Phil Clayton – Welke plant waar – De ultieme plantenencyclopedie

Tuinieren kun je leren

Je eigen tuin reanimeren, of zelfs helemaal opnieuw vormgeven met andere of nieuwe planten? Dit is de ultieme hulp over waar welke plant moet komen te staan.

Voor de amateur zoals ikzelf, is het beplanten of zelfs maar snoeien van een tuin een slecht idee. Ik weet niet genoeg van planten om de goeie soort op de goeie plek (zon, geen zon / nat, niet nat / klei, zandgrond / etcetera. Gelukkig er is nu dit boek, dat antwoord geeft op al de vragen die je zou willen stellen als je wist wat je moest vragen.

Volop informatie

Kloek en avontuurlijk, dat zijn de bijpassende woorden. Stevig gebonden, harde kaft alom, kwalitatief goed papier aan de binnenkant en veel, duizelingwekkend veel informatie. Uitstekend vindbare informatie dan wel, die dankzij het register gemakkelijk op te sporen is. Grofweg komt de informatie in twee soorten, in het eerste deel over de groeiomstandigheden van planten. En het tweede deel over eigenschappen en toepassing van planten.

Het register is uitgebreid. Zo onderscheiden we ‘Zonnige standplaatsen’ van ‘Schaduwrijke standplaatsen’ als hoofdgroepen, even verderop weer verdiept als ‘Planten voor tuinstijlen’, ‘Planten voor elke seizoen’, Planten voor kleur en geur’, ‘Planten voor vorm en textuur’ en ‘Platen voor tuinproblemen.’

Precies zo meticuleus gaan de volgende bladzijden te werk, te beginnen met ‘PLANTENGROEPEN HERKENNEN’, en daaronder een heel netwerk van soorten planten zoals Oever- en Vijverplanten, Bolgewassen, Klimplanten. Direct daarna wordt gekeken naar: “Inzicht in bodem en locatie”, waarin je kunt uitzoeken wat je moet planten in een tuin op het zuiden, noorden, oosten of westen. Handige illustraties verstevigen die tips, en even verderop bij ‘Beplantingsstijlen’ zie we veel manieren om planten & bloemen kunstig in een tuin te plaatsen.

Dik en vol tips 

Heel veel meer is te ontdekken in de rest van het boek, dat in totaal 400 bladzijden heeft, mét een zorgvuldig samengesteld terugbladersysteem. Geschikt voor de stuntelig beginnende tuinier tot aan de afdeling uitgelezen paleistuinenbloemen en -planten, samen met wellustige waterpartijen en voor de sfeer nog eventueel toegevoegde, gedeeltelijk ontklede nimfen.

Eén voorbeeld nog met dit specifieke onderdeel:

“PLANTEN VOOR DE ZINTUIGEN’

Deze tuinen kunnen aan uiteenlopende wensen voldoen: ze kunnen rustgevend zijn, met geurplanten zoal Gardenia, en schaduwrijke zitplekken, of juist kindvriendelijk, met prikkelende beplanting zoals zonnebloemen (Helianthus annuus), gele morgenster (Tragopogon pratensis) of ritselend bamboe.”

Topboek

Zoals gezegd lukt het beschrijven van dit boek maar ten dele. Dat ligt niet aan de karige informatie, maar aan de hoeveelheid woorden die deze recensie mag bevatten. Binnen die hoeveelheid woorden hou ik het kort: topboek!

Sterren: ***

ISBN: 9789464714647

Uitgeverij HL Books

Ook verschenen op Boekenkrant 

Torborg Nedreaas – Niets groeit in het maanlicht

Altijd de vrouw

Dit is een opnieuw uitgegeven boek uit een lang vervlogen tijd (1947), en hoewel de omstandigheden tegenwoordig verbeterd zijn, is de waarschuwing die ervan uitgaat nog altijd actueel.

De verteller in het boek is een man, die op het station een vrouw tegenkomt en met haar aan de praat raakt. Ze lopen samen naar haar huis, waar ze seks hebben. Een simpeler begin van een verhaal is er niet. Toch weet Nedreaas nu al het begin van een spanning op te bouwen die het hele boek groter wordt, een boog die steeds verder gespannen staat, tot het in een ontlading eindigt.

Een regelrechte afdaling in de hel

Wij lezers volgen de vrouw daarna. Ze weet dan nog niet dat haar een regelrechte afdaling in de hel te wachten staat, terwijl de schrijver alvast wat rode vlaggen voor haar uitzet waar de man geen enkele aanstoot hoeft te nemen of kan negeren:

“Ik liep er behoorlijk vrolijk bij die dagen, ik dacht dat alles wel goed zou komen. Goedbeschouwd was er een boel wat ik van hem kon leren, en ik zou zijn kwaliteiten wel naar boven weten te krijgen… Ik was zo gelukkig als ik redelijkerwijs kon verwachten te zijn. De avond waarop ik naar hem toe zou gaan, besloot ik er alles aan te doen om hem in een goed humeur te krijgen. Hij was ergens verdrietig om, en dat kon nog wel even duren, maar uiteindelijk zou het tussen ons helemaal goed komen. Ik keek naar buiten, naar zijn ramen, het was licht en ik wierp kushandjes naar zijn ramen. Ik neuriede en borstelde mijn haar, en toen ik weer die kant op keek … toen ging het licht plotseling uit. Ik bleef met de borstel in mijn hand staan … dat kon toch niet waar zijn? Ik bleef staan staren in de hoop dat ik het verkeerd had gezien. Maar het was donker bij Johannes.”

De kern van dit verhaal is een aanklacht tegen de (Noorse) regering met betrekking tot vrouwenrechten. Die zijn er namelijk niet. Vrouwen waren in die tijd rechteloos, voorzieningen als een blijfvanmijnijfhuis of een abortuskliniek waren nog ondenkbaar. Het woord ‘feminisme’ was nog niet uitgevonden.

De vrouw is altijd afhankelijk van de man

Kortom: als vrouw was je een soort kleine zelfstandige: altijd afhankelijk van een man die de centjes thuis bracht. Je had de verantwoordelijkheid voor het huishouden. Daarnaast diende je twee, maar liever meer kinderen te baren, Die kinderen hadden ook verzorging nodig, kleding, ze moesten gevoed worden, naar school, de nieuwe kleren kon mama wel maken, en zo nog een paar bullets op de to do list. Vrouwen kwamen amper aan zichzelf toe met al die verplichtingen. Het leven was één lange stressbaan.

Torborg Nedreaas zet al die problematiek uit in dit sombere verhaal. De vrouwelijke hoofdpersoon probeert zich door het leven te slaan, maar er zijn veel persoonlijke hindernissen. De eerste is drank. Daar kan ze slecht afblijven omdat het lekker is en voor vergetelheid zorgt, maar ook de controle verstoort. Dan zijn er andere mannen die op één of andere manier aantrekkelijk zijn, of een soort dominantie hebben waar ze zich roekeloos aan onderwerpt. En uiteindelijk rest de vergetelheid.

Voor het eerst verschenen op Boekenkrant en TikTok.

Sterren: ****

ISBN: 9789044550689

Uitgeverij De Geus 

Ook verschenen op Boekenkrant 

Vrouwkje Tuinman – Ons geheime eiland

Herinneringen aan een leven

Vrouwkje Tuinman is de twijfelachtige eer te beurt gevallen om dit deel van de ‘Terloops’ serie te vullen. Twijfelachtig omdat die vulling niet bepaald bestaat uit vrolijke kout. En eer omdat dit verhaal wordt toegevoegd aan de Terloops-serie van uitgeverij van Oorschot, die inmiddels zijn eigen kwaliteitsstandaard heeft verworven.

Het motto zet zijn eigen toon: ‘Ons paradijs. Onze toestand van onbeweeglijkheid. Daar mag nooit iets aan veranderen.’ Starik in Hollands Maandblad, 2017-5

Met onze rolkoffers rammelden we over de boulevard

Dan trapt het echte verhaal af in de woorden van Tuinman, die het boek laten vollopen met herinneringen, verdriet maar ook vreugde:

“De laatste wandeling die F. en ik elke vakantie maakten was er een van pakweg twintig meter. Met onze rolkoffers rammelden we over de boulevard. Op de hoek wachtten we op het taxibusje dat ons naar het vliegveld zou brengen, alwaar een vliegtuig aan zou komen. Daaruit stroomden nieuwe vakantiereizigers, iemand laadde zakken vuilnis uit, een ander ging halfslachtig met een doekje door de cabine, waarna wij ingeladen zouden worden en naar huis gebracht.

Omdat we allebei altijd bang waren te laat te zijn, het vliegtuig te missen, nooit meer thuis te komen, vingen we ook die laatste keer de tocht vroeg aan en volbrachten hem opgelucht, omdat we nog geen draaiende motor hoorden. Jij stak geen sigaret op want dat mocht niet meer van de dokter. We keken nog één keer naar de zee.”

Geen ondernemende rugzakzwervers

De lezer haalt uit die eerste bladzijde al dat F. en de schrijver niet bepaald ondernemende rugzakzwervers zijn. Ze zijn bijvoorbeeld altijd bang het vliegtuig te missen, nooit meer thuis te komen.

Verderop in de tekst:

“Een avontuur beleven. Zo noemden wij het aangaan van een niet al te grote onderbreking van ons normale patroon. Thuis was dat bijvoorbeeld: naar de markt gaan, altijd via de zelfde route, tegen de klok in.”

Nee, geen avonturiers. Maar dat hoeft ook niet – ze zijn duidelijk erg aan elkaar verknocht en genieten – ondanks de loerende gevaren – van de vakantie op het eiland, u raadt het misschien al: La Palma.

Een subtiele afstand tot haar onderwerp

Tuinman houdt begrijpelijkerwijs en subtiel een lichte afstand tot haar onderwerp. Ze geeft een mooi beeld van het leven dat ze samen leidden. De wederzijdse liefde geeft het verhaal glans; de schok van het overlijden diepgang. In weinig opzienbarende woorden brengt ze de genegenheid en vertrouwdheid van de twee geliefden tot leven, waarmee hun ruwe afscheid des te steviger voor de lezer aankomt. Een zacht verhaal over een harde periode.

Voor het eerst verschenen op Boekenkrant. Ook verschenen op Nico’s recensies.

Sterren: ****

ISBN: 9789028264144

Uitgeverij Van Oorschot Terloops

Ook verschenen op Boekenkrant 

Marc-Uwe Kling & Astrid Henn – Prinses Snottebelle

De groenste snottebel

Zo begint dit prentenboek: op de eerste linkerpagina een prinses met wapperende handjes. Rechts van haar een dame met schort die gedoseerd parfum op de prinses spuit. Links van haar een andere dame met een iets groter schort, die probeert de prinses een halsketting om te doen. Erg vriendelijk ziet het er niet uit en dat klopt als je de tekst op de rechterpagina leest:

“Dit lijkt een gewone en aardige prinses met glitters, roze en paars,

maar ik ga je iets vertellen: MET DEZE PRINSES WAS IETS RAARS

Ze duwde iedereen en sloeg haar bedienden de hele tijd.

Ze pikte, was gemeen en kreeg nooit een keertje spijt.

Deze prinses vond zichzelf namelijk héél speciaal!

’s Nachts plaste ze zelfs in een gouden schaal.

Nou, over deze prinses ga ik jou dus een verhaal vertellen,

over dit enige kind van de koninklijke familie Snottebelle.”

Niet aardig

Nee, niet heel aardig, deze prinses. Ze snauwt iedereen af en tafelmanieren heeft ze ook al niet. Maar ja, ze was prinses dus niemand durfde haar tegen te spreken. Zo werd haar gedrag steeds slechter en deed ze steeds naarder tegen iedereen om haar heen.

Kan dat goed blijven gaan? Natuurlijk niet, dit is niet voor niks een sprookjesachtige invulling van een verhaal over een akelig verwende snotneus.

Dus komt er een meisje, zomaar van links op de pagina, ze heeft een soort hagedis op haar hoofd. Ze gooit iets. Waarheen, voor wie? Dat lees je in dit heerlijk tegendraadse boek met rare mensen en vreemde gebeurtenissen. Wat je vooral leest is hoe onfatsoenlijk het is om niet fatsoenlijk te zijn.

Het verhaal is stijlvol door Jaap Robben in het Nederlands overgezet, zodat de onbeschofte taal en slechte manieren duidelijk hun plaats in het boek krijgen. Het eindplaatje is misschien wel het leukst: een rijtje bekende mensen laat zien hoe je juist niet beleefd bent, of aardig. Een mooie aansporing voor ze om beter in de spiegel te kijken.

Voor het eerst verschenen op Boekenkrant. Ook verschenen op Nico’s recensies.

Sterren: ****

ISBN: 9789021483221

Uitgeverij Volt

Ook verschenen op Boekenkrant 

Dirk de Bekker – Het pesticiden paradijs

 

Dirk de Bekker – Het pesticidenparadijs

Over de impact van bestrijdingsmiddelen, verstrengelde belangen en misbruikte wetenschap, handelt dit boek. Onderzoeksjournalist Dirk de Bekker zoekt en vindt schokkende feiten over absurd milieuvervuilende, door de industrie gepushte bestrijdingsmiddelen.

Dirk de Bekker (Bron: Singel Uitgeverijen)

De Bekker komt al vroeg in zijn carrière met een navrante ontdekking. Hij interviewt de toenmalige directeur van de Nederlandse toelatingsinstantie voor pesticiden, het Ctgb. Hij confronteert de directeur met meetgegevens waaruit blijkt dat een populaire onkruidverdelger, bentazon, overal onze drinkwaterbronnen verontreinigt. De meetgegevens, die zwart op wit laten zien dat er een langdurige en ernstige vervuilingsproblematiek ontstaat, maken geen enkel verschil bij de vraag of het Ctgb het bestrijdingsmiddel goedkeurt. De directeur legt namelijk uit dat de toelatingsinstantie uitsluitend rékenmodellen gebruikt om in kaart te brengen hoe een bestrijdingsmiddel zich gedraagt in het milieu. En die modellen laten geen problemen zien met het giftige onkruidmiddel. Einde discussie.

Ongeremd DDT-gebruik

Dit is nog maar het begin van een absurdistische rondgang langs pesticidefabrikanten, regeringen, boeren en tuinders. We lezen met stijgende verbazing over ongeremd DDT-gebruik in het verleden. En over de lobbyisten (tegenwoordig ook influencers) die op onbegrijpelijke gronden de bestrijdingsmiddelen toelaten.

Het succesverhaal van glyfosaat dan. Dit voor allerlei fragiele plantjes en diertjes dodelijk middel heeft de bedenkelijke eer het meest gespoten bestrijdingsmiddel ter wereld te zijn. Om toegelaten te worden voor gebruik in de EU is daar een bizarre soap op gang gekomen. De EU-leden konden hun stem uitbrengen voor of tegen glyfosfaat als bestrijdingsmiddel. Door (onbewezen) beïnvloeding was de uitkomst dat glyfosfaat niet slecht was voor het mileu en kon de fabrikant zijn lopende banden weer laten draaien.

Dodelijk glyfosaat

Een ander rookgordijn om gif toch te kunnen gebruiken is taal. Een mooie naam helpt ook om een dodelijk middel een onschuldiger imago te geven. Een woord als ‘gewasbeschermingsmiddel’ doet wat het zegt, maar ten koste van welk ander dier of plant? En ‘geneesmiddel’ is ook een uitstekend neutrale benaming.

‘Rapportage’ is een andere camouflage om de cijfers te manipuleren. Het cijferen, kortom, waarmee de fabrikant de werkelijke verzieking van grondwater of sloot ietwat rooskleuriger kan weergeven dan de werkelijkheid.

Dus nee, een leuk boek is dit door alle kortzichtigheid en geldzucht zeker niet. Wel een leerzaam boek. Als aangetoond wordt dat een bestrijdingsmiddel het milieu onherstelbaar beschadigt, blijft afdoende regelgeving vaak uit. Als een multinational het giftige restafval van hun product loost op een rivier die een paar steden verderop gebruik wordt voor waterwinning, is er geen haan die ernaar kraait. Dit boek geeft die grove schendingen en nietsontziende hebberigheid goed weer. Lees en word niet vrolijk. 
Voor het eerst verschenen op Boekenkrant. Ook verschenen op Nico’s recensies

 

Sterren: ***

ISBN: 9789029553438

Uitgeverij Arbeiderspers 

Ook verschenen op Boekenkrant 

Andrijan Grgiceciv – Dag oude ik (om precies te zijn: de ik van gisteren)

  

Op zoek naar beter

Ons naamloze hoofdpersoontje is een springerig type. Wat zeg ik, ze stuitert van de ene bladzijde naar de andere, steeds op zoek naar iets nieuws, iets anders, iets beters. Misschien zou ze een dagboek moeten bijhouden, denkt ze weleens, maar supersnel daarna gooit ze dat idee zo ver mogelijk over de schutting:

“… ik heb het met mijn eigen ogen gezien, in het dagboek van mijn nichtje, toen ik iets zocht waarmee ik haar voor eeuwig en altijd kon pesten en chanteren. Nou, ik kwam niet eens tot halverwege de eerste bladzijde, dus tot halverwege de kledingcombinaties. Toen moest ik al geeuwen als een nijlpaard en heb ik het maar opgegeven.”

Andrijan Grgiceciv – Bron: La Maleta Ediciones 

Het punt is dat haar moeder haar niet met rust laat. Die zegt bijvoorbeeld: “Zou je niet eens een brief schrijven aan jezelf in de toekomst?”

Daarop reageert ons dametje door jarenlang in oefening te gaan voor een gezichtsuitdrukking: volmaakt uitgewerkt, ongelovig, eerst aangevuld met verbazing “(niet de verbazing van wanneer je iets voor de eerste keer ziet, maar die van Nee, niet weer!), daarna ontzetting en vervolgens een vleugje arrogantie om te tonen dat ik me onmogelijk tot dat niveau kan verlagen omdat ik veel te slim ben. Later ook nog een beetje, een heel klein beetje medelijden, om haar geen verdriet te doen. (Mama, waarom dan?).”

Het leven is een tranendal voor deze weerbarstige dochter. Ze doet uit principe alles NIET wat haar moeder WEL vraagt. Beetje dwars? Zeg maar gerust HEEL dwars, en daarom drijft ze ook af in de richting van een NIEUWE IK. Het helpt trouwens ook niet dat haar vader in de bak zit. Tijdelijk, maar toch.

Dan is er nog de buurman. Als ze bij hem per ongeluk binnen komt, schrikt ze van de planken vol glazen potten en flesjes waarin een donkerrode vloeistof schittert. Allemachies! Hij moet wel een …. moordenaar zijn.

Wat meevalt, bij nader inzien. Zo verlopen de dagen van ons dwarse meisje onrustig. Maar het wordt pas echt schokkend als ze met haar vriendin Monica

“op het bankje gaat zitten om al dat witte zand van je af te kloppen, slaat Monica haar armen om je heen en zegt met trillende stem: ‘Dank je, je bent geweldig.’ Het lijkt erop dat er iets prils ontstaat. Iets zachts, fragiels, dat toch nog ontroert. Snif.

Beter uitleggen dan dit gaat niet, beste lezer, aangezien het verhaal zo stuiterend word verteld dat ik het anders helemaal zou moeten overschrijven. Dan kun je het nog beter zelf gaan lezen.

Hmm, goed idee. Probeer het maar en veel plezier ermee!

Voor het eerst verschenen op Boekenkrant. Ook verschenen op Nico’s recensies.

Sterren: ***

ISBN: 9789462919105

Uitgeverij De Eenhoorn

Ook verschenen op Boekenkrant 

Hannah Arendt – Over Palestina

 

Hannah Arendt – De politiek over Palestina: Pappen en nathouden

“Haat is niet eeuwig,” schreef filosoof Hannah Arendt (1906-1975). Ze werkte jarenlang aan een humanitaire oplossing voor het conflict tussen Palestijnen en Joden in Israël. Ze kwamen niet verder dan een bloedige guerrillastrijd.

Hannah Arendt (bron: Wikipedia)

In dit boek Over Palestina staan twee herontdekte teksten van Arendt. De teksten geven een goed beeld van manoeuvres die de grote spelers in dit conflict destijds uithaalden om – uiteindelijk – geen beslissing te nemen. De eerste tekst heeft als titel Het buitenlandbeleid van de Verenigde Staten en Palestina , en gaat over de visie van de VS over de toekomst van het toenmalige Palestina. In de Wagner-Taft-resolutie sprak de VS steun uit voor de vestiging van een Joods nationaal tehuis in Palestina. Echter de regering Truman deed er niets mee en liet de resolutie doodbloeden. Arendt schrijft:

“Het verwerpen van de Wagner-Taft-resolutie was een zware klap voor de Joodse zaak. Bovendien heeft dit grote bezorgdheid gewekt bij alle Amerikaanse burgers die de vrijheid van veiligheid van kleine naties een warm hart toedragen. Niet dat iemand werkelijk geloofde dat het aannemen van een resolutie het ingewikkelde Palestijnse probleem zou oplossen of het koppige beleid van Britse Koloniale Bestuur rechtstreeks zou beïnvloeden. Maar het aannemen van de resolutie zou op ondubbelzinnige wijze uitdrukking gegeven hebben aan het feit dat het Congres van de Verenigde Staten, als een door het volk gekozen orgaan, machtig genoeg is om in alle essentiële vraagstukken sturing te geven aan de experts van het buitenlandbeleid van de natie….”

Een lang betoog

Het betoog van Arendt (het gaat nog 18 bladzijden door) probeert oprecht de twee vechtende stammen uit elkaar te halen. Arend verwijst naar de historische wortels van het Israëlisch-Palestijns probleem. “Europa lijdt aan een zelfgekozen vorm van historische amnesie… Wij kijken graag naar het Midden-Oosten als een verre regio en wassen onze handen in onschuld. De conflicten tussen Israël en zijn buurlanden, dat zijn hun problemen… De huidige problemen zijn niet enkel een rechtstreeks gevolg van de stichting van de staat Israël, niet enkel van de Nakba, maar ook van het Europese antisemitisme en van het Europese kolonialisme van begin twintigste eeuw. Europa heeft een historische verantwoordelijkheid ten aanzien van zowel de Joden als de Palestijnen in de regio, en moet meer doen om die verantwoordelijkheid op zich te nemen.” De manier waarop dat zou kunnen, is terug te vinden in het rapport dat Arendt met haar collega’s al in 1958 opstelde.

Het oude probleem oplossen

Maar de historie blijkt niet toe aan zo’n wijziging. In 1958 schreef Arendt mee aan een nieuw plan om het oude probleem op te lossen. Dat is de tweede tekst in het boek met de titel: “Het Palestijnse vluchtelingenprobleem: een nieuwe benadering en een plan voor een oplossing” . Co-auteurs van Arendt waren Lawrence L. Barrell en Werner J. Cahnman. Ze stellen:

“Er bevinden zich vandaag bijna een miljoen mensen net buiten de grenzen van de staat Israël. Ze zijn verdreven en verloren hun huizen, boerderijen en banen, en om te kunnen overleven zijn zij hoofdzakelijk afhankelijk van de liefdadigheid van een tijdelijk VN-agentschap dat lijdt onder ontoereikende fondsen. Ze leiden een leven van ledigheid, frustratie en verbittering; meer dan een derde van hen verblijft in vluchtelingenkampen. Een overkoepelend plan voor hun rehabilitatie is nergens te bekennen. Het gaat om de Palestijnse, Arabische vluchtelingen….”

Niets nieuws onder de zon

Niets nieuws onder de zon dus. Willen we tot een oplossing komen dan zullen we verder moeten kijken dan het huidige conflict. Om de auteurs te parafraseren. “We moeten ophouden met het stellen van vragen waar het antwoord haast onmogelijk te geven is. De eerste stap in het oplossen van een probleem is, kort gesteld, het helder formuleren ervan… Daarom moeten we de volgende vragen vermijden: 1. Wie heeft er schuld aan het huidige lot van de vluchtelingen? ; 2. Wat zijn de historische rechten op Palesstina van het Joodse of Arabische volk?; 3. Wat is de exacte betekenis vaqn de Palestijnse nationaliteit van de Arabische vluchtelingen?; 4. Wat houdt absolute rechtvaardigheid in?”

Hierna leggen de auteurs een aantal sterke vragen en antwoorden voor om het onderwerp uit te diepen. Met die voors en tegens kun je binnen je eigen schedel een discussie opstarten, om uiteindelijk tot een standpunt te komen. Waarschuwing: dat valt niet mee. Maar het geeft je wel een betere kijk op de huidige toestand.

Voor het eerst verschenen op Boekenkrant.com. Ook verschenen op Nico’s recensies

ISBN: 9789403139791

Uitgeverij De Bezige Bij

Ook verschenen op Boekenkrant en op TikTok

Oksana Zaboezjko – Museum van verlaten geheimen

Oksana Zaboezjko – Museum van verlaten geheimen

Tegen de gluiperds

Aan de 735 pagina’s in dit boek heeft Oksana Zaboezjko maar net genoeg om de meeste misdaden tegen de menselijkheid die Rusland in Oekraïne begaat, aan de kaak te stellen. We krijgen een beeld van manipulaties, aanslagen, verkiezingsfraudes en geweld.

Kort door de bocht is het thema: ‘Oekraïne houdt zich staande tegen Rusland’. Hoe de huidige oorlog verloopt zien we op het journaal, met verbazing kennisnemend van de ongelooflijke veerkracht en inventiviteit van de Oekraïners. Maar in 2026 zien we ook de balans naar de Russen overhelt.

Het verhaal

Daar begint het verhaal in dit boek: televisieproducent Daryna, het alter ego van Zaboezjko, ontdekt een foto van een geüniformeerde vrouw in uniform tussen vier verzetsstrijders van het Oekraïense partizanenleger. Ze zoekt naar de achtergrond van de foto: er blijkt veel weggemoffeld en aangepast in de officiële geschiedschrijving. Ze weet dat dit nepnieuws Russische propaganda is. En ze legt uit hoe verwoestend dit soort manipulaties voor het oog van de buitenwereld uitpakken. De navrante voorbeelden levert ze er leerzaam bij. 

Het is een publiek geheim dat Rusland veel dikke vingers in verschillende pappen heeft. Spionage is een tweede natuur van het land, net als manipulatie en executies. Zie de enige serieuze tegenstander die Poetin ooit had, Navalny, die in 2024 stierf in een Siberisch strafkamp.

Tegen de klippen op leven

We volgen Daryna, die vloekend, bij tijden zuipend, seksend en rebellerend haar leven leidt. Zij is graag de vrije vrouw die zijzelf ook is maar door de omstandigheden waarin ze moet leven, gedwongen wordt dat niet te vieren. De beperkingen die door allerlei regeltjes worden opgelegd, halen alle lol uit het leven. Theoretisch. Want ze laat zich het plezier niet ontnemen en leeft  tegen de klippen op.

Rebellie is een belangrijk thema hier. Daryna vertikt het om zich een beperkt leven te laten voorschrijven – ze is een vrij mens. Maar tegenover die vrijheid staat brute overheersing. Ze haalt een scene aan waarin een bevel van Stalin wordt uitgevaardigd: de uitvoerders staken de oogst in brand en voerden complete dorpsbevolkingen af naar Siberië met niets anders dan hun lijfgoed.

Of nog iets levendiger: “Midden in de oogsttijd viel het garnizoen binnen, vergezeld door een handlanger uit Oost-Oekraïne, die, zwaaiend met zijn machinepistool, alle mannen in de schaapskooi samendreef, zijn soldaten eromheen opstelde en vertelde dat wie zich niet bij de kolchoz aansloot, er niet levend uit zou komen. Op de derde dag kwamen de mannen met de handen omhoog naar buiten, nadat ze al waren begonnen hun eigen urine te drinken.”

Dat is waar dit boek over gaat: het individu wordt verwoest om te passen in het politiek correcte plaatje. De vrijheid die menselijkheid heet, wordt afgekapt en in een gareel gepropt.

In de magnifieke eindscène van dit boek heeft Zasboezjko als journaliste een interview geregeld, in een nachtclub, met een zekere Wadym.

“Wie is Wadym eigenlijk?

Hij zit tegenover me, zwaar en onverzettelijk. Zo zit hij altijd, overal, als in zijn eigen huis, waar alles van hem is – dingen en mensen, en zo ook in dit verontrustend lege restaurant, als in een Hollywood-horrorfilm, waar hij me midden in de nacht naartoe heeft laten komen.”

Een roofdier in een nachtclub

Een gehaaid woordenspel volgt, waarin de interviewster en de gangster hun meningen laten botsen. Zij is links, wil mensen helpen, de wereld beter maken. Hij is rechts, een roofdier in een nachtclub en wil alleen meer geld. En hij gaat haar inlijven, geld speelt geen rol. Ze debatteren, hij met de botte bijl en zij met haar integriteit. Het is een situatie waarin de interviewster niet overstag gaat voor de poen maar haar integriteit behoudt. In een notendop is dit waar het hele boek om draait: de Grote Boef Rusland (met geweld, manipulatie en overmacht)  tegen de Gewone Burger (die zo integer mogelijk blijft ondanks de intimidatie- en roversmentaliteit aan de andere kant).

Zaboezjko eindigt met nog een extra hoofdstuk ‘Aan de Nederlandse lezer’ dat u tot slot kan lezen. Ze legt uit waarom, hoe en hoezo dit vuistdikke boek er kwam en eindigt:

“Maar om eerlijk te zijn wilde ik gewoon een verhaal schrijven over een gelukkige liefde. En ik hoop nog de tijd te mogen beleven (zo’n vijftien tot twintig jaar na onze Overwinning) dat dit Museum precies zo gelezen zal worden.”

Sterren: ****

ISBN: 9789464522617

Uitgeverij Cossee

Ook verschenen op Boekenkrant en TikTok

Naar Max Velthuijs – Kikker in de wind

De laatste Kikker

Dit is zowel een vreugdevol als een beetje verdrietig boek – het markeert namelijk het einde van de Max Velthuijs-Kikkerboeken. De informatie in het boek zegt het zo: “Dit verhaal werd eerder uitgegeven als schetsboek, ter herdenking een jaar na de dood van Max Velthuijs in 2005. Twintig jaar na zijn overlijden zijn de platen ingekleurd.”

Wauw. Twintig jaar, zo lang al? Maar inderdaad, het klopt. Snel openslaan dat boek en jawel, alle herinneringen komen terug. Het groene kikkertje met drie- of viervingerige handjes (dat heb ik nooit goed kunnen tellen), oogjes op steeltjes en natuurlijk zijn onverwisselbare gestreepte zwembroek.

De verhalen van Max Velthuijs zijn bedrieglijk simpel – net als de tekeningen. Dat zien we op de eerste twee pagina’s van dit oude nieuwe boek. De linkerpagina geeft de schets weer die Max zelf maakte toen hij begon aan ‘Kikkers laatste avontuur’. Op de pagina tegenover die schets staat de tekening uitgewerkt. Gestileerd, gekleurd, gedetailleerder en compleet. Het is dezelfde tekening maar dan met veel meer diepte, kleur natuurlijk en levendigheid. Vooral dat levendige zie je goed terug.

En zo wordt dit het nieuwe oude prentenboek met ‘Kikker in de wind’.

The show can go on – zo is dat. Dit boek is zowel een ode aan de artiest Veldhuijs als een nieuw begin. In elk geval is het een voortgang van de boeken die Velthuijs schreef en tekende.

Even lezen, hoe was het ook alweer? Ah ja, de tekst onder de ingekleurde schets:

“Kikker hoorde een vreemd geluid.

Het was alsof er duizend vogels floten…

‘Ik zal maar eens kijken wat er aan de hand is.’”

Net zo to the point als de tekeningen en de teksten. Precies zo lezen de jonge liefhebbers van Kikker het ook. Een mooi verhaal – het laatste verhaal – met fraaie tekeningen van een man met eigenwijze ideeën.

Na de laatste daad van Kikker op de één na laatste bladzijde (hij plant een boom) staat op de laatste bladzijde een foto van de auteur zelve. Het is een foto waar ik lang naar gekeken heb. In een uitermate rommelige werkkamer zit de maker van weer een nieuw boek een beetje ongeduldig de camera in te kijken. Wegwezen, ik heb een deadline, zie je hem denken. Ze zullen in de illustratiehemel blij met hem zijn.

Max Velthuijs, Kikker, prentenboek, legendarisch, groene kikker, avonturen, een instituut, problemen, gestreepte zwembroek

Sterren: ***

ISBN: 9789025889111

Uitgeverij Leopold

Ook verschenen op Boekenkrant 

Paul Verrept & Janneke Ipenburg – Mensje

Op zoek naar je begin

Zachte kleuren op de voorplaat lokken je naar dit in handzaam formaat uitgegeven prentenboek. Rood aan de bovenkant, als in de hemel. Geel aan de onderkant, als in een korenveld. In het bovenste rode gedeelte hangt een gele bol, we gokken op de zon. Onder die zon een hangbrug over de hele breedte van dit boek, met daarop een meisje dat een ballon van een blauwe vis aan een touwtje vasthoudt.

Een normaal tafereel, hoewel…

Een relatief normaal tafereel zou je zeggen. Behalve de hangbrug. En de blauwe vis. Het is daarom handig dat we op de volgende bladzijde het meisje weer normaal aantreffen, zittend aan een laag tafeltje met een pot thee erop. Het lijkt een beetje op een Chinees tafereel. De tekst verklaart:

“Mensje leefde in een klein huis met een mooie tuin. Overdag scheen de zon, ’s nachts schenen de maan en de sterren op het malse gras. Het geurde er naar bloemen.

Het was nooit te warm en nooit te koud, vond Mensje. Soms kreeg ze bezoek en dan was het gezellig. Soms was ze alleen en dan was het heerlijk stil in huis.

Ze dacht niet aan gisteren en al helemaal niet aan morgen. Ze vergat wat ze gedaan had en vroeg zich nooit af wat er straks zou gebeuren.

Want alles was goed.

Als het regende, kregen de planten te drinken en kon Mensje zich wassen. Als de zon scheen, openden de bloemen hun kelken en liet Mensje zich naast een vijver drogen.”

Aldus de bladzijden omslaand, komen we te weten dat mensje diepe gedachten heeft. Zoals: “Ze denkt aan toen. Dan denkt ze zomaar ineens aan wat ze straks zal doen. Maar toch knaagt er iets. Het voelt alsof de dagen helemaal leeg zijn. Mensje gaat op zoek naar waar ze vandaan komt en dwaalt door grasvelden, een boomgaard, een bloemenwei.“

Gelukkig komt ze een mier tegen en vraagt:

“Mier, ken je de weg naar vroeger?”

“Kijk eens achter je,” zegt Mier. “Ik heb vroeger achter me gelaten.”

Te veel vaags

Ben je er nog? Er zit (te) veel vaags in dit boek. Het verhaal kabbelt door en het meisje Mensje babbelt door, tot ze bij een man en een vrouw komt en mag mee eten. Daarna gaat haar reis weer door, herhalenderwijs. Er volgen geen grote hoogten of diepe dalen, maar wel leermomenten. Alweer? Alweer. Er is een onplezierig woord dat zich langzaam maar zeker opdringt: verveling. Niet van de personages maar van de lezer. De boodschap is nobel maar de uitwerking van dit project laat te wensen over.

Sterren: **

ISBN: 9789462919013

Uitgeverij De Eenhoorn

Ook verschenen op Boekenkrant