Recensies van actuele boeken

Nicole Panteleakos – In de ruimte is het stil

Maar op de aarde is het druk

Nova is autistisch. Daar, het woord waar dit hele boek om draait is gezegd. Autisme is het probleem waar de twaalfjarige hoofdpersoon mee kampt. Dat wil zeggen, ze heeft er zelf niet al te veel last van maar de omgeving snapt haar niet zo. De kleine prins van Antoine de Saint Exupéry levert het motto dat Nova’s leven verwoordt:

“Grote mensen begrijpen nooit iets uit zichzelf,

en het is heel moeilijk voor kinderen,

dat ze alles altijd en eeuwig aan ze moeten uitleggen.”

Bridget en Nova zijn zussen, maar Bridget is weg. Nu is Nova alleen in haar pleeggezin, waar het mwah, niet echt slecht wonen is. Maar leuk is anders. Gelukkig heeft Nova een hobby waar ze veel tijd in kwijt kan: astronomie. Ze weet alles over ruimteschepen, NASA, ruimtevaart en astronauten. Elk nieuw weetje slaat ze op in haar geheugen, met als plezierig bijeffect ze niet te veel aan andere dingen hoeft te denken.

Op school is dat lastig. Daar proberen ze je namelijk juist allerlei nieuwe dingen te leren. Zoals mevrouw Pierce die op dinsdagochtend test of Nova nieuwe voorwerpen en plaatjes bij elkaar kan zoeken. Mevrouw Pierce gaf de voorwerpen aan die ongeordend in het kistje liggen, en Nova moest het plaatje erbij zoeken.

“Plastic vork. Limonadeslang. Rubberbal.

Stukje gummislang. Stukje gummislang. Stukje gummislang.

Die gummislangen waren lekker, precies zoet en zuur genoeg, dus Nova deed haar best om niet te letten op de eekhoorns, de lampen, de warmte en de andere kinderen zodat ze zich goed kon concentreren en nog meer stukjes kon verdienen.

In de pauze zaten Mallory en Alex aan weerszijden van Nova te kletsen. Ze kletsten de hele tijd. Soms kletsten ze tegelijkertijd, daar werd Nova een beetje duizelig van, dus ze sloot zich voor allebei af, maar dat schenen ze niet eens te merken.”

Nicole Panteleakos kan zich uitstekend verplaatsen in de belevingswereld van een autist. We lezen een groot deel van het boek door de vaak verwarde ogen van Nova, als ze de mensen en de wereld en de gebeurtenissen om haar heen niet kan plaatsen. Mooi initiatief, dat verwarde perspectief, maar helaas met het gevolg dat het boek erg fragmentarisch leest. Soms zelf ronduit onduidelijk – dat kan de bedoeling niet zijn. Hopelijk leest de doelgroep zich door die hindernissen heen.

Wat Panteleakos wel goed doet, is naar een climax toewerken. Dat is natuurlijk de ramp met de spaceshuttle Columbia. Die werd op16 januari 2003 gelanceerd en zou op 1 februari terugkeren op aarde. Bij de lancering raakte een losgeraakt stuk schuim de vleugel en beschadigde die. Daardoor komt spaceshuttle Columbia bij de landing niet goed op aarde terecht: de shuttle breekt in stukken en alle bemanningsleden overleven het niet.

In dit boek leeft Nova naar de landing van de spaceshuttle toe. Haar zus Bridget heeft namelijk gezegd dat ze er zal zijn als de spaceshuttle landt. Daarom volgt Nova de landing op tv vol spanning en ziet onvermijdelijk het vreselijke ongeluk gebeuren. Zal haar zus er nu wel zijn? Zo niet, dan zal ze zelf iets met haar leven moeten doen. 

Sterren: ***

ISBN: 9789000372225

Uitgeverij: van Goor

Ook verschenen op De Leesclub van Alles 

 

Annemarie van Geel – Hakken in het zand

Alleen als de maatschappij daar klaar voor is

Kent u de ‘hayat al-amr bil maruf wal nahy an al-munkar’? Het is de ‘Commissie ter Promotie van Deugd en Voorkoming van Ondeugd’, de religieuze politie van Saoedi Arabië. Zij zorgen ervoor dat mannen en vrouwen niets doen wat volgens hen tegen de islam is. Ook moeten ze ‘hekserij’ voorkomen, evenals de consumptie van varkensvlees, drugs en alcohol. In de praktijk doen ze vooral hun best het vrouwelijke deel van de bevolking onder de duim te houden.

 

Vrouwen hebben in Saoedi-Arabië een ingewikkelde positie. Annemarie van Geel deed haar promotieonderzoek in dat land, geïntrigeerd door die tweeslachtige situatie van de vrouwen. In theorie propageert kroonprins Mohammed bin Salman een liberaal beleid, maar in de praktijk blijkt dat een wassen neus. De wet van de islam heerst, de vrouw heeft weinig tot geen recht van spreken, maar moet zich toch zien te handhaven in die vreemde spagaat. Hoe is dat in het dagelijks leven? Onze onderzoekster duikt diep in de materie, maar stelt als tegenwicht ook meteen:

 

‘Veel van de vrouwen met wie ik sprak drukten mij stevig op het hart om vooral hun verhaal te vertellen. Niet alleen voor de wetenschap, in mijn proefschrift, maar juist ook daarbuiten. Zij zijn zich zeer bewust van het heersende beeld in het Westen van hun maatschappelijke posities en levens, herkennen zichzelf daar lang niet altijd in, en willen dat beeld graag bijstellen. Daarbij gaat het nadrukkelijk niet om het ‘spreken voor’ deze vrouwen of ze ‘een stem geven’. Want een stem hebben deze vrouwen allang. Wel gaat het om het zichtbaar maken, doorgeven en versterken van die stem.’

Ze houdt woord: voor ons ligt een coherent, logisch opgebouwd verhaal dat helder de situatie van vrouwen in Saoedi-Arabië weergeeft. Het boek is een bewerkte versie van haar proefschrift, nemen we aan. Toegankelijk voor eigenlijk iedereen die in deze onderwerpen geïnteresseerd is, laagdrempelig en geschikt voor een breed lezerspubliek. En: voorzien van één van de mooiste boektitels in lange tijd.

 

Van Geel begint met de achtergrondgeschiedenis van het land, verteld door ‘oma Sara’ die ongeveer 73 jaar is. Ze weet zelf niet precies of dat klopt, maar weet wel hoe het vroeger was op de boerderij. Gewoon hard werken zonder al te veel politieke bemoeienis. Later verandert dat. De politiek en de invloed van de islam doen onstuitbaar hun invloed gelden. Van Gaal belicht in opeenvolgende hoofdstukken de veranderende toestand van vrouwen. Ook dit gebeurt in gewone mensentaal. Bovendien worden de kwesties uitgediept en verduidelijkt.

 

Zo is er de Gendersegregatie: het niet samen mogen werken met mannen. Daar zijn allerlei oplossingen voor gevonden: werkplekken alleen voor vrouwen, kantoren waar geen mannen werken. Jammer alleen dat onder invloed van de Saoedische interpretatie van de islam dit ‘niet samenwerken’ zo in beton gegoten wordt dat er voor vrouwen geen millimeter ruimte meer is. Voogdijschap is een andere inperking, en geen stemrecht. Verder kunnen vrouwen niet hun gezondheidszorg regelen zonder de supervisie van een man, en ze kunnen – in tegenstelling tot mannen – geen relaties aangaan zonder een schandaal te veroorzaken.

 

In reactie op al die repressie ontstaan tegenbewegingen. De bekendste is ‘vrouwen die autorijden’, dat ook rond 2018 in de Westerse wereld publiciteit kreeg. Opeens zagen we op het nieuws gesluierde vrouwen achter het stuur zitten. Dit initiatief werd natuurlijk officieel niet gedoogd. Negatief als het voorgaande klinkt: opvallend is dat van Geel door haar tekst toch optimisme laat doorschemeren. De mening van de kroonprins is onwrikbaar:

 

‘Vrouwen hebben natuurlijk rechten, maar alleen als de maatschappij daar klaar voor is.’

Al met al een beklemmend verhaal. Een helder verhaal ook, over het leven van vrouwen in een geïslamiseerd land. Dankzij dit verslag komt informatie naar buiten die anders weleens onder de pet van de bevelhebbers zou kunnen blijven. Met die openheid geeft de schrijfster steun én een gezicht aan die moedige, intelligente en creatieve vrouwen.

 

Sterren: ****

ISBN: 9789044640076

Uitgeverij: Prometheus

Ook verschenen op Hebban en De Leesclub van Alles 

 

Taran Matharu – De Uitdager Contender 2

Als jij me slaat, sla ik harder terug

Het recht van de sterkste geldt nog altijd in de vreemde wereld waarin Cade Carter is neergezet. Weten we het nog hoe het ging in deel 1? In de gewone wereld is Cade van school gestuurd naar een strafkolonie, omdat op zijn kamer een stapel dure laptops was gevonden. Volgens de politie had hij die gestolen, maar volgens Cade was dat zijn kamergenoot. De politie geloofde zijn kamergenoot.

Dan komt Cade terecht in een andere, vreemde, niet bepaald vriendelijke wereld, waar hij op onverklaarbare wijze een heel ander leven moet leiden. Met een paar andere jongens en meisjes uit zijn ‘gewone’ leven is hij daar terechtgekomen en ze merken al snel dat het hier ‘eten of gegeten worden’ is. Ternauwernood weten ze deel 1 te overleven door een monster te verslaan, alleen om in dit deel 2 een nog grotere uitdaging te vinden. Helaas is het een onwaarschijnlijk verhaal geworden vol zinloos geweld, zinloos voor de vertelling dan.  

Er moet gevochten worden en heftig ook. Cade moet er eigenlijk niet aan denken, hij heeft al problemen genoeg met zichzelf. Er is de onderlinge strijd tussen de jongeren. Er is de vijandige wereld om hen heen. En er is de nooit eindigende honger. Hij probeert vis te vangen of vruchten (er zijn alleen vijgen) te eten, maar er is nooit genoeg om zijn honger te stillen. Of die van de anderen. Allemaal lopen ze er vel over been bij, zoekend naar schaars voedsel.

Geen ideale voorbereiding voor een gladiator. En de ongevoelige machine die de Codex heet, en ongelukkigerwijs de enige verbinding met de organisator van dit helse spel is, jaagt ze meedogenloos op. Zo is Abaddon, de organisator van het spel met alle karaktereigenschappen van een volbloed duivel:

“’Jullie zijn ondankbaar,’ klonk de stem. ‘als baby’s die de melk van hun moeder uitspugen.’

De stem klakte misprijzend met zijn tong. Het was een raar geluid voor een machine. Cade betwijfelde of Abaddon wel een tong had. Elk woord was doordacht, afgewogen. De geluiden, de klanken, de stembuigingen… allemaal gekunsteld. Het was angstaanjagend.

‘Heb ik jullie niet de tijd gegeven om te herstellen?’ vervolgde Abaddon. ‘Om je voor te bereiden op dat wat jullie te wachten staat Maar liever verdrinken jullie in zelfmedelijden en laten jullie jezelf wegkwijnen. En menen mij de schuld te kunnen geven van je eigen incompetentie.’…

‘Dank je,’ zei Amber. ’Je hebt gelijk.’

De psychologische spelletjes en de ontberingen die de vrienden moeten doorstaan, zouden een geharde ontdekkingsreiziger ontmoedigen. Maar Cade en zijn medestrijders zijn uit ander hout gesneden. Ondanks de constante pesterijen, de vliegen, muggen, hitte en honger, gaan ze toch door naar de volgende ronde in de Spelen.

Want er wacht een uitdager. Alweer. En Cade moet, verzwakt en gehavend, ook nog zichzelf overwinnen om in de arena te kunnen stappen. Hij moet het gevecht aangaan. Zal hij het overleven?

Sterren: **

ISBN: 9789000366323

Uitgeverij: van Goor

Ook verschenen op De Leesclub van Alles 

Jaap Krol – De hond die overstak

Kleine ongepolijste tragedies

Jaap Krol heeft geen hobby’s. Wel schrijft hij verhalen, columns en recensies in verschillende periodieken en is hij tentoonstellingsredacteur. Tien door hem geschreven verhalen zijn gebundeld in een uitgave van De Kleine Uil in een netjes verzorgd, afgetraind boekwerkje.  

‘Goodbye, goodbye!’ is het eerste verhaal en dat is meteen het beste. Dat wil niet zeggen dat de andere slecht zijn, maar gewoon eh.. minder dan deze. Het verhaal is sterk gecondenseerd, beslaat slechts vier bladzijden, dat zouden meer schrijvers moeten doen. Krol verstaat de kunst van het onderhuids vertellen. Hij zet dit verhaal neer zonder grote kunstgrepen, woorden of daden, in simpele scènes, plaatsvindend op een klein oppervlak en in een korte tijd. Enorme scheldpartijen komen ook zijn tekstverwerker niet uit. En toch dondert en bliksemt het dat het een aard heeft. Watskeburt?

Pa gaat dochter en vriendin met hun niet onaanzienlijke hoeveelheid bagage, wegbrengen. De dames gaan op een eiland vakantie vieren. Tot zover alles rustig aan het front. Pa rijdt de auto voor: de kleinste auto van de twee die hij en zijn vrouw bezitten. Hij heeft gezegd dat zij de grote maar moet nemen en dat heeft ze gedaan omdat het haar niet interesseert in welke auto ze rijdt. Dit op het oog onnozele feit is de bom onder het verhaal. De dochters hebben namelijk zoveel bagage dat die met geen mogelijkheid in de kleine auto past. En papa had het kunnen weten, erger nog: hij wist het.

Maar vader voelt de levensjaren op zijn schouders drukken. Zijn dochter en haar vriendin zijn hem ontgroeid. Het lijkt wel of hij er simpelweg niet meer toe doet. O nee? Dat zullen we nog weleens zien.

“De meisjes stonden langs de oprit en typten driftig hun urgente berichten. Langzaam reed hij achteruit, beseffend dat achteruitrijden ooit een kwestie was van éérst de oprit vrijmaken van driewielers en stepjes, daarna de kinderen wegsturen. Nu keek zijn dochter even op, met een blik van jij-maakt-me-niets, waarna hij de koffers, plunjezak, stoelen, slaapzakken en hangmat langzaam passeerde.”

Dat dit niet goed afloopt, is te evident om hier verder te benadrukken, maar een mooi beeld van ouder slash overbodiger worden is dit zeker.

De andere verhalen zijn anders van aard. Sommige maken de indruk in één sessie op papier geslingerd en zonder verdere redactie in dit boek doorgedrukt te zijn. Ze doen wat gehaast aan, overhaast wellicht, en maken niet dezelfde solide indruk als een beter geslaagd verhaal als Het bezoek van de burgemeester.

Hierin volgen we een burgemeester die bezoekjes aflegt maar eigenlijk op het gemeentehuis zou moeten zijn. Voortdurend wordt hij gebeld. Als hij eindelijk opneemt blijkt dat de gemeentesecretaris te zijn, die ten eerste wil weten waar hij nondeju is terwijl hij op het gemeentehuis verwacht wordt, en ten tweede de kwestie van de tankpas wil bespreken. Lang verhaal kort: er is een verdenking gaande. En de burgemeester heeft geen blanco geweten.

Het titelverhaal van de overstekende hond laten we bij wijze van uitzondering onbesproken. Zo kan de lezer het oordeel over genoemde hond geheel zelf vormen, en daarna zonder twijfel doorpakken met de rest van deze wranggrappige bundel

Sterren: **

ISBN: 9789493170209

Uitgeverij: Kleine Uil

Ook verschenen op De Leesclub van Alles 

 

Tam & Wild

Tam & Wild

Ouders, verzorgers, oppassers, kleuterleiders, juffen en meesters, grootouders, pleegouders, picture this.

Een peuter.
Een rusteloze peuter.

Zo één die de hele dag om zich heen grijpt met naar nieuwe objecten zoekende knuistjes. Onverzadigbaar Nieuwe Dingen ontdekken.
U weet hoe moeilijk het is om dat grut de goeie Nieuwe Dingen aan te reiken.
Een kartonboekje, zou dat niet ideaal zijn?

Voordelen: het kan gebruikt worden als substituut-bijtring, alternatieve hamer (niet op broertjes of zusjes), een curlingschijf over de vloer, een soort lego om met soortgelijke kartonboeken een toren van Babel te bouwen of gewoon om in te bladeren. Stevig genoeg om de losbandige manier waarop peuters met voorwerpen omgaan, te overleven.

De dreumes zal aangenaam verrast worden door de lieftallige tekeningen. Die geven het originele thema vorm dat de titel al voorfluistert: we zien dieren in hun tamme, en in hun wilde verschijningsvorm. Kanarie-Zwaluw bijvoorbeeld, of Pony-Zebra. Herkenbaar getekend, in aaibare kleuren. Op elke openslaande bladzijde staat links de tamme en rechts de wilde variant van het dier.

Zo kan de kleine Freek Vonk zien dat de slapende kat ook een roofdier als tegenhanger heeft: de panter. De kleintjes kunnen de dieren vergelijken, aanwijzen en eindeloos bladeren, zoals kinderen van die leeftijd doen. Het is een welkome en vooral stille afwisseling van Paw Patrol, het kind is lekker educatief bezig en u kunt eindelijk die kop thee opdrinken.

Sterren: ***

ISBN: 9789492986184

Uitgeverij: Boycott

Ook verschenen op De Leesclub van Alles 

 

Tosca Menten – Dummie de Mummie 0

De prequel komt uit de wikkels

Uitermate succesvol is hij, de ‘Dummie de mummie’-reeks. Elf delen zijn er inmiddels en ze verkopen beter dan schepijs op een hete dag, sterker nog: drie ervan zijn verfilmd. Er is één probleem: de serie begint met nummer 1. Dat kan natuurlijk niet. Hoe weten we bijvoorbeeld waarom de jonge prins Darwishi opeens koning moest worden? En vond hij dat wel leuk, of zou hij liever gaan zwemmen in de Nijl? Raadsels voor alle lezertjes van de reeks.

Die kunnen vanaf nu weer rustig gaan slapen. Tosca Menten heeft het 0-deel van Dummie geschreven. In vaktermen heet die de ‘prequel’, als in de voorloper van de ‘sequel’, de serie. In zo’n ‘prequel’ legt de schrijver uit wat er gebeurd is vóór al die andere delen en maakt zo het profiel van de hoofdpersoon completer.

Het is wel lastig om pas later dat eerste deel te schrijven, als er al veel andere delen uitgekomen zijn. De schrijver moet verzinnen hoe het leven van de hoofdpersoon eruit ziet vóórdat hij al die andere avonturen beleeft, en dat moet kloppen. Ook in alle andere delen

Bij dit deel 0 heeft de schrijfster haar huiswerk goed gedaan. Darwishi is de zoon van de koning en heeft daarom een luizenleventje. Hij kan zwemmen in de Nijl en spelen met Noezi, zijn beste vriend, en dat doet hij dan ook volop. Alleen: zijn opa gaat dood, en Darwishi’s vader volgt hem op. Darwishi moet allerlei (meestal saaie) dingen gaan leren omdat hij ooit, later zelf koning wordt. Dat is niet zijn favoriete hobby. Dus verzint hij samen met Noezi een plan om dat leren zo lang mogelijk uit te stellen. Maar natuurlijk loopt het heel anders, erg fout ook.

Het verhaal zit uitstekend in elkaar. De schrijfster schildert met woorden prachtige beelden van de nederzetting Mennoefre, waar de jongens Darwishi en Noezi op een ezel afdalen naar de oevers van de Nijl. Dat is al meteen de intro tot het grootste probleem: de Nijl dreigt droog te vallen:

“De rivier was smal en de akkers lagen er verdord bij. De laatste overstroming was alweer een jaar geleden en het graan was allang van de velden. Het land scheurde van de droogte en iedereen wachtte tot de goden het water lieten terugkeren.

‘De Nijl is veel smaller dan vorig jaar,’ zei Noezi. ‘Straks komt het water nooit meer terug. Dan kunnen we ook nooit meer wemmen. Gaan we dan verhuizen?’

‘Ik niet. ik blijf altijd in het paleis wonen,’ zei Darwishi. ‘Het water komt heus wel. De priesters offeren iedere dag.’”

Meer problemen volgen al snel. Bij het zwemmen in de Nijl komt Darwishi wel erg dichtbij een nijlpaard, en iedereen weet: die dieren zijn gevaarlijk. Later gaan de jongens nog gevaarlijkere dingen doen, zoals goud halen in de mijnen. Bijna in elk hoofdstuk laat Menten de jongen obstakels – eigenlijk zichzelf – overwinnen, en ze worden er steeds sterker van. Dat is handig voor de jonge Darwishi, want hij groeit zover dat hij best koning zou kunnen worden.

Goede inhoud, in een verhaal dat zo goed doorloopt dat geen lezer zich een seconde verveelt. Complimenten voor Tosca Menten die deze hele reeks heeft opgezet en heel veel lezers tevreden houdt. Lezers die ongetwijfeld niet kunnen wachten om aan dit nuldeel te beginnen.

Sterren: ***

ISBN: 9789000373925

Uitgeverij: van Goor 

Ook verschenen op De Leesclub van Alles 

 

Karin Slaughter – Verzwegen

 

Karin Slaughter – Verzwegen

Rauwer dan de werkelijkheid      

De twintig jaren die Slaughter al thrillers aflevert, hebben geen sleets effect op haar schrijfstijl. Integendeel: ook in deze nieuwe ‘Verzwegen’ zijn de zinnen soepel en doet ze merkbaar haar best om niet in maniertjes te vervallen. Ze gebruikt de inmiddels haar handelsmerk geworden standaardcombinatie van humor, gruwel en erg expliciete taal die goed werkt.

De proloog is hier belangrijk, omdat daar één van de twee lijnen (die in het verleden) begint waarlangs het speurdersduo (in het heden) op pad gaat. Die proloog begint ruig: studente Beckey Caterino vindt na een doorgehaalde studienacht geen eten meer in haar studentenkot omdat haar twee medebewoonsters alles hebben opgeschranst. Bovendien ligt Kayleigh in bed met het vriendje van haar vriendin.

Volgt een typische Slaughter-scène:

“’Niet tegen Nessa zeggen!’ Nog steeds in haar blootje kwam Kayleigh achter haar aan rennen. ‘Het stelde niks voor Beck. We hadden iets gedronken en … ‘

Elk verhaal dat die wijven vertelden begon met dezelfde vijf woorden. Toen Vanessa betrapt was terwijl ze Deneshia’s vriendje pijpte. Toen Kayleighs broer per ongeluk in de kast had gepist. Toen Deneshia Beckeys ondergoed had ‘geleend’. Ze waren altijd dronken of stoned, aan het rondneuken of elkaar aan het besodemieteren, want dit was geen studentenhuis, dit was Big Brother, waaruit niemand werd weggestuurd en waar iedereen gonorroe kreeg.”

Gezellige sfeertekening en lekker rauw. Het is haast jammer dat Becky Caterino een paar uur later, als ze gaat hardlopen in het bos, van achteren een hamer in haar hoofd geplant krijgt. Die aanval leidt wel weer tot actie in de huidige tijd, wanneer Will Trent en Sara Linton in een gevangenis een tip krijgen van een pedofiele inmate. De man beweert dat er nog steeds moorden worden gepleegd (op vrouwen) op exact dezelfde manier als toen (zie proloog). Dat is wonderlijk want de dader van die oude aanval is berecht en opgesloten. Tijd voor het dynamische duo om de waarheid boven tafel te krijgen. En snel, want de zandloper loopt leeg in hun nadeel: een aanslag op het volgende slachtoffer zal immers niet lang op zich laten wachten…

Aan de hand van de meestervertelster hinkstappen we tussen het verleden en heden heen en weer. Ze heeft het verhaal goed onder controle en stuurt de lezer bekwaam zijsporen op, zodat het raadsel van de dader tot op het eind bewaard blijft. In de tussentijd verveelt ze de lezer niet met langdradige subteksten maar zet ook op het conversatieniveau lekker weglezende dialogen neer. Hier nog eentje, omdat het zo goed is – Sara heeft ruzie gehad met Will en zit in een emotioneel dipje. Ze heeft haar zus Tess aan de lijn en er ontspint zich tussen de twee dames een adviserende conversatie:

“’Echt wel.’ Sara kreeg het ergste nauwelijks over haar lippen. ‘Ik weet niet hoe ik dit goed moet maken.’

‘Je zult het gewoon moeten uitzitten,’ zei Tessa, ‘Tijd is het beste medicijn.’

Weer een wijze raad van hun moeder.

‘Of je koopt iets bij IKEA,’ zei Tess, ‘en doet alsof je het niet in elkaar kunt zetten.’

‘Dat werkt vast niet.’…

‘Zou een handjob werken?’

‘Nee.’

‘Pijpen?’

‘Was dat maar zo.’

‘Rimmen?’

‘Hoe ging je sollicitatie bij de verloskundige vanochtend?’

‘Mwah,’ zei Tessa.”

De binnenwereld van vrouwen, dat is waar Slaughter zo goed over schrijft. Of zoals ze zelf in haar nawoord aan haar lezers zegt: ‘Jullie hebben vast niet door dat ik stiekem liefdesverhalen aan het schrijven ben. Spijkerharde, gewelddadige liefdesverhalen, maar toch…’

 

Sterren ***

ISBN 9789402705515

Uitgeverij Harper Collins

Ook verschenen op De Leesclub van Alles

Lynda Mullaly Hunt – Vis in een boom

 

Lynda Mullaly Hunt – Vis in een boom

Sterk jeugdverhaal met belangrijk thema

Ally heeft een probleem. Of liever: de wereld heeft een probleem met Ally. De wereld wil dat ze allerlei dingen doet die ze niet kan. Zoals op school. Daar moet ze een bladzijde vol schrijven over zichzelf, of een spreekbeurt houden. Als juffrouw Hall dat aan haar vraagt, blokkeert ze finaal. Als de juf aandringt, doet ze dingen die ze zelf niet wil, zoals krassen op het tafelblad. Juf boos, Ally weer bij de directeur.

Dat is het verhaal van haar leven. Het is nu eenmaal zo dat ze niet spoort met ‘normale’ mensen, zoals die keer wanneer juffrouw Hall een babyshower geeft, ze aankomt met in haar ogen een prachtige kaart. Juf boos. Shay en Jessica, de vervelendste meiden in haar klas, lachen hardop en Shay zegt: “Elke keer als Ally Nickelson iets doet wordt de wereld dommer.”

Juf neemt haar apart, ze is verdrietig en vraagt: “Waarom geef je mij een condoleancekaart?” Ally verschrompelt. Ze heeft alleen de mooie gele bloemen gezien, ze kon niet lezen wat er boven stond. Ze denkt: “Hoe ik ook heb geploeterd, gewerkt en gehoopt, lezen is voor mij nog steeds: proberen iets begrijpelijks te maken van een blik alfabetsoep waarvan de inhoud op mijn bord is gedumpt. Ik weet gewoon niet hoe anderen dat doen.”

Het gaat van kwaad tot erger met de dyslectische Ally. Ze wordt steeds meer gepest en doet steeds meer dingen fout. Ze wordt ook steeds onzekerder op school, wil eigenlijk niet meer de klas in gaan. Net als ze denkt dat het niet slechter kan, krijgt ze een nieuwe meester. Kan het erger? Maar het valt mee, dit is een meester die haar begrijpt. Zo wordt schoolgaan, leren en ja ook lezen, gewoon leuk.

Schrijfster Lynda Mullaly Hunt vertelt in het nawoord dat ze zelf model stond voor Ally – ook zij had het moeilijk op school. Toen ze in de klas kwam bij meester Christy, veranderde dat. Hij liet haar naar zichzelf kijken en liet haar beseffen dat ze niet slechter was dan andere kinderen, alleen anders. En dat ook zij haar sterke punten had. Toen ze die ging ontwikkelen, kon ze verder in het leven.

Een succesverhaal, zoals dat heet, en het werd een nog veel groter succesverhaal nadat Lynda het opschreef. Haar boek werd een bestseller in Amerika en werd in meer dan twintig landen vertaald. Terecht, want het verhaal spreekt erg tot de verbeelding, is behendig verteld en heeft een happy end. Het enige minpuntje aan deze blinkende geschiedenis is trouwens dat té happy end. Naar het einde toe lost Ally alle problemen, ook die van haar vrienden die ze is tegengekomen, naadloos op. Beetje ongeloofwaardig. Maar dat vergeven we de auteur omdat de rest van het verhaal zo goed geschreven is.

En hoe zit het met die vis in een boom? Dat is een citaat van ene Albert Einstein: “Iedereen is goed in iets, op zijn eigen manier. Maar als je een vis in een boom laat klimmen en hem daarop beoordeelt, zal hij zijn hele leven denken dat hij dom is.”

Sterren ****

ISBN 9789025114633

Uitgeverij Holland

Ook verschenen op De Leesclub van Alles

Sander Heijne en Hendrik Noten – Fantoomgroei

 

Sander Heijne en Hendrik Noten – Fantoomgroei

Een ongemakkelijkere waarheid

Het statement voorin dit boek klinkt als een goed doordachte missie van een multinational, maar is het niet. Het heeft meer – en vooral een totaal andere – ambitie dan het gemiddelde bedrijf:

“Dit boek is een zoektocht naar een nieuw verhaal over een economie voor een andere, betere wereld. En als we die wereld kunnen schetsen, willen we haar ook realiseren. Dat, en niets minder, is de ambitie van deze vertelling.”

Een betere wereld, dat horen we vaker, en ongeveer even zo vaak dat de wereld toch weer een gradatie slechter is geworden. De feiten: onze economie is ontspoord. Bedrijfswinsten zijn huizenhoog maar de werkende mens ziet dat niet terug op de salarisstrook. Betaalbare huizen zijn niet meer te vinden. De zorg, het onderwijs, de politie zijn uitgehold. Waarom accepteren we dat?

Sander (onderzoeksjournalist) en Hendrik (bestuurskundige) gaan terug in de tijd om te traceren waar het mis ging. Bij Sander komt de motivatie door de tegenstellingen die hij observeert in het dagelijkse leven in Amsterdam. Hoogopgeleide tweeverdieners leven een paar stadswijken naast bijstandsmoeders die de eindjes niet aan elkaar geknoopt krijgen. Hendrik werkt als beleidsmedewerker bij de Algemene Werkgeversvereniging Nederland en merkt dat zijn collega’s net als hij, een eerlijker en duurzamere wereld zouden willen. En net als bij hem, lukt dat niet omdat het systeem iedereen de andere kant op duwt. Het beslissende zetje voor hem om dieper te gaan graven komt als het kabinet Rutte vanuit het niets de dividendbelasting voor een aantal bedrijven wil afschaffen. Een cadeautje voor multinationals, zeg maar.

De twee mannen vinden elkaar en gaan zoeken naar oorzaken. Ze beginnen bij Gerard Philips als die in 1886 in Glasgow zijn studie begint. Gerard legt daar de fundamenten voor een gloeilampenimperium dat Philips gaat heten. De rest is historie. Philips wordt een meer dan succesvolle multinational die, in tegenstelling tot veel bedrijven anno nu, wel verantwoordelijkheid neemt voor zijn arbeiders. Philips investeert in goede maatschappelijke voorzieningen, winkels, speelplaatsen, een bibliotheek en scholen.

Die tegenstelling met het volgende hoofdstuk is schril. Dat beschrijft namelijk de omstandigheden waarin webwinkeldistributiecentrummedewerkers hun arbeid verrichten. Kernwoorden: buitenlandse arbeiders, anoniem, tot dertig km per dag lopen, wettelijk minimumloon, geen vaste aanstelling. Soortgelijke banen zijn helpdeskmedewerkers en pakketbezorgers: vrijblijvende arbeid, losgekoppeld van het bedrijf. Hier profiteren niet de medewerkers van een succesvol bedrijf, maar de aandeelhouders. In het klein is dit één van de oorzaken van het uitblijven van die eerlijke, duurzame wereld.

Dat is slechts één aspect van het probleem. Onze twee onderzoekers laten ook zien hoe ongezond groot de macht van aandeelhouders van ondernemingen is geworden. Mooi voorbeeld is Unilever. De hoogste baas Paul Polman heeft bijna tien jaar lang geprobeerd Unilever te verduurzamen. Met de goede redenen: het verminderen van de CO2-afdruk, bouwen aan een wereld waarin Unilever over honderd jaar nog steeds geld kan verdienen. Tot er een vijandig overnamebod kwam van het Amerikaanse Heinz. De Amerikanen voelden niets voor een duurzame koers en stelden de aandeelhouders veel hogere rendementen in het vooruitzicht. De aandeelhouders wilden dat overnamebod best afwijzen, maar alleen als Polman de waarde van hun aandelenpakket zou vergroten.

Dit, en nog een wagonlading meer onrustbarende feiten halen Sander en Hendrik naar boven. Feiten die pijnlijk duidelijk maken dat winstoptimalisatie slecht samengaat met lange termijn-denken. En dat laatste is nodig om te investeren in de werkende mens in plaats van een handvol superrijken nog rijker te maken.

De onderzoekers brengen helder in kaart hoe in de loop van de geschiedenis sociale stromingen afgewisseld worden met economische-groei stromingen, en hoe het komt dat die verhouding uit evenwicht is geraakt. Het kantelpunt waarop we in een fout verhaal zijn gaan geloven, weten onze reporters precies aan te wijzen: een knap staaltje speurwerk. Ze halen de ongemakkelijkere waarheid naar boven, zoals Al Gore deed over de opwarming van de aarde met zijn ‘Inconvenient Truth’, maar dan een stapje dieper. Mooie idealisme-gedreven journalistiek.

Sterren ****

ISBN 9789047013242

Uitgeverij Contact Business

Ook verschenen op De Leesclub van Alles

Word wakker! Het leven is slechts een droom.

 

Word wakker! Het leven is slechts een droom.

Indringende wake-up call vraagt veel van de lezer

Michael B.C. Murray heeft een boek geschreven en dat zullen we weten ook. De Nederlandse titel met uitroepteken doet het nog rustig aan vergeleken met de originele: ‘Wake the fuck up! Life is but a dream. De schrijver slaat de lezer links en rechts op de wangen zodat er opgelet wordt: er komt wat belangrijks uit zijn koker.

Murray heeft een ongezonde hoeveelheid pech gehad in zijn leven. Komend uit een gezin zonder geld dat met z’n vijftienen op een kleine boerderij woont op het Ierse platteland, krijgt hij vanaf zijn zevende vier bijna-doodervaringen en wat hij noemt lichaamsuittredingen. Nadien gaat zijn leven steil bergafwaarts. Op het dieptepunt van die hellevaart krijgt hij drie spirituele ervaringen die zijn blik op het leven voorgoed veranderen.

Het leven zoals wij allen dat beleven, is namelijk niet echt. Klinkt dat levensveranderend? Voor Murray was het dat wel toen hij op de bodem van zijn bestaan in ‘de toestand van totale leegte’ terecht kwam, ‘dieper kon ik in mijn leven niet meer vallen’. Hij kon niet anders dan dat accepteren, en op dat moment veranderde zijn wereldbeeld: er hoefde niet meer geoordeeld te worden en er kwam vrede over hem.

Zo beschrijft hij de weg waarlangs hij tot zijn besef kwam dat de wereld zoals wij die kennen, anders in elkaar steekt dan het lijkt. Simpel gezegd leeft de mensheid in een droom – wij kennen de echte wereld niet. Het blijkt dat met name één ding ons mensen in de weg zit en saboteert: het ego. Met de rest van het boek als uitleg geeft hij aan hoe wij gewone stervelingen in een toestand kunnen komen van verlichting.

Helemaal nieuw is dat gedachtegoed niet. Murrays uitleg leunt zwaar op een ander boek dat dit inzicht al eerder voor het voetlicht bracht: ‘Een cursus in wonderen’. Ook in de goede oude Bijbel zijn aanwijzingen te vinden, mits men de juiste interpretatie toepast. Dan is er de in het esoterische veld bekende auteur Eckhart Tolle met zijn ‘De kracht van het Nu’, en Boeddha die ons zijn weg naar Verlichting al enige tijd geleden heeft nagelaten. Het tijdperk van Aquarius blijft evenmin ongenoemd – een duiding die in de hippietijd opgang deed.

Murray brengt in zijn rechttoe-rechtaan stijl de standpunten onomwonden. Over het lijden in de wereld:

“Op een dag moeten we allemaal beseffen dat alle lijden door onszelf wordt gecreëerd. Dat alle lijden voortkomt uit onze keuze om met eisen, verwachtingen, behoeften en verlangens naar de wereld te kijken. De oorzaak van al ons persoonlijk leed is datgene wat we dagelijks buiten onszelf zoeken. Toen Jezus zei: ‘Leid ons niet in bekoring’, bedoelde hij: laten we niet buiten onszelf zoeken. Telkens als we buiten onszelf zoeken zullen we lijden, punt uit. Ik zal lijden als er niet aan mijn eisen, verwachtingen, behoeften en verlangens wordt voldaan of ik zal jou laten lijden; voor het ego maakt het niet echt uit wie er lijdt, zolang iemand dat maar doet.”

Een fascinerend boek is het zeker. Al was het maar om te bedenken hoe dat zou zijn: denken zonder oordeel. Voor de juiste ontvanger kan deze bekentenis verlichtende inzichten aanreiken en wie weet, inderdaad het ondermaanse bestaan een stukje beter maken.

Sterren ***

ISBN 9789463310215

Uitgeverij Hajefa

Ook verschenen op De Leesclub van Alles