Johan Andersen – Zonder genade

Goed ingevoerde politiethriller

‘Zonder genade’ is geen bijzonder originele thrillertitel. Zijn niet alle seriemoordenaars, terroristen en andere slechteriken in spannende verhalen met de karaktereigenschap ‘zonder genade’ behept? Ondanks die flauwige titel is dit toch een prima pageturner. Johan Andersen heeft een sterke opvolger geschreven van zijn eerste ‘Dodenstoel’.

Wat is er aan de hand? Aanslagen zijn er aan de hand, aan de lopende band zelfs. Vier doden liggen slordig verspreid op een industrieterrein in Zaandam. Niemand weet precies waarom. Een autobom explodeert middenin Amsterdam, wat niet plezierig is voor de plaatselijke populatie. Een groepering eist die aanslag op: De Discipelen van De Brandende Dageraad. Ze willen wraak nemen op Nederland en dat is iets om serieus te nemen, hoe vaag het ook klinkt. Er zit een meesterbrein achter, toepasselijk ‘De Jakhals’ geheten.

Het speurneusduo (sinds het eerste boek) Panka en Hamer kan aan de slag. En rap een beetje, want De Jakhals is van plan zeer binnenkort een nieuwe aanslag te plegen. De race tegen de klok begint, adequaat aangejaagd door Andersen. Hij geeft een voelbaar gevoel van urgentie aan de tekst, waardoor het verhaal meteen als een spaceshuttle van de grond komt.

De twee speurneuzen, de ene een onvoorspelbare houwdegen, de ander een volgens de regels werkende politiefunctionaris, hebben een haat/liefde verhouding. Dat zorgt voor het broodnodige conflict tussen de good guys. Plezierig om te lezen en het maakt hun verhouding natuurgetrouw. Al kissebissend leggen ze de bewijzen bij elkaar en proberen er chocola van te maken.

Opvallend goed weet Andersen de beide milieus te schetsen. Politiefunctionaris Panka moet haar werk doen in morsige politiebureaus met barre koffie, voor de voeten gelopen door foutlollige collega’s. Ex-commando Hamer (what’s in a name?) is meer van het doorpakken met stevige hand, en laat dat ook zien door indien nodig een te opdringerig boefje met een welgemikte vuistslag uit te schakelen. Hier wordt hij door wat boeven vastgepakt en zorgt voor repercussie:

“Hamer had er niet op gewacht. Nadat zijn voet doel had getroffen, zette hij zijn voeten plat op de grond, wierp zich voorover en trok zijn armen met kracht los. Daarna rechtte hij zijn rug en wierp in een en dezelfde beweging zijn twee ellebogen op schouderhoogte naar achteren. Hij trof doel met dof gekraak. Beide mannen vielen als een steen naar de grond, waar ze kermend en rochelend bleven liggen. De man de hem geslagen had, deed een poging om overeind te komen. Hamer gaf hem een korte, harde trap tegen het hoofd, waardoor hij geluidloos ineenzakte. Hij sleepte de man binnen het bereik van het licht van de dichtstbijzijnde lantaarnpaal. Het was inderdaad een van de bouwvakkers, zijn rode snor nu bevlekt met braaksel.”

Hamer en Panka worstelen zich ruziënd maar wel samenwerkend van de ene aanwijzing naar de andere misleiding en bouwen intussen aan een steeds vollediger profiel van de mogelijke aanslagpleger. Het is een verdienste van Andersen dat het verhaal niet gaat vervelen of ongeloofwaardig aanvoelt. Dit is, ondanks die titel, toch een volwaardig spannende roman.

Sterren: ***

ISBN: 9789402704969

Uitgeverij: HarperCollins

Ook verschenen op De Leesclub van Alles 

 

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *