André Verkaik – Concertina

Een afrekening in het justitiële milieu

Geheel toevallig, en omdat ik dit boek ging lezen, googelde ik het woord ‘Concertina’. Dat is “Een op een trekzak gelijkend muziekinstrument…” Pas de tweede betekenis kon ik met het boek associëren: “NATO prikkeldraad BTO-22”, dat overigens 42,99 euro per 150 meter kost, gratis thuisbezorgd. Verkaik licht in zijn voorwoord toe dat dit vlijmscherpe prikkeldraad op gevangenissen en detentiecentra wordt geplaatst om uitbraken te voorkomen. Ook spreekt hij de hoop uit dat zijn verhaal bijdraagt aan bezinning over de omgang met kwetsbare vreemdelingen.

Detentiecentra, bewakers en gedetineerden, in die wereld begeven we ons dus. Een aparte wereld, zo blijkt. Hoofdpersoon Gershon Weening is wachtcommandant in detentiecentrum Zeist en krijgt te maken met de gevolgen van de brand in het cellencomplex Schiphol-Oost in 2005. Daarbij komen elf gedetineerden om en raken vijftien gedetineerden en bewakers gewond. Een aantal van die gedetineerden belandt in kamp Zeist.

Verkaik baseert zijn roman op deze waargebeurde geschiedenis. Weening, die het alter ego van Verkaik lijkt te zijn, krijgt de gedeeltelijke verantwoordelijkheid voor de nieuwbakken gedetineerden in Zeist. Geen sinecure, want bij het personeel in Zeist staan niet alle neuzen dezelfde kant op. Integendeel: de gedetineerdenbewakingsbranche lijkt niet de meest capabele werknemers aan te trekken. Weening moet opboksen tegen onverstandige collega’s, bureaucratische chefs en een wazig beleid. Als hij constateert dat gedetineerden van naam en cel wisselen met allerlei risico’s tot gevolg, zet hij dat in een mail aan alle afdelingshoofden van het gebouw.

Heel handig is dat niet. Weening moet zich verantwoorden, de collega’s voelen niet met hem mee of saboteren hem zelfs, en de leiding legt zijn functioneren onder een vergrootglas. Na een incident verergert de toch al Kafkaëske sfeer en alsof dat niet erg genoeg is, gaat zijn directe leidinggevende hem steeds onheuser bejegenen.

Verkaik geeft geen gunstig beeld van het milieu binnen een detentiecentrum. Ook de sturing van bovenaf, justitie dus, laat te wensen over. Gevangenen en bewakers worden tegen elkaar uitgespeeld met als slachtoffer de vaak hulpeloze gedetineerden. De verdienste van dit boek is licht werpen op dat milieu. Wat daar helaas afbreuk aan doet, is de taaie stijl:

“’Welkom in het hotel van de minister van Justitie, stelletje hoeren!’ De zenuwachtig lachende stem van de portier schalde blikkerig vanuit de intercom de mannen van de dagploeg tegemoet terwijl ze de loge van gebouw 5 benaderden. De verwensingen die de portier oogstte ketsten af tegen de dikke kogelvrije glaswand die hem van de binnenkomende bewakers scheidde.”

Een goede redacteur had zo’n stapelende jongensboekenstijl kunnen stroomlijnen. En in één moeite door de grammatica nakijken. Tip voor het volgende boek wellicht. Afgezien van dat verhelpbare probleem is het boek een rake aanklacht tegen misstanden in de justitiële sfeer. De oppervlakkige lezer zou het boek trouwens ook kunnen lezen als een persoonlijke afrekening in het justitiële milieu, maar dat lijkt me onjuist. Daarvoor is de wens van Verkaik om met bezinning om te gaan met kwetsbare vreemdelingen, te oprecht. Laten we hopen dat die bezinning er snel komt.

Sterren **

ISBN: 9789492575814

Uitgeverij: Calbona

Ook verschenen op Bazarow 

Philip Pullman – Het boek van stof – La Belle Sauvage

Gelaagde avonturen in een steeds rijker universum

De prijs voor origineelste nieuwe boekenterm gaat dit jaar naar Philip Pullman. Hij noemt het nieuwe boek van de Noorderlicht-serie geen “prequel” of “sequel”, maar “equel”. Dit omdat het eerste deel van deze nieuwe trilogie ruwweg 10 jaar voor het eerste deel van de Noorderlicht-serie gesitueerd is, en de andere twee delen juist ná de serie zullen spelen. Volgt u het nog? We gaan gewoon lezen.

Hoewel, gewoon lezen is eigenlijk beledigend voor Pullman. Zijn verhalen hebben meerdere lagen, verwijzingen naar klassiekers, een flirt met exacte wetenschappen en aanknopingspunten met historische figuren en gebeurtenissen. Een voorbeeld: (middelbare scholieren, de ‘verklaar de titel’-vraag!) La Belle Sauvage is behalve de naam van de boot van de hoofdpersonen, ook de naam van een 14e eeuwse herberg/playhouse in Londen, waar op de binnenplaats (toneel)stukken werden opgevoerd.

Het is slechts een detail in het rijke universum dat Pullman rond zijn heldin Lyra optrekt. In dit deel maakt de nieuwe held Malcolm zijn opwachting. Deze roodharige, slimme, nieuwsgierige zoon van een kroegbaas heeft de pech dat hij ingeklemd raakt tussen verschillende groepen mensen met elk hun tegengestelde belang bij (hier nog de baby) Lyra. De goede nonnen verzorgen in het klooster verderop langs de rivier het baby’tje Lyra, terwijl de sinistere employees van het Magisterium en Mrs. Coulter juist dit meisje zoeken. Malcolm moet Lyra redden. Samen met barmeisje Alice en de baby vaart hij met dat doel de woelige wateren op. Die worden vooral woelig door een dreigende storm plus overstroming van Bijbelse proporties. Dat lijkt niet goed te gaan aflopen.

Ook de hoofdschurk heeft baat bij een slechte afloop. Deze op het oog normale gentleman heeft een ronduit duivels karakter. Hij deinst nergens voor terug om zijn zin te krijgen en is een geduchte tegenstander voor Malcom en zijn crew. In deze levensecht neergezette figuur doemen een boel kwade eigenschappen op die ook in onze huidige maatschappij aanwezig zijn; wat dat betreft legt de schrijver angstig actueel de vinger op zere plekken. Er zijn trouwens meer trekjes in Malcoms wereld die aan de onze doen denken. Uitgebreid wordt aandacht besteed aan het feit dat het verschil tussen arm en rijk groter wordt, dat er veel criminaliteit heerst, en dat we de dreiging van klimaatverandering niet mogen negeren.

Interessant, maar sommige uitweidingen doen het verhaal geen goed. Na het sterke begin ebt de spanning halverwege het boek geleidelijk weg. Dat kan komen omdat Pullman nog tweederde trilogie moet schrijven en dus zijn kruit droog houdt. Maar iets meer kruit verschieten had dit eerste deel wel smeuïger gemaakt.

Niettemin, desondanks, echter, haast ik me te benadrukken, is het boek absoluut het lezen waard. Alleen al qua ideeënrijkdom ontstijgt het menig kinder- en volwassenenboek. En als je van de eerste drie delen van de Noorderlicht-serie hebt genoten, is deze nieuwe start een onmisbare eh equel. Ik zie in elk geval met nauwelijks bedwongen ongeduld het volgende deel tegemoet.

Sterren ****

ISBN: 9789044635089

Uitgeverij: Prometheus

 

Ook verschenen op Bazarow 

 

Karin Luiten – De vrolijke tafel

Simpel, sexy en snel volle tafels voor elk feestje

Is dit het ultieme kookboek voor de feestdagen? Voegt het iets toe dat Nigella, Jamie, Gordon en Rudolf nog niet in één van hun boeken hebben genoemd? Er zal vast overlap zijn, maar deze Vrolijke tafel,  heeft absoluut bestaansrecht. Behalve het op zich al unieke ‘zonder zakjes en pakjes’-concept laat het zien hoe je soepel een gevulde tafel maakt voor een groep gasten.

Na het zeer praktische Slim zónder pakjes en zakjes, testten wij met het oog op de naderende feestdagen De vrolijke tafel. We begonnen met de Franse Lunch. Voortreffelijk idee om die naar een Nederlandse zondagmiddag te importeren en met een aantal mensen te savoureren, so to speak. Wij maakten niet alles uit het boek, alleen de Crudités en de Poulet aux olives et vin blanc. Beide in voldoende volume om van rond te komen, dat dan weer wel. Heerlijk. En het mooie, zoals Karin zelf ook opmerkt: je hoeft ’s avonds niet meer aan de uitgebreide maaltijd. Een salade of iets lichts is ruim voldoende. Gaan we vaker doen.

Mooi onderwerp in het boek is ook de kerstkookstress, één van de ellendes rondom de twee gezelligste dagen van het jaar. Menige kok(kin) vertilt zich bij het maken van het traditionele kerstmenu aan waanzinnig ingewikkelde receptuur en/of ontoereikend keukengereedschap. Inzakkende souffle’s, verbrande kalkoen, te stijf bevroren toetjes en een bar humeur is vaak het gevolg.

Niet nodig, zo leren we uit De vrolijke tafel. Ook voor de onhandige keukenknutselaar (wie, ik? Ja jij) is er hoop. Ik zou kerst dit jaar kunnen beginnen met Tomatenbouillon met paddenstoelen en sesamlepeltjes omdat het er zo lekker uitziet. De hoofdmoot worden de Stapeltaartjes van eend en hete bliksem. Daarvan kun je de smaak al bijna op je tong voelen als je het recept leest – bovendien lijkt het zelfs voor mij een recept dat zonder bloedvergieten uit te voeren is. Het dessert, de Bûche de Noël, likkebaardend lekker op de foto, zal een geduchte concurrent worden voor de Vienetta.

Het boek staat vol met dit soort voorbeelden van elegante manieren om lekker eten aan een groepje mensen voor te zetten. Bovendien is het handig ingedeeld in soorten evenementen als: Verjaardag, Picknick, Theefeestje of Vrijdagmiddagborrel. Iets exotischer kan ook met het Tempo Doeloe hoofdstuk, of de Curry Night. Even bladeren en je kunt aan de slag. Wat wil een thuiskok nog meer?

Sterren ****

ISBN: 9789046821619

Uitgeverij: Nieuw Amsterdam 

 

 

Ook verschenen op Bazarow 

 

Peter Buwalda – De kleine voeten van Lowell George

De kunst van het oeverloze afdwalen

De columnist heeft een stressvolle baan. Het is zijn/haar taak dagelijks, wekelijks of maandelijks een afgerond stuk tekst van een vooraf bepaald aantal woorden af te scheiden om de speciaal hiervoor gereserveerde lege rechthoek in een krant of tijdschrift mee te vullen. Dat stuk moet bij voorkeur memorabel zijn, als het even kan geestig, het moet hout snijden, eventueel aansluiten bij de actualiteit, de lezer aan het denken (en aan het reageren) zetten, en het medium waar het in verschijnt, extra glans geven. Ga er maar aanstaan.

Peter Buwalda staat eraan. Met verve fabriceert hij columns die in de Volkskrant verschijnen en aan alle voorwaarden hierboven voldoen. Sterker, hij overtreft ze regelmatig. Dat is eenvoudig te constateren door zijn gebundelde columns te lezen. Het roept wel de vraag op: wat maakt zo’n stukje tekst zo goed?

Humor is een goede, niet noodzakelijk eerste voorwaarde. Buwalda past dat al in column numero uno in het boek toe: “In mijn eentje bewoon ik een groot, smerig kasteel. Daarom heb ik op advies van de Gemeente Reinigingsdienst een schoonmaakster in de arm genomen. Gisteren had Carmen haar eerste werkdag. Ze zou er om elf uur zijn. Op een laag vuilnis van anderhalve meter lag de kasteelheer kalm urinerend op haar te wachten. Ze was laat.” De groteske beeldspraak gemixt met enige overdrijving verzorgt hier een sfeer van humoristische wanhoop waarin de schrijver verkeert: hij tast ook maar wildweg in het duister.

Onvoorspelbaarheid helpt een column ook snel hogerop. Wederom in de boreling, slaat de schrijver een hilarisch zijpad in wanneer de schoonmaakster zijn adres niet kan vinden: “Geen idee wie lang geleden mijn straat van huisnummers heeft voorzien, maar het was geen genie. Of juist wel. Een wilde denker die precies hier, in deze eenvoudige wijk, het numerieke stelsel omver wilde werpen, wat hem uitstekend gelukt is, want niemand kan er iets vinden, ook TomTom niet.”

Dan de kunst van het afdwalen, misschien wel de grootste verdienste van een begaafd columnist. Die kunst maakt een schrijfsel wispelturig, lichtvoetig, verrassend en pittig. Hoe onvoorstelbaar de verleiding ook aan mij trekt deze hele bespreking vol te plempen met relevante citaten, beperk ik me toch tot slechts één voorbeeld. In “Uitboorling” bezoekt de schrijver de tandarts. Toevalligerwijs komt er juist een “migrantenjongen” uit de behandelkamer. De arme jongen kampt met een pijnlijke kies, die bij de kaakchirurg verder verwijderd zal moeten worden. Medelijden neemt direct de overhand, alsmede wilde fantasie:

“Was ik nu maar Gerard Reve. Ik zou het gewonde woestijnprinsje met een ernstig gezicht in mijn bakfiets tillen, zijn hagelwitte trimschoentjes slapjes over de rand, en hem hees toeprevelend naar mijn afgelegen kasteel vervoeren. Daar, op een tuinstoel in het koetshuis, zou ik hem, voorzien van een slabbetje en een glaasje kraanwater, met een roodgloeiende waterpomptang verlossen van zijn zieke kieswerkje, waarna hij nog een week inpandig moest blijven, voor een volledig herstel, maar ook om mij, zijn wrede chirurgijn, langdurig in natura schadeloos te stellen voor de genoten medische zorg.”

Peter komt er wel, die conclusie kunnen we zonder al te grofschalige risico’s wel poneren. Mij bezorgt hij in elk geval met zijn ludieke, armenzwaaiend om zich heen wiekende taal een brede glimlach. En dan prijs ik nog niet eens het slotstuk van het boek. Laat ik het zo zeggen: als u van blues houdt, is dat net iets voor u. Zo niet, dan ook.

Sterren ***

ISBN: 9789023444008

Uitgeverij: Bezige |Bij

 

Ook verschenen op Bazarow 

 

Stephen & Owen King – Schone slaapsters

Goed geschreven maar onwaarschijnlijk verhaal

Het is een terugkerend fenomeen bij Stephen King: de plots in zijn boeken variëren in geloofwaardigheid. Neem Misery, waarin een doorgedraaide fan van een schrijver dezelfde schrijver gijzelt en hem dwingt een boek speciaal voor haar te schrijven. Dat is voorstelbaar. Neem Gevangen, waarin van het ene op het andere moment een ondoordringbare glazen koepel over een stadje komt te staan. Als een Berlijnse muur houdt die koepel alle ongelukkigen binnen het glas, en alle anderen daarbuiten. Dat is niet voorstelbaar.

In Schone Slaapsters is de plot als volgt: Als vrouwen (alle vrouwen op aarde) in slaap vallen, worden ze langzaam omhuld met een coconachtig weefsel – en ze worden niet meer wakker. Het virus verspreidt zich vanuit een vrouwengevangenis in Amerika over alle gevangen, op één na: Evie. Is zij de oorzaak van het virus of een medische rariteit? Ondertussen ontwaken de vrouwen die in slaap zijn gevallen in een compleet nieuwe wereld.

Oké. Zo blanco mogelijk slaan we het boek open en dalen – langzaam, heel langzaam – af in het verhaal. Het verhaal is namelijk omslachtig. Ook dat is niet nieuw bij Stephen King; een gemiddeld boek van hem is al snel 400 pagina’s dik en dat komt niet omdat hij snel to the point komt. Prettige verrassing wel: de dialogen zijn redelijk goed. Dat maken we weleens minder mee bij King – zijn figuren komen soms rechtstreeks uit de karikatuurbibliotheek. Ook met de opbouw van het verhaal is niets mis. Ik vermoed dat we hier te maken hebben met de positieve invloed van zoon Owen King. Want dat is hier een nouveauté: vader en zoon King hebben samengewerkt in Schone Slaapsters.

Helaas moeten we echter toch concluderen dat het verhaal iets te veel inlevingsvermogen vergt om in mee te gaan. Het begin is nog voorstelbaar: een virus verspreidt zich onder vrouwen in de gevangenis. Al snel weet iedere vrouw dat ze beter niet kan gaan slapen, want anders overdekt wordt met het mysterieuze coconachtige weefsel. Een voorspelbare strijd tegen de slaap begint, op z’n Amerikaans met veel legale en illegale soft- en harddrugs. Hebben we zo’n strijd niet eerder gezien? Jazeker, het is The invasion of the body snatchers all over again.

Evie is de enige vrouw die geen last heeft van het virus, maar zij is dan ook een soort Wonder Woman. Ze is beresterk en staat mentaal in verbinding met een superwezen. Hm-hm, denk je dan, en je leest de toepasselijke gedachten van Clint de gevangenispsycholoog: “Het complete raamwerk van logica dat hij had opgebouwd was zo gammel dat Clint zich afvroeg in hoeverre Billy, Rand, Tig en Scott er echt in geloofden; waarschijnlijk snakten de cipiers naar iets waarop ze zich konden storten te midden van deze crisis, die even onwerkelijk als nachtmerrieachtig was.”

Het wachten is dus tot alle andere vrouwen die hun ogen niet meer open kunnen houden en in slaap zijn gestort, wakker worden. En wat dan? Even geduld lezer, tot pagina 826. Dan hebben vader en zoon King hun lappen tekst tot een geheel gesmeed en komen tot een afronding. En een nawoord. Helaas laat dit stuwmeer aan woorden ook aan het eind geen blijvende indruk achter. Misschien had de uitgever vooraf moeten uitleggen dat duoschrijven niet per sé hoeft te leiden tot een spannend, of een twee keer zo dik boek.

 

Sterren ***

ISBN: 9789044353037

Uitgeverij: The House of Books 

 

Ook verschenen op Bazarow 

 

Saki – De complete verhalen van H.H. Munro

Op het randje van de moderne tijd

Ergens rond 1986 moet het geweest zijn, dat ik in een dikke blauwe bundel met Verzameld Werk van Saki (pseudoniem van H.H. Munro) zat te lezen. Ik herinner me krachtige, welsprekende verhalen. Maar niet bepaald moderne literatuur – de eerste verhalen zijn rond 1905 gepubliceerd. Nu is er een nieuwe uitgave. Zou de tijdgeest van deze verhalen zich door een moderne vertaling laten updaten?

Tsja. De verhalen zijn sterk, maar ademen nog steeds de oude sfeer uit het begin van de 20e eeuw. Is dat erg? Ja en nee. Van Shakespeare ’s werken genieten we tot op de huidige dag en die zijn behoorlijk wat ouder. Maar zo doortimmerd en door tijdloze thema’s geschraagd, dat ze ook het publiek van 2017 moeiteloos raken. Van Saki’s werk kun je zeggen dat het humoristisch is, vilein, een trefzekere weerspiegeling is van een welgesteld Engels maar niet noodzakelijk intellectueel milieu, én uiterst scherp geformuleerd, maar tijdloos? Nee.

De liefhebber zal dat worst zijn en leest deze verhalen zoals ze bedoeld zijn: een messcherpe ontleding van een Brits pseudo-upperclass milieu. In die kringen laat Saki de dandy Reginald los, niets minder dan een enfant terrible. Hij heeft de gave om briljant bijvoorbeeld burgerlijke gastvrouwen in een paar dodelijke zinnen weg te zetten. Zoals mevrouw Babwold: “Haar man tuiniert in alle weersomstandigheden. Wanneer een man in de stromende regen naar buiten gaat om rupsen van de rozenstruiken te vegen, dan kan ik me over het algemeen niet aan de indruk onttrekken dat zijn leven binnen iets te wensen overlaat; in ieder geval is het erg onrustig voor de rupsen.”

Reginald speelt de hoofdrol in de verhalen op de eerste 130 bladzijden van De complete verhalen; wat voor mij de beste stukken zijn. In soepele zinnen laat Saki hem gebeeldhouwd formuleren: “Er zijn verschillende manieren om teleurstellingen te verwerken. Ik heb een meisje gekend dat een rijke oom tijdens een langdurige ziekte verpleegde, wat door haar met christelijke lijdzaamheid werd gedragen, en toen stierf hij en liet al zijn geld na aan een ziekenhuis voor vlekziekten. Ze had het gevoel dat haar voorraad lijdzaamheid inmiddels nagenoeg was uitgeput en nu houdt ze poëziemiddagjes.”

De andere verhalen in het boek zijn verzameld in vier andere onderdelen: De kronieken van Clovis, Beesten en Superbeesten, Het Vredesspeelgoed en Het Vierkante Ei. Erg leuk om weer eens te lezen, maar op driekwart zie je de zinswendingen en de ‘wink-wink, nudge-nudge’-grapjes wel aankomen. Bovendien ga je je afvragen of de inhoud van dit boek niet ernstig tegen de houdbaarheidsdatum aanleunt. Tip: pak af en toe een verhaaltje mee, ‘for old time’s sake’, dan is het te doen.]

Ook gepubliceerd op Bazarow 

 

Sterren: ****

ISBN: 9789044635225

Uitgever: Prometheus