Martijn Knol – De lange adem

Het leven is een feest maar hang vooral zelf de slingers op

Met de – soort van – tegeltjeswijsheid hierboven komen we qua samenvatting van dit epos een heel eind. Martijn Knol laat zien dat het leven de moeite waard is als je er zelf wat van maakt. Tezelfdertijd poneert hij dat je niet hoeft te verwachten dat het één bruisende champagneparty is. Ingewikkelder dan dat wordt het niet. Langer wel. Om deze statements te maken gebruikt hij exuberant veel woorden.

Maar dat weet Knol zelf ook. Tussen de tekst van het verhaal door laat hij door een buitenstaander commentaar leveren op die tekst:

“‘Jij vindt dit een lekker leesbare tekst?’

 ‘Als je een willekeurige klassieke roman kritisch bestudeert, ontdek je dat alle alinea’s eigenlijk lukraak onder elkaar staan… zelfs tussen zinnen of tussen woorden onderling heerst geen greintje samenhang… Coherent proza is een illusie… Probeer voor je plezier eens een wetenschappelijke publicatie van een geschoold logicus te lezen: na een halve pagina schreeuw je, tenzij je wiskunde B in je pakket hebt gehad, al om een wilde, slordige, associatieve, levende tekst. Hoe minder coherentie, hoe beter, echt. Wat heeft wat dan ook überhaupt met wat dan ook te maken, weet je wel? Grote kunst moet consequent inconsequent zijn.’

 ‘Volgens mij ben jij in dit gesprek gestopt om ’t standpunt van de schrijver te vertolken. Ik vind dit ’n zieke, misvormde roman.’

 ‘Het is geen schande om je onveilig te voelen in een boek, hoor… Weet je, de “gebeurtenissen” in ’n tekst doen ’r niet toe… de tekst zelf moet ’n gebeurtenis zijn.’

 ‘Ja hoor… niet zeuren over je bloempotkapsel, ’t gaat om de knipervaring… Sudden Death van Álvaro Enrigue, ken je dat?’

 ‘Nee, is ’t goed?’

 ‘Beter dan dit.’

Lezend met een tabula rasa, moeten we helaas beamen dat bovenstaand commentaar niet gespeend is van realiteitszin. Dit boek laat zich zeker niet lekker weglezen. Natuurlijk is dat geen verplichting, als daar voldoende diepere wijsheid tegenover staat. Maar behalve een continue belichting van de karakters, levens, verschillen en uiteindelijk overeenkomsten tussen de twee hoofdpersonen Roman en Robbert, lijkt de schrijver er niet op uit om iets anders duidelijk te maken dan dat ieder zijn eigen leven leidt, het één levendiger en opwindender dan het andere. En dat vult onze afgrond niet, niet voldoende. Er is meer nodig dan ellenlange springerige gedachten over het wel en/of wee van de twee hoofdpersonen.

Nu we het daar toch over hebben: hoofdpersonen. We hebben Robbert, beveiliger bij een groot warenhuis á la de Bonneterie. Zijn taak is de cliënten die verdacht gedrag vertonen, in een vroeg stadium laten weten dat hij ze in de smiezen heeft. Dat betekent: naar de verdachte persoon slenteren, een praatje met hem/haar aanknopen en laten doorschemeren dat diefstal vervelende consequenties kan hebben. 

De ander is Roman, de snelle jongen die eerst reclamebureau Branie en later Les Giraffes leidt. Hij heeft charisma maar ook een slordigheid die hem zelf nog het meeste in de weg zit. Toch is hij als een vis in het water in de reclamewereld en daardoor ook succesvol, rijk, gewild bij de vrouwen. Borrelend van energie en ideeën dartelt hij, altijd tuk op een nieuw idee, een inval, een campagne, een meesterzet.

Knol spant zich in om de levensloop van deze beide protagonisten beeldend te vertellen. Ze volgen elk hun carrière pad. In eloquent geneuzel over beurtelings het ene en het andere mannetje worden diepe gedachten gedeeld, avonturen met verdachte klanten in het warenhuis beleefd, hemelhoge opdrachten voor het reclamebureau verworven, maar er komt geen conclusie, geen deus ex machina.

Of het moet het oprichten zijn van de Partij voor de Toekomst: ‘Na regen komt zonneschijn’. Naar voorbeeld van de populisten anno 2020, een fraaie persiflage op het huidige tijdsgewricht. Compleet met blatende lulkoek en de kritische journalist Sokkelman die tevergeefs de holle frasen van feitenvrije politiek aan de kaak probeert te stellen. We zijn verdoemd, lijkt Knol te willen zeggen, maar laten we schaterlachend ten onder gaan.

Sterren: ***

ISBN: 9789028427426

Uitgeverij: Wereldbibliotheek

Ook verschenen op De Leesclub van Alles 

 

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *