Recensies van actuele boeken

Elisabeth Day – Schaduwstad

Intermenselijke problematiek blijft aan de oppervlakte 

Elizabeth Day is een Britse journalist. Ze werkt voor bladen als The Guardian, Vogue, Elle en is columnist voor Mail on Sunday. Daarnaast schreef ze twee bestsellers en met dit boek waarschijnlijk de derde.  

Howard Pink kunnen we wel de hoofdpersoon noemen. Hij begon zijn carrière (voortijdig van school, zonder diploma) als kleermaker maar is door geluk, meedogenloosheid en sluwheid opgeklommen tot selfmade miljonair. Nu verkeert hij onder de jetset, dineert in exquise restaurants, drinkt de duurste wijnen (liefst per fles) en doet intussen zijn zaken. Keiharde zaken.

Beginscène: Howard heeft zijn relaxmoment in het superdeluxe Mayfair Rotunda Hotel. Terwijl hij zijn rituele bad neemt, trekken er gedachten langs.

Verdrietige: aan zijn dochter Ada, staartjes in haar haar, een gat op de plek waar een voortand had moeten zitten.

Tevreden: De flatscreen-tv toont een gepersonaliseerd welkomstbericht. Hij weet zonder te kijken al dat er een halve fles goeie chablis en een Toblerone-reep in de minibar liggen.

Wrokkig: Eén van de mouwen van zijn badjas bobbelt aan de rand, daar kan hij niet tegen. Meticuleus, noemt Claudia hem. Eén van de woorden waarmee ze mensen in verwarring bracht die wellicht dachten dat ze niet eer was dan een met siliconen opgespoten pronkstukje. Soms las ze in bed woordenboeken.

En geil: Het kamermeisje Beatrice staat het bed op te maken, haar broek spant over haar billen. Howard gaat vlak achter haar staan, legt zijn handen rond haar middel en duwt met de knoop van zijn badjaskoord tegen haar billen.

We zijn hier pas op blz. 21 en alle sporen voor een nieuwsgierig makend verhaal zijn door Day vakbekwaam uitgezet. Haar schrijfstijl is lekker puntig, met saillante details. Levendige beeldtaal trekt voorbij aan de lezersogen. Nergens blijft het verhaal hangen, Day zorgt ervoor dat er steeds iets gebeurt, of aan de horizon dreigt te gebeuren, waardoor je door wilt lezen. Ze doet dat zo goed dat ook als het verhaal een beetje inzakt, toch de leesvaart erin blijft.

Want dat verhaal, daar is wel iets op af te dingen. Oké, het is spannend, staat bol van human interest. Je krijgt een aardig inkijkje hoe het gaat als je reporter bent voor een grote Engelse krant (allemachtig stressvol, onhaalbare deadlines, snauwende hoofdredacteuren en beroemdheden die liever dood gaan dan door jou geïnterviewd te worden), en er ontspint zich van alles rondom de chronisch te dikke Howard. Maar aan die oppervlakte blijft het.

Dat geeft niks. Je kunt niet elke dag de Dark and Sumptious Chocolate Cake van Nigella Lawson eten; af en toe een Mars is ook lekker. Dit boek blijft een beetje in die tweede categorie steken. Wel met uitschieters die goed psychologisch inzicht verraden, zoals wanneer Howard sombert over zijn relatie met Claudia:

“De beslissing om te scheiden was wederzijds geweest… Zijn begeerte naar Claudia was, vreemd genoeg, altijd gebaseerd geweest op een diepe haat voor alles waar zij voor stond. Hij had haar afstandelijkheid, haar kille ambitie, haar openlijke zucht naar status en rijkdom, nodig als bevestiging van het vermoeden dat hij altijd al van zichzelf had gehad: dat hij niets meer waard was dan dat, dat als je het gordijn wegtrok er niets was, alleen een klein jongetje dat wanhopig een draad in de naald probeerde te krijgen, dat bang was om door de mand te vallen.”

Dat beeld van het kleine jongetje kan zonder meer succesvol verfilmd worden. Meteen doen.

Sterren ***

ISBN: 9789026353550

Uitgeverij: Ambo Anthos 

Ook verschenen op De Leesclub van Alles en Tiktok

 

Kentalis – Help! Weet jij het woord? Tossie en Uil gaan op zoek

Lastige vormgeving houdt lezertjes moeizaam bij de les

Ja lezer, ken jij het woord TOS? Eigenlijk geen woord maar een afkorting: Taal Ontwikkelings Stoornis. Dit boek is voor kinderen die TOS hebben.

TOS komt bij ongeveer vijf procent van de kinderen in Nederland voor. In de hersens van die kinderen wordt taal minder goed verwerkt. Daarom hebben ze moeite met praten of taal begrijpen. TOS is dus geen dyslexie of een lage intelligentie.

Moeilijk kunnen lezen of taal verwerken is lastig in onze talige maatschappij. Het goede nieuws is dat TOS al op jonge leeftijd te herkennen is. In dit boek staat een lijstje met signalen. Ook is er een link naar een TOS-check-app om het taalniveau van je kind te testen. En natuurlijk dit verhaal, geschikt als voorleesboek voor kinderen van 3-6 jaar.

Dat testen we met de 6-jarige kleindochter met TOS diagnose. Ze is inderdaad wat minder goed in taal, maar wel slim en snapt 100 keer sneller een computergame dan de gemiddelde volwassene zoals ondergetekende. We leggen haar het boek voor.

Nou ja, eerst leggen we het boek neer. De flappen steken er aan beide zijden uit. Ah, de flappen klittenbanden op elkaar vast, dan heb je een rechtopstaande driehoek. Met aan de ene kant tekst en aan de andere kant plaatjes. Kleindochter de plaatjes, ik lezend.

Dat loopt niet heel soepel. Ik kan niet goed zien of kleindochter de plaatjes op mijn leesvolgorde volgt. Zij snapt niet precies op welk gedeelte van de plaatjes ze moet kijken als ik lees. Oplossing: we zetten het boek schuin tussen ons in.

De tekst volgt ze moeiteloos, te moeiteloos. Als ik bij de laatste twee regels ben, trommelt ze al met haar vingers op tafel. Dat moet sneller, dit lijkt niet eens op de snelheid waarmee Pikachu zijn vijanden verslaat in Pokemon. We lezen door en halen heel snel de eindstreep, ruim waarvoor de kleindochter luidkeels de vraag in het verhaal beantwoordt: wat zoekt Tossie eigenlijk? Heel goed. En nu ze dit weet, hoeven we haar echt niet te vragen om dit verhaal nog een keer te lezen.

Dit is een vrijblijvende test, en we willen het boek niets tekort doen. Maar…

Voor 3, 4 en misschien 5-jarigen zal het verhaal spannend zijn. Dat hangt ook af van de mate waarin de kinderen door TOS gehinderd worden. Dit verhaal is toch ietwat voorspelbaar. Voor kinderen die anno 2022 met een tablet in hun handen opgroeien, zul je wat meer moeite moeten doen. Daarnaast is de uitvoering van het boek en daarmee het gebruikersgemak wonderlijk eh ongemakkelijk, zie hierboven. Als voorlezer moet je contact kunnen houden met de tekst, anders kun je het kind dat meekijkt, niet goed begeleiden.                        

Het klinkt allemaal nogal kritisch, maar zoals het hier staat is het in real life ervaren. Kentalis volgt het loffelijke streven om een heel brede groep mensen die moeite hebben met taal, te stimuleren en begeleiden. Maar dit product zou ik bij een volgende druk checken of het nog voldoende aansluit bij de doelgroep.

Sterren **

ISBN: 9789074471008

Uitgeverij: Koninklijke Kentalis 

Ook verschenen op De Leesclub van Alles en Tiktok

 

J.M. Dollbaum, M. Lalllouet, B. Noble – Navalny

Luis in de pels van de grote beer

‘Bent u niet bang?’

Dat willen de journalisten weten van Aleksey Navalny, als hij op zondag 17 januari 2021 op luchthaven Berlin Brandenburg het vliegtuig in stapt. Hij is op weg naar Rusland. Dat zou reden genoeg moeten zijn om ter plekke om te keren. De Russische autoriteiten hebben namelijk al laten weten dat ze hem in Rusland zullen oppakken omdat hij zich niet aan de regels van zijn voorwaardelijke vrijlating (in 2014 is hij veroordeeld wegens fraude) zou hebben gehouden.

Nee dus, Navalny is niet bang. Integendeel: zijn optimisme grenst aan doodsverachting, zeker als je weet dat hij al jarenlang de luis in de pels is van de grote gemene Russische Beer. In die hoedanigheid is hij tegengewerkt, gevangengezet en nog niet zo lang geleden op de vertrouwde KGB-manier vergiftigd. Het is onwaarschijnlijk dat hij feestelijk ingehaald zal worden en zijn verkiezingscampagne weer mag opstarten. Integendeel: hij zal het strafkamp in gaan. Toch gaat hij met rechte rug zijn ondergang tegemoet. Waarom?

Omdat iemand het moet doen, omdat zo ongeveer alle tegenstand tegen Poetins repressieve regime in Rusland inmiddels de kop ingedrukt is. Dat is de trieste boodschap uit dit boek. Het beeld van de laatste Mohikaan tegen een zwaar gewapende overmacht dringt zich op.

Toch klopt dat niet helemaal. De drie schrijvers van dit boek haasten zich om in dat Mohikaan-beeld een nuance aan te brengen. Navalny is géén fulltime idealist, geen luchtfietser. Hij staat voor bepaalde waarden die zich niet laten verenigen met het huidige beleid, maar is ook een zakenman. Een slimme man die internet en de sociale media goed weet te gebruiken voor zijn eigen zaak. Mede door die succesvolle activiteiten wordt hij ‘lastig’ voor de autoriteiten.

De schrijvers pluizen het leven van Navalny uit en laten zien hoe hij dat ‘lastige’ wist te uit te buiten en te consolideren. Van elke actie stak hij wat op en paste het toe in zijn eigen campagne. In 2011 en 2012 braken betogingen uit na parlementsverkiezingen met een hoog doorgestoken kaart-gehalte. Door de steden trokken demonstranten met spandoeken:

“Dit was de tweede les die Navalny leerde: hoe inspirerend en motiverend demonstraties ook kunnen zijn, ze hebben pas echt een politiek effect wanneer die inspiratie en motivatie gekanaliseerd en geconsolideerd worden, oftewel: wanneer het protest een georganiseerd activisme is.”

En daaraan werkt Navalny graag mee. De schrijvers van het boek geven in de laatste hoofdstukken antwoord op veel gestelde vragen. Vragen die laten zien dat dit wrange verhaal toch nog wat lichtstraaltjes van hoop opwekt.

“Veel van de vragen die over Navalny … worden gesteld, zijn in wezen niet te beantwoorden. ‘Is Poetin bang voor Navalny?’ is zo’n vraag. Om daar antwoord op te geven, zou je moeten weten wat er omgaat in het hoofd van Poetin, of op z’n minst in de hoofden van z’n vertrouwelingen….

We weten weliswaar niet hoe Poetin over Navalny denkt, maar we kunnen wel conclusies trekken uit de hardnekkige weigering van de president om Navalny’s naam in het openbaar uit te spreken, zijn bevestiging van het feit dat Navalny vóór hij in augustus 202 ziek werd was geschaduwd door mensen van de veiligheidsdienst, en zijn voortdurende afschildering van Navalny als agent van westerse mogendheden…

We kunnen conclusies trekken uit de officiële bevelen om de YouTube-video’s te verwijderen, de frequente politie-invallen bij de stichting, en tot slot de vernietiging van de FBK…

We weten misschien niet hoe serieus het Kremlin ‘slim stemmen’ neemt. Maar we kunnen wel conclusies trekken uit het alternatieve ‘slim stemmen’ dat de autoriteiten in het leven hebben geroepen om de boel te verzieken, de massale arrestatie van gemeentepolitici in maart 2021 en de frontale aanval op Navalny’s campagnekantoor in het hele land.”

Sterren ****

ISBN: 9789401615327

Uitgeverij: Xander

Ook verschenen op De Leesclub van Alles en Tiktok

 

Pieter Koolwijk – Gozert

Een ontembare vriend

Ties, onze beweeglijke hoofdpersoon in dit originele boek, vindt het best normaal dat er een onzichtbare vriend met hem meeloopt. Overal, altijd.

Als Ties iets niet durft, of twijfelt, dan neemt Gozert voor hem de beslissing. Zoals bij het autokerkhof van de achterbuurman. Samen met zijn onzichtbare vriend steekt Ties de sloot over om bij de auto’s te kijken. Maar een slooptrol (woord van Gozert), iemand die toevallig een beetje lijkt op de baas van de sloperij, komt achter hen aan. Ze kunnen nog net wegkomen door een emmer slootwater in zijn gezicht te gooien.

Deze keer loopt het goed af, behalve dat de baas van de sloperij komt klagen bij papa. En er gebeuren steeds meer van dit soort vreemde dingen omdat Gozert steeds frequenter materialiseert, dus gaan zijn ouders toch maar met hem naar dokter Kees. Die denkt dat het tijd wordt voor een pilletje, om de denkbeeldige vriend te vergeten. Boos lopen Ties en zijn vriend de wachtkamer uit – medicijnen, dat nooit!

Lekker wiebelig gaat het verhaal zo van start. Koolwijk houdt het tempo moeiteloos vast: het boekraast door als een karretje in een achtbaan. Het kost zelfs proefondervindelijk geëxperimenteerd moeite te stoppen met lezen, zo goed trapt Koolwijk het gaspedaal in. Daarbij wordt hij geëscorteerd door illustrator Linda Faas. Zij vertaalt de wisselende sferen in deze achtbaan in knotsgekke, stuiterende tekeningen.

De blije, of misschien wel arme Ties tuimelt het ene na het andere avontuur in. Zijn onafscheidelijke vriend blijft bij hem en verhoogt de feestvreugde door joelend als een aap aan het plafond te hangen, of in een strakke broek, in veel te ruim overhemd met op zijn hoofd een gigantische krullenbol over de dansvloer te rolschaatsen. De fantastische tekeningen van Linde Faas vullen moeiteloos die fantasievolle rollen in met kleuren, wervelende bewegingen en voorwereldlijke figuren.

Met een vriend als Gozert hoef je niet meer uit je comfortzone te komen: hij haalt alle denkbeeldige hete kolen voor je uit het vuur. Alleen jammer dat op het moment suprême, dat wil zeggen steeds als het faliekant misgaat, Gozert roept: ‘Missie afbreken, missie afbreken!’ en in het niets verdwijnt. Zodat Ties de schuld krijgt.

Dat is de reden dat de mensen rondom Ties gaan vragen hoe hij zelf vindt dat het gaat, met hem ook, eigenlijk, eerlijk gezegd, op het moment,? Nou prima, en rare dingen? Nee, dat herkent Ties niet – het gaat booming, fantastisch, beter dan ooit. Hij wil Gozert ook niet kwijt, nope, no way, vergeet het maar, Gozert blijft.

Koolwijk metselt zijn jonge held in een cel van zelfvertrouwen dankzij de virtuele stoere vriend. Maarrr … wat als Gozert nu eens zou verdwijnen? Dat gevaar loert. Want elke keer als Ties weer een keer mee moet naar een dokter, zegt die dat ze Gozert moeten rustig houden met pillen. Die gedachte brengt het koude zweet op Ties’ rug. Zonder Gozert redt hij het niet. Maar hij merkt ook wel dat hij langzamerhand een beetje vreemde indruk maakt op de buitenwereld.

Hoe dat afloopt, lees je in dit heerlijk gekke, verslavende boek. Koolwijk heeft een prachtverhaal gemaakt met vliegende vaart, levensechte personages, de verbeelding tartende avonturen, een sympathie én medelijden opwekkende hoofdpersoon plus een hartverscheurend dilemma. Wil Ties zijn Gozert kwijt? Wil Gozert dat ook? Om dat te weten te komen, lees dit, ga mee in deze vrolijke ADHD-geschiedenis en heb lol. Niet voor niets bekroond met de Gouden Griffel 2021.

Sterren ****

ISBN: 9789047710370

Uitgeverij: Lemniscaat

Ook verschenen op De Leesclub van Alles en Tiktok

 

Jo Komkommer – Opkomst & ondergang van de Citroën Berlingo

Avonturen met een lach en een traan

Van Jo Komkommer had ik nog niet gehoord – van een Citroën Berlingo wel. Aan die goudkleurige zowel bestel- als personenauto waarmee mijn vrouw en ik half Europa hebben doorgebuffeld, heb ik sterke herinneringen. Daarin sta ik niet alleen, blijkt als ik het verhaal met de Franse auto in de hoofdrol lees. Ook bij Jo zijn de herinneringen lucide genoeg om ze te boek te stellen.

Avontuurlijk, met een jeugdig naïeve kijk op het leven, gaat de jongere Jo het bestaan te lijf. Voor hem geen doorsneebaantje, geen kantoor met een systeemplafond waar je achter je stalen bureau verzekeringsformulieren moet beoordelen in een kantoorpand langs de snelweg, geen hersendode personeelsfeestjes met te warme bubbels, en ook geen baan in de diamantairsbranche van zijn in België vermaarde opa. Jo zoekt het verderop. In het buitenland, zo ver mogelijk weg.

Die urgentie begint al in zijn jeugd. Samen met boezemvriend Tom brengt hij nachtenlang door met ‘Nebraska’ van Bruce Springsteen op de speakers. Het gruizige stemgeluid van The Boss lonkt naar onbestemde verten, avontuur en vrijheid. Plichtmatig werkt Jo een paar McJobs af, tot hij als reisleider zijn draai vindt en over de halve wereldbol zijn rusteloze aard kan uitleven.

Fraaie afgeronde geschiedenissen zijn het, Jo’s verhalen. In sappig Vlaams lezen we over de grootouders ‘bompa’ en ‘bobonne’, over niet te negeren joodse familietradities, over gelukszoekers en over toeristen; fraaie kleurrijke schilderijtjes van kleine levens. Gelardeerd met een onstuitbare drift om steeds weer het allerbeste uit het leven te halen, ook als weer een avontuur was geëindigd. Optimisme en bravoure zijn nooit ver weg:

“Niet lang nadat ik op het treinstation van Florence de dochter van een Florentijnse graaf een afscheidskus had gegeven, nam mijn leven een vreemde wending. Was het grootheidswaanzin, aangestoken door de kracht van de liefde? Wat er ook van zij, ik besloot aan de universiteit van Antwerpen de studie post-graduate in applied Business Economics aan te vatten, met in het achterhoofd de gedachte: als ik de taal van de zakenwereld eenmaal machtig ben, keer ik terug naar Florence, richt een handelsimperium op, trouw met mijn toenmalige eeuwige liefde en ga elke dag uit lunchen met bevriende captains of industry om over de vakbonden te zeuren.”

De stijl is een curieuze mengeling van nostalgie, ironische humor en niet altijd succesvolle bravoure. De spanningsboog laat hier en daar wat ruimte voor verbetering, maar hé, het avontuur moet ook ruimte krijgen. Het helpt dat de schrijver een aantal avonturiers opvoert. Die lopen soms een stukje mee in zijn eigen bestaan, maar nemen regelmatig een afslag te vroeg of gewoon een slechte beslissing, zodat ze ergens in een afbladderend hotel eindigen. Andere maten hebben hogere doelen, zoals bijvoorbeeld een masterplan bedenken om op een geheel nieuwe manier ijs te maken in een warm buitenland. Vervolgens die methode te introduceren, de hele ijshandel op alle stranden van dat buitenland overnemen en daarmee puissant rijk worden is dan helaas net een paar voetstappen te ver.  

Een grappig, onderhoudend boek is het, met alle avonturen die jij en ik nog niet durfden te ondergaan. Niet alle vertellingen zijn even interessant en de stijl is af en toe iets te opzichtig richting humor geduwd, maar daar staan de gelukkig weer onnadrukkelijke, vriendelijke lessen des levens tegenover.

Sterren ***

ISBN: 9789022338254

Uitgeverij: Manteau

Ook verschenen op De Leesclub van Alles en Tiktok

 

Robert Pollack – De vier elementen

Goed maar wat minder evenwichtig verhaal

‘Drie generaties in de ban van naziroofkunst’ verkondigt de met een foto van een statig huis verluchte cover. Nazi-roofkunst, daar is toch al het nodige over gezegd, geschreven en geprocedeerd. Kan schrijver Robert Pollack hier nog iets aan toevoegen?

Jazeker. In zijn tweede boek is goed te merken dat ex-advocaat Pollack een expert is in roofkunst. Overheden en musea maken van zijn diensten gebruik als het gaat om teruggave van geroofde kunst. Die achtergrond zie je terug in de natuurgetrouwe details van het boek. Niet alleen van het soort en type kunst, maar ook van de manier waarop het achteroverdrukken van waardevolle kunstobjecten gebeurt en is gebeurd. Zoals in de Tweede Wereldoorlog: nog altijd duiken er vaak Joodse, kostbare objecten op die in 1940-1945 op enigmatische wijze zijn verdwenen.

Met zo’n kleptomanische actie start De vier elementen. We zijn in Berlijn in de jaren vlak voor de Tweede Wereldoorlog zal uitbreken. De Joodse bevolking voelt de agressie toenemen, ook de familie Hirsch. Rebecca en Emmanuel zitten in hun ruime huis waar twee schilderijen hangen van een vierluik: ‘De Vier Elementen’. Plots vallen mannen in uniform binnen. SS-ers, die met veel geweld de bewoners komen ophalen. Als de stofwolken zijn opgetrokken, stopt er een onopvallende auto. Meneer Hofer komt nog iets anders ophalen: u mag raden wat.

Pollack brengt zo onmiddellijk de vaart in zijn verhaal, ook in den brede. Er komen beeldende beschrijvingen van de manier waarop de Joodse bevolking in de steden wordt behandeld. Wat begint als een lastercampagne, mondt rap uit in fysieke geweldsexplosies. De angst van de getroffen bevolkingsgroep is goed voelbaar, net als de genadeloosheid van de agressor.

De fijne kunst van de familie Hirscht blijft jarenlang zoek, tot het in de huidige tijd weer aangetroffen wordt bij industrieel Bernhard Wenzel. Advocaat Leo Spier krijgt de taak alles weer in het reine te brengen. Maar dat gaat niet zomaar. Hij wordt tegengewerkt door een verborgen vurige liefdesgeschiedenis en foute politieke ambities. Elementen genoeg voor een wervelende roman.

De romantiek zou daar zwaar aan bij kunnen dragen, maar op dat vlak blijft het een wat koele bedoening. In dit citaat laat de schrijver zien hoe Heinrich zijn uitgedoofde relatie met Elfriede ziet:

‘Er was een tijd geweest dat hij ernaar zou hebben uitgezien om een paar uur alleen met Elfriede op haar kamer te kunnen doorbrengen. Hun vroegere vrijpartijen hadden plaatsgevonden in gestolen tijd, als haar ouders even niet thuis waren, of op plekken in de natuur. Maar hij zat op een stoel, terwijl zij door de klerenkast aan het rommelen was.

“Weet je al wat je op jouw vrijgezellenfeest gaat doen?” vroeg ze, terwijl ze zich omdraaide. “Hopelijk niet al te vieze dingen. Maar het mag wel, hoor. Het is zijn laatste kans, zei mijn moeder.”

Ze giechelde. Haar hypocriete ruimdenkendheid was misselijkmakend.’

Heen en weer springend in de tijd, wisselt Pollack deze intermenselijke contacten af met de advocatuur. Je leest hoe de advocaat druk zet op de terugkrijgprocedure, en de nieuwe eigenaar probeert weg te glibberen. Dit is hoe een restitutieproces in zijn werk gaat. Boeiend maar vrij technisch.

Dat is een goeie samenvatting. Het verhaal heeft relatief veel aandacht voor die werkwijze van advocaten. Daardoor beklijven de andere elementen van de roman minder – de spanning, botsing van karakters. En de romantiek, die komt er, nou ja, niet romantisch vanaf. De advocaat zit de romancier in de weg. Technisch staat het er allemaal wel, maar het verhaal heeft moeite om gepassioneerd te worden.

Sterren ***

ISBN: 9789026351389

Uitgeverij: Ambo/Anthos

Ook verschenen op De Leesclub van Alles en Tiktok

 

Gerda Blees – Wij zijn licht

Sektarisch ontsporen voor gevorderden

Enig succes is de pas recent aan het literaire circus deelnemende Gerda Blees niet vreemd. Ze publiceerde in 1985 de verhalenbundel ‘Aan doodgaan dachten we niet’, die flink de aandacht trok. Haar poëziebundel ‘Dwaallichten’ werd genomineerd voor de C.Buddingh’-prijs. Dit boek ‘Wij zijn licht’ won de Boekhandelsprijs, de literatuurprijs van de Europese Unie 2021 en staat op de shortlist van de Libris Literatuurprijs 2021.

Oké, die Libris prijs is gewonnen door een indrukwekkende opponent. Laten we ter compensatie dit verhaal dan maar indienen voor de Booker Prize en het opnemen in een verplichte extra module voor beginnende schrijvers: ‘visualiseren vanuit ontelbare hoeken’. Want ja, dit is wel wat.

Het verhaal is ogenschijnlijk simpel. In Woongroep Klank en Liefde besluiten de vier leden te gaan leven van licht en liefde, en stoppen met eten. Eenvoudige beslissing, grote gevolgen. Dat het fout gaat is een kwestie van tijd: de oudste bewoner Elisabeth overleeft het nieuwe regime niet en de rest van de woongroep is opeens verdachte in een strafzaak.

Blees beschrijft de sfeer in de woongroep goed. In het begin is alles ‘normaal’: gewoon vier mensen die streven naar een betere wereld. Al snel komen de manipulaties, geestelijke chantage, intimidatie en groepsdruk die bij een sekte horen naar boven, niet zo radicaal als Charles Manson of Scientology maar zoals uit het snel verhaal blijkt toch best dodelijk.

Het briljante hier is dat Blees de perikelen in de woongroep niet lineair laat zien. Ze vertelt het steeds vanuit een ander perspectief. Daarnaast is de taal die ze gebruikt precies, poëtisch soms zelfs, met woorden die elkaar versterken in zinnen die een huwelijk met elkaar aangaan.

Het eerste perspectief: “Wij zijn de nacht. Wij brengen duisternis en dronkenschap, kattengevechten, slaap en slapeloosheid, seks en sterfgevallen. Wie in alle rust wil sterven, zonder al te veel gedoe en drama, zal dat bij voorkeur doen in ons, de nacht, terwijl de aankomende nabestaanden slapen…”

Het tweede perspectief: “Wij zijn de plaats delict. Nog niet zo lang geleden waren we gewoon een huis … Maar sinds er iemand in ons is doodgegaan en de politie is gekomen, heten wij plaats delict.”

Een ongebruikelijk procedé dat een verfrissend ‘ronde’ kijk op de gebeurtenissen geeft. Een afwisselende kijk ook, soms meer en soms minder geslaagd. Zo is “Wij zijn de sinaasappelgeur” wat vergezocht en moet de schrijfster moeite doen aansprekende voorbeelden te geven, maar “Wij zijn de ouders” door de intieme band met hun in nood zijnde kinderen weer erg goed. Ander voordeel van deze aanpak: de lezer glijdt met boter en suiker de onderlinge verhoudingen in. En beleeft dus de tragedie maximaal.

Eén citaat nog, voor de mooi.

“Wij zijn het lichaam van Elisabeth… Wij begrijpen het allemaal best, maar prettig is het niet, deze kou.

Daarentegen is het wel heel prettig dat we nu in handen zijn van de meest gepassioneerde patholoog van het forensisch instituut, Theo van den Lijstbeek …

De blik die hij op ons werpt is onvergetelijk. Met zoveel begeerte is er in ons leven nog nooit naar ons gekeken. Als we nog konden bewegen zouden we nu beven van geluk, maar helaas kunnen we nu alleen maar bewegingloos blijven liggen…”

Sterren ****

ISBN: 9789057590009

Uitgeverij: Podium

Ook verschenen op De Leesclub van Alles en Tiktok

 

Lucinda Riley & Harry Whittaker – Emma en het kerstengeltje

Een kerst vanuit de wolken 

Hé, een kerstboek. En die naam, is dat niet die schrijfster …

Helemaal goed. Dit is een kerstboek van de ons helaas te vroeg ontvallen Lucinda Riley. Bekend van de 1000+ bladzijden-romans die ze schreef over de zeven zussen, die in duizelingwekkende aantallen over de toonbank zijn gegaan.

Naast die stoeptegels schreef ze nog een halve boekenplank vol losse titels, waar nu dus dit sfeervolle boekje aan toegevoegd is. ‘Emma en het kerstengeltje’ is eigenlijk deel 3 van de serie ‘Beschermengeltjes’, die ze samen met haar zoon Harry Whittaker maakte, maar het staat natuurlijk prima op zichzelf als kerstboek. De illustraties zijn van Marie Voigt.

Genoeg achtergrond, is het een goed boek? Ja. Best wel. Binnen het genre dan, wat qua jaargetijde verwachtingen schept. Zoals een extra blingbling-verplichting. Daar voldoet de voorkant ruimschoots aan. We zien een sfeervol verlichte kerstboom, een meisje en een jongetje eronder, cadeautjes uitpakkend, en een figuurtje op een wolkje met gouden vleugels dat het tafereel ernstig overziet. De kleuren zijn warm rood, zacht geel en donkergroen. Niks mis mee.

De cover meldt dat dit een voorleesboek is – heel nuttig voor gehaaste kopers om tussen de ziljoenen kerstboeken de beslisboom te verkorten.

Als we beginnen te bladeren zien we veel tekst. Dat past prima bij een voorleesboek. De illustraties zijn daarmee verhoudingsgewijs mooi in evenwicht, en ook nog schattig. De menselijke figuren zijn fijn eenvoudig getekend. De kleuren zijn goed: er is donkerte, warm geel, donszachte wolkjes. En op die wolkjes ligt het beschermengeltje zoals je je dat voorstelt: vriendelijk kijkend of het daar beneden wel goed gaat.

Nou nee. Het gaat hartstikke mis daar. Dus Esmee, zoals de beschermengel heet, komt in actie. Dat geeft vaart aan het verhaal en bouwt spanning op. De spanningsboog is goed in elkaar gezet om de luisterende kinderen bij de les te houden. En ook de happy ending is netjes verzorgd.

Moeten we nog meer zeggen? Nee, dit boek maakt alle verwachtingen waar. Ouders, grootouders, juffrouwen en meesters, kleuterschoolleiders, kinderdagverblijfbeheerders, grijp uw kans. Hiermee doet u uw doelgroep een groot plezier. En stiekem uzelf ook.

 

ISBN: 9789401615747

Uitgeverij: Xander

Ook verschenen op De Leesclub van Alles en Tiktok

 

Griet Op de Beeck – Jij mag alles zijn  

Zachte vertelling over harde gebeurtenissen

Dit boek is er gekomen door een writers’ block. Griet Op de Beeck had in 2013 enorm succes met haar boek ‘Vele hemels boven de zevende’. Later bleek dat ze over misbruik schreef – het misbruik van haar vader.

Dat was schokkend. En het was erg goed voor de verkoop, maar toen Griet daarna in haar schrijverskamer begon aan een nieuw deel van de drie boeken die ze wilde maken, liep ze vast. Het ging even niet meer. Dus moest ze gaan zielzoeken naar wat ze wel wilde. Wat naar boven kwam, was een kinderboek schrijven. Zo kwam dit boek ter wereld.

‘Jij mag alles zijn’ is een verhaal over Lexi, een negenjarig meisje dat probeert iets te begrijpen van wat er in de wereld rondom haar gebeurt. Dat haar moeder de hele dag op bed ligt bijvoorbeeld, is best raar. Ze verwent haar moeder wel, vraagt steeds of ze kan helpen, maar mama wordt maar niet vrolijker. Dat is voor haar onsnapbaar.

En er is papa natuurlijk wel, die ook zijn best doet. Hij wordt alleen steeds stiller, zodat het in huis best ongezellig is. Als mama dan ook nog een tijdje in een apart soort van ziekenhuis moet gaan logeren – om weer blij te worden, zegt papa – vindt Lexi het niet meer leuk. Maar dat is pas het begin. Haar leven wordt een heel stuk jammerder als ze bij de oude tante Arizona moet gaan wonen, die een beetje behoorlijk eigenwijs is. Ze moet zich aanpassen en het leven door een rose bril gaan bekijken. Of niet.

Klinkt dit als harde constateringen? Dat valt mee: de taal in het boek is zacht als boter. We maken alles mee via de beleving en het taalgebruik van Lexi, die beiden lang niet altijd sporen met hoe de volwassenen zich uitdrukken. Knap gedaan van Op de Beeck.  De woorden en zinnen en gedachten van Lexi komen soepel over, springerige constateringen, verbaasde observaties. Ze zijn erg naturel neergezet en passen perfect in de gedachtewereld van een negenjarige:

“Tante Arizona heeft niet alleen cornflakes gekocht, maar ook hummus. Speciaal voor Lexi, want zelf lust ze dat niet. Dat is lief van haar. Nu durft Lexi niks anders meer op haar toast te smeren. Terwijl ze eigenlijk vooral van afwisseling houdt. Daarin lijkt ze op oma…

Tante Arizona eet brood met brie. Ze houdt heel veel van kaas. Soms ook van de hevig stinkende soort. Als ze dan twee uur later iets zegt, kan Lexi de kaas nog altijd een beetje ruiken. Maar dat weet haar tante dus niet. Want meestal is er niemand om het te ruiken, dus ja.”

In totaal is dit een mooi, ontroerend verhaal waarin verschillende dingen samenkomen. De onbegrijpelijkheid van volwassenen, bijvoorbeeld. Of de allesoverheersende wens om het je ouders naar hun zin te maken, zoals Lexi ondervindt. In de ontwapenende kindertaal die Op de Beeck hanteert, komt dit verhaal prima tot zijn recht én bij de lezer binnen. Een uitstekend uitstapje naar de nog onbedorven wereld der jeugdigen, mooi boek. Als je wat tijd over hebt, ook als dat niet zo is, investeer het dan in dit leesavontuur.   

ISBN: 9789044649192

Uitgeverij: Prometheus

Ook verschenen op De Leesclub van Alles en Tiktok

 

Franka Treur- De golf

Het bestaan in korte toneelstukjes

Lang geleden dat we Franka Treur lazen. ‘Dorsvloer vol confetti’ was dat, haar afrekening met het geloof. In dat verhaal kwam geen keiharde breuk voor met obstinate stellingen en harde woorden. Integendeel: ze beschreef de Zeeuwse strenggelovige gemeenschap waar ze in opgroeide liefdevol, alsof ze de denkrichting die ze zelf niet meer wilde volgen, niet veroordeelde. De taal was prachtig zacht en toch puntig.

Die taal vinden we terug in ‘De Golf’, haar nieuwste ‘boek’. Dat woord staat inderdaad tussen aanhalingstekens, want hoewel de tekst in ‘De Golf’ tussen twee kaften in een bundel gelijmd papier met een hippe omslag is geperst, zijn het eigenlijk columns die ze al eerder publiceerde. De uitgever meldt het discreet: ‘Een groot deel van dit boek verscheen eerder in enigszins bewerkte vorm als feuilleton in NRC Handelsblad.’

Hindert dat? Nee, want niet iedereen heeft een abonnement op de kwaliteitskrant, bovendien is een boek wel zo handzaam. En het belangrijkste: ze schrijft gewoon goed. Treur heeft het talent een hele tragedie in een paar woorden neer te zetten.

In ‘Spijbelen’ heeft Bruno – de partner van verteller Loes – plannen om met de woonboot waar ze op resideren, te gaan varen. Ooit. Als dat eens nodig mocht zijn. Wellicht. Waarschijnlijk. Misschien. Hij gaat naar zwager Rens om te praten. Er is namelijk iets dat hem van dat voornemen weerhoudt. Een moeilijk benoembaar ding, een emotie misschien. Iets dat in de buurt komt van …

“’Dus je wilt varen zonder vaarbewijs?’ concludeert Rens.

‘Ik wil oefenen,’ zegt Bruno. ‘Ik moet gevoel voor die boot krijgen. De papierwinkel, de examens, ik ben ermee bezig, maar het duurt me te lang. Straks is de nood aan de man en zit ik op een boot waar ik de knopjes niet weet te zitten. Als iemand mij dat kan leren, ben jij het.’

‘Hoe bedoel je “straks is de nood aan de man”?’

‘Nou ja, bij wijze van spreken,’ zegt Bruno. ‘Ik vertrouw het niet met de tweede golf.’

‘De tweede coronagolf? Wil je wegvaren als die komt?’

‘Als het te erg wordt, ja.’

‘En wil Loes dat ook?’ Door de hete koffie staat het zweet nu op zijn bovenlip.

‘Weet je, ik wil alleen maar de mogelijkheid hebben. Dan voel ik me beter, snap je? Het bevalt me niet, een schip dat ik niet snap.’

‘Sorry,’ zegt Rens. ‘Je kan me nog zo dwingend aankijken, maar ik ben afgekeurd. Ik mág het niet.’

Zijn hele lichaam schudt nee. Het is niet te zien waar zijn ziekte ophoudt en waar zijn antwoord aan Bruno begint.”

Behalve een prachtige observatie van onzekerheid, geeft dit stukje een tijdsbeeld van de 2021-pandemie en de angstaanjagende sfeer daarvan. Altijd handig voor de geschiedschrijving, maar daar gaat het hier niet om. Dit hele boek zit vol glinsterende kleine portretjes die een frons van ergernis of een glimlach van herkenning oproepen. Appetijtelijk leesvoer.

 

ISBN: 9789044648706

Uitgeverij: Prometheus

Ook verschenen op De Leesclub van Alles en Tiktok