Recensies van actuele boeken

Stanislav Setinský – Dit is Jeruzalem

Reisgids Jeruzalem – o nee, prentenboek.

Dit is een raar boek.

Het laat Jeruzalem zien maar op een manier die waarschijnlijk op eenzame hoogte boven peuterbreintjes uittorent.  Maar toch een prentenboek.

Even memoreren, wat zijn ruwweg de prentenboek-vuistregels?

1.Een prentenboek is gericht op lezertjes,  zeg tussen 3 en 11 jaar oud.

2.Het is opgebouwd met weinig tekst van niet te hoog AVI-niveau.

3.Het heeft relatief veel plaatjes.

4.Plaatjes die ook voor de doelgroep (zie 1) snapbaar zijn.

Van deze vuistregels vinden we slechts de helft terug. Regel 2 voor de tekst wordt ruw doorkruist door de beschrijving op de achterflap. Die is in zodanig ingewikkelde taal geschreven dat het voor kinderen bijna onleesbaar is. De tekst zou wel prima staan in een reisgids voor volwassenen, oordeel zelf:

“Dwaal door de drukbezochte straten en langs de bekende monumenten van één van de oudste steden ter wereld, Jeruzalem. Deze visuele rondreis begint bij de Oude Stad waar de Rotskoepel uitkijkt op de Westmuur…”

Nog een dingetje over de tekst – die is in het Jiddisch. Misschien ook best lastig lezen voor kinderen. Pas achterin het boek staat een vertaling, verwijzend naar de illustraties. Je moet dus bijvoorbeeld bij afbeelding 4 doorbladeren naar de verklarende woordenlijst, waar bij puntje 4 staat:

“Controles en fouilleren behoren in Israël tot het dagelijkse leven. Je krijgt daar niet alleen mee te maken bij de toegang tot de Westmuur, maar ook bij de ingang van de meeste instellingen, openbare gebouwen en grotere winkels.” Opnieuw obstructies tegen zowel regel 1 als 2.

Dan de plaatjes (regels 3 en 4). Die laten een stad zien, Jeruzalem, wilde gok. Met straten vol auto’s, winkels, patrouillerende soldaten, kraampjes, shoppende mensen, alles in heel veel details. Behalve de patrouillerende soldaten kan dit wel leuk zijn voor onze onderzoekende peuters. Laten we de plaatjes daarom het voordeel van de twijfel geven, wat nog steeds betekent dat het boek maar half geslaagd is.

Resumerend, als aanschaffer van dit boek zult u de interesses van uw kleuter/schoolkind goed moeten inschatten. Anders gaat de inhoud grotendeels aan zijn/haar belevingswereld voorbij en dat is zonde. Zonde vooral van een absoluut mooi gemaakt boek, in prachtige kleuren, dat een gedetailleerd inkijkje geeft in Jeruzalem en in het dagelijkse leven in Israël. Een reisgids had het niet beter kunnen doen.

Sterren: **

ISBN: 9789492986191

Uitgeverij: Boycott

Ook verschenen op De Leesclub van Alles 

 

Milja Praagman – Bij jou

Lievvv

Een prentenboek over een Beer en een Mol. O schrik, dat gaat toch hopelijk niet over de Carnivoor en de Prooi? Dat zou het grenzeloze vertrouwen en optimisme dat kleine kinderen nog volop bezitten, ernstig teniet doen. Maar gelukkig merken we al meteen: de twee hoofdrolspelers liggen vreedzaam tegen elkaar aan in één hol. Nieuwsgierig beginnen we te lezen en te bladeren, om na een kleine 13 bladzijden het boek met een grote glimlach dicht te klappen. Dit is mooi gedaan.

Milja Praagman is de dader hier, een oude (met respect) bekende in het prentenboekenuniversum. Ze tekent en schrijft haar prentenboeken zelf. In 2017 won ze een Zilveren Penseel voor haar prentenboek ‘Omdat ik je zo graag zie’. In 2018 had ze de eer om het Prentenboek van de Kinderboekenweek 2018 te mogen maken, met als thema ‘Vriendschap’.

In “Bij jou” brengt ze een mol en een beer bij elkaar in een winterhol. Mooi getekend en ingekleurd, een beer met vriendelijke koolzwarte ogen en een mol met al even vriendelijke witte oogjes. Enigszins onbeholpen bewegen ze zich over de bladzijden, nadat ze in hun winterhol vredig aan het ronken waren.

Dutten doen ze ook in het begin van het verhaal, tot Beer wakker schrikt. Hij heeft iets moois gedroomd, maar wat ook alweer? Ongerust gaat hij op zoek naar zijn verloren droom. Hij vraagt het een bij:

“’Bij, ik had een droom.

Over jou en …

verder weet ik het niet meer.’

‘Droomde je misschien over mij

en deze mooie bloem?’ vraagt Bij.

‘Die bloem is mooi, maar mijn droom was nóg mooier en groter.’

Meer van de plot onthullen we niet, dat zou de feestvreugde van het zelf ontdekken te zeer dempen. Het is een mooie gedachte die Beer op tracht te diepen, de gedachte komt regelmatig terug, en hij brengt warmte. Voor de warmhartige ontknoping: zie dit lievvve boek.

Sterren: ***

ISBN: 9789025878955

Uitgeverij: Leopold

Ook verschenen op De Leesclub van Alles 

Marieke Lucas Rijneveld  – Mijn lieve gunsteling

Er komt weer geen normaal mens in voor

Great expectations, om met Dickens te spreken, hangen in de lucht. Dat is de schuld van de voorganger van dit boek: ‘De avond is ongemak’, dat in 2018 als een stungranaat de tamelijk rimpelloze vijver van de Nederlandse literatuur tsnunamiseerde. Het werd een onverbiddelijke bestseller, inmiddels vertaald in 37 landen. Daarbovenop won de schrijfster in 2020 als eerste, enige en jongste Nederlandse ooit de prestigieuze Bookerprijs. Er zijn schrijvers door minder succes in een writers’ block geschoten.

Dat lot trof Rijneveld gelukkig niet. Ze maakt de grote verwachtingen waar. Het is een beest van een boek geworden, wellustig, gerijpt, pantagruelesk, volvet, overdadig, eruptioneel, pompeus, brak, luxueus, zinderend, weelderig, lucullisch, abundant, overvloedig, orenwassend en steilorig. Dat laatste mooie woord vind je al in de tweede regel: “ik had je in dat steilorige hoogseizoen als een zweer met een hoefmes uit de klauwlederhuid moeten verwijderen, ik had ruimte moeten maken bij de tussenklauwspleet zodat mest en vuil ertussenuit zouden vallen en niemand je kon infecteren, misschien had ik je enkel wat moeten pellen en bijschaven met de slijper, je moeten reinigen en droogwrijven met wat zageling.”

Dit is geen wartaal maar vaktaal van een veearts, herkennen we later. Deze man die Kurt genoemd wordt, slingert in bladzijdenlange, koortsachtige erupties zijn gedachten de wereld in. Kurt is getormenteerd door zijn moeilijke jeugd en de misstappen die hij daardoor heeft begaan en nog steeds onbedwingbaar begaat. Hij is een dwalende, dolende ziel op zoek naar zuiverheid. Of verlossing, wie zal het zeggen.

De andere protagonist is de gunsteling uit de titel, een jong meisje dat zich in de warme belangstelling van Kurt mag verheugen. Voor de veearts is zij het symbool van puurheid, de jeugd die bij hem allang door de wc gespoeld is; hij wordt voortdurend heen en weer geslingerd tussen vertedering voor haar meisje-zijn en allesverterende lust voor haar bijna vrouw-zijn, ze is zijn minnegodje. 

Kurt vertelt het verhaal, hij blikt in één lange monoloog terug op de periode dat hij met zijn ‘nimfijn’ de fatsoensgrenzen tussen een jong meisje en een oudere man bruuskeerde, ethisch en seksueel. Daarbij voedt hij haar met boeken, films, muziek, gedachten, maar ook letterlijk met nieuwe smaken van snoep of drankjes.

En zij, zij zuigt alles op als een spons. Ook zij is in haar thuissituatie beschadigd en behept met een  ongebruikelijke geestesgesteldheid (ze praat in haar kamer met Hitler en Freud), zodat ze Kurt steeds een stukje verder volgt. Tot onvermijdelijke grenzen overschreden worden en daden onomkeerbaar zijn. Hij weet dat. Toch staat hij daar en kan niet anders: de geest was gewillig maar het vlees te week.

Rijneveld is weer uitstekend op dreef. In taal die aan Wolkers doet denken raast ze voort, associërend, gedachtenexperimenten aan alle kanten tegen het licht houdend, verbuigend, verkrachtend, liefkozend, dan weer in een pot mierzoete stroop verdrinkend. Ook de invloed van Reve is herkenbaar, lekker vervreemdend en geil, en zelfs ‘It’ van Stephen King helpt mee aan deze stevige robber leesvoer. Waarbij gezegd moet worden dat het verhaal zelf iets meer ingedikt had mogen worden – tegen het slotstuk liggen herhalingen van zetten op de loer maar soit, daar valt mee te leven.

Rijneveld legt de zoektocht van deze twee in het pikdonker tastenden, vruchteloos op zoek naar zingeving, griezelig beklemmend vast. De wanhoop van de veearts en zijn neergang, de wereldvreemdheid van het meisje en haar opgroeien van meisje tot jonge vrouw, het heeft de juiste accenten op de juiste plekken. Bewonderenswaardig beschreven in bizar gevarieerde taal, dat ook. In de tumultueuze relatie van die twee aangetaste mensen komt niemand ongeschonden aan de eindstreep – met die boodschap blijft de lezer hangend in de touwen achter.

Sterren: *****

ISBN: 9789025470142

Uitgeverij: AtlasContact

Ook verschenen op De Leesclub van Alles 

 

Nayrouz Qarmout – De zeemantel & andere verhalen

Zwaar aangezette verhalen helaas waarheidsgetrouw

Op de achterflap:

“Voor De zeemantel & andere verhalen heeft Nayrouz Qarmout zich laten inspireren door haar ervaringen als opgroeiend meisje in een Syrisch vluchtelingenkamp en als jonge vrouw in ‘de grootste gevangenis ter wereld’, Gaza.”

Met dit citaat in het achterhoofd zijn de hoogoplopende conflicten die Qarmout in een aantal van haar verhalen opvoert beter te plaatsen. De realiteit ervan is helaas in dit geval de harde werkelijkheid. Disproportionele interactie tussen personages, teer ontluikende liefde die ziedend weer uit elkaar wordt geslagen, terroristische aanslagen; niet alle verhalen zijn makkelijk te verteren.

Hier wat opflakkerende emoties uit het titelverhaal, over de onschuld der kinderjaren:

“Opnieuw trok ze zich terug in het verleden, naar een uitgestrekt kamp waar een heleboel kinderen aan het knikkeren waren en teams vormden voor een spelletje ‘Joden en Arabieren’… Ze liet het touw abrupt vallen toen een klein jongetje een vlinderklem uit haar haar griste en ermee wegrende. Ze stoof hem achterna…. Ze werden al snel moe en bleven staan uithijgen onder een dikke oude boom…. Lachend gaf de jongen haar de klem terug. ‘Die staat mooi in je haar,’ mompelde hij verlegen.

Ondanks haar woede werd ze overspoeld door een groot geluksgevoel. Ze wist niet waar het vandaan kwam en evenmin snapte ze de kinderlijke emoties waardoor haar hart ineens heftig was gaan bonzen. Plotseling stond haar broer voor hun neus en gaf de jongen een harde stomp. De jongen sloeg direct terug.”

Een subtieler verhaal is ‘Witte lelies’. De sfeer in het explosieve gebied rond Tel Aviv is hier stevig maar kwetsbaar. De hoofdrol is voor een man met een bos onschuldige witte lelies, die aangezien wordt voor iets dat de regering schade zou kunnen bijbrengen, en dus door een militaire drone op de korrel wordt genomen. Alles wat rest op plek waar de inslag was, zijn dwarrelende witte lelieblaadjes. Een verteltechnisch mooi maar menselijkerwijs afschuwelijk contrast tussen zacht- en hardheid.

Op vergelijkbare manier worden de horribele tegenstelling tussen burgers en terroristen zichtbaar in het simpele verhaal ‘Onze melk.’

De datum is 22 juli 1946, en we bevinden ons in het King David Hotel in Jeruzalem. Britse soldaten lopen overal rond en in het hotel worden zoals elke dag de melkbussen gebracht. Verse, schuimende melk zoals de gasten dat graag hebben. “Wanneer ze de bussen neerzetten, kun je zien dat ze een heel ander soort uitdrukking op hun gezicht hebben dan de druk in de weer zijnde ochtendkoks. Hun blik is verbeten en ze ontberen de vriendelijkheid die het hotelpersoneel uitstraalt.”

De toon is gezet, we vermoeden welke richting dit opgaat en inderdaad, het einde is niet happy.

Overkoepelend thema van deze bundel is het geweld in het Midden-Oosten en de onverenigbaarheid der karakters van de bewoners daar. Qarmout laat die clash in haar verhalen ongezouten terugkomen. Het zijn botsingen tussen culturen, vastgeroeste meningen, vooroordelen en religieuze starheid. Wat daaruit voort komt, brengt ze nietsontziend tot leven. Opdat iedereen daar lering uit zou kunnen trekken.

Sterren: ***

ISBN: 9789493081550

Uitgeverij: Orlando

Ook verschenen op De Leesclub van Alles 

Susan Smit – Tropenbruid

Een sterke vrouw in een miserabel stuk vaderlandse geschiedenis

Misschien had deze recensent teveel verromantiseerde geschiedenissen gelezen, of te vaak de misstanden in Nederland-Indië gehoord. Of was er een natuurlijke weerzin tegen het in 2020 met grote regelmaat opgerakelde slavenverleden. Er was wat tegenzin kortom, om aan dit boek te beginnen. Onterecht, bleek toen het verhaal na twee alinea’s de lezer meesleurde tot aan het bedroevende einde: dit is uitstekend geschreven.

In het nawoord lezen we dat Susan Smit een missie had met dit boek: “Aandacht vragen voor het beklagenswaardige en onrechtvaardige lot van de njai was het uitgangspunt van deze roman… Het is een ongemakkelijk onderdeel van onze koloniale geschiedenis: Europese mannen die, in afwachting van een geschikte Europese huwelijkskandidate, samenleefden en niet zelden kinderen kregen met een jonge Chinese, Japanse of Indonesische vrouw die geen rechten had… De njaj at met de heer aan tafel, sliep met hem, fungeerde als tolk en baarde zijn kinderen. Toch kon de man haar op elk moment, zonder gevolgen, wegsturen. Voor de njaj was dat een dubbele ramp, omdat de inheemse samenleving het njaischap afkeurde en ze niet terug kon naar haar familie, ook al had die niet zelden geld voor haar ontvangen. Ze werd een uitgestotene.”

De lezer realiseert zich deze naargeestige waarheid als hij langzaam in het verhaal komt. Het begint in het weeshuis van Amsterdam, 1907, als we het weesmeisje Anna tegenkomen. Ze is ambitieus, wil meer uit het leven halen dan wat haar als weesmeisje te wachten staat. Dus schrijft ze terug op een advertentie waarin een ambtenaar in Nederlands-Indië een echtgenote zoekt. Ze wordt gekozen en komt terecht in de konkelende wereld van Batavia, waar echtgenoot Willem haar ge- en misbruikt om zijn eigen geheime liefdes en buitenechtelijke escapades te verbloemen.

Wij lopen eerst met Anna mee terwijl ze de noodzakelijke stappen neemt om eerst in Batavia te belanden. Daar merkt ze dat het hele ambtenarenapparaat aan elkaar hangt van de juiste personen kennen, bij ze in het gevlei komen en de correcte feestjes aflopen om dat ene hogere doel te bereiken: promotie maken. Haar man Willem doet dat ook, met een onplezierig effect op zijn humeur.

Anna vergezelt hem naar de partijtjes – op zijn bevel. Zo komt ze in aanraking met de hoger geplaatste ambtenaren, dat wil zeggen, met hun vrouwen. Dat contact gaat wat moeizaam door de stijve etiquette maar langzaam wint ze het vertrouwen van met name de residentsvrouw, die in Anna iets van haar eigen ongemak (dat ze naar de achtergrond heeft gedrongen) terugziet.

Dat het leven hier geen ballonnenfeestje is, heeft Anna al snel door. De Nederlandse overheersing is ongewenst, de inlanders bieden passief verzet en het klimaat is nauwelijks te doen. Bovendien heeft Willem geheimen, zoals ze op een kwaad moment ontdekt. Inderdaad, hij heeft een njai gehad, en Anna dacht nog wel dat zijzelf gekozen was om zijn échte vrouw te zijn. Het moment waarop ze die desillusie beseft, zet Susan Smit raak neer:

“Na het ontbijt trok Anna de sarong uit, deed de spelden teug in het houten doosje en sloot het deksel. Hoe kon ze deze sieraden ooit nog dragen nu ze dit wist? … Daarna liet ze zich naar het Koningsplein rijden om te wandelen. Het liep al tegen het middaguur en het licht weerkaatste hel op de lichtbruine aarde. Het was of ze door een vuur liep… ‘Voel je je wel goed, beste Anna?’

Ze keek op en zag een chic geklede dame voor zich staan. Het was de vrouw van de resident…

‘Jawel mevrouw,’ zei ze, ‘de hitte werd me gewoon even te veel.’

‘Net van de boot natuurlijk.’ De dame glimlachte geamuseerd. ‘Probeer genoeg te drinken.’

Anna knikte. ‘Dank u wel, mevrouw.’

Als toeschouwer voel je de verzengde tropenzon, leef je met de arme Anna mee en verbaas je je over de norse, bedrieglijke Willem. Hoe kun je zo leven? Hoe kun je sowieso de oorspronkelijke bewoners, Javanen hier, meedogenloos onderdrukken en zelf mooi weer spelen? Alleen al om die ongelijkheid en uitbuiting zichtbaar te maken is dit een verhaal dat verteld moet worden.

Er is meer. Susan Smit brengt – terecht – de positie van vrouwen onder de aandacht. Onderdrukte, machteloos gemaakte vrouwen zoals destijds, maar helaas op een groot aantal plekken ter wereld nog altijd vastgepind in schrijnende situaties. Het zijn de lessen uit dit verhaal die we ter harte moeten nemen. Smit vervlecht ze knap in een vloeiend lezend boek dat de lezer voor eventjes in een andere dimensie brengt.

Sterren: ****

ISBN: 9789048835430

Uitgeverij: Lebowski

Ook verschenen op De Leesclub van Alles 

 

Sophie Zijlstra – Ik, alleen

Koningsdrama komt niet dichter bij de lezer

Uit onze eigen ‘vaderlandsche geschiedenis’ tilt Sofie Zijlstra de regeerperiode van Willem van Oranje, de ‘stamvader’ van ons landje. Dat doet ze langs twee lijnen: de geschiedkundige en de geromantiseerde. Een beproefd concept dat al menig prettig leesbare, informatieve roman het licht liet zien. Hier ook?

Zijlstra begint bij het laatste en meest ontluisterende deel van Willems regeerperiode: zijn gedwongen aftreden. Zoals vaak met onvrijwillige beslissingen gaat het gepaard met list en bedrog. Van Willems tegenstanders, maar ook van zijn eigen hofhouding en zoon.

Een aantal jaren eerder lijkt alles nog goed te gaan, als Willem van Nassau te Brussel wordt ingehuldigd als koning der Verenigde Nederlanden. Dat blijkt al snel een farce; hij is speelbal van verschillende politieke machten die om verschillende redenen een ‘koning’ op een bepaalde plek nodig hebben. Deze koning is een machthebber zonder macht.

Op vrijdag 11 september 1840 leest hij in zijn werkkamer op paleis Noordeinde de avondkrant. Er is gestemd over een nieuwe grondwet, en de stemming pakt ongunstig voor hem uit. Zijn macht is tanend. Sommige leden van het parlement werken hem in het openbaar tegen, zijn zoon en troonopvolger doet dat in de wandelgangen.

Willem heeft meer aan zijn hoofd. Er is zijn buitenechtelijke relatie met Henriette d’Oultremont, de hofdame van zijn overleden vrouw. Haar schrijft hij brieven waarin hij de gelukkige uren die ze samen doorbrachten memoreert. Ook fantaseert hij over een utopie: hun samenzijn in zijn koninkrijk. Op dit punt gaat de spanningsboog van het boek twijfel wekken bij deze lezer. Het wordt voorspelbaar: een stukje historie, weer een zinderende brief aan Henriëtte, weer verraders die hem omringen.

Intussen tikt de klok en komt het moment van aftreden naderbij. Willem ontvangt in zijn kamer leden van zijn kabinet die hem adviezen geven. Maar wie kan hij vertrouwen en wie steekt hem een mes in zijn rug? De spanning in zijn kamer komt tot een hoogtepunt. In de laatste uren gaan de twijfels en angsten van Willem alle kanten op, en de weergoden werken ook al niet mee:

‘Het onweer barst weer in alle hevigheid los. Bij iedere donderslag krimp ik ineen. God moet onredelijk boos zijn. Er is geen andere conclusie mogelijk. Boos op wie? Op de mensheid in het algemeen? Op de kroonprins en zijn malversaties? Op Fix omdat hij te ver is gegaan? Op een oude koning in het holst van de nacht? Onzin! Het onweer en mijn onrust staan los van elkaar. Het volk komt niet in opstand. De kroonprins hitst zijn troepen niet tegen me op. Het is niet waar. Het is haast onmogelijk om helder te blijven nadenken. Ik heb rust nodig.’

Het echte verhaal is enerverend, waargebeurd, vol romantiek en drama. Het kan zo verfilmd worden. Het punt is alleen dat Zijlstra wat tekort schiet in de architectuur van haar verhaal. Zeker als we bijvoorbeeld een historische roman van Hilary Mantel ernaast leggen, is deze beschrijving van de ondergang van Willem van Oranje niet geslaagd.

Zijlstra doet haar best; ze gebruikt heldere taal, benoemt de gevoelens, twijfels en wanhoop van Willem bij het verraad dat hij ondergaat, maar het verhaal gaat niet echt leven. Ook de afwisseling met de radeloze brieven die Willem aan zijn maîtresse schrijft, brengt niet voldoende lezersbevrediging. Het is te dun. Niet genoeg om een echte spanningsboog op te wekken. Al blijft het interessant om een navrant onderdeel van onze geschiedenis belicht te zien.

Ik, alleen is het eerste deel van een drieluik over de monarchie onder de koningen Willem I, II en III.

Sterren: **

ISBN: 9789021419428 

Uitgeverij: Querido

Ook verschenen op De Leesclub van Alles 

 

Anne Tyler – Een rooie aan de kant van de weg

Het is nooit te laat voor een tweede kans

Anne Tyler heeft een solide geschiedenis in het schrijven over de condition humaine. Boeken als ‘Het heimwee Restaurant’ (verfilmd) en waarschijnlijk haar bekendste ‘De toevallige toerist’ hebben een breed publiek bereikt. Ook fijn voor dat publiek is dat ze een gestage productie aanhoudt: sinds 1964 heeft ze 21 boeken op de wereld gezet.

En nu dus de rooie aan de kant van de weg. Dat ‘rooie’ slaat overigens op een brandweerkraan zoals je die in Amerika langs de kant van de weg vindt. Het is het object dat hoofdpersoon Micah Mortimer elke dag tegenkomt als hij zijn rondje hardloopt en staat hier symbool voor repeterende eenzaamheid.

Dat is het hoofdthema van dit verhaal. Micah Mortimer is een éénpitter, een solitair levende man die zijn leven op de rails heeft. Denkt hij zelf. Wij als lezer zien zijn leven vanaf de buitenkant en dat gaat zo:

“Hij dronk de rest van zijn koffie, schoof naar achteren op zijn stoel en stond op om zijn bord en kopje in de gootsteen te zetten. Dit was zijn methode: zijn ontbijtspullen in een sopje terwijl hij de tafel en het werkblad in de keuken schoonveegde, de boter in de koelkast zette en zijn rolveger onder de tafel door haalde om eventuele kruimels te verwijderen. Stofzuigen deed hij op vrijdag, maar in de tussentijd wilde hij de vloer wel schoonhouden.

Op maandag, vanochtend dus, dweilde hij de vloer van de keuken en badkamer. ‘Hier kommt das mopp,’ zei hij toen hij heet water in de emmer liet lopen. Als hij ergens mee bezig was, praatte hij wel vaker in zichzelf, met een buitenlandse tongval, vandaag Duits.”

Micah voorziet in zijn levensonderhoud als klusjesman, gespecialiseerd in het oplossen van computerproblemen. Hij krijgt net genoeg vragen en opdrachten van klanten om zichzelf in business te houden en rijdt dan ook trots rond in zijn auto met het bord ‘Tech Hermit’ op het dak. Tot op een dag een paar opeenvolgende aardschokken zorgen voor verstoring van dat kabbelende leven.

Zijn vriendin deelt hem mee dat ze uit haar huis gezet gaat worden. Nog terwijl hij dat aan het verwerken is, klopt een jongeman bij hem aan die zegt dat hij zijn zoon is. Dat alles duwt Micah op ruwe wijze van zijn vertrouwde paadje af. Hij wordt gedwongen om uit zijn schulp te kruipen en in contact te treden met zijn ex-vriendin, zijn eventuele zoon en wellicht zelfs andere, onbekende en mogelijk bedreigende instanties.

Tyler speelt vakbekwaam met de materie. Ze laat zien dat het nooit te laat is om uit je comfortzone te treden en dat het soms beangstigend kan zijn om in onbekende situaties terecht te komen maar dat het altijd leerzaam is. Onze Micah krijgt een tweede kans om zijn leven anders op de rails te zetten, de gelegenheid om nieuwe inzichten te verwerven. Vintage Tyler, kunnen we concluderen, en dat is een aanrader.

Sterren: ***

ISBN: 9789044644753

Uitgeverij: Prometheus 

Ook verschenen op De Leesclub van Alles 

 

Matthijs Kleyn en Harmen van Straaten – Ik zoek een kusje

Een dierentuin vol kussers, maar wie kust het lekkerst?

Keesje zoekt een kusje, net zo’n zacht en lief kusje als mama altijd geeft. Papa wil ook graag kusjes geven. Maar zijn baard is hard en prikkelig, dat voelt helemaal niet fijn. Als Keesje samen met zijn vader in de dierentuin is, gaat Keesje op zoek naar een zacht en lief kusje. Dat is nog niet zo makkelijk.

De lekker springerige illustraties van Harmen van Straaten zijn een feest voor het oog. Keesje staat in het middelpunt met zijn schoenen-met-veters, rode trui en alle kanten op wijzend blonde haar. De dieren die hij in de dierentuin tegenkomt, zijn herkenbaar maar toch met een vrolijke gekheid die vooral in de ogen tot uiting komt.

Het verhaal ligt redelijk voor de hand: Keesje gaat de dieren langs op zoek naar de zo geliefde mama-kusjes. Natuurlijk lukt dat niet. Elk dier wil wel een kusje geven, maar de kusjes hebben allemaal hun eigen karakter dat bij het dier past, wat maakt dat ze geen van allen tot een tevreden Keesje leiden.

De tekst is op rijm,

“Kees loopt door de dierentuin

en blijft ineens weer staan.

Voor hem staat een olifant

te drinken uit een kraan.

‘Dag olifant, ik zoek een kusje

en nu zie ik uw grote snuit.

Ik durf het bijna niet te vragen,

maar komen daar ook kusjes uit?’”

met als gevolg dat door de rijmdwang de zinnen soms wat onnatuurlijk overkomen. Daar staat tegenover dat de rijmpjes beter blijven hangen dan ‘losse’ woorden, wat weer gunstig is voor een betere opname door het kinderlijke denkraam. Hoe loopt het af met onze nieuwsgierige Kees, welke dieren komt hij allemaal tegen en vindt hij zijn felbegeerde zachte kusje nog? De kleintjes voor wie het verhaal bedoeld is, kunnen zich heerlijk verliezen in de zoektocht. Verschillende dieren met verschillende soorten kusjes, en als je het leuk vindt begin je gewoon opnieuw. Een jottem geestelijke speeltuin voor kinderen, dit.

Sterren: ****

Uitgeverij: van Goor

Ook verschenen op De Leesclub van Alles

Elena Ferrante – Het leugenachtige leven van volwassenen

Naturel relaas over verlies van onschuld

Het werk van Elena Ferrante behoeft geen krans – al haar boeken zijn bestsellers, veelgelezen en geliefd. Alleen is er niemand ooit achter haar (of zijn) identiteit gekomen, tot op de dag van vandaag. Is dat erg? Nou nee. De boeken spreken voor zich en hebben op eigen kracht een fors lezerspubliek bereikt. En nu ligt deze nieuwgeborene op de tafels in de boekhandel, wachtend op de begerige ogen van de lezers.

To the point dan maar: die lezers kunnen met een gerust hart dit boek van de stapel grissen. Het leest als een trein, het verhaal omvat alles: emotie, haat, liefde, jaloezie, woede, ontluistering, schaamte, berouw, zonde, onschuld, verraad en catharsis. Een voorbeeldje maar meteen. De springerige gedachten van de dertienjarige hoofdpersoon Giovanna:

“Ondertussen leerde ik om steeds beter voor mijn ouders te verbergen wat ik meemaakte. Of liever, ik perfectioneerde mijn manier van liegen door de waarheid te zeggen. Natuurlijk deed ik dat niet met een licht hart, het deed me verdriet. Wanneer ik thuis was en hen door de kamers hoorde lopen met de gebruikelijke tred waar ik zo van hield, wanneer we samen ontbeten, lunchten, dineerden, had mijn liefde voor hen de overhand, ik stond altijd op het punt om te schreeuwen: papa, mama, jullie hebben gelijk, Vittoria verafschuwt jullie, ze is wraakzuchtig, ze wil me bij jullie weghalen om jullie pijn te doen, houd me tegen, verbied me om met haar af te spreken. Maar zodra ze met hun hypercorrecte zinnen begonnen, met die ingehouden toon van hen, alsof achter echt elk woord andere waarachtigere woorden verborgen zaten waarvan ze mij afsloten, belde ik stiekem Vittoria om iets af te spreken.”

Giovanna is de dochter van twee welgestelde ouders, die haar met liefde grootbrengen, goede manieren bijbrengen en blij zijn dat ze op school goed mee kan. Op een kwade dag hoort Gionanna haar ouders spreken over tante Vittoria: het volkomen tegenovergestelde van haar ouders. Vittoria is een volksvrouw die volop vloekt en tiert en zeer ongenuanceerde meningen ongevraagd te berde brengt, vooral als het gaat om Giovanna’s gedachte keurige ouders.

Misschien niet erg handig maar als dertienjarige is je relativeringsvermogen nog redelijk rudimentair, dus zoekt Giovanna tante Vittoria op. En zoals verwacht gaat de tante volledig los op Giovanna’s ouders. Alle verborgen gebreken van mama en papa somt ze op, en meer. Daarmee dit kind een geheel ander beeld van haar ouders toedienend. Twijfels slaan tentakels in haar brein: hoe heeft ze altijd naar haar ouders gekeken en hoe moet ze dat voortaan doen?

Ferrante leidt de gedachtegang van het hoofdpersoontje met strakke hand alle kanten op. Van onvoorwaardelijk loyaal aan haar ouders tot rigoureus afwijzend van die twee nepmensen. Ze zijn helemaal niet zo nobel als ze zichzelf voordoen. Giovanna krijgt verschillende waarheden te horen, het is aan haar om daar een samenhangend beeld uit te kiezen. Aldus zien we de vermindering van Giovanna’s onschuld bladzijde na bladzijde, steeds iets verder gebeuren. Gaat ze helemaal afglijden, of komt ze nog tot bezinning? Lees, geniet van de kleurrijke taal en verdwijn in een volwassen wordend puberbrein.

Sterren: ****

ISBN: 9789028450790

Uitgeverij: Wereldbibliotheek

Ook verschenen op De Leesclub van Alles

 

Arend van Dam – De diamant van Banjarmasin

Arend van Dam – De diamant van Banjarmasin

Wetenswaardige maar minder spannende bundel

Het is Kinderboekenweek 2020 en zoals elk jaar hoort daar het Kinderboekenweekgeschenk bij. Arend van Dam schreef het, Anne Stalinski maakte de illustraties erbij en samen houden ze zich aan het thema ‘En toen’.

Schrijven over geschiedenis is bij Arend van Dam in goede handen. Hij is een gekend auteur in het Nederlandse kinderboekenschrijverslandschap. Eén van zijn recente titels is ‘Hoe fel de zon ook scheen’, een prachtboek met verhalen over de Tweede Wereldoorlog. Hij laat in die bundel subtiel zien dat een oorlog niet zwart/wit, goed/fout is, maar een geniepige wisseling van de macht die veel mensen nog lang na een oorlog ongelukkig maakt.

Zo’n boek is ‘De diamant van Banjarmasin’ niet. In zijn voorwoord legt hij van Dam uit dat hij acht verhalen bundelt die allemaal gaan over reizen. Mensen komen en gaan, en komen ergens terecht waar ze hopen welkom te zijn. Een zowel oeroud als zeer actueel thema, dat van Dam hier alleen belicht vanuit de (lang) verledentijd. Wat een beetje een gemiste kans is: over hedendaagse vluchtelingen valt ook genoeg te vertellen maar oké, we gaan lezen.

Het eerste verhaal is niet zo boeiend, meer een inleiding: een dagboekverhaal over zijn eigen jeugd. Een andere gaat over helden zoals Anton de Kom die niet alleen een oorlogsheld was, maar ook een aan-de-kaak-steller van het lot van slaven met een indrukwekkend boek: ‘Wij slaven van Suriname’. In Suriname zelf probeerde hij later de armoede te bestrijden, maar werd rap naar Nederland gestuurd omdat ze die ‘oproerkraaier’ liever kwijt waren. Ook is hij bekend geworden van zijn verhalen over de slimme spin Anansi.

Verder brengt van Dam de reis van de Mayflower tot leven. Op dat schip voeren de Pilgrim Fathers, een groep fanatiek religieuze mensen, naar Amerika voor een nieuw leven. Helaas bleek Amerika niet ongerept: ook daar werden mensen al onderdrukt en misbruikt. Ze ontmoeten Squanto, een indiaan die door de Engelsen vier jaar eerder van zijn vrijheid beroofd en tot slaaf gemaakt werd. .

Alles wat je leest is waargebeurd en laat zien hoe onverschillig men met zoiets als mensenrechten omging/omgaat. Enkele verhalen lopen voor de hoofdrolspelers niet altijd goed af. Met list en bedrog bijvoorbeeld, weet een hertog in ‘Het toernooi van ridder Jan’ zich een hele provincie toe te eigenen. En zoals van Dam het zelf noemt, het ‘roofverhaal’ van de diamant van Banjarmasin, zegt al genoeg over hoe de diamant van eigenaar verwisselde.

Hoe solide gecomponeerd de verhalen ook zijn, het geheel maakt een wat rommelige indruk. Er is geen echt verbindende schakel, behalve dat ‘reizen’ er een rol in speelt, en de doorleesdrive ontbreekt soms. Sommige jonge lezertjes zullen moeten doorbijten om het eind te halen. Het dwingende thema lijkt hier de creativiteit in de weg te hebben gezeten en zorgt voor een aardig maar niet spectaculair boek.

Sterren: ***

ISBN: 9789059655355

Uitgeverij: CPNB

Ook verschenen op De Leesclub van Alles