Carry Slee – Dochter van Eva

Is er nog vreugd na een gefnuikte jeugd?

Na het succes van Moederkruid pakt Carry Slee door met een tweede deel. ‘Dochter van Eva’ is een vervolg op het leven van de in een betreurenswaardige positie verkerende kinderen in een dysfunctionele familie, die we in deel 1 leerden kennen. De aan wanen lijdende moeder speelt nog steeds de hoofdrol.

Ook de situatie in het huis van ‘Moederkruid’ is nog precies hetzelfde. Of nee, het is erger geworden. De het hele huishouden geestelijk mishandelende moeder zorgt er nog steeds voor dat de kinderen (niet de vader, die lapt alles aan zijn zorgeloze laars) elke dag een vers schuldgevoel krijgen. Waarom? Omdat mama zich niet lekker voelt, of een invasie van marsmannetjes vreest, of eigenlijk de algehele buitenwereld als directe bedreiging ervaart.

De directe stijl zorgt ervoor dat wij lezers de grillen van die moeder onuitwisbaar ingeprent krijgen. Er staat geen woord teveel, heel subtiel wordt duidelijk hoe zwaar het schuldgevoel is dat de moeder de kinderen oplegt, een deken van zwaarmoedigheid die als dikke modderige smurrie van de bladzijden afdruipt.

De dochter van Eva voert, net als in deel 1, een dagelijks gevecht om zichzelf staande te houden. Ze is ouder, een puber al, maar haar moeder leunt zo zwaar op haar dat het vrijwel onmogelijk is om zelfs maar een stukje ruimte voor zichzelf te creëren, laat staan de mogelijkheid te benutten om te leren, te ontwikkelen, te ontsnappen aan dit zuigende zwarte gat.

Wat ook niet helpt is de losbollige vader, die hosselend zaakjes opzet en weer failliet laat gaan, oog heeft voor iedere mooie vrouw, maar voor zijn eigen gezin minimale aandacht heeft. De school, de buurt, de familie accepteert dit buitenissige gezin niet. Zelfs potentiële vrienden maken na één bezoekje beleefde excuses om niet meer te hoeven komen.

Onze heldin is op zichzelf aangewezen. Maar ze vecht terug. Onbewust in eerste instantie en onderhuids, maar allengs meer openlijk, zeker als ze een vriend krijgt: Arnoud.

Samen gaan ze steeds meer uithuizig, want studerend. In die nieuwe vrijheid ontdekt ze dat ze studeren leuk vindt, schrijven eveneens, en niet te vergeten seksualiteit, wat inventieve zelfbevredigingsscènes oplevert. Ze maakt zich zachtjes los van haar verstikkende milieu, op zoek naar een nieuwe moeder.

Tegen het eind van het boek gaat ze nog een keer thuis langs:

“Mama was boos toen ik langskwam, omdat ik lange tijd niks van me had laten horen.

Papa zat achter de krant en zei niks.

Ik vertelde dat het kwam omdat ik voor mijn eindexamen was gezakt.

‘Ik had niet anders verwacht,’ zei papa.

‘Je zult je hele leven wel overal voor zakken,’ zei mama, ‘net als je vader. Dat hoeft toch niet te betekenen dat we je nooit meer te zien krijgen? Het lijkt wel of je geen ouders hebt. En het ergste is nog dat ik van jou afhankelijk ben. Je dacht toch niet dat ik naar jou toe kan komen? Als ik al die trappen op moet kan ik mijn benen wel meteen inzwachtelen.’”

Dan is het samenzijn met haar nieuwe vriend Arnoud hoopvoller. Hij leest haar lievelingsgedicht voor van Baudelaire. Dat klinkt goed genoeg om een relatie aan te gaan. Toch? Wordt vervolgd in De toegift. En als je na deze bio’s zin hebt, is er nog de bespreking van haar nieuwste kinderboek Fake!.  

Sterren: ****

ISBN: 9789044602098

Uitgeverij: Prometheus

Ook verschenen op De Leesclub van Alles 

 

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *