISBN: 9789021436500

Uitgeverij: Querido

Ook verschenen op Bazarow  

 

Roxane van Iperen – Eigen welzijn eerst

 

Woorden kunnen geen kwaad, toch?

Kristalhelder kritisch, zo kan dit fors uitgevallen essay het best worden gekarakteriseerd. Roxanne van Iperen steekt een thermometer in de maatschappij anno 2022. Wat ze vindt is een onaangename waarheid.

Het boekje start met deze disclaimer:

“In dit essay heb ik een grote hoeveelheid aanhalingstekens gebruikt. Die aanhalingstekens duiden niet op citaten, tenzij dit in de zin zelf wordt vermeld. Het gaat om woorden of uitdrukkingen die anno 2022 wereldwijd door invloedrijke mensen worden gebruikt om een waarheid of realiteit te verkondigen die ik niet wil overnemen, omdat ze niet door controleerbare feiten worden ondersteund. Sommige termen worden al ondubbelzinnig in het dagelijkse leven gebruikt, in Nederland of elders, en dragen daarmee bij aan bewustzijnsvernauwing, bagatellisering of het ethisch in slaap wiegen van mensen.”

Een veelzeggende alinea, omdat ‘woorden’ is waar het in deze tijd om draait. Woorden kunnen worden verdraaid. Misbruikt. Ingezet worden als gluiperige suggesties. Vreemde verbanden suggereren. Nare connotaties hebben. Hitsen. Kwetsen. Ruien. We kunnen stellen dat in dit tijdsgewricht niet alle woorden, uitdrukkingen, namen, historische zaken en politieke stromingen zoals we die denken te kennen, de vertrouwde betekenis meer hebben.

‘Newspeak’, zoals Orwell dat woord muntte, gebruiken we volop in de dagelijkse realiteit. Een woord, of taal in algemene zin, wordt door uiteenlopende groepen gebruikt. Met al even uiteenlopende doelen, bijvoorbeeld om het politieke klimaat te beïnvloeden. Positief én negatief. Dat manipuleren werkt verbazend goed. Geholpen door veel gedeelde sociale kanalen en trechterende algoritmes, beïnvloeden fake news en complottheorieën enorme groepen mensen. Het gevolg: de waarheid wordt diffuus. En meteen daarna: wat is dan eigenlijk de waarheid?

Handig ingedeeld in hoofdstukken start van Iperen met het eerste essay ‘Waar we zijn’ met twee sprekende voorbeelden:

“De tekst van een lokale verkiezingsposter voor de VVD luidt: ‘Een uitkering is een lekkere hangmat.’

FvD-leider Thierry Baudet zegt op een partijbijeenkomst: ‘Dit is het Stunde Null-moment voor onze generatie, zoals dat voor de joden in 1945 was…’”

Het zijn teksten die genieperig weliswaar suggesties wekken, maar juridisch zo doortimmerd in elkaar steken dat ze niet strafbaar zijn. Wat precies is wat de mensen achter die teksten beogen: een realiteit die hen niet bevalt, proberen te ontwrichten.

Van Iperen laat in een geschiedenislesje zien hoe het (politieke) klimaat in Nederland van openheid en tolerantie verschuift naar, laten we zeggen, andere waarden. En wat daarvan de gevolgen zijn. Zo gaan we van ‘Nativisme’ (het rechts-populisme) naar ‘de vreemdeling’ (xenofobie) naar ‘Welvaartschauvinisme’ (bang voor verlies van geld en goederen), tot aan ‘Wellness-rechts’ (sociale media influencers uit de wellness-hoek).

Die laatste categorie lijkt op het eerste gezicht wat vergezocht, maar ook hier maakt de schrijver met een gedegen onderbouwing aannemelijk dat die stroming zeker ook meewerkt aan de stigmatisering van (groepen) mensen en zelfs uit aan het groeien is tot een heuse ideologie.

Alles bij elkaar een leerzame tocht langs schuivende panelen, in een iets andere betekenis dan die de PvdA aan die term gaf in 1987. Dit boekje draagt een serieuze waarschuwing uit. Een waarschuwing die we beter serieus kunnen nemen.

Sterren ****

ISBN: 9789400409323

Uitgeverij: Thomas Rap 

Ook verschenen op Bazarow en Tiktok

 

Gerbrand Bakker – De kapperszoon

 

Superieur slap gelul

De kapperszaak. Daar is Simon elke dag te vinden tussen de spiegels, de haarwastafel en de in allerlei standen stelbare kappersstoel. Om haren te knippen, zou je denken, maar dat is niet Simons hogere doel. Oké, hij is kapper, maar dat wil nog niet zeggen dat hij rücksichtslos haren staat te knippen.

Veel liever scheert hij mensen, mannen, zoals dat vroeger ging. Hij geeft hen de barbier-experience:

“Jason wil niet alleen zijn baard bijgewerkt hebben, hij wil ook geknipt worden. Het knippen is gedaan, nu is Simon in de weer met een schaar en een fijne kam. Hij kan natuurlijk net zo goed de baard doen met een tondeuse, maar dat is niet wat de klanten willen. Die willen het gevoel hebben bij de barbier te zijn. De tondeuse, of baardtrimmer, is voor thuis. Zo nu en dan laat Simon de kam in de lucht zweven en duwt hij met een duim de huid wat op. Hij kan het niet laten, hij moet in deze hals de slagader voelen.”

Naast zijn niet al te drukbezette kappersbestaan is hij druk met het uitzoeken van de details van een vliegtuigramp en een histoire d’amour die daarmee verbonden is. Ook belt hij regelmatig met zijn nogal koele moeder. Haar probeert hij steeds wat meer saillante details over de familie te ontfutselen, maar rigide als ze is, wijst ze alles wat naar emotie riekt, bot af.

Tussen dat alles door is er De Schrijver. Daar stelt deze lezer zich een nog levende Harry Mulisch bij voor, die door de Jordaan wandelt en de deur van de kapperszaak openduwt. ‘Ting’! Harry knikt naar de barbier en zet zich neder in één van de roodlederen stoelen. ‘Knippen?’ zegt de kapper.

‘En scheren, graag.’

Er ontspint zich een spaarzame conversatie. Op die niet uitgesproken woorden heeft Simon patent. Hij kan met weinig woorden steeds minder zeggen, een voor een kapper ongebruikelijk talent. De Schrijver heeft een ander doel: hij wil een boek schrijven met een kapper in de hoofdrol. Dus wil hij weten wat een kapper zoal meemaakt, hoe de conversaties gaan, en alweer die notenswaardige details, want dat vult de lege ruimtes in een boek lekker smeuïg op.

Meer dan genoeg onderwerpen die worden aangehaald, zoals de lezer merkt. Dat is de charme, de sjeu en het aangenaam sprankelende, prikkelende, bubbelige van dit boek. Maar het is meteen ook de luchtige ondiepte en het ordinaire dat het verhaal in zich draagt. Waardoor het ondanks het op het oog ongerichte geleuter, toch een sterk compleet en plezierig diepgaande zaken aanstippend verhaal is geworden.

Sterren ***

ISBN: 9789464520019

Uitgeverij: Cossee 

Ook verschenen op Bazarow  

 

Kaye Umansky – Heksenwinkel

 

Vrolijk onverstandige kinderen

Kay Umansky was 12 jaar lang lerares op een basisschool, voordat ze schrijfster werd. In gedachten zien we haar op de laatste schooldag uitgezwaaid worden door haar klas. Kay zwaait terug, rent naar huis en gaat eindelijk, eindelijk zitten aan de schrijftafel. Met de tong tussen haar lippen en een grinnik achter uit de keel zet ze op een vers wit vel papier een avontuur op. Zo moet dit boek begonnen zijn – over een heksenwinkel.

Die titel past prima in het al eerder verschenen rijtje boeken van haar hand: Heksenweek, Heksenwens en Heksenwinter. Mocht je nog twijfelen welk onderwerp de boeken behandelen: neem het meest voorkomende woord, tel het op, deel het door 4 en zie of je ook uitkomt op ‘Heks’. Gelukt? Dan kunnen we door.

Het verhaal heeft we een tamelijk hoog onzingehalte. Dat is goed. Let wel, in sommige boeken is dat absoluut niet het geval, maar hier is onzin goed. Sterker: onzin is essentieel, want we willen niet lezen over een normale, gortdroge wereld maar juist verdwalen in een magisch wereld waar alles mogelijk is.

Elsie Pekel woont in Kleinbrugge – een saai dorp met een kleine brug. De mensen daar houden van een geeuwend leven. Maar Elsie niet. Elsie is namelijk een heks, dat is ze geworden sinds een échte heks het dorp kwam binnenwaaien: Magenta Spits. En nu kan Elsie toveren – niet dat het altijd goed gaat, maar ze probeert het wel.

Op een dag is er een nieuwe winkel in Kleinbrugge – zomaar, uit het niets. Magenta Spits is weer bezig: zij heeft de winkel in een steegje ge- min of meer -toverd. Boven de deur staat in rode, flitsende letters: ‘Spits’ Betoveringen De Winkel’. Elsie kijkt naar binnen en ziet de Toveratron 3000, een soort magie-ding met aan één kant drie kleine gaatjes, waarvan in het eerste gaatje een groen lichtje knippert. En bromt. En lijkt te spinnen.

“Elsie vraagt: ‘Waar is de gebruiksaanwijzing?’

‘Die is er niet.’

‘Waar is de aan-uitknop?’

‘Die is er niet.’ …

‘Waarom heb je de Toveratron 3000 niet een paar planken laten ophangen?’ vroeg Elsie.

‘Omdat jij moet zeggen waar ze moeten komen. En we moeten zelf alle spullen een plek geven.’

WIJ? Ik kan niet hier én in het Warenhuis werken!’

Elsie schrikt, maar in haar hart wil ze niets liever dan werken in deze rare winkel.

Een prima opstapje voor nieuwe avonturen natuurlijk, en Umansky weet daar wel weg mee. Haar schrijfstijl is vrolijk, met onverwachte wendingen, spreektaal. Dat loopt parallel met het verhaal, dat ook een onderkoelde humor heeft die het voortstuwt. De vergelijking met Roald Dahl ligt te veel voor de hand dus die laat ik weg, maar de kwaliteit en de impact op nieuwsgierige jonge hersentjes is dik in orde.

Wat wil een kind nog meer? Ik zou zeggen: niks. Behalve het boek van tafel grissen en zo snel mogelijk lezen.

Sterren ***

ISBN: 9789047713180

Uitgeverij: Lemniscaat 

Ook verschenen op Bazarow  

 

Salman Rushdie – De duivelsverzen

 

Jonglerende woordenzondvloed met gevaarlijke inhoud

In september 2022 werd het interview van Adriaan van Dis met Salman Rushie uit 1985 herhaald. Wie dat heeft gezien, kan beamen hoe ingrijpend de publicatie van ‘De Duivelsverzen’ was. Ingrijpend vooral voor de rest van Rushdie’s leven. Reli-fanatici constateerden dat het boek de Islam beledigde en riepen een Fatwa (terdoodveroordeling) over hem uit, die ervoor zorgde dat hij moest onderduiken.

Dat fanatici ook een langetermijngeheugen hebben, bleek toen in 2022 een man Rushie bij een optreden in zijn nek stak (de dader was volledig bij zinnen en handelde rationeel, in overeenstemming met zijn diepste levensopvattingen). 

De schrijver overleefde het, maar het toont aan hoe ver nog steeds de verschillende opvattingen van ‘religie’ uit elkaar liggen. De vraag of Rushdie spijt had dat hij zijn omstreden boek had gepubliceerd, heb ik bij van Dis niet gehoord, maar ik vermoed dat het antwoord ‘nee’ luidde. Niet zwichten voor terreur. Het vrije woord moet verdedigd worden. Zoiets.

Die recente aanslag was schokkend, maar heeft ook iets positiefs: over de hele wereld komt weer aandacht voor ‘De Duivelsverzen.’ In Nederland had uitgeverij Pluim moedig al besloten een nieuwe uitgave uit te brengen, en die editie lezen we nu. Dankzij genoemde fanatici gaan we natuurlijk eerst op zoek naar de tekst die zo onvergeeflijk was dat er iemand voor moest sterven. Onbegrip is helaas in ruime mate over onze aarde uitgestrooid.

De titel van dit boek slaat op een apocriefe openbaring in de Koran (verbonden met soera 53) die door Iblis (satan, de duivel) in de vorm van drie godinnen (of engelen) aan Mohammed zou zijn ingefluisterd. Vandaar de naam: duivelsverzen. Zijn antwoord op de vraag hoe hij die drie godinnen (of engelen) zag, zou hebben geluid: ‘Je mag tot hen bidden.’

Daar zit ‘m de crux: als je tot drie godinnen zou mogen bidden, houdt dat in dat je naast Allah ook tot andere goden zou mogen bidden, wat het monotheïsme (waar de Koran onwrikbaar op gestoeld is) ernstig in de weg zit. Dat is voor fundamentalisten (de naam zegt het al) onverteerbaar, en dus werd Rushdie een doelwit. Uitgebreidere informatie over deze complexe duivelsverzen-materie vind je in deze uitstekende uitleg.

Genoeg gereligineuzeld, we leggen het boek langs de literaire meetlat. Want qua verhaal is er veel meer te beleven: Boven Engeland ontploft een gekaapt vliegtuig. Onder veel meer lazeren twee mensen naar beneden: de beroemde acteur Djibriel Farisjta en Saladin Chamcha. Zij vallen in het Kanaal maar brengen het er levend vanaf door aan de Engelse kust aan te spoelen. Ze leven nog. Sterker: Djibriel krijgt na enige tijd een Jezus-aureool terwijl Chamcha duivelse kenmerken gaat vertonen. Het is duidelijk: hier is een goed versus kwaad-situatie geboren.

Dat klinkt als een simpele vertelling. Maar Rushdie houdt de lezer bij de les. Vanaf het begin sprankelt het boek, spatten de volzinnen van het papier, laten de levendige beschrijvingen prachtige beelden in het hoofd van de lezer ontstaan, wisselen tragiek en humor elkaar af, en omwikkelt de auteur de lezer als een python – ontsnappen is niet meer mogelijk – om hem/haar zonder pardon het verhaal in te trekken.

Enthousiast als dat overkomt, is toch enige terughoudendheid op zijn plaats. Rushdies proza is niet het makkelijkst leesbaar. Hij bouwt prachtig kronkelige zinnen die soms halve bladzijden lang doormeanderen, heldere beelden opwekkend maar tegelijk de opnamecapaciteit en het intellectuele vermogen van de lezer ernstig op de proef stellend. Voorbeeldje van een erudiete passage? Welja.

“Het draaide allemaal om de liefde, overdacht Daladin Chamcha in zijn studeerhok: liefde, de weerbarstige kalle uit het Carmen-libretto van Meilhac en Halévy en een van de fraaiste exemplaren in de Allegorische Volière die hij in luchthartiger dagen had samengesteld, – die onder zijn gevleugelde metaforen ook de Storm telde (van de Franse Revolutie), de Spot (hijzelf als flatteuze imitator), Chajjam-FitzGeralds Vogel van de Tijd (die al bijna vliegen kan, en zie! hij is in de lucht) en de Obscene; deze laatste uit een brief die Henry James Sr. aan zijn zoons had geschreven… ‘Een man hoeft slechts zijn intellectuele tienertijd te bereiken, of hij gaat vermoeden dat het leven geen klucht is; dat het zelfs geen elegant blijspel is; dat het integendeel bloeit en vrucht draagt uit de onpeilbare tragische diepten van wezenlijk gebrek waarin de wortels steken van wie het leeft. Iedereen die is staat is tot geestelijk leven, wacht als erfgoed een onontgonnen bos waarin de wolf huilt en de obscene vogel van de nacht kwettert.’ Knoop dát in je oren, kinderen. – En in een afzonderlijke, maar aangrenzende vitrine met voorkeuren van een vrolijke Chamcha, fladderde een gevangene uit de hitparade va de bubblegummuziek de Felle Ongrijpbare Vlinder, die l’amour bedreef met l’oiseau rebelle.”

In de loop der jaren heeft ‘De Duivelsverzen’ (waarschijnlijk vooral dankzij de negatieve publiciteit) miljoenen lezers getrokken, die lang niet allemaal het verhaal tot een goed einde hebben gebracht. U bent dus gewaarschuwd: het is even doorbijten maar dan hebt u ook iets. Een prachtverhaal over goed en kwaad, atheïsme en theïsme, pro en contra en vooral een geweldig pleidooi om voor jezelf op zoek te gaan naar wat het leven de moeite waard maakt. Zonder beperkingen.

Sterren ****

ISBN: 9789493304178

Uitgeverij: Pluim 

Ook verschenen op Bazarow  

 

Hervé le Tellier – Anomalie

 

Gedachtenexperiment vol existentiële vragen

Deze man kan schrijven, stellen we al in de eerste alinea vast, maar naarmate we verder lezen moeten we die overtuiging snel bijstellen: Hervé le Tellier schrijft briljant. Hij is als taalkundige en wetenschapsjournalist bij het Nederlandse publiek misschien minder bekend maar in zijn thuisland Frankrijk schreef hij al twintig boeken. Anomalie won de belangrijke Franse prijs Prix Goncourt; er werden er in Frankrijk meer dan een miljoen van verkocht.

En het is een sterk verhaal (in beide betekenissen) dat hij opdist. Een verhaal waarin een onwaarschijnlijk voorval best echt gebeurd zou kunnen zijn, en een wereldwijde angstreactie zou kunnen hebben veroorzaakt. Tip voor de streamingsdiensten: dit is heet materiaal om te verfilmen.

Het plan waarmee Hervé aan de slag ging moet geen achterafmiddagideetje zijn geweest, daarvoor zit dit boek te doortimmerd in elkaar: op een Air Francevlucht van Parijs naar New York komt een vliegtuig terecht in een monsterstorm. De zes hoofdrolspelers in deze waanzinnige mengeling van sciencefiction, literatuur en thriller komen levend uit het noodweer tevoorschijn, maar in een heel andere realiteit. En toch weer niet.

Deze plot zou zo uit een obscuur sciencefiction-blaadje kunnen komen: tijdens de storm zorgt een timeworp (of zoiets) ervoor dat er van het ene opgestegen vliegtuig twee vliegtuigen gaan landen. Met exact dezelfde passagiers en bemanning. Klein detail: er zit een paar maanden verschil tussen de beide landingen. We hebben dus twee identieke bemanningen van de vliegtuigen, elk een dubbelganger van de andere vlucht, alleen zijn ze met een paar maanden verschil uit de lucht gekomen. Daar vallen veel filosofische bespiegelingen over te bedenken, en dat doet Tellier dan ook.

Het is vergezocht. Het is onwaarschijnlijk. Maar toch maakt le Tellier er een gave, thriller-achtige vertelling van die (net) binnen de grenzen van de logica valt. Knap bij dit boek is dat de kerngebeurtenis zo onwaarschijnlijk is als de neten, maar je als lezer toch meegaat in de gevolgen. Die zijn vanzelfsprekend desastreus.

Want in het pararoïde Amerika rinkelt meteen het hoogste alarm, het Pentagon wordt gewaarschuwd, en de belangrijkste: Mr. President. Die krijgt geen naam maar komt naar voren als een grote onbehouwen man met een blonde haardos aan wie de helft van de metafysische uitleg over dit rare probleem voorbijgaat, maar die wel actie wil. Al heeft ie geen idee wat voor actie.

Ook alle andere veiligheidsdiensten ter wereld richten hun pijlen op wat er in Amerika gebeurt. En de wetenschappers – een anomalie, mon dieu! Bij het uitwerken van de gevolgen voor de passagiers, stipt Tellier veel ethische en onethische punten aan over menselijke waardigheid. Hoe ver mag een overheid gaan bij het onder het tapijt vegen van de waarheid? Mogen mensen opgesloten worden? Monddood gemaakt?

Hij heeft ook iets te zeggen over overheden, fijn puntig, bijvoorbeeld over Lagos:

“En elke zomer, als de stortregens komen, als de straten veranderenin een stinkend moeras, wordt iedereen eraan herinnerd dat Lagos ‘meren’ betekent in het Portugees. Al tientallen jaren is de stad aan zijn lot overgelaten, en zo corrupt dat buitenlandse weg- en waterbouwbedrijven geen contracten met de lokale overheden willen sluiten. Zelfs de staat heeft het opgegeven; al vijf jaar lang is er geen enkele Nigeriaanse president naar Lagos gekomen.”

Kortom, een erg interessant studiecase, met verve, vileine humor en scherp op de snede. Het zet de lezer aan het denken. Met af en toe een grinnik, maar veel vaker een frons.  

Sterren ****

ISBN: 9789401615891

Uitgeverij: Xanderr 

Ook verschenen op Bazarow