Salman Rushdie – De duivelsverzen

 

Jonglerende woordenzondvloed met gevaarlijke inhoud

In september 2022 werd het interview van Adriaan van Dis met Salman Rushie uit 1985 herhaald. Wie dat heeft gezien, kan beamen hoe ingrijpend de publicatie van ‘De Duivelsverzen’ was. Ingrijpend vooral voor de rest van Rushdie’s leven. Reli-fanatici constateerden dat het boek de Islam beledigde en riepen een Fatwa (terdoodveroordeling) over hem uit, die ervoor zorgde dat hij moest onderduiken.

Dat fanatici ook een langetermijngeheugen hebben, bleek toen in 2022 een man Rushie bij een optreden in zijn nek stak (de dader was volledig bij zinnen en handelde rationeel, in overeenstemming met zijn diepste levensopvattingen). 

De schrijver overleefde het, maar het toont aan hoe ver nog steeds de verschillende opvattingen van ‘religie’ uit elkaar liggen. De vraag of Rushdie spijt had dat hij zijn omstreden boek had gepubliceerd, heb ik bij van Dis niet gehoord, maar ik vermoed dat het antwoord ‘nee’ luidde. Niet zwichten voor terreur. Het vrije woord moet verdedigd worden. Zoiets.

Die recente aanslag was schokkend, maar heeft ook iets positiefs: over de hele wereld komt weer aandacht voor ‘De Duivelsverzen.’ In Nederland had uitgeverij Pluim moedig al besloten een nieuwe uitgave uit te brengen, en die editie lezen we nu. Dankzij genoemde fanatici gaan we natuurlijk eerst op zoek naar de tekst die zo onvergeeflijk was dat er iemand voor moest sterven. Onbegrip is helaas in ruime mate over onze aarde uitgestrooid.

De titel van dit boek slaat op een apocriefe openbaring in de Koran (verbonden met soera 53) die door Iblis (satan, de duivel) in de vorm van drie godinnen (of engelen) aan Mohammed zou zijn ingefluisterd. Vandaar de naam: duivelsverzen. Zijn antwoord op de vraag hoe hij die drie godinnen (of engelen) zag, zou hebben geluid: ‘Je mag tot hen bidden.’

Daar zit ‘m de crux: als je tot drie godinnen zou mogen bidden, houdt dat in dat je naast Allah ook tot andere goden zou mogen bidden, wat het monotheïsme (waar de Koran onwrikbaar op gestoeld is) ernstig in de weg zit. Dat is voor fundamentalisten (de naam zegt het al) onverteerbaar, en dus werd Rushdie een doelwit. Uitgebreidere informatie over deze complexe duivelsverzen-materie vind je in deze uitstekende uitleg.

Genoeg gereligineuzeld, we leggen het boek langs de literaire meetlat. Want qua verhaal is er veel meer te beleven: Boven Engeland ontploft een gekaapt vliegtuig. Onder veel meer lazeren twee mensen naar beneden: de beroemde acteur Djibriel Farisjta en Saladin Chamcha. Zij vallen in het Kanaal maar brengen het er levend vanaf door aan de Engelse kust aan te spoelen. Ze leven nog. Sterker: Djibriel krijgt na enige tijd een Jezus-aureool terwijl Chamcha duivelse kenmerken gaat vertonen. Het is duidelijk: hier is een goed versus kwaad-situatie geboren.

Dat klinkt als een simpele vertelling. Maar Rushdie houdt de lezer bij de les. Vanaf het begin sprankelt het boek, spatten de volzinnen van het papier, laten de levendige beschrijvingen prachtige beelden in het hoofd van de lezer ontstaan, wisselen tragiek en humor elkaar af, en omwikkelt de auteur de lezer als een python – ontsnappen is niet meer mogelijk – om hem/haar zonder pardon het verhaal in te trekken.

Enthousiast als dat overkomt, is toch enige terughoudendheid op zijn plaats. Rushdies proza is niet het makkelijkst leesbaar. Hij bouwt prachtig kronkelige zinnen die soms halve bladzijden lang doormeanderen, heldere beelden opwekkend maar tegelijk de opnamecapaciteit en het intellectuele vermogen van de lezer ernstig op de proef stellend. Voorbeeldje van een erudiete passage? Welja.

“Het draaide allemaal om de liefde, overdacht Daladin Chamcha in zijn studeerhok: liefde, de weerbarstige kalle uit het Carmen-libretto van Meilhac en Halévy en een van de fraaiste exemplaren in de Allegorische Volière die hij in luchthartiger dagen had samengesteld, – die onder zijn gevleugelde metaforen ook de Storm telde (van de Franse Revolutie), de Spot (hijzelf als flatteuze imitator), Chajjam-FitzGeralds Vogel van de Tijd (die al bijna vliegen kan, en zie! hij is in de lucht) en de Obscene; deze laatste uit een brief die Henry James Sr. aan zijn zoons had geschreven… ‘Een man hoeft slechts zijn intellectuele tienertijd te bereiken, of hij gaat vermoeden dat het leven geen klucht is; dat het zelfs geen elegant blijspel is; dat het integendeel bloeit en vrucht draagt uit de onpeilbare tragische diepten van wezenlijk gebrek waarin de wortels steken van wie het leeft. Iedereen die is staat is tot geestelijk leven, wacht als erfgoed een onontgonnen bos waarin de wolf huilt en de obscene vogel van de nacht kwettert.’ Knoop dát in je oren, kinderen. – En in een afzonderlijke, maar aangrenzende vitrine met voorkeuren van een vrolijke Chamcha, fladderde een gevangene uit de hitparade va de bubblegummuziek de Felle Ongrijpbare Vlinder, die l’amour bedreef met l’oiseau rebelle.”

In de loop der jaren heeft ‘De Duivelsverzen’ (waarschijnlijk vooral dankzij de negatieve publiciteit) miljoenen lezers getrokken, die lang niet allemaal het verhaal tot een goed einde hebben gebracht. U bent dus gewaarschuwd: het is even doorbijten maar dan hebt u ook iets. Een prachtverhaal over goed en kwaad, atheïsme en theïsme, pro en contra en vooral een geweldig pleidooi om voor jezelf op zoek te gaan naar wat het leven de moeite waard maakt. Zonder beperkingen.

Sterren ****

ISBN: 9789493304178

Uitgeverij: Pluim 

Ook verschenen op Bazarow  

 

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *