Recensies van actuele boeken

Mirjam Oldenhave & Rick de Haas – Boutje van de rommelberg

Voor de vuist weg rommelen

Nog voor het boek is opengeslagen, is het al onweerstaanbaar. Dat komt door de titel. In vette letters begint die met ‘BOUTJE’ en daaronder in kleiner lettertype ‘van de rommelberg’. Als je goed kijkt, heeft de O van BOUTJE hier opeens zes kantjes gekregen, waardoor het op een moertje lijkt. En waar past een moertje op? Precies.

Met dit soort visuele grappen staat het boek vol. Rick de Haas heeft zich bij het illustreren zo te zien lekker uitgeleefd. De hoofdpersonen/kinderen Boutje en Sisi komen in een losse stripfiguur-stijl die zowel lichaams- als gezichtsuitdrukking keurig eh uitdrukt.

Voor een tekenaar moet een rommelberg een grenzeloze speeltuin zijn. Geen voorwerp te gek, geen kleur te raar, neem de rommelste rommel in gedachten en de Haas tekent het. In zijn strippige, zeer herkenbare stijl zien we lege koelkasten, fietswielen, leunstoelen, half afgekloven bezems, paspoppen, dekbedden, op zijn kop liggende Billy’s, ketels, stofzuigers, boilers, ladders, ventilatoren en een fier omhoog staande kapstok.

Het verhaal is top. Bedrieglijk simpel in het begin: vader Ed en zoon Boutje wonen in een huis in een straat en op een nare dag staan er allemaal mensen voor de deur. Ze roepen: ‘In deze straat wonen nette mensen, en geen …’ Ed, zo sterk als twee gorilla’s tegelijkertijd, weet wat hen te doen staat. Ze vertrekken.

De taal van Oldenhave is bedrieglijk eenvoudig maar raakt precies de juiste tonen op de goede momenten. Het stuwt het verhaal op. En stopt. Wanneer de spanningsboog. Het hoogst is. En pakt weer door. Zodat. Je. Doorleest.

“En toen, uren later, kwamen ze bij een grote, lege plek. Er lag wel heel veel rommel, maar het was allemaal schone rommel. Dus geen etensresten of vieze luiers, nee, het waren spullen, een héleboel spullen.”

Boutje de knutselkoning is in zijn nopjes. Met deze rommel kan hij wel wat, en Ed ook. Ze maken een werkplaats voor Boutje en gooien de waardeloze rommel aan de kant zodat ze wat ruimte krijgen. Dit is hun stekkie.

Niet voor lang. De ongenaaktbare werkelijkheid haalt hen in, de politie staat aan de voet van de berg en ze nemen Ed mee. Boutje is alleen. Wat nu?

Daarover gaat de rest van deze leuke avonturenroman. In de grote onvriendelijke wereld moet Boutje Ed zien te vinden. Gelukkig krijgt hij hulp van het meisje Sisi, en van het schattige hondje Ali dat precies tussen zijn handen past. Ondersteund door de al genoemde fijne illustraties geeft die zoektocht het verhaal vaart en goed gedoseerde spanning.

Wie wil niet weten hoe dit afloopt? Uw kind zeker wel, dus haal dat boek in huis en beleef samen kleurrijke avonden.

Sterren: ****

ISBN: 9789021681894

Uitgeverij: Ploegsma

Ook verschenen op De Leesclub van Alles  en Tiktok

 

Koen Caris – Stenen eten

Een subtiele opgroeihistorie

Ben heeft absoluut geen zin uit bed te komen. Tegen het schelle gepiep van de artificiële vogels in zijn moeders wekker beschermt hij zich met een kussen over zijn hoofd. Toch zal hij moeten, hij weet dat hij moet zorgen dat ze haar koffie op bed opdrinkt, want dan lukt de rest meestal ook wel. Daarna heeft hij tijd voor zichzelf, maar net te weinig om op tijd op school te komen – alweer.

Op deze doorsnee ochtend van adolescent Ben gaat niets soepel. Zijn thuis is een vertragend bad stroop met ergernis; school is een met virtueel scheermesprikkeldraad omwikkelde plek. Waar hij een kwartier te laat aankomt, en de andere leerlingen hádden al de pik op hem, life sucks. Gelukkig geniet hij de bescherming van stoere Tom, anders was hij allang weggepest. Daarbovenopgestapelde tragedie: zijn oudere zus Kim heeft een paar jaar geleden zichzelf gedood. Het is een niet geringe optelsom van ellende die op de schonkige schouders (ook daar baalt hij waanzinnig van, elke dag weer) van Ben drukt.

Bij het nogal clichématig begin van Caris’ debuut komen bekende associaties op. Een puber vol rondzoemende emoties, niet zo’n verantwoordelijke moeder, ongewild en waarschijnlijk gepest op school, plus die overleden zus, dat wordt een sombere geschiedenis. Veel belangrijker nog: hebben we dit niet al eens anders, beter, gelezen?

Te rap geoordeeld. Er komt vaart in de tekst – en de lezer krijgt meer te beleven – bij de beschrijving van leraar Verhelm en de strapatsen die in de klas worden uitgehaald. Daartussendoor ontsteekt Caris een vonkje door de tegen elkaar aan schurende knieën van vriend Tom en Ben zelf.

Zo zachtjes gaat dit boek van start. Bijna alsof het niet gelezen wil worden. Het is even zoeken naar het goudstof op de juiste lettercombi’s, voor we het zich schuilhoudende verhaal te pakken hebben. Op fluwelen voetjes voert de schrijver ons langs zijn steeds raker wordende zinnen zoals bij “het feest van Emma:

“Tom wil er per sé heen… , dus uiteindelijk staken wij onze protesten. Ook omdat Tom al best vaak doet wat wij willen, zoals hele dagen roze koeken eten en Tell Sell kijken of trage jarenvijftigfilms zonder ook maar één vechtscène.”

Of als hij met vriend Tom op een feestje aan geestverruiming doet:

“Tom doet het voor, twee keer voor de zekerheid, en houdt dan het open zakje voor mijn neus. Als ik te lang aarzel pakt hij mijn hand en stopt mijn pink in zijn mond, draait met zijn tong twee rondjes om het topje en duwt mijn vinger het zakje in… Ik steek snel mijn pink in mijn mond; nu kan ik er niks meer aan doen. De kristalletjes smaken naar het medicijn van toen Kim en ik kinkhoest hadden, een bittere chemische smaak.”

Ben droomt erover zijn ouderlijk huis te ontvluchten, maar het komt er niet van. Intussen wordt de seksuele aantrekkingskracht tussen Tom en Ben alsmaar groter. Zo groot, dat het tussen de regels wegmoffelen van hun liefde niet meer lukt en de verteller overgaat op hardcore beeldmateriaal:

“De volgende dag blijven we in bed. Ik dwing Tom elke centimeter van mijn huid langs te gaan…

Ik grijp naar hem zoals hij naar mij grijpt ’s nachts na een feest. We staan allebei te kijken van mijn uithoudingsvermogen; ik kan geen genoeg van hem krijgen. Tegen het einde van de middag begint het nogal te schuren, maar dat kan me niet schelen; pijn onthoud je toch beter dan de rest.”

Eindbeoordeling: dit is een fraaie duik in het proces van volwassenwording, beeldend, als een lentewind ruisend, subtiel – dat woord weer – maar ook droevig, melancholisch, boos en vernederend. Al die emoties strooit Caris over ons heen om een opgroeiend leven te laten zien. Een boek om langzaam tot je te nemen.

Sterren: ***

ISBN: 9789025454883

Uitgeverij: Atlas Contact

Ook verschenen op De Leesclub van Alles  en Tiktok

 

Stephen King – Billy Summers

De oude bard zet een goed verhaal neer

Het nieuwe boek van Stephen King is uit. Ja. Alweer. Als de man nog iets harder werkt, verschijnen er sneller boeken dan de recensenten de beoordelingen kunnen bijhouden.

Even wat fun facts: Eerder dit jaar publiceerde hij ‘Later, en eveneens dit jaar bemoeide hij zich zeer actief met het maken van de Apple-tv-serie ‘Liseys Story’: één van zijn oudere en meest persoonlijke boeken. Hij was elke dag op de set om aanwijzingen te geven en teksten te herschrijven voor de film, naar verluidt omdat hij al veel te vaak een boek van zijn hand had zien verworden tot een monsterlijk slechte film of serie.

Ach o ja, hij zette daarnaast nog even deze 509 bladzijden tellende roman op papier.

En is het verhaal afgeraffeld, dun, pulp, met niet uit de verf komende karakters, slordig? Nee. Het is wel wat wisselend van kwaliteit, zoals we dat gewend zijn van hem. We vinden slappere, maar ook ijzersterke passages.

Zoals de titel doet vermoeden, gaat het over Billy: ‘a good guy in a bad job.’ Hij is huurmoordenaar maar ruimt alleen slechte personen uit de weg. Schieten kan hij goed; hij was scherpschutter in het Amerikaanse leger dat in Irak vocht. Door het vizier turen van zijn speciale geweer, de trekker overhalen en nadat het doelwit is uitgeschakeld maken dat je wegkomt, is geen probleem. Voor jezelf uitmaken wat precies een slecht persoon is, ligt lastiger.

Om die vraag draait het boek, of groter genomen: wat is eigenlijk goed of kwaad? Het verhaal volgt de gewoonlijke absoluut-geen-haast opbouw, stapje voor stapje en met (soms te) veel details komt Billy in beeld. Die inmiddels merkt dat deze baan iets meer geestelijke belasting geeft dan werken op een administratiekantoor. Dus wil hij stoppen met mensen omleggen. Dat kan als hij nog één laatste klus aanneemt, waar hij twee miljoen mee kan binnenhalen.

Nee, dat gaat inderdaad niet goed. Er gebeuren dingen waardoor hij gedwongen wordt op zoek te gaan naar de opdrachtgever om verhaal te halen. Dat doet hij samen met Alice, een meisje dat hij tussen de bedrijven door redt van verkrachters.

Is dit dan een simpel wraakverhaal? Dat zeker niet: de schrijver graaft dieper dan alleen oog om oog. Wat als de slechteriken zijn bestraft? Is dan de job done? Nee, niet genoeg. Ook de onschuldigen moeten worden beschermd, en de samenleving, tegen subversieve elementen. De wereld wordt in hoog tempo onveiliger en daar moeten we wat aan doen. Wat dit boek uitstraalt is heimwee naar het leven (of het Amerika) zoals het was in voorbije jaren. Toen mensen nog hallo zeiden op straat en elkaar zonder winstoogmerk hielpen.

Billy en Alice ondernemen hun roadtrip, die lekker lang wordt uitgesmeerd. Met een happy ending? Wie weet. Als je niet opziet tegen een oceaan van woorden en forse uitweidingen, valt er aan deze baksteen veel leesplezier te beleven. De personages zijn levendig, er is spanning, geweld en ontroering. De oude schrijver doet wat hij al jaren meesterlijk kan: een lekker verhaal vertellen.

Sterren: ***

ISBN: 9789022593806

Uitgeverij: Boekerij

Ook verschenen op De Leesclub van Alles 

Op Tiktok vertel ik er meer over.

 

Paolo Bouman – Laag vliegen de helden

Magere inhoud wordt er door mannenhumor niet beter op

Het idee was aardig. Men neme een gisse jongen met een creatief beroep, laten we zeggen commercialregisseur. Er overkomt hem iets dramatisch, bijvoorbeeld rolstoelafhankelijkheid. Als invalide wil hij dood dus koopt hij, stel, een pistool om zichzelf om te leggen. Onverwachte wending: hij doet iets edelmoedigs en dat voelt verdraaid retegoed, dus gaat hij het goede doen met zijn smoking gun.

Voor een streamingdienst-inkoper kan dit idee filmisch een natte droom zijn – verlevendigd wellicht met special effects, bloedspuitende wonden, rolstoelachtervolgingen. Maar in boekvorm, gewoon lezend, beklijft het helaas niet. Dat komt vooral door het verhaal, dat een te geconstrueerde indruk maakt. De gebeurtenissen zijn allemaal eerst te vaag, dan ongeloofwaardig en in totaal een beetje te vergezocht.

Protagonist Luuk is de man in de rolstoel die het goede gaat doen: ‘Do the right thing.’ Hij bezit een sterk geheugen voor filmscénes met dit soort gevleugelde citaten. Denk Dirty Harry: ‘Go ahead, make my day…’ Zijn plan voor zelfmoord met zijn speciaal aangeschafte vintage Colt wisselt hij in voor een plan voor een wraakactie. Op dat magere gegeven, en een heleboel laagvliegende ongein, draait het boek.

Ongein? Die kan een goed effect hebben op een verhaal. Edoch, hier moet de lezer het doen met mannenhumor. Dat gaat zo:

“Ik sloeg mijn arm om mijn dochter. ‘Dat is de geur waarin je je laatste levensjaren mag slijten. Het goede nieuws is dat je reukvermogen met de jaren minder wordt. Zo heb elke Johan Cruijff z’n Johan Cruijff.’

Of:

“Eerst whisky sippen en dan champagne slempen, dat is als eerst tandenpoetsen en dan norit kauwen, maar ondanks de pulserende dreun in mijn hoofd word ik verrassend blij wakker. Ik voelde me als de ochtend na m’n ontmaagding: boordevol leven. Dat was trouwens niet omdat die wip kans zou maken op een Hot d’Or…”

Enzovoort.

Dan de suspense, ook wel spanningsboog genoemd, die de lezer moet aansporen hongerig de bladzijden om te slaan. Voor dat effect is waarschijnlijk Fako in de verhaallijn geschoven, het maatje van Luuk. Fako’s echte identiteit wordt niet onthuld, wel lezen we dat hij deelneemt aan een groepssessie in het ‘Centre for Awakening’, waar men op zoek gaat naar het innerlijke zelf. Sneaky wint Fako eerst het vertrouwen van groepslid Lies, leent haar telefoon en kopieert ’s avonds in zijn werkkamer haar gegevens en foto’s. Welk snood masterplan bezielt zijn doortrapte brein? Die ontknoping blijft te lang uit om prikkelend te zijn. Tip: doorbladeren. Tegen het einde van het boek komt de clou.

Het is niet dat het boek geen potentie heeft. De menselijke ontmoetingen zijn levendig neergezet, de fascinatie van Luuk voor de Colt is lucide. Aleen het verhaal is te veel los zand. De thema’s kunnen beter worden uitgewerkt, zo is de tegenstelling gehandicapt/gezond al dramatisch genoeg om een aangrijpende kern in het verhaal voort te brengen. Empathie opwekken voor de rolstoeler moet ook niet moeilijk zijn. Die emoties komen er niet uit. Bouman kan schrijven – doe dat, en make my day. 

Sterren: ***

ISBN: 9789401474368

Uitgeverij: Lannoo

Ook verschenen op De Leesclub van Alles 

Op Tiktok vertel ik er meer over.

 

Bette Westera en Pyhai – Tiril en de toverdrank

Rare jongens, die Noren

“Zo’n 2000 jaar  geleden was het Hoge Noorden (zo heette Scandinavië toen) bezet door soldaten van Zwartbaard, de Noordse veldheer. Héél het Hoge Noorden? Nee, een kleine nederzetting bleef moedig weerstand bieden aan de overweldigers en maakte het leven van de Noren in de omringende legerplaatsen bepaald niet gemakkelijk…”

Zo zou het boekenweekgeschenk van 2021 hebben kunnen beginnen als het een nieuwe Asterix was. Maar dat is het niet. Dit verhaal draait om Zwartbaards zoon Harald Haardos, die één groot rijk wil maken van het Hoge Noorden.

Nog maar één dorpje, dan is het gelukt. Maar de dorpsoudste – de baas van het dorpje – wil niet. Hij is bang dat Harald hen gaat overheersen, dat ze niet meer de baas over zichzelf mogen zijn. ‘Onzin,’ zegt Tiril, ‘we gaan een toverdrank halen. Als de dorpsoudste die opdrinkt, denkt hij er wel anders over. Harald wil het dorp juist beschermen, samen met alle andere dorpen.’

Hoe loopt dat af? Dat zien we in dit grappige verhaal van Bette Westera, met erg mooie illustraties van Pyhai. Het meisje Tiril gaat samen met haar vriend Thialfi op speurtocht naar een toverdrank, toverbier eigenlijk. Die moet de tong van de dorpsoudste zo los maken, dat hij een prachtig heldendicht maakt. Daarmee kan het dorp weer trots op zichzelf zijn, niet meer bang voor overheersing.

Dus: lustopwekkende illustraties, een meisje in de hoofdrol, een op mythologie gebaseerd verhaal, lekker leipe Noorse goden, een flinke drive door een dreiging van buitenaf en een spannende zoektocht. Wat kan er nog mis gaan?

Een paar dingetjes. Zo zijn er behoorlijk veel personages, die zo beknopt weergegeven zijn dat ze niet tot leven komen. Verwarrend is ook dat Tiril het meisje eigenlijk soms ook Loki is, de semi-kwaadaardige god die vervelende grappen uithaalt. En we hebben Ola van de overkant, ‘onze buurman’, die marginaal figureert. Vergeet ook de willekeurig opduikende Joekels en de Minkels niet. En elk hoofdstukje introduceert een mythologiefiguur op rijm, wat niet gemakkelijk wegleest. Haakjes die het leesplezier niet erg bevorderen in een verder leuk verhaal.

De fijne retro tekeningen van Pyhai doen ook veel goed. De zwart/witte, mooie bonkige figuren en landschappen in het binnenwerk zijn duidelijk en passen bij het verhaal. Op de omslag zien we het meisje Tiril op de rug. Ze staat op een uitstekend rotsblok de verte in te kijken, klaar voor een epische queeste. Links van Tiril ontwaren we een vakwerkhuis, steunend op een rots. De dennenbomen daarboven staan in silhouet afgetekend tegen een vale hemel die veel ongewisse avonturen belooft. De cirkelende zwarte vogels (zijn ze goed of slecht?) versterken dat beeld. Heel sfeervol.

Hoewel het grote geheel wel snapbaar is (de reis naar het toverbier) is het doel (het dorp rijp maken voor samenwerking met andere dorpen) wellicht voor de jonkies niet al te duidelijk. Voor de doelgroep (kinderen) is dat hopelijk geen reden om het boekje terzijde te leggen, dat zou het doel (leesbevordering) ernstig in de weg zitten. Gelukkig hebben we erg vroegwijze kinderen (tablets!) in deze tijden, dus we gaan ervan uit dat het verhaal in vruchtbare aarde landt. Een verhaal dat op zich leuk is, maar helderder verteld had mogen worden.

Sterren: ***

ISBN: 9789059657700

Uitgeverij: CPNB

Ook verschenen op Tiktok en De Leesclub van Alles

 

Mark Janssen – Dromer

Meer thema dan verhaal

Een prentenboek is altijd een feest. Kleurig, mooie tekeningen, spannend, verrassend, ontroerend en als het goed is, begeesterend voor de lezertjes.  Het is dan ook een steengoed idee van de CPNB om in de Kinderboekenweek ‘bij besteding van…’ niet alleen een leesboekje, maar ook een prentenboek aan te bieden. Al is het prentenboek niet gratis, doch voor een geringe 7,25 euro is het van u. Voor elke liefhebber een boek.

Voor Kinderboekenweek 2021 heeft Mark Janssen dat prentenboek gemaakt. Een boek dat binnenkomt. Het formaat valt meteen op; zelfs voor een prentenboek is dit een joekel van een rechthoek van een boek.

Ook de tekening op de voorkant kun je moeilijk missen. Middelpunt is een enorme, vermoedelijk Amerikaanse, terreinwagen uit vroeger tijden. Welk merk het is blijft jammer genoeg in het ongewisse. Hij is bijna fotografisch nauwkeurig getekend; en op zijn dak staat een jongetje. Veel vager, doorzichtig zelfs, zijn een vogel en een tijger getekend die als silhouet rondom de auto hangen. Maak je gordels maar vast – dit wordt avontuurlijk.

Wild avontuurlijk zelfs. Het jongetje dat Aron heet, zit achterin de auto en is stil. Zo stil dat zijn vader vraagt wat er is. Aron vertelt dat ze het op school hadden over wat je later worden wil. Papa legt als een verstandige ouder uit dat je heel veel kunt worden, eigenlijk kun je worden wat je wil. Hé, is dat niet het thema van de Boekenweek van dit jaar?

Jazeker. En in mooie, kleurrijke, fantasievolle, zwevende, op een haar na fysiek geluid makende tekeningen laat Janssen zien hoe een wereld eruit kan zien waarin geen grenzen zijn aan je mogelijkheden. Een heel goede vertolking van het thema, maar kleine kanttekening: een echt verhaal met een kop en een staart is het niet.

Dat is de enige kritiek hier. Het verhaal IS het thema, dat had creatiever gekund. Maar onze hersens die verwend worden door deze oogzenuw-strelende tekeningen zijn al blij genoeg met al die dopamine. Elke tekening kun je gerust een paar keer opnieuw bekijken. Dan zie je weer andere kleuren, vormen, grapjes, rare dieren, spelende wolken, bomen, rotsblokken. Letterlijk een ‘prentenboek’: het barst van de prenten, vakkundig neergezet door de artiest, een feest voor je ogen. Geniet ervan!

Sterren: ***

ISBN: 9789059658813

Uitgeverij: CPNB

Ook verschenen op Tiktok en De Leesclub van Alles

 

Antti Tuomainen – De Haasfactor

Dat kan leuker

“De grappigste schrijver van Europa”, laat de flaptekst ongegeneerd weten. Het is een citaat van de gezaghebbende The Times, maar we zijn zo vrijpostig om over dat oordeel toch sterk van mening te verschillen. Geinig is de stijl van Tuomainen zeker, op een moppige manier, maar het grappig of zelfs humor noemen, neuh. Meer dan een glimlach wordt het niet.

Tuomainen gaat te werk als een kok die een recept volgt. Hij legt de ingrediënten klaar: we hebben een pretpark dat failliet gaat en door de broer van de overleden eigenaar opeens gerund moet gaan worden. We ontdekken dat die nieuwe eigenaar autistisch is, verzekeringswiskunde heeft gestudeerd en daardoor louter denkt en praat in wiskundige modellen, zodat zijn omgang met ‘normale’ mensen er steeds op een joppige manier net naast zit.

Dan nog wat kruiden voor de grapdichtheid: Henri Koskinen, de nieuwe eigenaar, krijgt het personeel van zijn pretpark er gratis bij. Waaronder Laura, een bloedmooie vrouw waarop hij verliefd raakt. De bedrijfsvoering van het park is intussen een bende en alsof dat niet genoeg is, duikt er een stel criminele geldwolven op, die in het afpersen van een pretparkeigenaar een solvabel verdienmodel zien. De keukentafel ligt vol – in de pan ermee.

Zoals gezegd: het is geen mislukt verhaal, er zitten leuke vondsten in, een verhaallijn die uitnodigt tot doorlezen, en veel moedwil en misverstand. Maar het overtuigt niet voldoende.

Henri staat slecht geëqipeerd voor de taak om een pretpark te runnen en moeilijker nog: om met zijn personeel te communiceren. Uit de daaruit voorkomende spraakverwarring haalt Tuomainen de meeste lol.

Henri’s gesprek met Laura de parkmanager. Laura:

“ ‘… Ik kan denk ik het best beginnen met vertellen wie ik ben en wat ik doe. Ik heb de functie van parkmanager. Dat houdt in dat ik verantwoordelijk ben voor de dagelijkse gang van zaken… Eigenlijk ben ik kunstschilder van beroep, maar toen … tja, de dingen des levens. Je weet wel.’

‘Ik ben er absoluut niet zeker van of ik het weet,’ zei ik eerlijk. ‘Ik heb gemerkt dat er automatische aannames over de vergelijkbaarheid der dingen vaak heel misleidend zijn.’

Ditmaal nam Laura me openlijk van top tot teen op. Haar blik was onderzoekend, haar gelaatsuitdrukking enigszins bezorgd. Of misschien niet bezorgd maar eerder wantrouwend.

‘Echtscheiding.. en een dochter Tuuli…’

Zowel het onderwerp als de toon waarop ze sprak waren in een flits veranderd.” 

Henri strompelt zo door zijn nieuwe leven, met een tollend hoofd dat tevergeefs de merkwaardige buitenwereld probeert te snappen. Tel daarbij op dat het park dreigt failliet te gaan wegens te weinig bezoekers én gangsters hun begerige oog laten vallen op het park, dan is er stront aan de knikker.

Net als Henri doet Tuomainen zijn best. Hij laat het verhaal onverwacht van richting veranderen, laat de gangsters zo onhandig mogelijk uit de verf komen, laat zelfs Henri een soort van verliefd worden. Maar een echt grappig verhaal schrijven is hondsmoeilijk, zo blijkt weer, en alleen misverstanden die worden uitgewisseld zijn niet genoeg om de lol vast te houden.

Natuurlijk is dit allemaal geen atoomramp, maar het maakt het boek …. minder goed dan had gekund. We hebben dit allemaal wel eens eerder, weet je wel, gelezen.

Sterren: ***

ISBN: 9789044648232

Uitgeverij: Prometheus  

Ook verschenen op De Leesclub van Alles 

Op Tiktok vertel ik er meer over: nicovoskampboekengek

 

3PAK – Khalid Boudou, Aimée de Jongh, Splinter Chabot – Boekenweek van jongeren

Wat houdt je tegen?

Zo jongeren, dit is jullie boekenweek. Zoals de uitgever van dit boek voorin schrijft: een boekenweek van jongeren. Mooi actief. Ik zeg pak hem beet, die week, en doe ermee wat je wilt. Ik zou lezen doen en dit boek halen bij de boekhandel, bibliotheek of je leraar Nederlands. Daar krijg je het gratis in je handjes gedrukt.  

Wat heb je dan?

Drie verhalen. Het eerste is van Khalid Boudou (hij schreef eerder ‘Het Schnitzelparadijs) en heet ‘Als we vallen’.

Het tweede is van Aimée de Jongh (zij schreef eerder ‘De terugkeer van de wespendief’) – is een graphic novel en heet ‘Vroeg donker’.

Het derde is van Splinter Chabot (Hij schreef eerder ‘Confettiregen’) en heet ‘en de Kus kwam’.

Khalid Boudou’s ‘Als we vallen’ speelt zich af in de onderwereld. Twee jongens, Mimo en Raf, zijn buiten de maatschappij gevallen. Ze kunnen geen baantje meer vinden, hebben geen geld, slapen in een oude parkeergarage en wassen zichzelf in een openbare wc. Uitzichtloos, ja. Tot gangsterbaas Tango hen optrommelt. Mimo kan geld verdienen, veel geld, als hij meedoet in een illigaal kickboksgevecht.

Khalid Boudou schreef het verhaal messcherp. De wanhoop van de twee jongens die in de goot leven, druipt ervan af. De maatschappij kotst ze uit en zij pissen op de maatschappij. Maar intussen moeten ze wel eten, drinken en in leven blijven. Een lastig dilemma. Goeie straattaal hier. Tussen de regels door heerst de woede, de frustratie en vooral het geweld. Loopt dat goed af?

Aimée de Jongh’s ‘Vroeg donker’ is in alles het tegenovergestelde. We vallen in een stripverhaal, sorry, graphic novel, waar een jongen en een meisje in een bos wandelen. Ze vinden elkaar aardig. Totdat de jongen de verkeerde weg inslaat en ze verdwalen. Dan komt er van alles boven …

Aimée de Jongh laat het verhaal sturen door een boel emoties. In de gesprekjes van de jongen en het meisje komt iets vervelends naar boven. Dus gaat de stemming van vriendelijk naar geïrriteerd naar angst naar … ja, waar eindigt dit?

Splinter Chabot neemt het laatste verhaal voor zijn rekening. Wie kent hem niet? Hij maakt van een liefdesverhaal langzaam een tragedie, in fluisterzachte bewoordingen. Mooi en ontroerend.

De taal van Splinter Chabot is rijk, vol zelfbedachte woorden. Dat geeft een goed, tragisch verhaal, maar die zelfbedachte woorden gaan al snel irriteren. Zinnen als: ‘Flitspaalflitserig schoten zijn bewegingen voorbij.’ En: ‘zijn gordijnzware pak’, ‘Het dagritme veranderde – het slowmotioniseerde. Amsterdam was magnetronmaaltijdwarm.’, storen het leesritme en voegen lang niet altijd iets toe. Tip: lees lekker door en focus je op de inhoud. Die is namelijk schitterend en geeft een fundamentele boodschap mee.

Conclusie: een 8 1/2 voor dit fraaie werkje. Mooie verhalen, afwisselend, verrassend, lief, boos en beeldend geschreven. Wat houdt je tegen?

Op Tiktok vertel ik meer over dit boek, kijk op nicovoskampboekengek

Sterren: ****

ISBN: 9789059658103

Uitgeverij: CPNB

Ook verschenen op De Leesclub van Alles

 

Ingrid de Vries – Schijnvrucht

Een bestaan in de schaduw

Anna wordt getroffen door de bliksem. Zo voelt het als ze na een middag rolschaatsen op de stoep, thuis komt om wat te drinken. Bij papa in de voorkamer is een man. Hij kijkt haar aan met intens blauwe ogen, glashelder en toch zacht. Ze stelt zich voor. Hij ook: ‘Ik ben Idzard.’

Deze drie woorden zetten de toon voor de rest van Anna’s leven. Ze kan geen weerstand bieden aan Idzards charmes. Hij is lief, erudiet, schildert en geeft tekenles op een school, vindt haar aardig én is in het bezit van die vreselijk blauwe ogen.

Een relatie tussen die twee, hoe verschillend in intellectuele bagage en leeftijd ook, kan niet uitblijven. En zo geschiedde. Ze trouwen en beginnen samen een gezin. In een sprookjesverhaal zou deze happy beginning alleen maar kunnen eindigen in een happy ending, maar zo’n verhaal is dit niet. Dit is gebaseerd op het (begrijpen we uit het nawoord) leven van de moeder van de schrijver.

Ingrid de Vries, journalist, schreef het allemaal op. Kundig en soepel leesbaar, met de juiste accenten op de juiste plekken. Ze treft de goede toon om de gedachtewereld van de jonge Anna weer te geven, en met dezelfde elegantie schakelt ze naar de gedachtewereld van de oude Anna. Dat maakt het een prettig leesbaar maar ook een iets te rechttoe-rechtaan boek. Je hoopt gedurende het verhaal dat er misschien nog verrassingen, onthullingen, spektakel of desnoods waanzin komt, maar helaas. Er is slechts de doffe teleurstelling die telkens weer de levensvreugde van Anna van een stukje glans berooft. Wat ook wel weer goed is, want precies de trieste werkelijkheid weergeeft.

De weinig vrolijke geschiedenis ontvouwt zich via twee lijnen. De eerste lijn is een verslag door de ogen van Anna. Ze is jong en heeft geen goede relatie met haar vader. Die is autoritair, snel aangebrand en duldt geen tegenspraak. Ze krijgt nauwelijks tot geen ruimte om haar eigen gang te gaan.

Dan plonst ze hals over kop in de relatie met Edzard, die gaandeweg het boek steeds duidelijker wordt. Ook Edzard heeft zo zijn dingetje. Leven met hem is niet per sé slecht, maar wel teleurstellend. En dat wordt steeds erger. Ze zakt als het ware langzaam weg in een moeras dat elk sprankje hoop naar beneden zuigt. Ze hangt er maar zo’n beetje bij, net alsof ze ook een waardevolle relatie heeft maar dat is niet zo: ze is een schijnvrucht.

De tweede verhaallijn is ook van Anna, maar dan als oude vrouw die terugkijkt op haar leven. De Vries laat die verschillende stijlen overtuigend uit haar toetsenbord komen. Aan het begin van elk hoofdstuk ziet de lezer na één zin de goede persoon in beeld. Dat is zeer leesbevorderend en door de Vries op een vrij natuurlijke manier geïmplementeerd. Nadeel is dat het boek ongeveer nul verrassingen kent, wat die leesbevordering weer danig ontvordert. 

Over het geheel genomen is dit dan wel een subtiel weergegeven verhaal over een leven dat zoveel meer dan doodgewoon had kunnen zijn, een leven dat had kunnen opbloeien met meer aandacht. Meer liefde. Het is een schijnbestaan, eerst in de schaduw van de autoritaire papa, vervolgens in de schaduw van de misleidende Idzard. Het boek laat zien hoe schrijnend zo’n ondergeschikt leven kan zijn.

Sterren: ***

ISBN: 9789026354304

Uitgeverij: Ambo Anthos  

Ook verschenen op Hebban en De Leesclub van Alle

 

Esther Verhoef – De nachtdienst

Hoe spannend kan een dierenkliniek zijn?

Behoorlijk, om maar meteen de stelling hierboven te tackelen. Laat het bouwen van een wurgend griezelig verhaal maar over aan Esther Verhoef. Niet voor niets staan er zeven dubbelbedrukte pagina’s achterin het boek met titels van door haar geschreven boeken, inclusief positieve kretologie van recensenten. Ons positieve oordeel – of niet – stellen we nog even uit tot het eind van deze bespreking.

Volgens de regelen der kunst knalt het verhaal – dit keer letterlijk – met de deur in huis. Dienstdoende dierenarts Emma ontgrendelt de achterdeur van de dierenkliniek om kwart voor twee in de nacht voor een spoedgeval. Dat gebeurt vaker: dieren die zo gewond zijn dat uitstel niet meer kan. Hier geldt dat ook – alleen is het een maatje van een bad guy, die met een harde trap tegen de deur binnenvalt en haar dwingt een operatie te doen bij die levensgevaarlijk gewonde mede-bad guy. Daarna smeren de guys hem, Emma ontredderd achterlatend. En zoals de teaser zegt: dit is nog maar het begin.

“Ik probeer op te krabbelen, maar krijg de kans niet.

Hij trekt me ruw omhoog… Het volgende moment wordt mijn arm op mijn rug gedraaid.

‘Waar is hij?’

‘D-dat ben ik.’ Mijn stem klinkt schor. ‘Ik ben de dierenarts.’

De man zwijgt even. Ademt zwaar.

‘Ben je alleen? Om zijn vraag kracht bij te zetten geeft hij een rukje aan mijn pols.

Ik stoot een schreeuw uit, maar bij de gedachte aan Vegas die boven ligt te slapen, verbijt ik de pijn. ‘Ja, er is verder niemand. Laat me los!’”

Met armen, benen, ogen en oren in het verhaal getrokken moeten wij lezers doorlezen, we kunnen niet anders. Verhoefs bekwame handen ontrollen een geschiedenis met veel losse personen, die bij nader bladzijden omslaan allemaal vooral relationeel aan elkaar gelinkt zijn.

Haar dochter Vegas speelt daarin een grote rol: ze is veertien en pubert tegen de klippen op. Van haar moeder wil ze niks weten, die is stom en oudbakken. Ze heeft wel gevoelens voor vriendjes die wij, maar zij niet, herkennen als fout. Niet verrassend hebben een paar ervan iets te maken met het spoedgeval in de kliniek.

Mama komt daarachter en de vliegende pleuritis breekt uit, met nog meer verwijdering tussen moeder en dochter tot gevolg. Ook wordt de situatie voor mama bedreigender. Daarbovenop duikt Jonathan op, de veertien jaar buiten zicht gebleven verwekker van Vegas. De bad guys zitten ook niet stil; zij plannen De Grote Kraak die ze voor altijd (tot het gestolen geld op is, maar dat benul hebben ze niet) uit de problemen zal halen. Tot het laatste moment blijft de climax ongewis en de lezer onbevredigd.

Vakwerk dus van Verhoef, wel met wat kanttekeningen. Vooral in het eerste deel van het boek schicht het perspectief van links naar rechts tussen de karakters. Omdat die vaak met hun eigen stem spreken zonder naamsvermelding, moet de lezer streng bij de les blijven om het overzicht niet te verliezen. Naarmate er meer perspectieven van meer karakters bij komen, wordt de samenhang van het verhaal minder eenvoudig volgbaar, maar leer je wel de karakters goed kennen.

De binnenwereld van de puberende Vegas wordt goed neergezet. Het meisje is constant woedend en reageert bot zoals alleen adolescenten dat kunnen op de kleinste of lief bedoelde opmerkingen van moeder – zeer herkenbaar. Wel komen we een paar keer uitdrukkingen van Vegas tegen die niet helemaal bij een 14-jarige passen. Op blz. 79: “Ik heb dorst,’ fluister ik tegen een silhouet.” En: “Ik stoot alleen nog onsamenhangende klanken uit.” Op blz. 84: “De weg helt naar beneden. Voorzichtig schuif ik vooruit, beducht op het water dat zo dichtbij is.”

Dit is uiteraard niets anders dan spijkers op laag water zoeken. Verhoef maakte een goedgeschreven verhaal dat de lezer menig uur in de ban gaat houden. Een thriller die zonder een gehard stalen zelfbeheersing niet meer neer te leggen is.

Sterren: ***

ISBN: 9789044643589

Uitgeverij: Prometheus 

Ook verschenen op Tiktok en  De Leesclub van Alles