Richard Flanagan – Vraag 7

Alles draait om alles 

‘Vraag 7’ van Richard Flanagan is niet bepaald opgebouwd als een eenvoudig van A naar Z lopend verhaal, logisch verlopend naar een happy ending. Neen, dit boek bestaat uit louter losse verhalen en nog lossere stukken. Hier is het de geschiedenis zélf die het boek verdeelt in hoofdstukken, alinea’s, anekdotiek, monologen, dialogen, associaties, vorm en vent.

Flanagan vertelt hoe hij in 2012 het voormalige kamp Ohama in Japan bezoekt, waar zijn vader geïnterneerd was. Hij heeft gewerkt in een kolenmijn, onder zeer slechte omstandigheden, hield daar stoflongen aan over. Sporen van zijn vader waren er niet meer.

De atoombom op Hiroshima

Na die ontboezemingen beschrijft Flanagan gedetailleerd hoe bombardier majoor Thomas Ferebee de eerste atoombom op Hiroshima liet vallen. Van daaruit springt Flanagan weer naar de mijn waar zijn vader werkte, waar in het heden een love hotel staat, waar vergetelheid in de armen van een ander gevonden kan worden. Associërend: “En na die vergetelheid? Dan keren we beduusd terug naar de verhalen die we herinneringen noemen, vreemden voor het voortdurende bedenksel dat ons leven is.”

Zo borduurt Flanagan voort op Hiroshima vroeger en zijn huidige boek nu, en ‘vraag 7’. Huh? Wat de piep is vraag 7? Na even zoeken blijkt dat citaatje in een verhaal van Tsjechov te staan, waarin de calculerende moraal wordt uitgebeend. En veroordeeld. In kopje Twee – nieuw hoofdstuk – duikt de schrijver in zijn eigen jeugd, net na de oorlog:

Geen vragen stellen!

“We hadden twee dozen vol strips en stuiverwesterns die we iedere vakantie herlazen. Er zaten Phantoms bij, Eagles, Disney-strips, een paar Supermans en Batmans. Maar het liefst lazen we The Phantom en de oorlogstrips.”

Het kind dat Flanagan toen nog was, maakte de fout zijn vader te vragen ‘hoeveel Jappen hij doodgemaakt had.’

‘Met een woede, waarvan ik de felheid al die jaren later nog steeds voel, zei hij: “stel me nooit, nooit meer zo’n vraag.”

Liefde en schuld

Flanagan wisselt vaak tussen de verhaallijnen. Voor mijn gevoel iets te vaak de balans beschrijvend tussen goed en kwaad (als we dat zo mogen noemen), en haast manisch associërend. We slingeren heen en weer tussen zijn jeugdherinneringen en de gebeurtenissen van het heden, wat het verhaal moeizaam te volgen maakt, maar anderzijds enerverend houdt. Kern van het betoog is de vraag hoe het kleine en het grote, het persoonlijke en het historische elkaar voortdurend beïnvloeden. Dit boek is een liefdesverhaal maar gaat ook over schuld, en vooral over de vraag hoe en waarom we betekenis in dit leven zouden kunnen vinden.

Sterren: ****

ISBN: 9789083616247

Uitgeverij Koppernik

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *