H.C. Moolenburch – Is toeval echt toevallig?

God kan wel degelijk dobbelen

Toeval overkomt iedereen. Maar heeft het betekenis? Sommige gebeurtenissen lijken haast met een bedoeling plaats te vinden, zeker als je erop terugkijkt en ze bleken samen te vallen met een belangrijke gebeurtenis in je leven. In Is toeval echt toevallig? zet Hans Moolenburgh zijn visie op toeval uiteen.

[Recensie] In het voorwoord meldt hij dat zijn fascinatie voor toeval begon met een boek van Wilhelm von Scholz – De rol van toeval en noodlot in ons dagelijks leven. De verhalen in dat boek inspireerden hem om sinds 1969 de toevalligheden in zijn leven op te tekenen – die weer zijn gebruikt om dit boek te larderen. Hoewel, larderen, misschien is overheersen een beter woord. De toevalsverhalen zijn wel behoorlijk uitputtend aanwezig. Een iets grondigere selectie zou de al te dunne verhalen eruit gehouden en het betoog versterkt hebben.

Moolenburgh hangt zijn betoog namelijk op aan die kwalitatief wisselende toevalsverhalen. Bijvoorbeeld het verhaal van een echtpaar dat kunstmatige bevruchting door Moolenburgh (toentertijd huisarts) laat doen, naar huis rijdt en een ooievaar op hun auto af ziet duiken. Met de onvermijdelijke slotzin: “Inderdaad, negen maanden later werd een prachtige dochter geboren,…” Prachtig natuurlijk, maar nogal voor de hand liggend.

Veel beter is hij op dreef als hij vanuit eigen overtuiging verbanden legt en verrassende zijpaden inslaat, zoals in Een chaotisch verhaal. De eerste zin uit Genesis is de aanleiding: “In den beginne schiep God de hemel en de aarde.” Volgt een duizelingwekkende tocht vanaf de Chaostheorie, langs het vlindereffect dat de loop van de geschiedenis kan veranderen, ‘Touch for Health’ als diagnostisch hulpmiddel, de kiem van de Torah, computerfractals, De Franse Revolutie, Einstein, een fundamentele fout in het boek Genesis, eindigend bij de constatering dat toeval is: “Een andere, hogere wereld of dimensie die even zichtbaar wordt in onze wereld.” Nee, geen makkelijk hoofdstuk, maar wel erg interessant.

Op vertrouwd terrein is Moolenburgh ook als hij de bijbel doorlicht op de toevalsdichtheid. Niet gehinderd door zijn eigen toevalligheidsverhalen vertelt hij prachtige stukken (bijbel)geschiedenis, legt links met heidense gebruiken en maakt aannemelijk dat God wel degelijk zou kunnen dobbelen. Met deze teksten maakt hij meer indruk dan het wat fladderige toevalstreffers-bij-elkaar-zoeken in de rest van het boek.

Interessant leesvoer dus, als je door de enigszins geforceerde structuur heen kijkt. Het overigens soepel geschreven boek geeft nieuwe wendingen aan in marmer gebeitelde inzichten en – niet onbelangrijk – propageert om het leven met wat humor te ondergaan. Dat lijkt mij een wijze les.

Sterren: ***

ISBN: 9789020202250

Uitgeverij: VBK Media

Ook verschenen op Bazarow  

 

Laura van der Haar – Wolfgetal

Meisjes met een rafelrandje

Beklemmend is wel een goed woord voor dit boek, of misschien verontrustend. Het gaat over de relatie tussen twee vriendinnen, de ene dominant en de andere volgend. Vikki, de dominante, sleept haar vriendin (de naamloze vertelster) mee in allerlei weinig florissante zaken. De vertelster weet dat ook, maar is toch te nieuwsgierig/meegaand/onnozel om te overzien in welke berg hondenstront ze deze keer weer stapt, en ondergaat de desastreuze uitkomst vervolgens woedend/huilend/spijtig.

Tegenwoordig zouden we Vikki een splitter of borderliner noemen, maar in de negentiger jaren vorige eeuw, waarin dit verhaal speelt, is ze een kind met een rugzakje. Waarom heeft ze die issues, waarom automituleert ze? Misschien door haar misvormde mond, “haar afgeratste lip”. Of door haar wisselvallige moeder die wel heel enthousiast met personen aan gene zijde communiceert. Of door haar stemmingen die sneller wisselen dan het Nederlandse weerbeeld. Feit is dat ze de vertelster op vaak geniepige wijze in weer een verse ramp stort.

Curieus genoeg zijn de dames toch vriendinnen voor het leven. Hoe bont Vikki het ook maakt (haar sadisme richt zich regelmatig op de vertelster zelf), de vertelster maakt het altijd weer goed. Er is een band tussen de twee meisjes met een rafelrandje die onverbreekbaar lijkt. Tot de rek uit de vriendschap raakt en de boel ontspoort.

Van der Haar beschrijft het allemaal in een amusante, vogelachtig fladderende stijl die goed aansluit op de belevingswereld van een tussen razendsnelle emoties heen en weer slingerend puberbrein. De meisjes ontdekken de wereld en daar horen ervaringen bij zoals de eerste kus, het afzetten tegen alle ouders, de eerste alcoholinname, de enorme impact van popmuziek, het ontdekken van seks en in het verlengde daarvan uitproberen van jongens, het haten van school en het nog intenser haten van de leraren, en uiteraard onredelijkheid als lifestyle. En – persoonlijk trauma – de onsmakelijkste pijpscene die ik tot dusver las.

De vertelster beleeft het en beschrijft alles vanuit haar rijk gestoffeerde binnenwereld: “In plaats van in bed liggen tuur ik vanachter mijn raam over de dijk, dat voelt nog een beetje als iets doen, als op de uitkijk staan. Er komt een automobilist voorbij met alleen maar asfalt in zijn lampen, kaarsrecht zoeft hij achter zijn eigen bundels aan en ik blijf net zolang kijken tot alles na dat licht weer zijn eigen vorm krijgt, de kilometerpaaltjes en het struikgewas en de lantaarnpaal die vaker uit knippert dan aan lijkt het wel, totdat bij de volgende auto de randen van de dingen zich weer vlijmscherp aftekenen, het is net alsof alles dan weer heel even boven zichzelf zweeft, alsof het nieuw is, ook het struikgewas, elk apart blaadje in dat struikgewas en de stoplichten verderop, die de hele nacht nog door moeten.”

Dat dit verhaal in de jaren negentig speelt, wordt van tijd tot tijd behulpzaam in herinnering gebracht door historische gebeurtenissen:

“’Heb je het gezien van de Hutu’s en de Tutsi’s?’
‘Hmm-mm.’ Mijn moeder zet de tv dan altijd uit, dus het is iets met oorlog of zieke kindjes.
‘Dat is nu de wreedste oorlog ooit. Peukje?’”

Het is onvermijdelijk dat een verhaal met twee zulke destructieve vriendinnen verkeerd afloopt. Dat doet het dan ook. Hoe, dat kunt u het beste zelf lezen. Het boek heeft een niet geringe omvang maar leest uitmuntend weg. En ondanks of misschien wel dankzij de bedroevende strapatsen van Vikki blijft de lezer achter met een hoe heet het, bekommerd gevoel.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles 

Sterren: ****

ISBN: 9789057598913

Uitgeverij: Podium

 

Martin Michael Driessen – De pelikaan

Ontsporende onderbuikgevoelens

Er zijn verschillende redenen waarom dit boek gelezen dient te worden. De eerste is dat nimmer het wezen van een hond treffender in woorden gevangen werd. Driessen zet prachtig de gedachtewereld van de hazewind Laika uiteen: verwaandheid/leeghoofdigheid, een staat van permanente paniek en volslagen onbegrip voor de omringende wereld. Tel daarbij de visual van het dier, rillend van de stress, met uitpuilende louter blinde paniek uitstralende ogen, en er rest niets dan chapeau.

Meer redenen om te lezen, en chapeau in drievoud, voor de rest van het boek. Het is een klein meesterwerk dat Driessen schiep als chroniqueur van een niet nader genoemd stadje in communistisch Joegoslavië: “Het elektriciteitsnet was voorwereldlijk. Het bestond uit een bedrading die noch afdoende geïsoleerd, noch planmatig aangelegd was, en dateerde van zolang geleden dat de bewoners van het stadje het als een soort atavistisch wortelwerk beschouwden, dat ze liever ongemoeid lieten. Dat gold ook voor waterleiding en riolering.”

Hier is het leven nog ouderwets communistisch overzichtelijk, bijvoorbeeld voor postbode Andrej: “Er was nooit veel veranderd en als postbode Andrej zijn ronde honderd jaar eerder had gemaakt zou het door vrijwel dezelfde stad zijn geweest als nu.”

Al even vrij van twijfels is het leven van Josip, machinist, mecanicien en kaartjesverstrekker van de kabeltrein naar het heldenmonument boven op de heuvel: “Normaal gesproken bediende hij de baan alleen, wat betekende dat hij vanuit het dalstation het steile pad op moest om de boven geparkeerde wagon met waterballast te vullen en daarna weer af te dalen om het loket te bemannen.’

Josip en Andrej zijn de hoofdpersonen in deze parabel. Als tegenpolen staan ze symbool voor de in de latere Balkanoorlog tegen elkaar strijdende partijen. Direct vanaf het begin zitten die twee elkaar al dwars als Andrej met een compromitterende foto Josip, die buiten het echtelijke potje piest, afperst. Het gevolg is oplopende spanningen tussen gechanteerde en chanteur, net zoals de onderlinge tensie toeneemt tussen de politiek verschillend geaarden in het eerst zo vredige dorpje. In heel Joegoslavië trouwens. Daar tolereren bevolkingsgroepen elkaar minder en minder; etnische onverdraagzaamheid, onvrede en pure haat overspoelen het land en monden uit in een alles verwoestende Balkanoorlog.

Waarschuwing: voorgaande grofstoffelijke beschrijving doet maar gedeeltelijk recht aan dit verhaal. We moeten de diepgang, soms wrange humor, beeldrijke taal en stevige compositie niet vergeten. Driessen neemt in dit solide boek de lezer mee op avontuur. Een trektocht in weldadige zinnen met een exuberante woordkeus en gebeeldhouwde taal waarin de humor (die mij de kurkdroge teksten van Marten Toonder in herinnering brachten) plezierig verlucht. Een aanrader, kort door de bocht gezegd.

En die pelikaan in de titel? Wordt die hier niet verklaard? Nee. Pelikanen komen wel degelijk voor in het verhaal, en ze hebben nog een sleutelfunctie ook. Maar zoals u wellicht al begrijpt, wil ik iedereen van harte stimuleren dit boek van voor naar achter te spellen. Als de niet beantwoorde vraag naar de pelikaan uit de titel daarvoor als aanmoediging kan dienen, dan gebruik ik dat snode middel volgaarne. Hup, ga op zoek naar de sleutel, grijp dat boek. En geniet ervan.

Sterren: ****

ISBN: 9789028280489

Uitgeverij: van Oorschot

Ook verschenen op Bazarow  

 

Marcel van Driel – Waanzinnige plannen! En hoe ze te realiseren

Geen uitvluchten meer

Ik zeg doen. Dat is de enig mogelijke conclusie na het lezen van Waanzinnige plannen van Marcel van Driel. In een onontkoombaar stroomschema neemt van Driel de in het begin nog weifelende lezer mee langs uitvluchten, smoesjes, uitstelgedrag, excuses of domweg negeren van je eigen mooie plannen, naar de enige optie: kiezen. Doe ik het wel of niet? Ga ik mijn plan uitvoeren? En omdat je dit boek niet voor niets hebt gekocht (je had toch ergens, stiekem zo’n plan), zal voor de meeste lezers de keus positief uitvallen. Hopelijk wordt het boek 10.000 keer verkocht. Dan is de wereld 10.000 ‘Waanzinnige Plannen’ rijker en wellicht een stukje mooier.

Zelfhulp

Waanzinnige plannen, en hoe ze te realiseren is een zelfhulpboek. Op dat genre valt wel wat af te dingen. Bijvoorbeeld dat het leven over het algemeen niet zo stuurbaar is dat het in bepaalde stapjes uitgevoerd automatisch tot succes leidt. Maar een handvat geven kan dit boek zeker.

Omslag en titel passen naadloos in het rijtje Niet morgen maar nu, Slank in 10 stappen en Zeven Gouden Marketingregels en dat is goed want herkenbaar. Ook de indeling is zo dat de hulpzoeker bij de hand genomen en naar een oplossing geleid wordt. De hoofdindeling Ready, Steady, Go, Finish verdeelt het beslissingsproces in stappen, namelijk het analyseren, voorbereiden, uitvoeren en voltooien van je plannen.

Met de stijl is evenmin iets mis. In zeer leesbaar proza laat van Driel zien waarom jouw plan wél uitvoerbaar is. Hij analyseert welke factoren je belemmeren en neemt die belemmeringen stap voor stap weg. Daarnaast geeft hij vrolijke inkijkjes in zijn eigen ondernemingen.

Mooi beeld

Het boek leest als een trein, ook dankzij de ‘Cases’ die tussen de hoofdstukken door geweven zijn. Deze al uitgevoerde Waanzinnige plannen geven de lezer een mooi beeld wat allemaal bereikbaar is. Of wat er mis kan gaan. Voor dat laatste is er het hoofdstuk Niet alles is mogelijk, dat de ware wijsheid van het boek bevat.

Leerzaam dus. Kopen dus. En lezen dat boek.

Sterren: ****

ISBN: 9789055942992

Uitgeverij: Scriptum

Ook verschenen op Bazarow 

Hans Peter Roel – Op zoek naar de hemel

Namasté

Op Netflix draait de documentaire Wild wild country, die een waarheidsgetrouwe weergave geeft van het leven van Bhagwan Shree Rajneesh, later Osho. Deze charismatische figuur leidde in de jaren 60 een commune in India, waar duizenden in oranje gewaden geklede aanhangers uit de hele wereld op af kwamen. Of die aantrekkingskracht kwam door het prediken van ’totale vrijheid’, of door de grote starende ogen van de man is niet duidelijk, maar dat zijn gedachtegoed aansloeg was wel zeker.

Zo’n beeld van een veld vol golvende, mediterende mensen krijg je als je in dit boek met Eva van Berkel meegaat naar India. Zij gaat op zoek naar de hemel op aarde, nadat haar vader overlijdt en heeft beloofd in de hemel op haar te wachten. In het Verre Oosten leert ze mediteren en oude wijsheden. Dat is echter niet genoeg. Als ze thuis komt, vertrekt ze al snel weer om de ‘Camino’ te gaan doen, ofwel de pelgrimage naar Santiago de Compostella. Hier leert ze te reizen met een zo leeg mogelijk rugzakje. Ook dat bevredigt haar honger naar kennis niet. Pas als ze een Anne Frank-achtig dagboek in handen krijgt, ontdekt ze het geheim van een gelukkig leven.

Bovenstaande synopsis wordt in Op zoek naar de hemel met veel tekst herverteld. Wel in een heel prettig leesbare stijl overigens, maar heel veel tekst. Buitengewoon veel tekst. Dat kan voor de lezer een stevige handicap zijn om genoemde levenswijsheden eruit op te diepen: het is als een groene kikker uit een sloot vol kroos vissen. Daar staat tegenover dat als het je lukt, de wijze lessen je tegemoet blinken.

Dat is de troost die deze stevige bundel papier biedt. Vanuit drie richtingen wordt bekeken waar het in het leven om draait, en daar kun je iets uit putten. Troost bijvoorbeeld. Of apathie. De schrijver had vermoedelijk de eerste mogelijkheid in gedachten. Ik vond het in elk geval een interessante zoektocht, waarbij de queeste in het laatste gedeelte, die van het dagboek, het meeste hout sneed.

Sterren: ***

ISBN: 9789079677351

Uitgeverij: 

Ook verschenen op Bazarow 

 

C.J. Cooke – Ik weet alleen mijn naam nog

Hier is … de Whatdunnit

Een vrouw wordt wakker op een strand, haar lichaam zit onder de schrammen en blauwe pekken. Ze heeft geen idee wie ze is of hoe ze daar terecht is gekomen. Ze wordt opgevangen door vreemden en probeert er stapje voor stapje achter te komen wat er is gebeurd. Aldus de premisse van dit werkje van C.J. Cooke. En alsof dat alles al niet genoeg nieuwsgierigheid opwekt, doet de titel daar nog een schepje bovenop.

C.J. Cooke doceert in het dagelijks leven o.a. creative writing aan de universiteit van Glasgow en is ze dichter en redacteur. Ze schreef  met dit boek haar eerste psychologische thriller. Qua psychologie zit deze roman absoluut snor. Eloïse, de vrouw waar het hier over gaat, deelt haar gedachten met de lezer vanaf de allereerste zin. Verwarde, angstige gedachten zijn dat, omdat ze haar ogen opendoet op een zandvlakte bij een zee, op een eiland zelfs, en geen enkele hint van een schaduw van een splinter van een idee heeft hoe het zo gekomen is.

Wij ook niet, onschuldige thrillerliefhebbers die aan dit boek begonnen zijn. Niets weten we, en Eloïse maakt het ons niet gemakkelijker om meer te weten te komen. Wat is haar geschiedenis? Hoe komt ze op dat eiland? Wie zijn die mensen die haar helpen (hoewel, is het wel helpen, of juist tegenwerken?) Waarom heeft ze haar man en zoontje in de steek gelaten. WTF is hier gebeurd??

Cooke komt de lezer bij deze feitenlacune niet bepaald tegemoet. Tergend langzaam geeft ze brokjes informatie vrij, maar steeds net niet voldoende om alles in een begrijpelijke context te zetten. Eloïse zit met een paar mensen vast op een onbevolkt Grieks eiland, waar ze kunnen overleven in een oude boerderij. Zolang het duurt. Zowel het schaarse voedsel als het spaarzame water raakt namelijk snel op. En natuurlijk wil ze wel weg, maar hoe ontsnap je van een onherbergzaam eiland zonder bruikbare boot?

Tegenover de mistige avonturen van Eloïse staat, telkens vanuit het andere perspectief verteld, de hellevaart van haar man Lochlan die in Londen is achtergebleven met zoontje Max. Ook hij hoort vanuit het niets dat zijn vrouw is vermist, sterker nog, van de wereldbol verdwenen is. Tot zijn totale verbijstering en wanhoop kan noch de politie, noch hun vriendenkring of haar ouders een spoortje licht werpen op dit mysterie. Overbodig te zeggen (maar ik doe het toch) dat hij langzaam gek wordt, daarbij flink geholpen door een buitengewoon stressvolle baan in de financiële wereld en collega’s die met een minimum aan empathie zijn bedeeld.

Zo trekt Cooke ons achterstevoren door het boek heen. Met een miniem kruimelspoor van aanwijzingen over Eloïse aan de ene kant, en de gekmakende gedachte van een vermiste, onvindbare geliefde bij Lochlan aan de andere kant. Puntje van aandacht: dat kruimelspoor is iets té dun gezaaid om 300 bladzijden de aandacht vast te houden. De spanning wordt wel erg lang opgebouwd c.q. uitgesmeerd; je hebt als lezer de aanvechting om door te bladeren om een beetje op te schieten.

Wel weer strak beschreven zijn Lochlan’s perikelen. Hij moet zijn tijd en aandacht verdelen tussen een ongeduldige baas, te veel werk en zijn zoontje die wel weet dat zijn moeder zoek, en zijn vader wanhopig is. Het gejongleer van de jonge vader met een onwillige peuter is zeer levensecht, ik vermoed de neerslag van eigen ervaring. Het geeft het boek in elk geval genoeg levensechtheid om te willen weten wat de afloop is. Whatdunnit? Op die vraag tovert Cooke een onverwacht antwoord uit de hoge hoed. Een vindingrijk antwoord dat het boek meteen een ster meer waard maakt.

Sterren: ***

ISBN: 9789402755145

Uitgeverij: HarperCollins

Ook verschenen op Bazarow