Franka Treur- De golf

Het bestaan in korte toneelstukjes

Lang geleden dat we Franka Treur lazen. ‘Dorsvloer vol confetti’ was dat, haar afrekening met het geloof. In dat verhaal kwam geen keiharde breuk voor met obstinate stellingen en harde woorden. Integendeel: ze beschreef de Zeeuwse strenggelovige gemeenschap waar ze in opgroeide liefdevol, alsof ze de denkrichting die ze zelf niet meer wilde volgen, niet veroordeelde. De taal was prachtig zacht en toch puntig.

Die taal vinden we terug in ‘De Golf’, haar nieuwste ‘boek’. Dat woord staat inderdaad tussen aanhalingstekens, want hoewel de tekst in ‘De Golf’ tussen twee kaften in een bundel gelijmd papier met een hippe omslag is geperst, zijn het eigenlijk columns die ze al eerder publiceerde. De uitgever meldt het discreet: ‘Een groot deel van dit boek verscheen eerder in enigszins bewerkte vorm als feuilleton in NRC Handelsblad.’

Hindert dat? Nee, want niet iedereen heeft een abonnement op de kwaliteitskrant, bovendien is een boek wel zo handzaam. En het belangrijkste: ze schrijft gewoon goed. Treur heeft het talent een hele tragedie in een paar woorden neer te zetten.

In ‘Spijbelen’ heeft Bruno – de partner van verteller Loes – plannen om met de woonboot waar ze op resideren, te gaan varen. Ooit. Als dat eens nodig mocht zijn. Wellicht. Waarschijnlijk. Misschien. Hij gaat naar zwager Rens om te praten. Er is namelijk iets dat hem van dat voornemen weerhoudt. Een moeilijk benoembaar ding, een emotie misschien. Iets dat in de buurt komt van …

“’Dus je wilt varen zonder vaarbewijs?’ concludeert Rens.

‘Ik wil oefenen,’ zegt Bruno. ‘Ik moet gevoel voor die boot krijgen. De papierwinkel, de examens, ik ben ermee bezig, maar het duurt me te lang. Straks is de nood aan de man en zit ik op een boot waar ik de knopjes niet weet te zitten. Als iemand mij dat kan leren, ben jij het.’

‘Hoe bedoel je “straks is de nood aan de man”?’

‘Nou ja, bij wijze van spreken,’ zegt Bruno. ‘Ik vertrouw het niet met de tweede golf.’

‘De tweede coronagolf? Wil je wegvaren als die komt?’

‘Als het te erg wordt, ja.’

‘En wil Loes dat ook?’ Door de hete koffie staat het zweet nu op zijn bovenlip.

‘Weet je, ik wil alleen maar de mogelijkheid hebben. Dan voel ik me beter, snap je? Het bevalt me niet, een schip dat ik niet snap.’

‘Sorry,’ zegt Rens. ‘Je kan me nog zo dwingend aankijken, maar ik ben afgekeurd. Ik mág het niet.’

Zijn hele lichaam schudt nee. Het is niet te zien waar zijn ziekte ophoudt en waar zijn antwoord aan Bruno begint.”

Behalve een prachtige observatie van onzekerheid, geeft dit stukje een tijdsbeeld van de 2021-pandemie en de angstaanjagende sfeer daarvan. Altijd handig voor de geschiedschrijving, maar daar gaat het hier niet om. Dit hele boek zit vol glinsterende kleine portretjes die een frons van ergernis of een glimlach van herkenning oproepen. Appetijtelijk leesvoer.

 

ISBN: 9789044648706

Uitgeverij: Prometheus

Ook verschenen op De Leesclub van Alles en Tiktok

 

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *