Carry Slee – Moederkruid

Als je moeder anders is

Carry Slee heeft geen introductie nodig. Met de miljoenen boeken die ze schreef, is ze misschien wel de meest bekende kinderboekenschrijfster in ons landje. Kasten vol prijzen won ze met haar boeken, een aantal daarvan zijn succesvol verfilmd en als je haar oeuvre bekijkt, heeft ze zo ongeveer alle leeftijden bediend waarbinnen kinderboeken vallen. Met een intimiderende productie is ze in kinderboekenland een begrip, zie ook haar nieuwste titel Fake!.  

Maar ze schreef ook drie ‘volwassen’ boeken, een uitzondering op haar specialisme kinderboeken. De eerste is ‘Moederkruid’, waarin Slee subtiel de problemen aankaart die kinderen met hun ontspoorde ouders kunnen hebben. En dat doet ze goed. ‘Het meisje en haar zusje’ zijn hier de kinderen die tevergeefs de eigenaardige gedachtesprongen van hun ouders proberen te duiden. En/of in de praktijk te brengen. Niet simpel, want dat gedrag spoort absoluut niet met wat ‘gewone’ ouders doen.

Papa is het flierefluiter-type. Hij is een vrije jongen, altijd goedgehumeurd, elke minuut op zoek naar manieren om geld te verdienen. Zijn beroep is kleermaker, maar al snel gaat hij failliet. Daardoor moet het gezin naar een andere buurt verhuizen, waar ze – volgens hun moeder – veel te goed voor zijn, zodat de kinderen zich met niemand mogen bemoeien. Het gevolg is desastreus: het gezin en dus ook de kinderen worden door de buurt genegeerd, soms zelfs uitgekotst, wat een voor de hand liggend effect heeft: ze worden buitenstaanders.

De figuur in het boek die de meeste bevreemding oproept is de moeder. Zij reageert wel heel sterk – en raar – op normale situaties. Neem de verhuizing: ze komen in een nieuwe buurt te wonen:

“’Daar ben ik mooi klaar mee,’ zei mama. ‘Deze hele buurt is één grote bacteriehaard.’ Ze ging de strijd aan. Hygiëne, daar ging het om…Mama had nog meer bedacht: handen wassen. Als we nog op de deurmat stonden, draaide ze de kraan al open…

Ik ging bij Olga spelen, een meisje van de overkant.

‘Denk erom, waarschuwde mama, ‘je gaat daar niet op de wc-bril zitten. Als er iets gevaarlijk is, dan is het de wc-bril wel. Het wemelt er van de bacteriën.. Je kunt er de ergste ziektes van krijgen, en daar is geen enkel medicijn tegen bestand…’

‘Maar Olga dan en de andere kinderen in de straat?’ vroeg ik. ‘Waarom worden die dan niet ziek?’

‘Die kinderen liggen al vanaf hun geboorte in het vuil,’ zei mama…’

Als de meisjes terugkomen, heeft de oudste per ongeluk toch op de wc-bril plaatsgenomen.

Ik bleef staan. ‘Ik heb buikpijn.’

‘Je hebt daar toch niks gegeten?’ vroeg mama geschrokken.

Ik schudde mijn hoofd.

‘Wat heb je dan? Zeg op, wat is er gebeurd?’ Mama schudde aan mijn arm.

‘Ik ben op de wc-bril gaan zitten.’

‘Jezus Christus nog aan toe!’ Mama liep met haar handen in haar haren door de gang heen en weer. ‘En ik heb je nog zo gewaarschuwd. Denk erom dat je hier niet naar de wc gaat, ik moet eerst iets kopen om de boel te ontsmetten, anders krijgen wij het ook. Je weet hoe bevattelijk ik ben, als ik ziek word is het jouw schuld.’”

Dit ietwat lange (sorry!) citaat geeft exact de verhoudingen aan tussen de onwetende kinderen en de gestoorde, emotioneel chanterende moeder. Slee laat haast achteloos zien hoe vertwijfeld de meisjes zich staande proberen te houden in de krankzinnige wereld van mama. En hoe ze onvermijdelijk toch een tik van de mallemolen mee krijgen.

Slee levert zoals altijd een mooi maar in dit geval ijzigwekkend verhaal. Als dat ook nog – na speurwerk achteraf – autobiografisch blijkt te zijn, stijgt de waardering voor haar als schrijfster. Ze zet een realistisch verhaal neer dat kippenvelopwekkend genoeg waar gebeurd is. Wat een jeugd – die wordt vervolgd in Dochter van Eva en De toegift.

Sterren: ****

ISBN: 9789044600087

Uitgeverij: Prometheus

Ook verschenen op De Leesclub van Alles 

 

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *