Gerda Blees – Wij zijn licht

Sektarisch ontsporen voor gevorderden

Enig succes is de pas recent aan het literaire circus deelnemende Gerda Blees niet vreemd. Ze publiceerde in 1985 de verhalenbundel ‘Aan doodgaan dachten we niet’, die flink de aandacht trok. Haar poëziebundel ‘Dwaallichten’ werd genomineerd voor de C.Buddingh’-prijs. Dit boek ‘Wij zijn licht’ won de Boekhandelsprijs, de literatuurprijs van de Europese Unie 2021 en staat op de shortlist van de Libris Literatuurprijs 2021.

Oké, die Libris prijs is gewonnen door een indrukwekkende opponent. Laten we ter compensatie dit verhaal dan maar indienen voor de Booker Prize en het opnemen in een verplichte extra module voor beginnende schrijvers: ‘visualiseren vanuit ontelbare hoeken’. Want ja, dit is wel wat.

Het verhaal is ogenschijnlijk simpel. In Woongroep Klank en Liefde besluiten de vier leden te gaan leven van licht en liefde, en stoppen met eten. Eenvoudige beslissing, grote gevolgen. Dat het fout gaat is een kwestie van tijd: de oudste bewoner Elisabeth overleeft het nieuwe regime niet en de rest van de woongroep is opeens verdachte in een strafzaak.

Blees beschrijft de sfeer in de woongroep goed. In het begin is alles ‘normaal’: gewoon vier mensen die streven naar een betere wereld. Al snel komen de manipulaties, geestelijke chantage, intimidatie en groepsdruk die bij een sekte horen naar boven, niet zo radicaal als Charles Manson of Scientology maar zoals uit het snel verhaal blijkt toch best dodelijk.

Het briljante hier is dat Blees de perikelen in de woongroep niet lineair laat zien. Ze vertelt het steeds vanuit een ander perspectief. Daarnaast is de taal die ze gebruikt precies, poëtisch soms zelfs, met woorden die elkaar versterken in zinnen die een huwelijk met elkaar aangaan.

Het eerste perspectief: “Wij zijn de nacht. Wij brengen duisternis en dronkenschap, kattengevechten, slaap en slapeloosheid, seks en sterfgevallen. Wie in alle rust wil sterven, zonder al te veel gedoe en drama, zal dat bij voorkeur doen in ons, de nacht, terwijl de aankomende nabestaanden slapen…”

Het tweede perspectief: “Wij zijn de plaats delict. Nog niet zo lang geleden waren we gewoon een huis … Maar sinds er iemand in ons is doodgegaan en de politie is gekomen, heten wij plaats delict.”

Een ongebruikelijk procedé dat een verfrissend ‘ronde’ kijk op de gebeurtenissen geeft. Een afwisselende kijk ook, soms meer en soms minder geslaagd. Zo is “Wij zijn de sinaasappelgeur” wat vergezocht en moet de schrijfster moeite doen aansprekende voorbeelden te geven, maar “Wij zijn de ouders” door de intieme band met hun in nood zijnde kinderen weer erg goed. Ander voordeel van deze aanpak: de lezer glijdt met boter en suiker de onderlinge verhoudingen in. En beleeft dus de tragedie maximaal.

Eén citaat nog, voor de mooi.

“Wij zijn het lichaam van Elisabeth… Wij begrijpen het allemaal best, maar prettig is het niet, deze kou.

Daarentegen is het wel heel prettig dat we nu in handen zijn van de meest gepassioneerde patholoog van het forensisch instituut, Theo van den Lijstbeek …

De blik die hij op ons werpt is onvergetelijk. Met zoveel begeerte is er in ons leven nog nooit naar ons gekeken. Als we nog konden bewegen zouden we nu beven van geluk, maar helaas kunnen we nu alleen maar bewegingloos blijven liggen…”

Sterren ****

ISBN: 9789057590009

Uitgeverij: Podium

Ook verschenen op De Leesclub van Alles en Tiktok

 

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *