Matthijs Kleyn en Harmen van Straaten – Ik zoek een kusje

Een dierentuin vol kussers, maar wie kust het lekkerst?

Keesje zoekt een kusje, net zo’n zacht en lief kusje als mama altijd geeft. Papa wil ook graag kusjes geven. Maar zijn baard is hard en prikkelig, dat voelt helemaal niet fijn. Als Keesje samen met zijn vader in de dierentuin is, gaat Keesje op zoek naar een zacht en lief kusje. Dat is nog niet zo makkelijk.

De lekker springerige illustraties van Harmen van Straaten zijn een feest voor het oog. Keesje staat in het middelpunt met zijn schoenen-met-veters, rode trui en alle kanten op wijzend blonde haar. De dieren die hij in de dierentuin tegenkomt, zijn herkenbaar maar toch met een vrolijke gekheid die vooral in de ogen tot uiting komt.

Het verhaal ligt redelijk voor de hand: Keesje gaat de dieren langs op zoek naar de zo geliefde mama-kusjes. Natuurlijk lukt dat niet. Elk dier wil wel een kusje geven, maar de kusjes hebben allemaal hun eigen karakter dat bij het dier past, wat maakt dat ze geen van allen tot een tevreden Keesje leiden.

De tekst is op rijm,

“Kees loopt door de dierentuin

en blijft ineens weer staan.

Voor hem staat een olifant

te drinken uit een kraan.

‘Dag olifant, ik zoek een kusje

en nu zie ik uw grote snuit.

Ik durf het bijna niet te vragen,

maar komen daar ook kusjes uit?’”

met als gevolg dat door de rijmdwang de zinnen soms wat onnatuurlijk overkomen. Daar staat tegenover dat de rijmpjes beter blijven hangen dan ‘losse’ woorden, wat weer gunstig is voor een betere opname door het kinderlijke denkraam. Hoe loopt het af met onze nieuwsgierige Kees, welke dieren komt hij allemaal tegen en vindt hij zijn felbegeerde zachte kusje nog? De kleintjes voor wie het verhaal bedoeld is, kunnen zich heerlijk verliezen in de zoektocht. Verschillende dieren met verschillende soorten kusjes, en als je het leuk vindt begin je gewoon opnieuw. Een jottem geestelijke speeltuin voor kinderen, dit.

Sterren: ****

Uitgeverij: van Goor

Ook verschenen op De Leesclub van Alles

Elena Ferrante – Het leugenachtige leven van volwassenen

Naturel relaas over verlies van onschuld

Het werk van Elena Ferrante behoeft geen krans – al haar boeken zijn bestsellers, veelgelezen en geliefd. Alleen is er niemand ooit achter haar (of zijn) identiteit gekomen, tot op de dag van vandaag. Is dat erg? Nou nee. De boeken spreken voor zich en hebben op eigen kracht een fors lezerspubliek bereikt. En nu ligt deze nieuwgeborene op de tafels in de boekhandel, wachtend op de begerige ogen van de lezers.

To the point dan maar: die lezers kunnen met een gerust hart dit boek van de stapel grissen. Het leest als een trein, het verhaal omvat alles: emotie, haat, liefde, jaloezie, woede, ontluistering, schaamte, berouw, zonde, onschuld, verraad en catharsis. Een voorbeeldje maar meteen. De springerige gedachten van de dertienjarige hoofdpersoon Giovanna:

“Ondertussen leerde ik om steeds beter voor mijn ouders te verbergen wat ik meemaakte. Of liever, ik perfectioneerde mijn manier van liegen door de waarheid te zeggen. Natuurlijk deed ik dat niet met een licht hart, het deed me verdriet. Wanneer ik thuis was en hen door de kamers hoorde lopen met de gebruikelijke tred waar ik zo van hield, wanneer we samen ontbeten, lunchten, dineerden, had mijn liefde voor hen de overhand, ik stond altijd op het punt om te schreeuwen: papa, mama, jullie hebben gelijk, Vittoria verafschuwt jullie, ze is wraakzuchtig, ze wil me bij jullie weghalen om jullie pijn te doen, houd me tegen, verbied me om met haar af te spreken. Maar zodra ze met hun hypercorrecte zinnen begonnen, met die ingehouden toon van hen, alsof achter echt elk woord andere waarachtigere woorden verborgen zaten waarvan ze mij afsloten, belde ik stiekem Vittoria om iets af te spreken.”

Giovanna is de dochter van twee welgestelde ouders, die haar met liefde grootbrengen, goede manieren bijbrengen en blij zijn dat ze op school goed mee kan. Op een kwade dag hoort Gionanna haar ouders spreken over tante Vittoria: het volkomen tegenovergestelde van haar ouders. Vittoria is een volksvrouw die volop vloekt en tiert en zeer ongenuanceerde meningen ongevraagd te berde brengt, vooral als het gaat om Giovanna’s gedachte keurige ouders.

Misschien niet erg handig maar als dertienjarige is je relativeringsvermogen nog redelijk rudimentair, dus zoekt Giovanna tante Vittoria op. En zoals verwacht gaat de tante volledig los op Giovanna’s ouders. Alle verborgen gebreken van mama en papa somt ze op, en meer. Daarmee dit kind een geheel ander beeld van haar ouders toedienend. Twijfels slaan tentakels in haar brein: hoe heeft ze altijd naar haar ouders gekeken en hoe moet ze dat voortaan doen?

Ferrante leidt de gedachtegang van het hoofdpersoontje met strakke hand alle kanten op. Van onvoorwaardelijk loyaal aan haar ouders tot rigoureus afwijzend van die twee nepmensen. Ze zijn helemaal niet zo nobel als ze zichzelf voordoen. Giovanna krijgt verschillende waarheden te horen, het is aan haar om daar een samenhangend beeld uit te kiezen. Aldus zien we de vermindering van Giovanna’s onschuld bladzijde na bladzijde, steeds iets verder gebeuren. Gaat ze helemaal afglijden, of komt ze nog tot bezinning? Lees, geniet van de kleurrijke taal en verdwijn in een volwassen wordend puberbrein.

Sterren: ****

ISBN: 9789028450790

Uitgeverij: Wereldbibliotheek

 

Arend van Dam – De diamant van Banjarmasin

Arend van Dam – De diamant van Banjarmasin

Wetenswaardige maar minder spannende bundel

Het is Kinderboekenweek 2020 en zoals elk jaar hoort daar het Kinderboekenweekgeschenk bij. Arend van Dam schreef het, Anne Stalinski maakte de illustraties erbij en samen houden ze zich aan het thema ‘En toen’.

Schrijven over geschiedenis is bij Arend van Dam in goede handen. Hij is een gekend auteur in het Nederlandse kinderboekenschrijverslandschap. Eén van zijn recente titels is ‘Hoe fel de zon ook scheen’, een prachtboek met verhalen over de Tweede Wereldoorlog. Hij laat in die bundel subtiel zien dat een oorlog niet zwart/wit, goed/fout is, maar een geniepige wisseling van de macht die veel mensen nog lang na een oorlog ongelukkig maakt.

Zo’n boek is ‘De diamant van Banjarmasin’ niet. In zijn voorwoord legt hij van Dam uit dat hij acht verhalen bundelt die allemaal gaan over reizen. Mensen komen en gaan, en komen ergens terecht waar ze hopen welkom te zijn. Een zowel oeroud als zeer actueel thema, dat van Dam hier alleen belicht vanuit de (lang) verledentijd. Wat een beetje een gemiste kans is: over hedendaagse vluchtelingen valt ook genoeg te vertellen maar oké, we gaan lezen.

Het eerste verhaal is niet zo boeiend, meer een inleiding: een dagboekverhaal over zijn eigen jeugd. Een andere gaat over helden zoals Anton de Kom die niet alleen een oorlogsheld was, maar ook een aan-de-kaak-steller van het lot van slaven met een indrukwekkend boek: ‘Wij slaven van Suriname’. In Suriname zelf probeerde hij later de armoede te bestrijden, maar werd rap naar Nederland gestuurd omdat ze die ‘oproerkraaier’ liever kwijt waren. Ook is hij bekend geworden van zijn verhalen over de slimme spin Anansi.

Verder brengt van Dam de reis van de Mayflower tot leven. Op dat schip voeren de Pilgrim Fathers, een groep fanatiek religieuze mensen, naar Amerika voor een nieuw leven. Helaas bleek Amerika niet ongerept: ook daar werden mensen al onderdrukt en misbruikt. Ze ontmoeten Squanto, een indiaan die door de Engelsen vier jaar eerder van zijn vrijheid beroofd en tot slaaf gemaakt werd. .

Alles wat je leest is waargebeurd en laat zien hoe onverschillig men met zoiets als mensenrechten omging/omgaat. Enkele verhalen lopen voor de hoofdrolspelers niet altijd goed af. Met list en bedrog bijvoorbeeld, weet een hertog in ‘Het toernooi van ridder Jan’ zich een hele provincie toe te eigenen. En zoals van Dam het zelf noemt, het ‘roofverhaal’ van de diamant van Banjarmasin, zegt al genoeg over hoe de diamant van eigenaar verwisselde.

Hoe solide gecomponeerd de verhalen ook zijn, het geheel maakt een wat rommelige indruk. Er is geen echt verbindende schakel, behalve dat ‘reizen’ er een rol in speelt, en de doorleesdrive ontbreekt soms. Sommige jonge lezertjes zullen moeten doorbijten om het eind te halen. Het dwingende thema lijkt hier de creativiteit in de weg te hebben gezeten en zorgt voor een aardig maar niet spectaculair boek.

Sterren: ***

ISBN: 9789059655355

Uitgeverij: CPNB

Ook verschenen op De Leesclub van Alles 

 

Neil Shusterman en Eric Elfman – Het geheim van Edison

Minder spannend tussenboek op weg naar de finale

Het duurde een paar maanden – voor de fans gevoelsmatig vast veel langer – maar dan is ie er ook: deel twee van de Accelarati-trilogie.

Even opfrissen? In het begindeel ‘De erfenis van Tesla’  merkte Nick dat de spullen die hij heeft gevonden in het oude huis waarheen hij en zijn vader zijn verhuisd, de belangstelling trekken van heel veel mensen. Het lijkt wel of die mensen gedreven worden door gemeenschappelijke hebzucht. Iedere bezoeker van zijn garageverkoop graait in de oude spullen en geeft veel te veel dollars voor een oude mixer, of een versleten honkbalhandschoen. Ook Caitlin is van de partij, zij woont in de buurt en koopt een oude bandrecorder.

Al die spullen lijken te leven, met elk een rare eigenschap – omdat ze afkomstig zijn van Nikola Tesla, de fameuze uitvinder. Nick heeft spijt als haren op zijn hoofd dat hij ze verkocht heeft en gaat proberen samen met Caitlin deze ‘Teslanoïde voorwerpen’, zoals ze in dit boek genoemd worden, terug te vinden. Daarover gaat dit deel 2.

Eerlijk? Het verhaal valt nogal tegen. De sprankeling en originaliteit van het eerste boek is hier een beetje verdampt. De twee schrijvers borduren voort op dat deel, maar met soms onverwachte wendingen. Zo introduceren ze opeens dat Nick heeft uitgepuzzeld dat al die vreemde spullen samen één grotere uitvinding vormen: de Nieuwe Intensieve Kracht Straler (N.I.K.S), Tesla’s levenswerk. Daar moet de lezer wel in mee kunnen gaan. Daarnaast is hij wel een beetje flauw, die afkorting.

Nick en Caitlin gaat flink wat voorspelbaarder dan in deel 1 op zoektocht om die objecten te vinden. En belanden in allerhande avonturen, meer of minder gevaarlijk. De prikkelende taalgrapjes, plaagstootjes tussen de twee hoofdrolspelers, gekke situaties zijn veel minder aanwezig. Het voelt aan of de schrijvers haast hebben om aan deel 3 te beginnen, maar dat jammer genoeg dit deel 2 er eerst nog tussen moet, qua trilogie.

Wel komen we meer te weten over de schimmige club die de Illuminati heet. Gevaarlijke figuren die ook heel graag die voorwerpen zouden vinden om de N.I.K.S. compleet te maken. Het wordt een race tussen de twee kinderen en de boze mannen. Een strijd tussen goed en kwaad, helaas dus niet zo puntig verwoord als het begindeel.

Gelukkig blijven de schrijvers wel trouw aan de formule. Ze weven voldoende wetenschappelijke feitjes door de avonturen om het ook voor bèta’s boeiend te houden. De kinderen of de volwassenen, wie gaat dit winnen? Dat gaan we meemaken als het laatste deel van deze trilogie uit komt.

Sterren: **

ISBN: 9789000373086

Uitgeverij: van Goor

Ook verschenen op De Leesclub van Alles 

Johan Andersen – Zonder genade

Goed ingevoerde politiethriller

‘Zonder genade’ is geen bijzonder originele thrillertitel. Zijn niet alle seriemoordenaars, terroristen en andere slechteriken in spannende verhalen met de karaktereigenschap ‘zonder genade’ behept? Ondanks die flauwige titel is dit toch een prima pageturner. Johan Andersen heeft een sterke opvolger geschreven van zijn eerste ‘Dodenstoel’.

Wat is er aan de hand? Aanslagen zijn er aan de hand, aan de lopende band zelfs. Vier doden liggen slordig verspreid op een industrieterrein in Zaandam. Niemand weet precies waarom. Een autobom explodeert middenin Amsterdam, wat niet plezierig is voor de plaatselijke populatie. Een groepering eist die aanslag op: De Discipelen van De Brandende Dageraad. Ze willen wraak nemen op Nederland en dat is iets om serieus te nemen, hoe vaag het ook klinkt. Er zit een meesterbrein achter, toepasselijk ‘De Jakhals’ geheten.

Het speurneusduo (sinds het eerste boek) Panka en Hamer kan aan de slag. En rap een beetje, want De Jakhals is van plan zeer binnenkort een nieuwe aanslag te plegen. De race tegen de klok begint, adequaat aangejaagd door Andersen. Hij geeft een voelbaar gevoel van urgentie aan de tekst, waardoor het verhaal meteen als een spaceshuttle van de grond komt.

De twee speurneuzen, de ene een onvoorspelbare houwdegen, de ander een volgens de regels werkende politiefunctionaris, hebben een haat/liefde verhouding. Dat zorgt voor het broodnodige conflict tussen de good guys. Plezierig om te lezen en het maakt hun verhouding natuurgetrouw. Al kissebissend leggen ze de bewijzen bij elkaar en proberen er chocola van te maken.

Opvallend goed weet Andersen de beide milieus te schetsen. Politiefunctionaris Panka moet haar werk doen in morsige politiebureaus met barre koffie, voor de voeten gelopen door foutlollige collega’s. Ex-commando Hamer (what’s in a name?) is meer van het doorpakken met stevige hand, en laat dat ook zien door indien nodig een te opdringerig boefje met een welgemikte vuistslag uit te schakelen. Hier wordt hij door wat boeven vastgepakt en zorgt voor repercussie:

“Hamer had er niet op gewacht. Nadat zijn voet doel had getroffen, zette hij zijn voeten plat op de grond, wierp zich voorover en trok zijn armen met kracht los. Daarna rechtte hij zijn rug en wierp in een en dezelfde beweging zijn twee ellebogen op schouderhoogte naar achteren. Hij trof doel met dof gekraak. Beide mannen vielen als een steen naar de grond, waar ze kermend en rochelend bleven liggen. De man de hem geslagen had, deed een poging om overeind te komen. Hamer gaf hem een korte, harde trap tegen het hoofd, waardoor hij geluidloos ineenzakte. Hij sleepte de man binnen het bereik van het licht van de dichtstbijzijnde lantaarnpaal. Het was inderdaad een van de bouwvakkers, zijn rode snor nu bevlekt met braaksel.”

Hamer en Panka worstelen zich ruziënd maar wel samenwerkend van de ene aanwijzing naar de andere misleiding en bouwen intussen aan een steeds vollediger profiel van de mogelijke aanslagpleger. Het is een verdienste van Andersen dat het verhaal niet gaat vervelen of ongeloofwaardig aanvoelt. Dit is, ondanks die titel, toch een volwaardig spannende roman.

Sterren: ***

ISBN: 9789402704969

Uitgeverij: HarperCollins

Ook verschenen op De Leesclub van Alles 

 

Ewoud Kieft – De onvolmaakten

Ewoud Kieft – De onvolmaakten

Utopische dystopie over de beste versie van jezelf

Ontrustbarend is een prima sfeeromschrijving voor deze roman. Alarmerend verontrustend zelfs. Ewoud Kieft is erin geslaagd een goed lopende vertelling te schrijven over een niet zo verre toekomst die best bewaarheid zou kunnen worden. Met veel details over nerdy toepassingen rondom en in het menselijk lichaam, bestuurd door een soort Small Brother die levenslang met je meegroeit. En denkt. En beïnvloedt. En uiteindelijk stuurt.

Deze Small Brother is ontwikkeld met de beste bedoelingen uiteraard, zoals de grofste schendingen van mensenrechten in totalitaire staten ook achteraf worden rechtgepraat. In Kiefts boek is die Small Brother een doorontwikkelde app, Gena genaamd, die de moderne mens begeleidt (en adviseert) op alle sleutelmomenten in zijn/haar mensenleven. Op weg naar de beste versie van jezelf.

Via Gena zijn we getuige van de volwassenwording van hoofdpersoon Cas, een doorsnee burger voorbestemd om modelburger te worden:

“Ik was erbij toen hij geschrokken wakker werd na zijn eerste natte droom.

‘O man, o nee,’ stamelde hij.

‘Wat is er?’

‘Volgens mij … O man, volgens mij heb ik in mijn broek geplast… Hoe kan dat nou? O man, dit is verschrikkelijk, hoe spoel ik dat nou uit zonder dat ze het zien?’

‘Laat eens kijken?’

‘Waarom? Laat maar. Ik wil niet dat iemand het ziet.’

‘Ik denk dat het wat anders is. Houd hem even open, dan kan ik het nagaan. Heel even maar.’

Hij zuchtte, rekte het elastiek van zijn pyjama uit en wierp een blik naar beneden.

‘Cas?’

‘Ja?’

‘Je weet dat als je ouder wordt je lichaam verandert, toch?’

Kieft weet deze interactie goed te verwoorden. Even later doet Gena wat nacontrole op de fantasieën van Cas, nog steeds in bed:

‘Volgens mij heb ik van Nuriyen gedroomd,’ bekende hij met enige schuchterheid.

‘Vind je haar aantrekkelijk?’

Hij trok een gegeneerd gezicht, draaide zich om in zijn bed. ‘Weet ik veel…’

‘Haar lichaam heeft gunstige proporties.’

Hij schoot in de lach. ‘Zo zegt echt niemand dat.’

Dan het grote geheel. Dat blinkt uit in doordachte details. In die niet zo verre toekomst zijn de mobieltjes vervangen door de binnenkant van je ogen, waar beeld en berichten op geprojecteerd worden. De alomtegenwoordige Gena regelt die stroom informatie, natuurlijk met een dikke vinger in de pap. Verder is werken iets dat men doet voor de lol, en is de menselijke gezondheid opgevijzeld tot ongekende hoogten.

In dat rijk gevulde decor leeft Cas zijn gesoigneerde leven. Onbezorgd in eerste instantie, maar geleidelijk twijfelend aan de ondraaglijke lichtheid van dit bestaan. Als hij op onderzoek uitgaat, zet hij onomkeerbare zaken in werking. Er blijkt namelijk buiten zijn beschermde bubbel meer te bestaan waar hij geen vermoeden van heeft. Als hij dat gaat onderzoeken, beginnen de problemen in het paradijs.

In de futuristische setting krijgt Kieft de ruimte om met ideeën te spelen, bijvoorbeeld over waar de grenzen eigenlijk liggen van mens/machine samenwerking. Of wat de waarde van ‘leven’ nog is als je van alle gevaren verschoond blijft, in een minutieus geplande opvoeding, in een perfecte wereld. Onze Cas krijgt intussen wat levensechte antwoorden op die vraag, en wij als lezers ook. ‘De onvolmaakten’ is een interessante zoektocht naar wat een mens een mens maakt.

Sterren: ****

ISBN: 9789403182506

Uitgeverij: De Bezige Bij

Ook verschenen op De Leesclub van Alles