Fleur Jaeggy – De gelukzalige jaren van tucht

Desperaat in een kille wereld

Ach wat aardig, een schoolmeisjesverhaal, kun je denken als je de eerste zin leest:

“Op mijn veertiende zat ik op een kostschool in Appenzell.”

Dan lees je door en krijg je twee leverstoten, een linkse directe en een muilpeer.

“Een omgeving waar Robert Walser vaak had gewandeld toen hij in het gesticht verbleef, in Herisau, niet ver van ons internaat. Hij stierf in de sneeuw. Op foto’s zie je zijn voetsporen en zijn lichaam languit in de sneeuw. We kenden die schrijver niet Zelfs onze lerares Duits kende hem niet. Het is echt zonde dat wij niet van het bestaan van Walser afwisten, we zouden een bloem voor hem hebben geplukt. Tenslotte was ook Kant ontroerd toen een onbekende vrouw hem, voor hij stierf, een roos aanbood. In Appenzell ontkom je niet aan wandelen.”

Hallo, je bent gearriveerd in de ijskoude wereld van Fleur Jaeggy. Ze zet met fluwelen handschoenen een buitengewoon akelige omgeving neer, waar de personages tegen wil en dank aan deelnemen. Zij (de hoofdpersoon) beschrijft haar leven in een kostschool. Dat zo’n leven niet prettig is, nemen we vanzelfsprekend aan. Dag en vooral nacht tussen volslagen vreemden doorbrengen, zonder privacy maar met een overdaad aan regeltjes en verboden, dat is geen kattenpis. Jaeggy maakt die misère met gemak nog een paar graden onaangenamer.

Een fijn verblijf in het meisjesinternaat zit er niet in.Totdat er een nieuw meisje komt, Frederique. Onze hoofdpersoon valt voor haar en dat lijkt wederzijds, maar ook weer niet, ze trekken elkaar aan maar stoten elkaar ook weer af. Verwarrend? Ja, maar de verhouding gaat in de loop van het verhaal toch richting een soort van liefde. Een ingewikkelde liefde die binnenhuis opbloeit, aantrekt maar even zo gemakkelijk weer afstoot. Is er liefde in het spel? Of alleen manipulatie? Dat wordt niet duidelijk, ook omdat de strenge regelgeving in het pensionaat soepele contacten niet bevordert. De meisjes zuchten onder hun juk, samenvattend, en daar komt voorlopig geen (goed) einde aan.

Een barbaarse schrijfster, zo typeert Susan Sontag Jaeggy op de achterflap en daar is niets van gelogen. Constant op zoek naar de diepere, primitievere lagen van de menselijke psyche zet de schrijfster personen tegen elkaar op, laat ze verliefd worden, daarna tot op het bot beledigen. Of chanteren. Aan de andere zijde van het spectrum elkaar onverwacht weer beminnen. Of bewonderen. In goed gekozen, scherpe, meedogenloze zinnen neergezet.

Is dat leuk lezen? Nee natuurlijk, het gaat zelfs tegenstaan om al die manipulaties, dat desperate zoeken naar nooit komende verlichting, door te worstelen. Er rijst meer dan een vermoeden dat de schepper van het verhaal een ietwat eenzijdige kijk op het leven wil geven, en niet de vrolijkste.

Maar een goed verhaal is het wel. De lezer beleeft de emoties, de tucht en ontucht, de toppen en dalen in het Zwitserse geestelijke landschap, van dichtbij mee. Het verhaal maakt boos, ontroert, lucht op, desillusioneert. Als je dat bij je lezers kunt aanboren, dan kun je schrijven.

Sterren: ****

ISBN: 9789083174419

Uitgeverij: Koppernik

Ook verschenen op De Leesclub van Alles  en Tiktok

 

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *