Jo Komkommer – Opkomst & ondergang van de Citroën Berlingo

Avonturen met een lach en een traan

Van Jo Komkommer had ik nog niet gehoord – van een Citroën Berlingo wel. Aan die goudkleurige zowel bestel- als personenauto waarmee mijn vrouw en ik half Europa hebben doorgebuffeld, heb ik sterke herinneringen. Daarin sta ik niet alleen, blijkt als ik het verhaal met de Franse auto in de hoofdrol lees. Ook bij Jo zijn de herinneringen lucide genoeg om ze te boek te stellen.

Avontuurlijk, met een jeugdig naïeve kijk op het leven, gaat de jongere Jo het bestaan te lijf. Voor hem geen doorsneebaantje, geen kantoor met een systeemplafond waar je achter je stalen bureau verzekeringsformulieren moet beoordelen in een kantoorpand langs de snelweg, geen hersendode personeelsfeestjes met te warme bubbels, en ook geen baan in de diamantairsbranche van zijn in België vermaarde opa. Jo zoekt het verderop. In het buitenland, zo ver mogelijk weg.

Die urgentie begint al in zijn jeugd. Samen met boezemvriend Tom brengt hij nachtenlang door met ‘Nebraska’ van Bruce Springsteen op de speakers. Het gruizige stemgeluid van The Boss lonkt naar onbestemde verten, avontuur en vrijheid. Plichtmatig werkt Jo een paar McJobs af, tot hij als reisleider zijn draai vindt en over de halve wereldbol zijn rusteloze aard kan uitleven.

Fraaie afgeronde geschiedenissen zijn het, Jo’s verhalen. In sappig Vlaams lezen we over de grootouders ‘bompa’ en ‘bobonne’, over niet te negeren joodse familietradities, over gelukszoekers en over toeristen; fraaie kleurrijke schilderijtjes van kleine levens. Gelardeerd met een onstuitbare drift om steeds weer het allerbeste uit het leven te halen, ook als weer een avontuur was geëindigd. Optimisme en bravoure zijn nooit ver weg:

“Niet lang nadat ik op het treinstation van Florence de dochter van een Florentijnse graaf een afscheidskus had gegeven, nam mijn leven een vreemde wending. Was het grootheidswaanzin, aangestoken door de kracht van de liefde? Wat er ook van zij, ik besloot aan de universiteit van Antwerpen de studie post-graduate in applied Business Economics aan te vatten, met in het achterhoofd de gedachte: als ik de taal van de zakenwereld eenmaal machtig ben, keer ik terug naar Florence, richt een handelsimperium op, trouw met mijn toenmalige eeuwige liefde en ga elke dag uit lunchen met bevriende captains of industry om over de vakbonden te zeuren.”

De stijl is een curieuze mengeling van nostalgie, ironische humor en niet altijd succesvolle bravoure. De spanningsboog laat hier en daar wat ruimte voor verbetering, maar hé, het avontuur moet ook ruimte krijgen. Het helpt dat de schrijver een aantal avonturiers opvoert. Die lopen soms een stukje mee in zijn eigen bestaan, maar nemen regelmatig een afslag te vroeg of gewoon een slechte beslissing, zodat ze ergens in een afbladderend hotel eindigen. Andere maten hebben hogere doelen, zoals bijvoorbeeld een masterplan bedenken om op een geheel nieuwe manier ijs te maken in een warm buitenland. Vervolgens die methode te introduceren, de hele ijshandel op alle stranden van dat buitenland overnemen en daarmee puissant rijk worden is dan helaas net een paar voetstappen te ver.  

Een grappig, onderhoudend boek is het, met alle avonturen die jij en ik nog niet durfden te ondergaan. Niet alle vertellingen zijn even interessant en de stijl is af en toe iets te opzichtig richting humor geduwd, maar daar staan de gelukkig weer onnadrukkelijke, vriendelijke lessen des levens tegenover.

Sterren ***

ISBN: 9789022338254

Uitgeverij: Manteau

Ook verschenen op De Leesclub van Alles en Tiktok

 

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *