Frank Peters – Het juiste doen als niemand kijkt

Dat zouden meer mensen moeten doen

Interessant, een boek dat zichzelf door de titel overbodig maakt. Want is: ‘Het juiste doen’ niet gewoon luisteren naar je gut feeling? Met het gemiddelde gevoel voor goed en kwaad dat we allen meekrijgen, zou je dit boek links moeten kunnen laten liggen. Juist mensen in leidinggevende posities.  

Nope, fout gedacht. Zo’n innerlijke okay-radar is niet iedere executive gegeven, laat de praktijk maar al te vaak zien, dus is het goed dat dit boek er nu is. Reputatie-expert Frank Peters schreef het en gaat diep in op welke verantwoordelijkheden leiderschap met zich mee zou moeten brengen. Daarbij krijgt hij hulp van tien vooraanstaande Nederlandse filosofen, wetenschappers en denkers op het gebied van ethiek. Zoals de flaptekst zegt: “Doorloop het persoonlijk stappenplan voor de ontwikkeling van integer leiderschap en zorg dat je altijd het juiste doet, ook als niemand kijkt.”

Het eerste hoofdstuk ‘De weg van de meeste weerstand’ gaat over reputatie. Die is kostbaar, zeker in bestuurlijke kringen. Het is belangrijk die reputatie goed te houden omdat je als leidinggevende daar in deze tijd waarin iedereen met elkaar verbonden is, op wordt afgerekend. Meningsvorming via sociale netwerken kan een reputatie maken of breken: “De reputatie komt te voet en gaat per twitter.”

Een sappig voorbeeld wordt ook meteen gegeven in ‘Het Bathseba Syndroom’. Wetenschappers Dean Ludwig en Clinton Longenecker (1993) muntten die naam voor in hun onderzoek naar ethische schendingen door managers in hoge posities. Het voorbeeld komt uit de bijbel: de machtige koning David ziet op een avond Bathseba baden, die ‘zeer schoon van aanzien is’. Op zijn bevel halen zijn knechten haar en ze raakt zwanger, wat David glashard probeert te ontkennen. Komt dat bekend voor?

“Het verhaal van David en Bathseba is illustratief voor de wijze waarop leiders ten val komen of schade oplopen, zoals de Amerikaanse ex-president Bill Clinton gebeurde in de affaire met Monica Lewinsky.”

Ethiek is meer dan een trucje, zo blijkt in de rest van het boek. Hoogleraar bedrijfsethiek Muel Kapitein legt uit hoe belangrijk de integriteit is van de mensen aan de top van een organisatie. Slecht voorbeeld doet slecht volgen, lijkt de toch wel voor de hand liggende conclusie. Of zoals theoloog/filosoof Bonaventura het wat minder subtiel zegt: ‘hoe hoger een aap op de ladder zit, hoe meer je van zijn kont kunt zien.’ Nog eentje: ‘de vis begint te stinken bij de kop.’

Duidelijk, maar wat doen we aan de kont van die aap en die stinkende vis? Daarop zijn verschillende antwoorden te vinden, één van de fundamenteelste dat van Dr. Leonie Heres, universitair docent aan de Universiteit van Utrecht. Zij stelt dat bestuurders en organisatie nooit zonder waarden (waardenloos) handelen. Onder iedere keuze die ze maken liggen namelijk normen en waarden. Haar inzicht: ‘Maak integriteitsschendingen zichtbaar en ga het gesprek erover aan met de omgeving.’

Kijken we naar de praktijk, dan kan het bedrijfsleven (en vergeet de politiek niet) wel een ethisch reveil gebruiken. Lukt dat niet, dan is deze handleiding een doorbladerbaar hulpmiddel om het juiste te doen: een must have voor elke persoon in een hogere positie. Al was het maar om het gezonde verstand, mocht dat per ongeluk uit het zicht verdwijnen, weer te activeren.

Sterren: ***

ISBN: 9789024438327

Uitgeverij: Management Impact

Ook verschenen op De Leesclub van Alles 

 

Carry Slee – De toegift

Een eigen leven: er gloort hoop

Na Moederkruid en Dochter van Eva gaat dit derde deel over het meisje waar we Slee in herkennen niet meer over haar jeugd. Ze is een volwassen vrouw, heeft een relatie met Arnoud en gaat samenwonen. Een winkelpand van haar vader is daar geschikt voor, al vraagt vader daar wel huur voor. En houdt hij een sleutel. Maar goed, het leven lacht de hoofdpersoon toe, eindelijk rust en een normale relatie.

Hoewel? De hoofdpersoon wil dat heel erg graag maar de realiteit is weerbarstiger: Arnoud is lief maar ook een beetje, zeg maar, zonderling. Hij leest zo veel dat hij zich van de rest van de wereld afsluit, en heeft sterke meningen die zich niet altijd laten verenigen met de gedachten van zijn vrouw. Geeft niet, komt in de beste gezinnen voor.

Een lastig momentje is altijd als Arnouds ouders langskomen. Zijn moeder heeft een vast ritueel: zij maakt het vlees (en de rest van de maaltijd) voor haar zoon klaar. En vader sjouwt een kratje Heineken naar binnen, waar Arnoud fors van moet drinken. Pa werkt immers bij die brouwerij, dus dat bier is gratis.

Afgezien van deze kleine aardbevinkjes begint het leven draaglijk te worden, en als vriendin Esmée in zicht komt, dreigt zelfs wat geluk op te bloeien. Met Esmée begint de hoofdpersoon een passionele relatie. Niet zonder dat Arnoud trouwens daarvan zijn deel opeist, zodat ze in een driehoeksverhouding verder gaan.

In hetzelfde misleidend kabbelende tempo van de eerder twee delen, ontvouwt Slee het verhaal. Iets minder tenenkrommend dan die eerste delen, enerzijds doordat haar leven toch iets vrolijker lijkt te worden. En anderzijds omdat het Stockholm-syndroom bij de lezer optreedt: je went aan de constante emotionele chantage/botheid van de personages. Ongeveer op de helft krijgt het leven een zonniger kantje: de hoofdpersoon gaat iets doen met haar schrijftalent.

Ze heeft een aantal verhalen naar een uitgever gestuurd en wacht nagelbijtend af.

“Er waren twee weken voorbij en nog steeds had ik niks van de uitgever gehoord.

Zat ik nog wel in haar hoofd? Of lag ik op het bureau bij haar secretaresse en kreeg ik straks een standaardbriefje dat ik niet in haar fonds paste…

De angst voor een afwijzing werd elke dag groter.

Voor negenen was ik nog veilig, maar daarna kon de telefoon gaan. Om half elf liep de spanning hoog op. Dan kwam de postbode. Ik werd bijna misselijk als ik de post op de deurmat hoorde vallen, terwijl ik er toch de hele ochtend op had gewacht…..

Ineens kon ik de onzekerheid niet meer verdragen. Ik moest haar spreken…

De telefoniste moest het aan mijn stem gehoord hebben. Nog geen seconde later kreeg ik Ida de Graaf aan de lijn. Ik vroeg of er al iets bekend was over mijn verhalen.

‘Ja zeker,’ zei ze. ‘Ik was van plan je te bellen. Jij bent me voor.’

Je wilt me niet, dacht ik. Zeg maar dat je me niet wilt. Ik was klaar om de klap op te vangen.

Het bleef even stil en toen zei ze het: ‘We gaan ermee door.’”

En de rest is geschiedenis, zoals we weten. Geen totaal rooskleurige geschiedenis natuurlijk, want ondanks haar als een bom inslaande schrijfsucces blijft haar privéleven wat moeite houden met menselijk contact. Ze is beschadigd en dat wreekt zich, maar ze is ook sterk genoeg om dat te erkennen en daar actie op te ondernemen.

Slee beschrijft het allemaal in die nuchtere stijl alsof ze er zelf niet bij is geweest. En misschien is dat ook zo – misschien moet je afstand nemen van dit soort situaties om te overleven. Haar schrijverschap heeft haar daarbij zeker geholpen. Bovendien levert het ons, lezers, behalve deze autobio’s een niet aflatende stroom van fijne jeugdboeken op. Zoals haar 2021-boek Fake!.

Sterren: ***

ISBN: 9789049999933

Uitgeverij: Pimento

Ook verschenen op De Leesclub van Alles 

 

Carry Slee – Dochter van Eva

Is er nog vreugd na een gefnuikte jeugd?

Na het succes van Moederkruid pakt Carry Slee door met een tweede deel. ‘Dochter van Eva’ is een vervolg op het leven van de in een betreurenswaardige positie verkerende kinderen in een dysfunctionele familie, die we in deel 1 leerden kennen. De aan wanen lijdende moeder speelt nog steeds de hoofdrol.

Ook de situatie in het huis van ‘Moederkruid’ is nog precies hetzelfde. Of nee, het is erger geworden. De het hele huishouden geestelijk mishandelende moeder zorgt er nog steeds voor dat de kinderen (niet de vader, die lapt alles aan zijn zorgeloze laars) elke dag een vers schuldgevoel krijgen. Waarom? Omdat mama zich niet lekker voelt, of een invasie van marsmannetjes vreest, of eigenlijk de algehele buitenwereld als directe bedreiging ervaart.

De directe stijl zorgt ervoor dat wij lezers de grillen van die moeder onuitwisbaar ingeprent krijgen. Er staat geen woord teveel, heel subtiel wordt duidelijk hoe zwaar het schuldgevoel is dat de moeder de kinderen oplegt, een deken van zwaarmoedigheid die als dikke modderige smurrie van de bladzijden afdruipt.

De dochter van Eva voert, net als in deel 1, een dagelijks gevecht om zichzelf staande te houden. Ze is ouder, een puber al, maar haar moeder leunt zo zwaar op haar dat het vrijwel onmogelijk is om zelfs maar een stukje ruimte voor zichzelf te creëren, laat staan de mogelijkheid te benutten om te leren, te ontwikkelen, te ontsnappen aan dit zuigende zwarte gat.

Wat ook niet helpt is de losbollige vader, die hosselend zaakjes opzet en weer failliet laat gaan, oog heeft voor iedere mooie vrouw, maar voor zijn eigen gezin minimale aandacht heeft. De school, de buurt, de familie accepteert dit buitenissige gezin niet. Zelfs potentiële vrienden maken na één bezoekje beleefde excuses om niet meer te hoeven komen.

Onze heldin is op zichzelf aangewezen. Maar ze vecht terug. Onbewust in eerste instantie en onderhuids, maar allengs meer openlijk, zeker als ze een vriend krijgt: Arnoud.

Samen gaan ze steeds meer uithuizig, want studerend. In die nieuwe vrijheid ontdekt ze dat ze studeren leuk vindt, schrijven eveneens, en niet te vergeten seksualiteit, wat inventieve zelfbevredigingsscènes oplevert. Ze maakt zich zachtjes los van haar verstikkende milieu, op zoek naar een nieuwe moeder.

Tegen het eind van het boek gaat ze nog een keer thuis langs:

“Mama was boos toen ik langskwam, omdat ik lange tijd niks van me had laten horen.

Papa zat achter de krant en zei niks.

Ik vertelde dat het kwam omdat ik voor mijn eindexamen was gezakt.

‘Ik had niet anders verwacht,’ zei papa.

‘Je zult je hele leven wel overal voor zakken,’ zei mama, ‘net als je vader. Dat hoeft toch niet te betekenen dat we je nooit meer te zien krijgen? Het lijkt wel of je geen ouders hebt. En het ergste is nog dat ik van jou afhankelijk ben. Je dacht toch niet dat ik naar jou toe kan komen? Als ik al die trappen op moet kan ik mijn benen wel meteen inzwachtelen.’”

Dan is het samenzijn met haar nieuwe vriend Arnoud hoopvoller. Hij leest haar lievelingsgedicht voor van Baudelaire. Dat klinkt goed genoeg om een relatie aan te gaan. Toch? Wordt vervolgd in De toegift. En als je na deze bio’s zin hebt, is er nog de bespreking van haar nieuwste kinderboek Fake!.  

Sterren: ****

ISBN: 9789044602098

Uitgeverij: Prometheus

Ook verschenen op De Leesclub van Alles 

 

Carry Slee – Moederkruid

Als je moeder anders is

Carry Slee heeft geen introductie nodig. Met de miljoenen boeken die ze schreef, is ze misschien wel de meest bekende kinderboekenschrijfster in ons landje. Kasten vol prijzen won ze met haar boeken, een aantal daarvan zijn succesvol verfilmd en als je haar oeuvre bekijkt, heeft ze zo ongeveer alle leeftijden bediend waarbinnen kinderboeken vallen. Met een intimiderende productie is ze in kinderboekenland een begrip, zie ook haar nieuwste titel Fake!.  

Maar ze schreef ook drie ‘volwassen’ boeken, een uitzondering op haar specialisme kinderboeken. De eerste is ‘Moederkruid’, waarin Slee subtiel de problemen aankaart die kinderen met hun ontspoorde ouders kunnen hebben. En dat doet ze goed. ‘Het meisje en haar zusje’ zijn hier de kinderen die tevergeefs de eigenaardige gedachtesprongen van hun ouders proberen te duiden. En/of in de praktijk te brengen. Niet simpel, want dat gedrag spoort absoluut niet met wat ‘gewone’ ouders doen.

Papa is het flierefluiter-type. Hij is een vrije jongen, altijd goedgehumeurd, elke minuut op zoek naar manieren om geld te verdienen. Zijn beroep is kleermaker, maar al snel gaat hij failliet. Daardoor moet het gezin naar een andere buurt verhuizen, waar ze – volgens hun moeder – veel te goed voor zijn, zodat de kinderen zich met niemand mogen bemoeien. Het gevolg is desastreus: het gezin en dus ook de kinderen worden door de buurt genegeerd, soms zelfs uitgekotst, wat een voor de hand liggend effect heeft: ze worden buitenstaanders.

De figuur in het boek die de meeste bevreemding oproept is de moeder. Zij reageert wel heel sterk – en raar – op normale situaties. Neem de verhuizing: ze komen in een nieuwe buurt te wonen:

“’Daar ben ik mooi klaar mee,’ zei mama. ‘Deze hele buurt is één grote bacteriehaard.’ Ze ging de strijd aan. Hygiëne, daar ging het om…Mama had nog meer bedacht: handen wassen. Als we nog op de deurmat stonden, draaide ze de kraan al open…

Ik ging bij Olga spelen, een meisje van de overkant.

‘Denk erom, waarschuwde mama, ‘je gaat daar niet op de wc-bril zitten. Als er iets gevaarlijk is, dan is het de wc-bril wel. Het wemelt er van de bacteriën.. Je kunt er de ergste ziektes van krijgen, en daar is geen enkel medicijn tegen bestand…’

‘Maar Olga dan en de andere kinderen in de straat?’ vroeg ik. ‘Waarom worden die dan niet ziek?’

‘Die kinderen liggen al vanaf hun geboorte in het vuil,’ zei mama…’

Als de meisjes terugkomen, heeft de oudste per ongeluk toch op de wc-bril plaatsgenomen.

Ik bleef staan. ‘Ik heb buikpijn.’

‘Je hebt daar toch niks gegeten?’ vroeg mama geschrokken.

Ik schudde mijn hoofd.

‘Wat heb je dan? Zeg op, wat is er gebeurd?’ Mama schudde aan mijn arm.

‘Ik ben op de wc-bril gaan zitten.’

‘Jezus Christus nog aan toe!’ Mama liep met haar handen in haar haren door de gang heen en weer. ‘En ik heb je nog zo gewaarschuwd. Denk erom dat je hier niet naar de wc gaat, ik moet eerst iets kopen om de boel te ontsmetten, anders krijgen wij het ook. Je weet hoe bevattelijk ik ben, als ik ziek word is het jouw schuld.’”

Dit ietwat lange (sorry!) citaat geeft exact de verhoudingen aan tussen de onwetende kinderen en de gestoorde, emotioneel chanterende moeder. Slee laat haast achteloos zien hoe vertwijfeld de meisjes zich staande proberen te houden in de krankzinnige wereld van mama. En hoe ze onvermijdelijk toch een tik van de mallemolen mee krijgen.

Slee levert zoals altijd een mooi maar in dit geval ijzigwekkend verhaal. Als dat ook nog – na speurwerk achteraf – autobiografisch blijkt te zijn, stijgt de waardering voor haar als schrijfster. Ze zet een realistisch verhaal neer dat kippenvelopwekkend genoeg waar gebeurd is. Wat een jeugd – die wordt vervolgd in Dochter van Eva en De toegift.

Sterren: ****

ISBN: 9789044600087

Uitgeverij: Prometheus

Ook verschenen op De Leesclub van Alles 

 

Carry Slee – Fake!

Spannende relationele puberthriller

Carry Slee heeft geen introductie nodig. Met de ziljoenen boeken die ze schreef, is ze misschien wel de meest bekende kinderboekenschrijfster in ons landje. Met een intimiderende productie is ze in kinderboekenland een begrip.

Dit is haar nieuwste jeugdboek: Fake! Maar ze maakte in het verleden ook een uitstapje naar ‘volwassen’ boeken met de trilogie Moederkruid, Dochter van Eva en De toegift, die we in deze special ook bespreken.

‘Fake!’ is behalve een prachtig tijdsgewrichtaanduidend woord, ook een hippe titel. Die de lading dekt ook nog, maar daar komen we zo. We slaan ‘Fake’ open. En noteren meteen een tip voor de beginnende lezer: maak een stamboom.

Je weet wel, een getekend schema met allemaal namen die met elkaar in verband staan. Dat is handig want vanaf het begin schieten de namen van verschillende figuranten in het boek over de bladzijden. Het zijn er veel en het duurt even voor je weet op welke plek ze horen en wie met wie een relatie heeft, of een haatverhouding. Die informatie is nodig om het verhaal zonder al te veel terugbladeren te kunnen volgen.

Zoals we gewend zijn, trekt Carry de lezer vanaf de eerste zin het boek in. Twee jongeren, Levi en Mila, gaan naar de schouwburg voor een optreden van vriendin Olivia en haar tegenspeler Emiel. Ze willen liever niet dat Max ook komt, want Olivia wil geen verkering met hem. Ook Ruben met zijn camera komt aanlopen. Dat zijn in dit eerste hoofdstuk al zes namen.

Vlot springt de vertelling van het ene naar het andere personage en belicht hun relatie. Meisjes kijken naar jongens, jongens op hun beurt doen hun best de aandacht van de meisjes te krijgen. De lucht is gevuld met hormonen. Puberbreinen maken overuren om alle opspelende emoties te verwerken en de relaties komen al snel onder spanning te staan.

In haar altijd soepele stijl weeft Slee de emotionele achtbanen van de jongeren door het goedlopende verhaal. De dialogen doen natuurlijk aan, de figuranten zijn levensecht. Ook moeilijke situaties worden niet vermeden, zoals de aan drank verslaafde moeder van Max. Het verdriet dat Max om haar drankzucht heeft, is niet overdreven maar prima invoelbaar neergezet:

“’Mam, laat die drank nou staan,’ zegt hij als hij binnenkomt. ‘Je was zo goed begonnen. Ik was juist zo trots op je.’

‘Laat mij maar, Max, mijn leven is kapot.’ Ze praat weer met een dubbele tong. Hij kijkt naar de al bijna lege fles wijn.

‘Je moet wat voor me doen,’ zegt ze. ‘Ik heb geen wijn meer.’

‘Je hebt genoeg gedronken,’ zegt Max.

‘Er staat nog wijn in de kelder. Dat heeft je vader daar opgeborgen. Wil jij een paar flessen omhoog sjouwen?’

‘Mam, ik vind het al heel erg dat je drinkt. Je gaat kapot aan die fucking drank. Ik hou van je. Je kunt toch niet van mij verwachten dat ik die klotewijn voor je haal?’”

Het bereiken van een geloofwaardig plot is wat wankeler: er zijn een paar minder geloofwaardige twists in het proces daarnaartoe, maar daar zeuren we niet over. Het vervlechten van actuele gebeurtenissen (fake news, polarisatie, zinloos geweld) met de toch emotionele wereld van pubers is dan weer wel uitstekend gelukt. Met één zin wordt de invloed van haatmail gekarakteriseerd: “Ze maken Levi echt kapot met woorden.” Als lezer wil je zo snel mogelijk doorlezen tot de ontknoping.

Vergeleken met de drie autobiografische boeken van Slee is dit een totaal ander boek. Die autobio’s zijn somber, neerdrukkend door de gevaarlijke en onbegrijpelijke wereld waar de jonge hoofdpersoon zich in moest zien te handhaven. Zowel vader als moeder was onbetrouwbaar. Het is goed hier te kunnen constateren dat haar schrijfvaardigheid daardoor niet fataal is beïnvloed. Anno 2021 voelt ze de doelgroep waarvoor ze schrijft, nog altijd feilloos aan. Kudo’s voor deze grande dame van de lekker leesbare jeugdboeken.

Sterren: ****

ISBN: 9789048860838

Uitgeverij: Overamstel 

Ook verschenen op De Leesclub van Alles 

 

Isabel Allende – Wat wij willen

Feminisme après la lettre

Wie (een paar) boeken van Isabel Allende heeft gelezen, weet dat de daarin geportretteerde vrouwen het feminisme hoog in het vaandel hebben staan. In dit boek laat ze zien hoe dat komt. En waarom ze zich inzet voor vrouwenrechten, en strijdt tegen achterstelling en discriminatie. Inderdaad: dit is dus geen ‘normale’ Allende die een mooi of intrigerend verhaal vertelt – dit is de hoogst persoonlijke geschiedenis van een succesvol schrijfster – feminisme niet avant, maar après la lettre.

De titel van het boek kan letterlijk opgevat worden: wat vrouwen willen. Voor een man meteen een interessante vraag die al eeuwen door zijn brein cirkelt, want wat wil een vrouw eigenlijk? Allende is daar duidelijk in. Op de eerste plaats met vette stip: niet overheerst worden door mannen:

“En wat houdt mijn feminisme in? Het gaat niet om wat we tussen onze benen hebben, maar om wat er tussen onze twee oren zit. Het is een filosofische houding en een rebellie tegen de autoriteit van de man. Het is een manier om de menselijke relaties te begrijpen en de wereld te beschouwen, om in te zetten op gerechtigheid, het is een strijd voor de emancipatie van vrouwen, gays, lesbiennes, transgenders – LGBTQ+-, van iedereen die door het systeem wordt onderdrukt, plus eenieder die zich erbij wil aansluiten. Welkom, zoals de jongeren van tegenwoordig zouden zeggen: hoe meer, hoe beter.”

Goed punt, strak verwoord ook. Die duidelijke, eerlijke stijl houdt Allende goed vast wanneer ze ons over haar leven vertelt. Te beginnen uiteraard bij haar jonge jaren (ze is geboren in 1942) die ze doorbracht bij haar moeder Panchita. Die werd, met twee kinderen in de luiers en een pasgeboren baby in haar armen, door haar man in de steek gelaten.

Panchita kon bij haar ouders in Chili onderdak krijgen, en daar bracht Isabel haar kindertijd deels door. Op die plek al werd het fundament gelegd voor haar vrouwvriendelijke denkrichting toen ze besefte dat haar moeder in het nadeel was ten opzichte van de mannen van de familie. Ze was immers tegen de wil van haar ouders getrouwd, mislukt, precies zoals ze haar hadden gewaarschuwd, en had haar huwelijk nietig laten verklaren, wat de enige uitweg was in dat land waar echtscheiding pas in 2004 werd gelegaliseerd.

Maar zoals we nu weten, had de kleine Isabel sluimerende talenten die in 1967 aangesproken werden toen ze als journalist ging werken. Dankzij Carmen, een beroemde literaire agent uit Barcelona, werd in 1982 haar eerste roman gepubliceerd. Het huis met de geesten is inmiddels een klassieker. En een gulle stroom boeken kwam daarachteraan.

Die schrijfdrift lijkt nu wat minder geworden; de bron droogt stilaan op. Ze boetseert een vermakelijk, dicht op haar eigen huid zittend beeld van levenswijsheden. Ze weet hoe dat moet: de taal is eigentijds, haar mening is uitgesproken en de toon is optimistisch. Maar het boek maakt de indruk bij elkaar gesprokkeld te zijn met informatie die weinig toevoegt aan wat de fans al weten. Voor die fans ligt dit werkje van de bekende weg af, maar voor wie wil lezen hoe een sterke vrouw laat zien wat voor haar belangrijk is, is het een leuke toegift.

Sterren: **

ISBN: 9789028451407

Uitgeverij: Wereldbibliotheek

Ook verschenen op De Leesclub van Alles