Herman Koch – Een film met Sophia

A la recherche du jeunesse perdu

Filmregisseur Stanley Forbes voelt de tijd, en ook zijn tijd, langzaam aan zich voorbij trekken. ‘Je wordt ouder papa, zou Peter Koelewijn zingen, geef het maar toe.’ Dat laatste is een beetje moeilijk voor Stanley. Hij wil nog altijd scoren met zijn films. Bewondering oogsten. Aandacht trekken. En dat gaat met deze laatste film die hij met Sophia gaat maken, zeker lukken.

Sophia is een zeventienjarige schoonheid die alleen al met haar ogen elke show steelt. En nu dus de draagster is van Stanleys film. Zelfs als die vervelende sterallure-acteur Michael Bender de hoofdrol speelt, zal Sophia schitteren. Vol goede plannen begint Stanley de film te draaien. Maar dan.

Ja dan. Dan zijn wij lezers 200 bladzijden met hoogst vermakelijk proza verder. We lezen over de vorige film van Stanley die handelde over de bekende schrijver Karl Hermans, en de sullige titel had: ‘Karl Hermans – een schrijversleven.’ Vilein merkt Koch op dat de titel ‘bekende schrijver’ anno nu al erg over de houdbaarheidsdatum is, en dat er weinig meer schrijnend is dan iemand die nog altijd in de veronderstelling leeft dat hij een bekend persoon is. Terwijl bij navraag bijna niemand hem meer kent. Gelukkig voor de personen die zich aangesproken voelen, noemt hij geen namen.

Die steken onder en boven water maken een Koch-boek altijd een feest om te lezen. Dat, en de politiek incorrecte, recalcitrante meningen. Zo moet het Nederlandse filmlandschap het ditmaal ontgelden:

“De filmmaker in Nederland is als de wesp die het colaflesje binnenvliegt maar de weg terug door de smalle halsopening nooit meer zal vinden. Die zal alleen nog aangepaste films maken, waarin de beste scènes met een zwarte sticker zijn afgeplakt, of nog waarschijnlijker: nooit zijn gedraaid, omdat de deskundigen die zich over de scenarioaanvraag buigen die scènes allang hebben geschrapt.”

Of dit: “Als een Nederlandse acteur verbazing wil uitbeelden, spert hij zijn ogen open. Als hij wil doen alsof hij nadenkt, fronst hij zijn wenkbrauwen. Die frons is genoeg, denkt de acteur, het publiek begrijpt wat er wordt bedoeld. Dit is de van-dik-hout-zaagt-men-planken-beeldtaal…. De acteur zou ook kunnen nadenken. Dat zouden ze hem of haar kunnen leren op de theaterscholen: hoe je door na te denken suggereert dat je nadenkt. Nu leren ze alleen hoe je een stem als een misthoorn moet opzetten om zo ook nog de achterste rijen in de schouwburg te bereiken.

Terug naar Stanley. Die heeft na talrijke omzwervingen zijn film, zijn magnum opus met muze Sophia eindelijk opgenomen en hoeft nu alleen nog maar na te bewerken. De sleutelscene van de film is die bij het operagebouw van Sydney – dat wereldberoemde gebouw met die rij betonnen schelpen op z’n rug – waar hij Sophia laat kijken naar vechtende vogels. Ze vechten om halflege hamburgerdoosjes:

“Dat was wat ik wilde laten zien: dat het er niet om gaat wat je bezoekt maar om wat je op dat moment ziet… Het operagebouw had op dat gebied niets nieuws meer te bieden, nog minder in de ogen van een meisje als Sophia dan in die van een oude man als ik.” Het is niet onmogelijk dat we hier de parallelle sleutelalinea van het boek lezen.

ISBN: 9789026353048

Uitgeverij: Ambo/Anthos

Ook verschenen op De Leesclub van Alles en Tiktok

 

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *