Recensies van actuele boeken

Jaap Cohen – De bolle van Gogh

Altijd in de contramine

Een monsterlijk dik boek is het, de levensloop van Theo van Gogh, alleen al door die 686 bladzijden in een stevige hardcover. Biograaf Jaap Cohen werkte er bijna zeven jaar aan.

Zoals verwacht, is de inhoud net zo explosief als het onderwerp. We hebben het over Theo van Gogh, ‘enfant terrible’ pur sang. Hij stond erom bekend dat hij in zijn korte maar heftige leven onbekommerd gebruik maakte van zijn recht op vrije meningsuiting. Hij choqueerde, mepte verbaal om zich heen, treiterde en beledigde mensen tot op het bot. Vrienden maakte hij daar niet mee, vijanden des te meer. Het geeft een goed beeld van zijn karakter. En ook van een tijdsgewricht waarin normen en waarden werden opgerekt en soms ruimschoots werden overschreden.

Cohen begint bij het begin. Theo wordt geboren en groeit op in een welvarende omgeving: een villawijk in Wassenaar. Als Cohen start met zijn interviews, wonen Theo’s ouders er nog: Johan van Gogh en Anneke van Gogh-Vonhoff. Aanvankelijk twijfelt Cohen over de bereidheid van de ouders om hun – en Theo’s – “levensverhaal aan een wildvreemde te vertellen’, wat bij Anneke inderdaad zo lijkt te zijn. Vader Johan is opener naarmate Cohen vaker langskomt, en uiteindelijk werkt Anneke ook mee. Mooi om te lezen is dat Theo’s ouders langzaam ontdooien en er een goed beeld ontstaat van Theo’s jeugd en schooltijd.

Op de lagere school blinkt Theo niet echt uit, en op het voortgezet onderwijs eigeniljk ook niet. Niet briljant dus, maar hij kon goed meekomen – als hij daar zin in had. Ontbrak die zin, dan kwam de rebel in hem boven. Ook noteert Cohen een andere handicap: “Ik schaamde me als rijkeluisjongen.” Die ‘rijkeluisjongen’-achtergrond bleek later ook niet altijd een garantie om ergens binnen te komen. Toen hij bijvoorbeeld jaren later bij het weekblad Vrij Nederland solliciteerde, werd hij niet aangenomen.

Zo startte de zoektocht voor Theo naar wat hij zelf eigenlijk wilde. Hij probeerde het met schrijven, met wisselend succes. Toen kwam het maken van films in beeld. Cohen beschrijft de ontstaansgeschiedenis van ‘Luger’, die behoorljk succesvol was. Dat smaakte naar meer films, en hoewel Theo er een aantal maakte, viel zijn onbedwingbare neiging tot beledigen en choqueren niet in de smaak bij het grote publiek. De serie interviews die hij ook maakte, werd beter gewaardeerd.

Zijn focus op het jodendom en de kwetsende opmerkingen die hij in die tijd over de holocaust en de gaskamers debiteerde, joegen daarentegen weer een boel mensen in de gordijnen. Wat over Theo oprijst uit de hele geschiedenis van die tijd, is een merkwaardig mengsel van kwetsbaar talent en een ongecontroleerde onverschilligheid. Die eigenschappen hielpen hem heftige films te maken maar zorgden ook voor afschuw bij de bevolkings- en andere groepen die hij keihard shockeerde. Dat laatste werd hem zoals bekend, fataal. De 26-jarige moslim Mohammed Bouyeri schoot op 2 november 2004 Theo neer in de Linnaeusstraat, sneed vervolgens zijn keel door en liet een dreigbrief achter op zijn lichaam.

Cohen brengt meticuleus de levenswandel van ‘de bolle Gogh’ in beeld: een bron van feiten voor mensen die Theo niet kennen maar wel kennis willen nemen van zijn handel en wandel. En de bundel is natuurlijk een feest van herkenning voor de niet meer zo jongere jongeren die dit alles wel live meegemaakt hebben, maar niet meer alle details paraat hebben. De biografie is recht door zee: het laat de scherpe randen van Theo zien maar toont ook zijn betere kanten.

ISBN: 9789021423807

Sterren: ****

Uitgeverij: Querido

Voor het eerst verschenen op Bazarow en op TikTok

Ingvild H. Rishøi- Winterverhalen

Sneeuw, ellende en schrale troost

Dat Ingvild H. Rishøi kan schrijven is geen verrassing meer. Sinds ze de geweldige roman ‘Stargate’ uitbracht is haar naam verbonden met ijs, sneeuw, ellende en troost (onder haar handen meestal schrale troost), en Noorwegen. Ze kan een verhaal zo droog vertellen dat de lezer gebarsten lippen krijgt.

Dus begroeten wij met groot enthousiasme haar nieuwe ‘Winterverhalen’, die alleen met de titel al hint naar een huiveringwekkend verhaal. We worden niet teleurgesteld. Allereerst krijgen we maar liefst drie novellen in één band. Daarnaast is het boek zoals we van topuitgeverij Koppernik gewend zijn, keurig gebonden en in een stevige omslag toekomstbestendig geproduceerd. Niets dan goeds dus over de uitvoering, hoe is het met de inhoud?

Die is puik. Drie novellen, zoals gezegd, liggen voor ons om te betreden. Dat doen we niet zonder eerst ons hart in gewapend beton te storten en de gevoeligheid van onze zenuwen op de laagst mogelijke stand te zetten. Noodzakelijk, want de novellen zijn aangrijpend. Erg aangrijpend.

In “We kunnen niet iedereen helpen” volgen we een jonge moeder met dochter Alexa. Ze lopen naar het winkelcentrum:

“Er staat een gozer voor ons. Hij glimlacht, we zijn misschien even oud, hij is knap. Hij houdt een papieren bekertje in zijn hand.

‘Hebben jullie misschien wat kleingeld over?’ vraagt hij.

Zijn vingers zijn opgezet. Alexa knijpt in mijn hand. Ze vindt iedereen zielig, veel te zielig…

‘Mama,’ zegt ze, ‘Waarom?’

Waarom konden we hem geen kleingeld geven?’ vraagt ze.

Omdat kleingeld ook geld is. Omdat je vader al drie maanden geen alimentatie heeft betaald…

Zie je deze tatoeage? Dat is de naam van je vader, en als ik geld had, zou er nu een vogel zitten…”

ln het tweede verhaal hebben we een vergelijkbare situatie. De protagonist is boos, kan niet zo goed omgaan met mensen die slimmer ogen dan zij zelf is en heeft last van een opvliegend humeur. Geen goed setje eigenschappen om rustig in een winkel een kussen te kopen terwijl de verkoopster alleen – maar – irritante – vragen – stelt.

Het derde verhaal is qua winterverhalen het best passend. Het sneeuwt hard, het is berekoud, het is donker want avond, en er zijn drie kinderen on the run. Het oudste kind neemt de andere twee bij de hand en neemt ze mee naar een plek ‘waar het beter is’. Gaan ze met de bus, die eigenlijk te duur is? Of toch maar lopen, tot hun knieën in de sneeuw? En als e het onzalige idee van lopen doorzetten: gaat dat wel goed?

Pak dit boek, sluit je op in je huis, zet alle meldingen en piepjes gevende apparaten uit, een muziekje misschien op de achtergrond, en verdwijn in de brute wereld van deze auteur. Je komt er gebroken weer uit.

ISBN: 9789083323985

Sterren: ****

Uitgeverij: Koppernik

Ook verschenen op Bazarow en TikTok

Rita Maris & Michel Wolfs – Thijs & Trees leren eten

ARFID: als je kind niet wil eten

Thijs en Trees eten nooit groenten en fruit. Ze zijn zelfs bang om ervan te proeven om hier verandering in te brengen neemt oom Michel hen mee op vakantie naar Groente- en Fruitland…”

Zo introduceert dit boek zichzelf op de achterflap. We hebben het over kinderen tussen 2 en 10 jaar oud. Heel gewone kinderen. Behalve dat ze heel weinig verschillende dingen eten. Hoe kan dat?

Dat komt door ARFID, laten we die afkorting er meteen maar ingooien. ARFID staat voor ‘Avoidant Restrictive Food Intake Disorder’. Dat is een bijna onbegrijpelijke naam die zelfs in het Nederlands vertaald nog ingewikkeld klinkt: ‘Vermijdende/restrictieve voedselinnamestoornis’. Het komt erop neer dat kinderen met ARFID zeer selectief eten, kort gezegd: ze lusten bijna niks.

Hoe komt dat? Daar zijn verschillende redenen voor:

-Kinderen met ARFID hebben een verminderde interesse in eten, doordat ze bijvoorbeeld geen hongerprikkel hebben

-Ook kunnen ze overgevoelig zijn voor de geur, kleur, textuur, temperatuur en smaak – dat komt weer vaak voor bij kinderen met autisme, ADHD of hoogbegaafdheid.

-Het kan ook zijn dat kinderen erg bang zijn om iets te proeven wat ze nog nooit gegeten hebben: een soort nieuwheidbangheid of neofobie.

-Kinderen kunnen ooit ziek geworden zijn van eten, om verschillende redenen.

Kortom: er zijn veel (meer dan je denkt) redenen voor kinderen om een eetstoornis te ontwikkelen. Met de tips, waar bovenstaande uitleg nog maar een klein gedeelte van is, geeft de tekst ouders handvatten om hun moeilijk etende kinderen te helpen.

Het boek is een bron van kennis over ARFID. Nuttig voor ouders die met de handen in het haar zitten: het is al fijn om te weten dat ze niet alleen staan in hun problematiek. Kortom: een nuttige handleiding voor een wezenlijk probleem.

Maris en Wolfs beschrijven de reis naar beter eten in een wat minder geslaagd, want onwaarschijnlijk verhaaltje, waar de ouders even doorheen moeten bijten. Alle feiten komen er wel in voor, en de manieren waarop je je kind kunt helpen.

Rita Maris is een expert in ARFID en heeft vijf boeken daarover geschreven. Michel Wolfs werkt als opvoedkundige in het Universitair Ziekenhuis Gastenberg in Leuven én als eet- en speltherapeut en auti-coach bij groepspraktijk Eetstudio in Leuven. 

ISBN: 9789492600639

Sterren: ***

Uitgeverij: Aldo

Voor het eerst gepubliceerd op Bazarow 

Rita Maris – Thijs lust geen ijs

ARFID: wat betekent het?

Thijs is bang, want Rick is jarig. Hij zit in de klas van Thijs en hij gaat uitdelen. Daar is Thijs niet blij mee. Want wat zou Rick trakteren? Misschien wel chips, koekjes of chips, en dat lust Thijs allemaal niet. Eigenlijk lust Thijs helemaal niks.

Dus gaat hij naar school met een steen in zijn maag. Hij weet al wat hij doet: als Rick snoepjes uitdeelt, stopt hij die snel in zijn broekzak of in zijn mouw. Als iemand dat ziet, lachen ze hem uit. Zal hij net doen alsof hij ziek is? Nee, denkt hij, ik wil heel graag mee de klassen rond met Rick.

Dit is het begin van een boek over ARFID. Voluit geschreven is dat ‘Avoidant Restrictive Food Intake Disorder’. Kort gezegd heb je dat als je heel moeilijk eet, nergens trek in hebt en bijna niets lust. Het is een super abstracte naam die zelfs in het Nederlands nog moeilijk klinkt: ‘Vermijdende/restrictieve voedselinnamestoornis’

Maar dat is wel wat het is: kinderen met ARFID hebben problemen met ‘normaal’ eten. In dit boek is dat Thijs die geen ijs lust. Maar als Rick rondgaat met ijsjes, moet hij wel een ijsje pakken. Dat houdt hij dan maar in zijn hand, want opeten lukt niet. Maar het ijs gaat smelten, het drupt tussen zijn vingers door, de kinderen zien het en roepen: “Thijs lust geen ij-hijs! Thijs lust geen ij-hijs!” Thijs moet ervan huilen.

Een triest verhaal dat uitlegt hoe het komt kinderen (of volwassenen) met ARFID moeten leren leven. Ook de oorzaak van ARFID wordt aangegeven. Dat is goed, want zo kunnen ouders al vroeg zien of het mis dreigt te gaan met hun kinderen. Zo kunnen ze op zoek gaan naar hulp, want ARFID begint vaak al op erg jonge leeftijd.

Hoe het verder gaat met Thijs kun je in het boek terugvinden. De tekst is toegankelijk en helder. Er staan voorbeelden in, en ook superduidelijke tekeningen die het verhaal helpen vertellen. Een uitmuntend verhelderend boek over een nog veel te onbekende aandoening. 

ISBN: 9789492600349

Sterren:***

Uitgeverij: Aldo

Voor het eerst gepubliceerd op Bazarow 

Peter A. Levine – De stem van je lichaam

Mooie lessen in iets te veel woorden

Er is geen gebrek aan trauma’s in deze wereld. Mensen worden door 20 ton trucks aangereden, vallen net wel van een smal voetpad langs een bergwand, krijgen een hartaanval, stoten hun knie tegen dat gemene puntje van de keukentafel. Niet dat je daar ter plekke een trauma van oploopt, maar soms dus wel.

Levine behandelt in dit boek de effecten van een trauma op het menselijk lichaam, het brein en de psyche. En alsof het zo moest zijn, krijgt hij in het begin van het boek een voorbestemd koekje van eigen deeg. Hij loopt over een zebrapad en wordt aangereden. Niet door een 20 tons truck, maar een beige personenauto. De tiener achter het stuur schrikt zich wild, maar Levine zelf zakt weg in iets dat wel een trauma genoemd kan worden.

Dat stelt Levine in staat een perfect vertelstandpunt te benutten. Van binnenuit lezen we hoe angst, pijn en shock de normale perceptie kunnen wegvagen en alle rationaliteit laten varen. Levine krijgt te maken met twee hulpverleners:

Eerst die met de verkeerde benadering:

Een man haast zich naar me toe en gaat op z’n knieën voor me zitten. Hij zegt dat hij paramedicus is maar nu geen dienst heeft… De barmhartige samaritaan vuurt vragen op me af: ‘Hoe heet u? Waar bent u? Waar gaat u naartoe?..’

Door de manier waarop hij ze stelt raak ik nog meer gedesillusioneerd en voel ik me nogmeer in de war… Met woorden en met mijn handen vraag ik hem: ‘Gaat u alstublieft achteruit.’”

Dan iemand die het wel snapt:

Zonder zichzelf op te dringen komt na een paar minuten een vrouw bij me zitten. ‘Ik ben kinderarts. Kan ik iets voor u doen?’ zegt ze.

Blijft u alstublieft bij me zitten,’ antwoord ik. Haar eenvoudige, vriendelijke gezicht straalt steun en betrokkenheid uit… Terwijl ik mijn blik op haar richt voel ik dat de tranen komen…

Ietwat ten overvloede legt Levine daarna uit hoe de te enthousiaste paramedicus alleen maar meer paniek veroorzaakt, en hoe de vriendelijke kinderarts de juiste toon treft om zijn traumatische geestestoestand te kalmeren.

Nadat de schrijver ons aldus geroutineerd het boek in heeft getrokken, begint het echte verhaal. Levine doet dat op twee sporen: de lezer informeren over Levine’s indrukwekkende, levenslang opgedane kennis én voor zichzelf de balans opmaken zo tegen het eind van zijn carrière.

Die combi levert een wel erg breed beeld op, een soort “Alles wat u nooit wist en waarschijnlijk ook wel niet wilde weten over trauma’s”. In de 411 pagina’s vinden we een onder andere een volledige uitleg over hoe we ‘van paralyse naar transformatie’ kunnen gaan, hoe we ‘Het lichaam in kaart brengen, de geest herstellen’, en een groot aantal ‘praktijkvoorbeelden’.

Niet dat er geen nuttige informatie in het boek staat. Maar het is veel. De hoeveelheid info kan de argeloze lezer een tegengesteld effect laten bereiken van wat het boek beoogt. Aan de andere kant: er zijn erg veel goede tips te vinden. Levine heeft in zijn lange loopbaan een vrachtauto vol kennis opgedaan, die hij in dit boek op een netjes gesorteerde manier over de geïnteresseerde lezer uitstort.

ISBN: 9789069639741

Sterren: ***

Uitgeverij: Altamira

Ook verschenen op Bazarow 

Floor Ziegler & Teun Gautier – Een wereld van gemeenschappen

Waar een wil is

“Dit is niet een boek van theorieën. Het is een praktijkboek waarin je als lezer met ons, Floor en Teun, meereist door heel Nederland.”

Zo stellen de samenstellers van dit bonte festijn van activiteiten en initiatieven zich voor. We lopen met deze ‘stadmakers’ mee en vallen van de ene verbazing in de andere verbijstering naar de volgende verwondering tot aan de verrassende voltooiing – van weer een puik samen gerund project.

Floor Ziegler en Teun Gautier zijn ‘stadmakers’ die in Amsterdam-Noord hun eerste sporen hebben verdiend met de ontwikkeling van de Noorderparkkamer en alles wat daaruit voortkwam in Amsterdam-Noor

Hun succesvolle aanpak trekt de aandacht en al snel worden ze gevraagd voor adviezen. Ze reizen naar de meest pittoreske dorpjes en steden om daar de thermometer in de beleidsplannen te steken. Of een plan te bekijken dat gemaakt moet worden, of erger: mis gaat. Adviseren bij een gemeente die overhoop ligt met haar eigen burgers. Of vlottrekken van een initiatief dat ondanks goede wil toch maar niet van de grond komt. Het boek staat ramvol met dat soort saillante voorbeelden.

In de opzet van de hoofdstukken is goed te zien hoe er gewerkt wordt. Als er een vraag binnenkomt, is dat vaak ofwel omdat het project als onhaalbaar aan de kant dreigt te worden geschoven, ofwel omdat de deelnemers aan het project niet meer door één deur kunnen. Het is meestal aan Teun om de boel vlot te trekken. Na analyse van de problemen lukt dat over het algemeen goed.

Met al die tips hebben we hier een prima leesbaar handboek met ‘doe-het-vooral-niet-zo’ voorbeelden voor wethouders. En voor gemeentes: ‘hoe ga ik om met mijn ambtenaren’. Maar ook voor pluktuin-idealisten die manieren zoeken om hun droom te verwezenlijken. Hieronder één voorbeeld uit het uitbundige aantal cases: Floor bezoekt een bloemkoolwijk:

“De ‘bloemkoolwijk’ Lindenholt lag aan de verre westzijde van Nijmegen.

In het buurthuis werd ik ontvangen door Karin, een mevrouw achter een balie. Ik was de tweede bezoeker die dag, het was er doodstil. De vrouw schonk, ongevraagd, een kopje thee voor me in en nodigde me iets te dwingend uit om te gaan zitten. Het was een buurthuis van de gemeente, het programma van de activiteiten van die week hing aan de muur, op briefpapier van de gemeente. Het was er schoon, licht en gezellig zoals een uitvaartcentrum  gezellig is.

‘Er is weer niets gebeurd vandaag’, verzuchtte Karin. ‘En dan duurt een dag wel ontzettend lang. Ik begrijp het ook wel dat mensen geen behoefte hebben aan allerlei activiteiten naast hun werk. Ik ben zelf ook moe als ik thuiskom en wil dan het liefst met de benen op de bank. Er is in deze wijk gewoon geen animo voor dit centrum. Ik weet ook niet goed hoe dat komt en hoe wij daar verandering in moeten brengen. We hebben een keer een actie gedaan met koffiebonnen, maar daar kwamen maar drie mensen op af.’

De heel erg aardige mevrouw vertelde me dat er ook nog een andere buurtplek was, door een bewoner opgezet, precies om de hoek. Ik bedankte haar en kwam terecht in een oude school, de plek van Jan ten Dam, een gepensioneerde aannemer. Een beetje rommelig, vol met mensen die aan het kaarten waren, dingen aan het maken waren, vergaderden, koffie dronken. Duidelijk een plek waar mensen zich letterlijk thuis voelden, hún plek, voor hen maar ook van hen. Jan was de drijvende kracht, de aanjager en spil, maar hij liet ruimte voor ieders ideeën en bijdragen.

Het was hem gelukt om meer dan honderd vrijwilligers aan te trekken die naast deze plek ook veel andere initiatieven hadden genomen in de buurt.

Het beheer van het groen rond de oude school, een eigen buurtkrant Lindenholt Leeft en buurtfestival Dag van Lindenholt. Het was een mooi voorbeeld van het verschil tussen een plek die vóór de buurt is en een plek die ván de buurt is.” 

Dit verslagje is ietwat vooringenomen, ziet Floor ook in nadat ze meer informatie heeft gekregen over de buurthuizenkwestie. Mooi om daarna te lezen is, dat ze niet te beroerd is om zich te verontschuldigen voor dit te haastige oordeel. Zoals het een stadmaker betaamt.

ISBN: 9789047716235

Sterren: ****

Uitgeverij: Lemniscaat

Ook verschenen op Bazarow 

Miriam Bos – Help! Een verrassing!

Onverwacht is niet altijd dodelijk

Het thema van het boek is “anders én jezelf mogen zijn”. Dat lijkt een heel normaal uitganspunt, maar is het in de praktijk jammer genoeg niet. Miriam Bos heeft dat thema op gelukkig een niet-in your face-manier in het prentenboek verwerkt.

Suusje Eekhoorn heeft een verrassing voor August de Vos. Maar August is niet zo goed in verrassingen – eigenlijk haat hij dat. Hij wil liever alles van tevoren weten. Want je weet maar nooit. De wereld is groot. En gevaarlijk.

Maar ja, hij heeft ja gezegd. Suusje komt hem zo ophalen. Bedrukt zit hij op de eerste pagina, op een boom, ongerust te zijn. Die eerste tekening is al grappig: een tobberig naar beneden starend diertje met een pluizige staart, onwetend wat er gaat komen. Leeuwen en beren ziet hij op de weg, en een oerbizon ook nog.

Dan komt Suusje Eekhoorn. Ta-daa!

Een prachtvertelling in het klein over respect, invoelingsvermogen en tolerantie. Dat alles in zo’n klein boekje? Jep. Ik zou het wel weten.

Nationale Voorleesdagen 24-1 t/m 3-2 2024

Je wist het niet, maar je zit in de Nationale Voorleesdagen. Van 24 januari t/m 3 februari 2024 wordt er namelijk voorgelezen in Nederland op initiatief van Stichting Lezen, georganiseerd door Stichting CPNB.

Het leuke hieraan is dit schattige prentenboekje. Een beter bijvoeglijk naamwoord is er niet voor dit snoezige (o, toch wel) kleinood. Het is een broekzakversie van hetzelfde prentenboek-op-groot-formaat van Mirjam Bos. Je krijgt het kleine prentenboekje bij de boekhandel voor 5 euro 75.

Mooi, zul je zeggen, maar is het wat? Of kan ik beter mijn 5 euro 75 omzetten in een zak friet met extra mayo? Goeie vraag, die ik hierboven voor je heb beantwoord.

ISBN: 978905966024

Sterren: ***

Uitgeverij: Lemniscaat

Voor het eerst verschenen op Bazarow

Felix Salten – Bambi. Een leven in het bos

Een langzaam tot ontploffing komende emotiebom

Wie kent het tranentrekkende verhaal van Bambi het hertje niet? Niemand, vrees ik, want ongeveer iedereen heeft dat verhaal inderdaad dankzij de film van Walt Disney tot zich genomen. Zielig, precies. Tranentrekkend, absoluut. Droevig, zeker. Een emotionele rollercoaster die kinderen een zwaar trauma bezorgt? Niet overdrijven, zo erg was het ook weer niet.

Wat het wel was: een slap aftreksel van dit boek. In 1923 verkocht Salten de filmrechten daarvan aan de MGM studio’s, die ze later doorverkochten aan Disney. Pas in 1942 kwam de film uit. Disney vond het verhaal te wreed en te somber voor een vrolijke film. Dus werd er geknipt en geschaafd en hielden we de Disney-versie over waarvan vertaler Jet in het nawoord schrijft: “Het is de film die ervoor gezorgd heeft dat iedereen in onze tijd iedereen denkt dat Bambi een kinderboek is. Dat is het niet: het is een mooi en rijk verhaal over kwetsbaarheid, wreedheid, volwassen worden en sterven.”

Daar sluit ik me geheel bij aan. Voordat ik dit boek las, had de naam van de film Bambi een suikerzoete bijsmaak, zag ik het getekende hertje in het bos in vrolijke kleuren voor me. Dat is nu voorbij. Sadder en wiser, zoals de Engelsen zeggen, sloeg ik het boek dicht. Wat een formidabel originele en tegelijk ongemakkelijke vertelling. Waarom is het zo goed?

Ten eerste voor unverfroren durf. Een heel boek over een hertenjong? Dat avonturen beleeft met soortgenoten en predatoren en mensen, in een prachtig bos dat desalniettemin vol gevaren zit? Wie gaat dat lezen? Toch slaat Salten onbevreesd aan het vertellen:

“Diep in het struikgewas werd hij geboren, in een van die kleine, verborgen kamertjes in het bos. Ze lijken aan alle kanten open, maar geven aan alle kanten beschutting. Er was ook maar weinig ruimte, net genoeg voor hem en zijn moeder.

Daar stond hij nu, zwaaide vervaarlijk op zijn dunne poten, keek met wazige ogen onnozel voor zich uit en zag niets, liet zijn kop hangen, beefde erg en was nog helemaal suf.”

De compassie van de lezer met het hoofdpersoontje is het tweede bonuspunt. Dit gevoel wordt versterkt door de volstrekt natuurlijke wijze waarop het hertje rondloopt in het bos. Dat dreigende komt ook terug in de onderliggende thema’s in het boek. Zo kunnen we onzekerheid, vreemdelingenangst en het zoeken naar het beloofde land herkennen. Ook kunnen veel passages worden gelezen tegen de achtergrond van de pogroms onder de Joden in die tijd.

Tenslotte is er het invoelingsvermogen dat de schrijver bij de lezer aanwakkert. Het hertje beleeft alles in het nu; de warmte in de zomer, de vorst in de winter, het zien aftakelen van zijn oudere soortgenoten, de dreiging van onweer, roofdieren, honger, dorst, uitputting. En er is natuurlijk de liefde als hij zijn vriendinnetje Faline na lange tijd weer ontmoet:

“Daarginds op het veld,’ herinnerde Bambi zich, ‘hebben we tikkertje gespeeld…weet je nog?’

‘Ik geloof dat het zo ging…’ zei Faline en ze ging er als de wind vandoor. Bambi bleef eerst beduusd achter, maar stoof toen achter haar aan. ‘Wacht! Wacht toch!’ riep hij vol geluk.

‘Ik wacht niet,’ plaagde Faline, ‘ik heb ontzettende haast!’ En met lichte sprongen rende ze in een kring door de bosjes en het gras. Eindelijk haalde Bambi haar in, hij versperde haar de weg en nu stonden ze rustig bij elkaar. Ze lachten en waren tevreden.”

ISBN: 978904459188

Sterren: ****

Uitgeverij: De Geus

Ook verschenen op Bazarow en Tiktok

Christopher Denise – Ridder Uil

Klein en dapper

Aan de voorkant van dit prentenboek zien we al dat er iets niet helemaal in orde is. Met enorme letters is ‘RIDDER UIL’ in een gele maan geschreven. In de schaduw van die maan staat Ridder Uil zelf op één van de kantelen van een kasteel. Hij draagt een harnas(je), een helm met het vizier opengeschoven, en in zijn rechterhand heeft hij een forse lans half opgeheven. Maar…

hoewel die tekening daadkracht uitstraalt, ontbreekt er bij hem een beetje: Moed, Durf, Doorzettingsvermogen, Strijdlust, Kracht en Overwicht.

Ridder Uil kijkt schuin omhoog naar een vijand. Met wel heel erg panisch wijd open ‘hoe ben ik hier ooit gekomen?’ ogen. Ogen die uitstralen dat ze overal willen zijn maar niet hier. Niet op de kantelen van dit kasteel. Niet in een harnas.

 

Even wat voorgeschiedenis: onze held had maar één wens, sinds hij uit zijn ei was gekropen. Inderdaad, ridder worden. Dus volgt hij de Ridderschool, waar hij nogal afsteekt tegen de enorme grote geharnaste échte ridders.

Ook heeft hij moeite met zijn zware wapens. En een bijzonder probleem, waar de andere ridders geen last van hebben:

“Uil was een geweldige leerling.

Maar hij had wel moeite met zijn zwaard,

zelfs het kleinste schild was een probleem

en hij had de gewoonte overdag in slaap te vallen.

Ai. Komt hij alsnog door de strenge ballotage heen?

Dat vertellen de sprekende tekeningen en tekst. Een boek om lang in te bladeren. Misschien kan het zelfs een voorbeeld zijn voor uw kleine ridder thuis.

ISBN: 9789047714606

Sterren: ***

Uitgeverij: Lemniscaat

Ook verschenen op Bazarow 

Alan Shivers – Europea Halls

Alan Shivers – Europea Halls

Bloedgutsende slasher novel

Dat dit boek in het Engels is geschreven, hoeft voor de lezer met een gemiddeld Engels taalniveau geen probleem te zijn. Beter is het om rekening te houden met je griezeltolerantie, want die is hier vrij hoog. Gelukkig. Op de voorflap staat niet voor niets ‘A YA Slasher Novel’, want dat is het: een young adult slachter boek.

Wie of wat wordt dan geslacht, is de vraag die zich opdringt? De personages natuurlijk. In alfabetische – niet per sé moordvolgorde – zijn dat: Alzbeta, Ljucija, Oliwia, Marieke, Ingvild en Ayat.

Ze gaan met zijn allen naar dezelfde school: Europea Halls. Dat is een elite college waar alleen bollenbozen en rijken der aarde heen gaan. Maar veel les krijgen de leerlingen niet. Er is nog iemand op de campus, niet uitgenodigd maar wel loerend om een hoekje: een moordenaar. En die gaat slashen.

Shivers modelleert het verhaal naar analogie van de negentiger jaren horror/slasherfilms die toen de magen van de kijkers deden omkeren en de zenuwen als kabeltouwen lieten trillen: Scream, I Know What You Did Last Summer en Urban Legend. Wie zo’n film gezien heeft, weet dat je maar beter een handdoek onder het boek kunt leggen om de liters bloed te absorberen.

Het verhaal is duidelijk, recht voor zijn raap, de handelingen zijn expliciet, de figuranten en dader duidelijk omschreven, en de manier waarop het verhaal loopt – en droevig eindigt – is ook kristalhelder.

Het gaat hier dan ook niet zozeer om de verrassing als wel om de goryness: pas als de lichaamsvloeistoffen van de bladzijden druipt is de schrijver tevreden. Qua spanning laat het wel wat te wensen over. Dat maakt dat het boek uiteindelijk toch teleurstelt. De lezer weet immers wat er gaat gebeuren; de vraag is alleen wanneer en hoeveel (bloed) er vloeit.

Een lekker gek onderhoudend boek voor de liefhebber. Neem het mee naar een schemerig hoekje van je kamer, zet wat doomsdaymuziek op, steek desnoods een kaars aan voor de sfeer en spetteren maar!

ISBN: 9798857604199

Sterren: ***

Uitgeverij: Amazon

Ook verschenen op Bazarow en TikTok