Wolfgang Hilbig – Oude afdekkerij

Een wandeling in het park waar je niet wil zijn

Het is meestal geen goed idee terug te gaan naar goudgerande jeugdherinneringen. Al die mooie zaken die je voor het eerst beleefde: de duizelingwekkende eerste zoen, de vakantie aan een ongerept strand in Italië, de fles ouzo op een andere vakantie, het idyllische plaatsje waar je opgroeide, je eerste echt goede vriend/vriendin – laat ze fijn in je herinnering sudderen en schud ze niet op. Niet zelden zal anders teleurstelling je deel worden..

Die waarheid heeft Wolfgang Hilbig ook doorgrond. Het is denkbaar dat hij in één van zijn meest neerslachtige buien dit verhaal op papier slingerde, een verhaal dat niet de vrolijkheid in pacht heeft. Zoals de voorflap opgewekt samenvat:

“In Oude afdekkerij richt Wolfgang Hilbig zijn hypnotische proza op het punt waar identiteit, taal en de donkerste hoofdstukken van de geschiedenis samenkomen. Het begint met een jongen die geobsedeerd wordt door een lege en vervallen kolencentrale omdat hij vermoedt dat die iets te maken heeft met de mysterieuze verdwijningen die in de streek plaatsvinden. Maar wanneer hij als jongeman terugkeert naar de plek en zijn herinneringen – het gebouw is inmiddels veranderd in een ‘afdekkerij’, een abattoir dat dode dieren verwerkt – realiseert hij hoeveel hij gemist heeft. Met een sfeer die veel te danken heeft aan Edgar Allan Poe en een syntaxis die aan James Joyce doet denken, roept dit suggestieve, dreigende verhaal de verloren onschuld van de jeugd op.”

Op die sfeer qua Poe en syntaxis van James Joyce komen we nog terug. Eerst het woord ‘afdekkerij’. Een abattoir is dat, waar kadavers worden uitgeladen op weinig zachtzinnige wijze. Daar hebben we meteen enorm veel sfeer van Poe, want de observator ziet namelijk lijven die kadavers onder het uitstoten van hese bevelen uit de gapende ruimte van een smerige veewagon sleepten, met flikkerende en druipende ijzeren haken, die in de weke delen van de dieren worden geslagen, en die dieren schokten en spreidden hun tegenstribbelende poten dwars over het perron, varkens enzovoort, met doorgebeten tongen voor hun schuimende muilen .. en zo gaat het bladzijdenlang door. Lees twee bladzijden Poe en merk hoe hij zijn horror een stuk subtieler dan hier vorm gaf.

Ook over James Joyce niets dan goeds, behalve dat het lezen van ‘Ulysses’ een helse taak is juist vanwege de syntaxis. Joyce hanteerde namelijk als drijvende schrijfkracht de ‘stream of consciousness’, waarbij de schrijver alle opkomende gedachten ongeordend aan het papier toevertrouwt. Dit boek opteert eenzelfde soort syntaxis te hebben en dat klopt. Helaas, mogen we eraan toevoegen. Het verhaal is te volgen, maar alleen als je mee kan gaan in de waanbeelden die in een soort deliriumtoestand en koortsig doemsdagproza over de lezer worden uitgestort, proza waar de vier ruiters van de Apocalyps, boze geesten, en nachtmerries nooit een komma ver weg zijn.

Het is dan ook nauwelijks meer nodig om erop te wijzen dat dit geen vriendelijk verhaal is. Integendeel. Het is meer één grote waarschuwing – dat is wat dit relatief korte verhaal boeiend (en weerbarstig) maakt. Met een allesdoordringende somberheid als propeller. Hilbig geeft de donkerheid van het leven in zijn tijd, en daarmee de uitzicht-, en zinloosheid van het bestaan in dat tijdsgewricht vorm. Rauw als de oorlogsdreiging zelf, uitzichtloos en duister. Mooi gemaakt, een onaangename maar al te realistische vorm. Niet lezen voor het slapengaan, is de aanbeveling.

Sterren: ***

ISBN: 9789492313935

Uitgeverij: Koppernik

Ook verschenen op De Leesclub van Alles 

 

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *