Recensies van actuele boeken

Georgi Gospodinov – De dood en de tuinman

Zelfonderzoek naar waarden

Eerlijk gezegd had ik nog nooit iets van hem gelezen, Georgi Gospodinov. Maar de titel, thematiek en de erin rammende aanbeveling op de cover van Olga Tokarczuk haalden me over.

Geen spijt van gehad. Dit is één van de betere boeken die inzicht geven over afscheid, dood en de bestemming die je aan je leven geeft. Met gevoel voor het menselijk lijden, de onontkoombare finish van het leven en melancholische humor richt Gospodinov een monument op voor zijn overleden vader.

Het begint allemaal even onvermijdelijk als akelig in hoofdstuk 1:

”Mijn vader was een tuinman. Nu is hij een tuin.

Ik weet niet waar ik moet beginnen. Laat dat het begin zijn. Dit boek gaat natuurlijk over het einde, maar waar begint het einde?

Ik heb, denk ik, in mijn broek geplast, zei mijn vader, terwijl hij op de drempel stond. Hij stond in de opening van de achterdeur, pijnlijk vermagerd, ietwat krom, met die gebogen houding van lange mensen. Ze brachten hem laat in de avond, eind november. Hij had driehonderd kilometer gereisd, liggend op de achterbank, om de pijn een beetje te verzachten. Het was me gelukt een afspraak te maken voor een onderzoek de volgende dag.”

In zijn broek geplast

Gospodinov helpt zijn vader, die in zijn broek heeft geplast, en zorgt voor schone kleren. Dan voert hij zichzelf op als in een toneelstuk, pratend in de derde persoon:

“Laat ik hier al verklappen dat aan het einde van dit boek de held sterft. Nee wacht, niet aan het einde maar al ergens in het midden, hoewel hij weer tot leven komt in alle verhalen over hem, of ze zich nu afspelen voor of na zijn dood. Omdat, zoals Gaustin ook al zei, in het verleden de tijd niet slechts in één richting stroomt.

Toen ik klein was, pakte ik uit de boekenkast altijd een boek dat geschreven was in de eerste persoon enkelvoud, omdat ik dan zeker wist dat de hoofdpersoon niet dood zou gaan…

Ik wil dat er licht is op deze pagina’s, een zacht namiddaglicht. Dit is geen boek over de dood, maar over het verdriet over een leven dat er niet meer is. Dat zijn twee verschillende dingen..

Niks aan de hand, zoals hij altijd zei.”

Herinneringen ophalen

Het boek schrijft zichzelf verder, lijkt het, als Gospodinov op zijn gemak herinneringen ophaalt, over zijn eigen angsten vertelt, veel fragmenten van zijn vaders leven beschrijft, teruggrijpt op zijn eigen notities (Voorspoedige verhalen voor allerlei aangelegenheden), zijn notitieboekje vol verhalen dat hij te voorschijn haalt als het te moeilijk wordt.

Zo leidt hij ons door zijn rouwproces. Klinkt gek, maar het is een genot om te lezen hoe hij telkens weer een andere invalshoek vindt om zijn vader te eren. Prachtige ode aan een tuinman.

Sterren: ****

ISBN: 9789026371158

Uitgeverij Ambo/Anthos

Ook verschenen op Boekenkrant 

Sunzi – De kunst van het oorlogvoeren

Altijd winnen

Het is een beetje controversieel boek, deze ‘kunst van het oorlogvoeren’. Ik bedoel, een handleiding voor het decimeren van tegenstanders, het veroveren van andermans land en het winnen van oorlogen valt niet onder de categorie ‘vermaak’. Maar sommige situaties zoals laten we zeggen het voeren van een oorlog, hebben baat bij deze gedetailleerde informatie.

Achtergrond

Eerst de achtergrond. Deze tekst is 2500 jaar oud en nog steeds actueel, omdat krijgsheer Sunzi (of meester Sun zoals hij in het boek genoemd wordt) zich niet bezighoudt met technische zaken als de opleiding of organisatie van een leger. Hij neemt een conceptueel standpunt in van strategieën en tactieken, vertelt vertaler en samensteller Mark Leenhouts:

“Het uitgangspunt van zijn betoog is dat fysieke oorlog in feite zo lang mogelijk vermeden moet worden., alleen al om verspilling van kracht, mensen en middelen tegen te gaan. Er zit een taoïstische, door de natuur ingegeven kant aan die instelling, evenals aan het feit dat er niet wordt geappelleerd aan confucianistische deugd of de heroïek van het slagveld.”

In de praktijk

Dan de praktische kant: het boek. Dat is robuust, gebonden net iets groter dan broekzakformaat. Erg gemakkelijk mee te nemen als je weer een land gaat veroveren. Hoofdstuk 1 begint met uitleg over ‘de Weg’, ‘de hemel’, ‘de aarde’, ‘de generaal’ en ‘de regels’. Gedetailleerde info volgt in dat hoofdstuk om die bullets inzichtelijk en toepasbaar voor het slagveld te maken.

Hoofdstuk 2 gaat over ‘Slag leveren’, hoofdstuk 3 over ‘Plan van aanval’, hoofdstuk 4 over ‘Vorm’, met als toelichting: “De ware strijder neemt een onverslaanbare positie in en laat tegelijkertijd geen kans voorbijgaan om zijn vijand te verslaan. Vandaar dat overwinnende troepen al winnen voordat de strijd in zicht is, terwijl verliezende troepen juist strijden voordat de winst in zich is.” Dat gaat diep.

Zo de lezer bij de hand nemend, voert Sunzi hem/haar mee naar hoofdstuk 5: ‘Overwicht’. Ook dat lijkt me nuttig –overwicht- om een oorlog aan te gaan. Idem met hoofdstuk 6: ‘Zwak en sterk.’ De tip die hierbij hoort: ‘Wie het eerst op het slagveld is en de vijand op kan wachten, staat in de regel uitgerust klaar; wie het laatst op het slagveld is en zich naar de strijd moet haasten, komt in de regel uitgeput aan.’ Een gouden regel ook voor Black Friday.

Het ’treffen’

Dus beste toekomstige oorlogvoerder, tot zover een impressie van wat wel of wat niet handig is op het slagveld/slachtveld. Hoofdstuk 7 is geheel gewijd aan de kern van de slachtpartij en het hele oorlogsidee: “Het treffen”. Dat is een beetje ouderwets geformuleerd; de troepen treffen elkaar niet letterlijk. Dat gebeurt 2 bladzijden verder: “De moeilijkheid van het treffen is: zorgen dat een kromme weg een rechte wordt en een gevaar een voordeel.”

In onze tijd: leid de vijand langs omwegen, gelokt met voordeel, zodat je als eerste aankomt terwijl je als laatste vertrok – dat is weten hoe je de kromme en de rechte weg gebruikt. Precies hetzelfde als in de supermarkt: je stuurt je concurrent, de winkelende klant, een fout gangpad in zodat hij/zij verdwaalt en jij toch nog die laatste krat bloemkolen kan scoren. Victorie!

Voor het eerst verschenen op Boekenkrant. Ook verschenen op Nico’s recensies.

Sterren: ****

ISBN: 9789025319083

Uitgeverij Athenaeum

Ook verschenen op Boekenkrant 

Scott Stuart – Saffier en de Monster Jagers

Scott Stuart – Saffier en de monsterjagers

Pas op voor de slapende snurkies

Saffier Spatjes

Ken je Saffier Spatjes al, of nog? Na haar succesvolle monsterjager-avontuur in haar vorige boek, is ze een heel andere kant opgegaan. Ze is nu Management Assistent in het Museum der Wonderen geworden. Daar moet ze de orde bewaren. Geen makkelijk baantje want de snurkies werken tegen. Nog erger: ze willen de baas spelen. Het begint zo:

“Hoofdstuk 1: Iets heldhaftigs is precies wat we nodig hebben.

‘Hoi! Ik ben Saffier Spatjes en vroeger was ik een monsterjager. Maar monsters blijken helemaal niet gevaarlijk te zijn! Dat wist ik al lang natuurlijk … Kuch.

Hoe dan ook … tegenwoordig werk ik als managementassistent van de coolste plek ter wereld:

Het Museum der Wonderen,  een veilig thuis voor monsters in alle vormen en maten. En weet je wat het allerleukste is? Jasper werkt hier ook, met diens huisdier, de eenhoorn Jellybean.”

Bijna hetzelfde als het vorige boek

Dit verhaal, de avonturen en de tekeningen zijn een exacte voortzetting van het vorige boek. Met dezelfde hoofdpersonen (de slapende snurkies) natuurlijk, die in de problemen komen.

Hoe Saffier alle gevaren die op haar afkomen en de dreigen slecht aflopende avonturen overleeft, komt in beelden naar je toe die zo kronkelig zijn dat je af en toe uit de bocht vliegt. En dan hebben we het nog niet eens over de hyper stuiterende tekst.

Scott Stuart (bron – Scott Stuart)

Stuart heeft veel van het eerste boek geleerd: de overkoepelende verhaallijn zorgen ervoor dat de lezer bij de les blijft. De constante dreiging voor de helden hangt ze letterlijk boven het hoofd, dus waakzaamheid is geboden.

Ook de opbouw van het verhaal verschilt nagenoeg niet van het vorige deel. Oké, het verhaal is anders, maar de problemen die Saffier moet overwinnen lijken wel erg veel op de problemen uit het vorige boek. Als je van dat herkauwen geen last hebt, kun je genieten van de lol die ook ruim in het boek is gestopt. En dan nog de hamvraag: wie zijn de slapende snurkies eigenlijk?

Veel lees- en speurplezier!

Voor het eerst verschenen op Boekenkrant. Ook verschenen op Nico’s recensies.

Sterren: **

ISBN: 9789463837842

Uitgeverij Pelckmans

Ook verschenen op Boekenkrant 

Ted van Lieshout & Philip Hofman – Kamperen bij Boer Boris

Meer van hetzelfde maar scherper

De tagline van dit boek voorspelt niet veel nieuws:

‘Broer Berend wil kamperen.

Maar waar kan dat?

Boer Boris heeft een goed idee!’

Het lijkt erop dat hier ernstig gerecycled wordt. Boer Boris zelf natuurlijk, maar dat mag, hij is de naamgever van deze serie. We zien aan de binnenkant van de flaptekst alle voorafgaande ‘Boer Boris’ boeken; als we dit nieuwe boek meetellen komen we op 22 delen.

Voorspelbaar? Misschien. 

Even onder ons: het is zeker niet mijn intentie om de Boer Boris serie af te kraken. De prentenboeken zijn altijd goed verzorgd qua illustraties en tekst, het gaat ergens over, de tekeningen begeleiden de teksten naadloos, de verhalen snijden hout én zijn haarscherp afgesteld op de jonge doelgroep, en de vaste gast van zijn eigen show is altijd Boer Boris. Maar toch, door die laatste naam zou er weleens een probleem kunnen ontstaan. Omdat na 22 delen Boer Boris lezen, zelfs de grootste fan de formule ietwat voorspelbaar kan gaan vinden.

Dat risico loopt dit boek ook, maar de inhoud houdt hem overeind. In ‘Kamperen bij Boer Boris’ straalt de eerste dubbele open pagina je tegemoet. Een Hollandse lucht hangt boven een uitgestrekt weiland met boerderijen, Broer Berend natuurlijk, 7 koeien, 10 kippen en 1 haan, een springerig hondje, schapen en een rijtje molens.

Laten we een weekje kamperen

Aansluitend op de kampeervraag in het begin van het boek, vertelt broer Berend dat hij moe is, veel gemaaid, gezaaid, geploegd:

“Laten we een weekje kamperen.

Ik wil al heel lang o zo graag in een tent.”

“Ik kan daar,’ zegt Boris, “geen tijd aan spenderen.

Aan ’t werk van een boer komt helaas nooit een end.

Ik zet wel een tent voor je op, Berend, kijk:

in het weitje daarginds bij het hek aan de dijk.”

Maarrrr … er staat al een tent bij het hek. Zus Sam wil er ook graag in:

‘Wat leuk!’ roept zus Sam. ‘Een tent bij het hek.

Ik wil er ook in, Berend. Ga eens opzij.’

‘Dat gaat niet,’ zegt Berend, ‘er is hier geen plek..

De tent is te klein voor nog iemand erbij.’

De argeloze lezer zou kunnen gaan denken dat Berend zijn ruimte liever niet wil delen met anderen. Geen vreemden op mijn land! Een houding die in huidige tijden niet ongebruikelijk is. Gelukkig geeft dit subtiel geschreven en geïllustreerde boek tegenwicht.

Voor het eerst verschenen op Boekenkrant. Ook verschenen op Nico’s recensies.

Sterren: ***

ISBN: 9789025782795

Uitgeverij Gottmer

Ook verschenen op Boekenkrant 

Liset Celie – Volg mij!

Wankelmoedig verhaal

Hier vooraan lopend op de cover van dit prentenboek, hebben we muisje Chris. Hij heeft geluk – denkt hij – want hij heeft een mooie vlag gevonden. De andere muizen kunnen hem nu goed volgen. Hij gaat ze leiden naar een plek waar een verrukkelijke banaan ligt. Volg mij!

Klinkt goed, dit begin met de zelfbenoemde leider Chris die met zijn mooie vlag voor de troepen uit loopt. Ze zingen nog niet niet ‘Deutschland über alles’ maar heffen een iets vrolijker liedje aan.

Liset Celie legt de accenten voor een regimeverandering prima aan. Eerst is er de leider die zich enigszins verheven voelt. Dan vindt hij een vlag – dat sterkt hem in zijn idee dat hij de wereld kan veroveren. Vervolgens gaan de dieren (muizen in dit geval) hem blindelings achterna. Helemaal dictatoriaal.

Dat is wat Chris goed aanvoelde en meteen in de praktijk brengt: loop maar achter mij aan en het komt goed. Voor veel muizen is dat een fijn idee, want zelf nadenken is toch een beetje lastig. En als Chris ook nog belooft dat ze na hun wandelingetje lekker fruit mogen eten, zoveel ze willen, is er niemand meer die twijfelt aan zijn autoriteit.

Of toch…

Want de reis gaat natuurlijk niet van een leien dakje. Zo moeten de muizen over een groot obstakel klimmen dat verdacht veel lijkt op een heuvel. Maar wij lezers van het boek, zien vanaf de zijkant wat er onder die heuvel gebeurt. ‘Niks aan de hand!’ roept Chris. Maar het zachte gegrom GRRRRRR zou al een waarschuwing moeten zijn…

“Chris is helemaal alleen.

Alleen met het water en de wind.

Eigenlijk wel fijn, denkt hij, om even

niet de baas te zijn.

Maar…zou het wel goed gaan met

de anderen zo zonder baas?”

Hoe dat afloopt lees je in dit aardige maar wat zwakke verhaal. 

Voor het eerst verschenen op Boekenkrant. Ook verschenen op Nico’s recensies.

Sterren: ***

ISBN: 9789025782467

Uitgeverij Gottmer

Ook verschenen op Boekenkrant 

Tillie Olsen – Vertel me een raadsel

Tillie Olsen – Vertel me een raadsel 

Overleven met tobben en onmacht

Deze vier verhalen van Tillie Olsen zijn bescheiden van aard. Geen hemelhoog juichend succeszoekers, geen Oscarnominaties, wereldbekerwinnaars of platina medailles. De mensen die dit universum bevolken zijn geen winnaars, eerder geluidloze verliezers.

Het eerste verhaal “Ik sta te strijken” is het kortst en lijkt het minst opwindend. Een vrouw staat bij een strijkplank, bezig kleren te strijken. Ze piekert over haar dochter, over zeeman Whitey en over de afloop van dit verhaal. Net zoals wij, die in een aangenaam vloeiende stijl worden meegekabbeld naar de beloofde ontknoping. Leuke wendingen, een opgaande lijn, dan wat vreemde reacties van de betrokkenen en floep, het verhaal loopt de deur uit. Heel even blijven wij lezers hangen met de vraag ‘Waarom lazen we dit?’ maar dan kickt de boodschap in. De vrouw is niet voor de lol aan het strijken en ze denkt niet voor niets aan haar dochter en zeeman Whitey. Ze gaat gebukt onder angst voor omstandigheden die ze niet in de hand heeft. Slachtoffer van alle leed dat nog eventueel nog komen gaat. De opmaat van een sfeer die het hele boek verzuurt.

Gewone mensen

Ofschoon er slechts vier verhalen in dit boek staan, zijn ze samen goed genoeg om de lezer bij de oorlellen te pakken en mee te slepen: de wereld van Tillie Olsen in; een wereld die bestaat uit gewone mensen. Dat komt het beste naar voren in het schrijnende titelverhaal: ‘Vertel me een raadsel’. Twee mensen zijn na een jarenlang huwelijk op elkaar uitgekeken. Meer precies: de man is uitgekeken op de vrouw.

Waarom?

“Waarom nu, waarom nu opeens? Jammerde Hannah.

Alsof het tijdens onze jeugd nog niet erg genoeg was, zei Paul.

Arme ma. Arme pa. Ze lijden er allebei zwaar onder, zei Vivi. Ze hebben het nooit breed gehad, je zou ze toch een mooie ouwe dag gunnen.

Sla ze met de koppen tegen elkaar, zei Sammy, zeg tegen ze: Hier zijn jullie te oud voor, jullie zouden intussen beter moeten weten.

Lennie schreef aan Vlara: Ze hebben samen al zo veel meegemaakt en dat ontstaan er zomaar ineens scheuren in hun huwelijk?

Maar er was wel degelijk een aanleiding.

Hij wilde vrij zijn

Artritis in zijn handen, zijn hele leven alles aangepakt, nooit vast werk. Altijd arm gebleven, geen puf meer om te ploeteren… hij wilde vrij zijn, vrij van zorgen op een plek waar succes niet werd afgemeten aan bezit en waar hij iets kon met de levenskracht die hij nog in zich had.

En die plek was er. Ze konden het huis verkopen en met de opbrengst ervan in de Thuishaven gaan wonen, een coöperatie voor bejaarde vakbondsleden… Maar zij – zij wilde er niets van weten…

‘Vijf kamers … wat hebben we daar eigenlijk aan?’ Het luchtte hem op dat hij de vraag moest schreeuwen.”

‘Ben eraan gewend.’

‘Ben eraan gewend… Alsof je niet aan nieuwe dingen kunt wennen!’

‘Ik moet al aan zoveel dingen wennen … Is dat reden genoeg?’

Tegen beter weten in 

Reden genoeg voor onze hoofdpersoon om haar leven, tegen beter weten in, niet te veranderen. Ze blijft bij het oude, basta. De consequenties volgen rap.

Drama op de vierkante centimeter, lees en verwonder.

Voor het eerst verschenen op Boekenkrant. Ook verschenen op Nico’s recensies.

Sterren: ****

ISBN: 9789028264045

Uitgeverij van Oorschot 

Ook verschenen op Boekenkrant 

Agnar Mykle – Lasso om de maan

Melancholie galore

Om die vraag meteen maar te beantwoorden: nee, het lukt niet om een lasso om de maan te gooien. Onbegonnen werk, dagdromerij, meer niet. Met die sfeer in gedachten begin je aan dit boek, maar de held van het verhaal, componist Ask Burlefot, maakt er wel wat van. Heel wat, misschien zelfs iets té veel.

We volgen een volwassen Ask in de nachttrein naar het stadje in Noorwegen waar hij is geboren. Liggend op zijn bed komen herinneringen, afgewisseld met spijt, bij hem langs. Dat zijn er veel. In zijn jongere leven begane fouten vallen hem ook nu nog lastig, er is verraad, en natuurlijk is er zijn onblusbare drang om het leven ten volle te leven. Dat lukt, maar tot welke prijs?

Een belangrijk aspect van dat leven leven, zijn de dames. Met irritatie denkt hij terug aan een dansgelegenheid waarbij hij het lompste meisje als partner krijgt:

“Het meisje had iets stuurs, iets hards, iets verbitterds, hij begreep dat ze met enorme energie en verbetenheid een of ander plan volgde, een of ander programma; wilde ze carrière maken als fotomodel of als schoonheidskoningin? Het was alsof hij naast een prinses van glas zat, en met grote zwaarmoedigheid vroeg hij zich opnieuw af: is dit Oslo?”

 De zeebonk

Ask koestert ook zijn tijd als matroos. Ook hier de opbouw van een lang relaas: “De kapitein wierp een vluchtige blik op het kompas boven de schouder van de stuurman en zei: ‘Leg haar een streepje over.’

De matroos verplaatste de pruim in zijn mond en zei: ‘Een streepje over, tot uw orders.’

Toen draaide hij aan het stuurwiel, en de geweldige, varende kolos van ijzer luisterde. Licht en onmerkbaar legde het schip zich op zijn zij. Het was alsof je in een kathedraal zat en iets voelde trillen diep in de grond onder je. Maar toen richtte de kathedraal zich weer op, het schip had zijn nieuwe koers ,gevonden en nu schreed het weer standvastig over de golven….”

U ziet, woorden noch komma’s worden gespaard om het verhaal te verstevigen. Ook in de liefde heeft onze held succes: ‘Ze was zo verbluffend begerig, zo verbluffend heet, zo verbluffend handig. Zo lenig, zo helemaal ‘o wat is dit lekker!’, zo zacht, zo vrolijk: ‘O, Ask, meer van dit!’…”

Een mooie ontwikkeling

Het boek laat een mooie ontwikkeling zien van jongen naar man, van groen tot rijp, van onschuld tot schuld, kortom wat een mensenleven zoal doormaakt. Ook krijg je een prachtbeeld van de goeie ouwe tijd in de zeventiger jaren van de vorige eeuw, toen alles nog makkelijker leek. Dat is natuurlijk niet zo – de gebeurtenissen zijn universeel. De taal in het boek is wel wat aan de oude kant. Maar er gebeurt genoeg om van te genieten. Dus als je het boek – naar de geest van de letter – wilt doorgronden, neem je tijd.

Sterren: ****

ISBN: 9789493367821

Uitgeverij Oevers

Ook verschenen op Boekenkrant 

Maren Stoffels – De Goudrijder

Goud is niet altijd goed, maar hier wel

Maren Stoffels begint het wereldrecord kinderboeken schrijven van Thea Beckman te naderen. Ik heb de aantallen niet paraat, maar in het tempo waarin Stoffels haar verhalen vertelt, moet het lukken om de beroemde veelschrijfster te benaderen. Vandaag hebben we het over De Goudrijder.

Een schok

Zoals elk goed verhaal begint het met een schok. Hoofdpersoon Maya ligt in bed als vier harde klappen op de voordeur bonken. Broertje Carlos op het bed onder haar hapt naar adem. De andere zes broers schieten overeind, en iemand gilt hard en schel door de nacht. Dat is haar moeder …

Er wordt nog viermaal op de voordeur geklopt. Vier doffe bonzen. Hun moeder moet opendoen, anders krijgt ze een boete, zo hoog dat ze die nooit kunnen betalen, dat doet de koning van Terwin expres…

Nog meer lawaai. De deur wordt opengegooid. De mannen komen binnen, zien Maya en weten het meteen: ‘Zij moet mee.’

Maya denkt dat ze gek wordt: De man komt voor haar … Dit kan niet waar zijn.

“Zeven broers.

Zeven sterke, wilde, dappere jongen. Jongens die er allemaal van dromen om een Goudrijder te worden.

En de man kiest háár?

‘Maya?’ De stem van Luis schalt door de slaapkamer. ‘Dat is een grapje, toch?’

‘Neem mij maar,’ roept Carlos vanuit het onderste bed.

‘Of kies mij,’ roept een andere broer.

Maar de man schudt zijn hoofd. ‘Zíj moet mee.’”

Zij moet mee…

Een prachtige tekening van Jeska Verstegen toont dit alles in een notendop: Pikdonkere nacht, iele ster aan het firmament, een man in het goud met een lantaarn in zijn linkerhand, en met zijn rechterhand Maya vooruit duwend. Zij kijkt bedroefd (of overdonderd, of beide) achterom. Nee, niemand komt haar helpen. Het laatste wat we zien is haar zakdoek in haar hand.

Even terzijde: Verstegens tekeningen zijn trouwens allemaal bijzonder. Helder, scherp, met een spanningsboog dat het avontuur opjaagt, en natuurlijk de trip van een meisje op de vogel.

Het verhaal ontrolt zich snel & spannend. De Goudrijder moet in een primitief ritueel een barre tocht maken om de nieuwe Goudvogel over de bergen te laten vliegen. Klein detail: dat moet gedaan worden door een kind op de rug van de vogel. Een kind zoals Maya.

Stoffels voert de spanning bijna pijnlijk hoog op. Stoppen met lezen is in dit boek geen optie. Stukje bij beetje krijgen wij lezers alle gruwelijke details van het ritueel te horen. En maken we natuurlijk de climax mee, die perfect spanningsverhogend werkt. Ook hier vakwerk dat de steeds verder uitbreidende fanschare van Stoffels’ boeken ongetwijfeld laat uitdijen. Goed gedaan.

Sterren: ****

ISBN: 9789025889548

Uitgeverij Leopold

Ook verschenen op Boekenkrant 

Alicja Gescinska – De ontdekking van de vrouw – De tweede sekse van Simone de Beauvoir opnieuw verteld

Alicja Gescinska – De ontdekking van de vrouw – De tweede sekse van Simone de Beauvoir opnieuw verteld

Vrouwenrechten vernieuwd

Een prachtboek(je) is het, deze hervertelling van Simone de Beauvoirs ‘De tweede sekse’. Niet iedereen kent de oorspronkelijke versie van dit boek dat in 1949 heel wat deining teweegbracht. De Beauvoir schreef het deels uit frustratie, deels uit overtuiging.

De wereld is beter af zonder mannen

De frustratie was dat de mannenwereld de dienst uitmaakte en de vrouwen er qua beslissingen en zelfstandigheid maar zo’n beetje bij hingen. De overtuiging was dat vrouwen op geen enkel onderdeel onderdeden voor mannen. Sterker nog: de wereld zou beter af zijn zonder mannen.

Ho, rustig. Niet meteen je laptop door de kamer smijten, mannen. De Beauvoir signaleerde eigenlijk een omissie, een pas faux, een scheefgelopen verhouding tussen de seksen. Dat te benoemen was in die tijd al moedig, en ze kreeg er dan ook figuurlijk flink van langs. Ik ben benieuwd of dit boek(je) van Alicia Gescinska datzelfde lot treft. Waarschijnlijk niet, omdat de emancipatie toch nog redelijk heeft doorgezet en zelfs verstokte macho mannen inmiddels weten dat vrouwen supplementaire eigenschappen hebben aan de mannelijke. Wat het evenwicht der seksen weer wat eh evenwichtiger maakt.

Dan de inhoud, die we bijna zouden missen door het minieme boekformaat. Gescinska start met een prachtproloog:

“Gesprek met een geëmancipeerde God

Deze keer heb ik niet geaarzeld. Ik ben gezonden om het over de vrouw te hebben. Door God! Incroyable, mais vrais. Jawel, dié God, de God waar ik nog steeds niet in geloof. Maar dat is een andere kwestie. ‘Keer terug naar de aarde en leg het ze daar nog een keer uit. De man heeft dringen behoefte aan emancipatie. Men zou de man bevrijden door de vrouwen vrij te maken.’

Ik was tegelijk opgetogen en ontstemd. Zeventig jaar geleden was het al frustrerend om het over ‘de vrouwenzaak’ te hebben. En dat is nu niet anders. Altijd word je in het defensief gedwongen, altijd is je toon te vijandig, te agressief, te dit of te dat. Maar een herkansing op het leven, wie zegt daar ‘nee’ tegen? Niets gaat boven de geleefde ervaring. En wie zegt er ‘nee’ tegen God, zelfs als Hij niet bestaat?

Op die kamelenkop spreek ik hem nog wel eens aan

Hij was trouwens niet bijzonder sympathiek, en op die kamelenkop spreek ik Hem nog wel eens aan. Mijn gezicht spreekt altijd boekdelen, mijn gelaat is een spiegel van mijn hart… Hij had me zo lang laten wachten. Ik zat al een uur in de wachtkamer naast Zijn kantoor…

Bref, ik zat daar maar mijn beurt af te wachten met mijn handen keurig op mijn handtas die op mijn knieën stond. En toen ik binnenkwam, vroeg Hij meteen: ‘Wil je het daar nog eens gaan uitleggen op aarde? ..’”

 Nog nooit van emancipatie gehoord?

Gescinska kruidt de tekst van de Beauvoir stevig, houdt de toon luchtig maar neemt bepaald geen blad voor de mond richting mannen in deze filosofische monoloog. Waarschuwing: Voor hen die nog nooit van emancipatie hebben gehoord, kan dat pijnlijk aanvoelen. Zoek in het originele boek van Simone de Beauvoir de herkenningspunten van vrouw en man. Dat zou begrip kunnen kweken voor dit op luchtige wijze een stomp in de maag gevende boek.

Voor het eerst verschenen op Boekenkrant. Ook verschenen op Nico’s recensies.

Sterren: ****

ISBN: 978902531970

Uitgeverij Athenaeum

Ook verschenen op Boekenkrant 

<strong>Ingunn Roysland, Jürgen De Clercq – U2, de eerste 50 jaar – biografie

Vanuit het niets naar een succesverhaal

U2, wie kent de Ierse band niet? Ze lieten voor het eerst luidruchtig van zich horen in 1976, en ontwikkelden zich snel tot een van de grotere rockbands ter wereld. Dit boek laat zien hoe de albums van de groep tot stand kwamen, waarom hun albums zo onwaarschijnlijk succesvol zijn en hoe de band zichzelf in de loop der jaren meerdere malen aan hun haren omhoogtilde naar weer een megahit.

Talent genoeg

Vier getalenteerde jongens dus, politiek geëngageerd met rauwe maar melodieuze muziek. Zestien albums later is U2 een standbeeld geworden dat niet meer kan worden neergehaald.

De Noorse popwetenschapper Ingunn Roysland analyseerde de teksten van U2. Ze onderzoekt de eerste liedjes van de band, zoals ‘Twilight’: “Het verbreken van identiteit, grenzend aan existentiële angst, komt duidelijk naar voren in ‘Twilight’. Hier bekent de spreker: ‘My body grows en grows/it frightens me, you know.’ Deze regels weerspiegelen de fysiologische veranderingen van de adolescentie, maar de tekst gaat ook in op de psychologische uitdagingen, het gevoel van verlorenheid in dit proces, in ‘Twilight, [I] lost my way.’ Deze regels kunnen ook verwijzen naar de kerkelijke opvattingen van die tijd, waarin begrip voor en toegeeflijkheid ten opzichte van het groeiende lichaam en de ontluikende seksualiteit taboe waren.”

Niet over één nacht ijs

U ziet, de schrijver gaat niet over één nacht ijs. Ze bekijkt zowel de melodie als de tekst, als de psychologische diepgang in beide. Daarnaast pinpoint ze de data waarop liedjes ontstonden, geeft een exegese van de tekst en benoemt de gebeurtenissen die voor inspiratie zorgden. De lezer vindt zo een behoorlijk nauwkeurige psychoanalytische en tegelijkertijd diepe duiding van tekst en muziek. Extra diepgang geeft de uitvoerige ontrafeling van het privéleven van de bandleden, voor zover dat binnen de privacygrenzen mogelijk is natuurlijk.

October

Bono, The Edge en Larry waren toegewijde leden van Shalom, een christelijke groep die zich inzette voor verzoening tussen protestanten en katholieken. Ze kwamen samen met de andere leden van de groep en verdiepten zich in Bijbelstudies en gebeden…. Ze suggereerden ook dat het lidmaatschap van een rockband niet samenging met het geloof en drongen er bij U2 op aan om uit elkaar te gaan om God op de juiste manier te dienen. Deze regels eisten hun tol van de drie christelijke bandleden en The Edge nam zelfs twee weken vrij om na te denken. Bono vertrouwde toe da als The Edge deband zou verlaten, hij dat ook zou doen. Na zijn time-out sloot The Edge zich echter weer aan bij de andere bandleden en verklaarde dat he wel degelijk mogelijk was om de wereld van de muziek te combineren met de wereld van het geloof. (Jobling 86, 89, 2014).”

Wat we hier in handen hebben is geen flutboekje dus, maar een grondige diepgang-analyse van een memorabele popgroep. Voor alle liefhebbers die iets meer willen weten van ‘de eerste 50 jaar’. Ook voor die tweede ietwat optimistisch ingezette 50 jaar, nog steeds toegankelijk voor de rest van de wereld. 

Voor het eerst verschenen op Boekenkrant. Ook verschenen op Nico’s recensies.

Sterren: ***

ISBN: 9789464714418

Uitgeverij Noordboek

Ook verschenen op Boekenkrant