Ilja Leonard Pfeijffer – Monterosso mon amour

Ode aan het Fabula Rasa

De flaptekst van dit boekenweekgeschenk 2022 stelt de vraag: “Wordt ontevredenheid tevredenheid als je je erbij neerlegt?” Een tot nadenken stemmende vraag, niet de enige in dit grappig/filosofische verhaal-in-een-verhaal-in-een-verhaal. En dan moeten we nog beginnen met lezen.

Als we dat doen, treffen we Carmen, een diplomatenvrouw. Zij leeft samen met haar man Rob die vrijwel geen raakvlak met haar deelt:

“Inmiddels kan Carmens echtgenoot in de rust van zijn vervroegde pensioen terugblikken op een teleurstellende carrière en Carmen zelf op talloze potjes tennis met de andere ambassadeursvrouwen en de ontdekking van sherry.”

Maar Carmen is niet ontevreden met haar bestaan in de middelgrote Nederlandse gemeente L***, waar ze in de Openbare Bibliotheek werkt aan culturele evenementen. De Boekenweek is zo’n evenement, en Carmen haalt een Bekende Schrijver, een zekere Pfeijffer, naar Nederland voor een optreden in de bibliotheek: 

“Hij is in vol ornaat gekomen, in de een donker pak met krijtstreep, blinkende manchetknopen, barokke ringen, een stropdas die bij zijn sokken kleurt en een dasspeld met nepparelmoer. Hij ziet eruit als de directeur van de botsautootjes.”

Dat optreden en vooral die ontmoeting is spannend, want zij heeft met hem in de klas gezeten op de Petrusschool. In zijn ‘Brieven uit Genua’ noemt Pfeijffer haar zelfs ‘het mooiste meisje uit de klas.’ Zal hij haar herkennen?

Na de desillusie gunt Carmen zichzelf een reis naar Monterosso, Italië. Ze heeft daar een jeugdvakantie met Antonio doorgebracht die diep in haar geheugen geëtst staat: zon, halfnaakte lichamen, zee, kussen onder water. Aangekomen op dat strand van vroeger, stuurt ook hier de kale werkelijkheid van het rotsige strand haar pijnlijk terug naar het al even kale heden. Terug naar Nederland kan ze niet, omdat een zeker virus is uitgebroken en de Italiaanse regering de avondklok heeft ingesteld. Daarbovenop brengt de ontmoeting met de door haar gastvrouw opgeduikelde Antonio teleurstelling – die dan weer omslaat in iets toch best plezierigs.

Pfeijffer zet het verhaal met duidelijk plezier in uitbundige pennenstreken uit, schmierend, fabulerend, rondjes draaiend om gebeurtenissen, repeterend en dan toch weer het verhaal oppakkend. Het thema van de eerste liefde is de spil; de uitwerking is het verhaal, dat spelenderwijs uit de lucht geplukt kan worden, het hangt daar voor iedereen die dat wil. Mooi is ook de zelfspot als de heldin in het vliegtuig uiteindelijk naast de door haar bewonderde schrijver komt te zitten:

“Ze kan het niet geloven. Ze zit naast hem.

Hij herkent haar niet. … Hij heeft zijn zonnebril nog steeds op en lijkt in gedachten verzonken. Dat doet hij toch wel goed, moet zij toegeven, die air van sereniteit en autonomie, alsof hij wil uitstralen dat een groot man aan zijn eigen gedachten genoeg heeft.”

Hadden we de titel al geduid? Nee, maar dat kan gerust achteraan in plaats van vooraan. ‘Monterosso mon amour’ heet het – een verwijzing naar ‘Hiroshima mon amour’ wellicht, een film uit 1959. In die film zoeken twee mensen naar wat nu eigenlijk ‘echt’ is, tegen de achtergrond van de met een atoombom verwoeste stad Hiroshima. In dat verhaal lopen plaatsen en tijden, net als in dit verhaal, dwars door elkaar, en is liefde de verbindende factor.

Hoe dan ook, dit is zowel een vrolijk wervelende ‘histoire d’amour’ als een ‘trip down memory lane’. Ga dat lezen mensen!

ISBN: 9789059658783

Uitgeverij: CPNB

Ook verschenen op De Leesclub van Alles en Tiktok  

 

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *