Bette Westera & Annemarie van Haeringen – Toen Thor het nog liet donderen

Noordse mythologie in nieuwe taal
Het is een verhaal dat een majestueus boek verdient, de mythologie van de Noren. Dat moet de onnavolgbare Bette Westera zich gerealiseerd hebben toen ze deze geschiedenis op papier zette. Annemarie van Haeringen maakte er minstens even majestueuze tekeningen bij, en wij hebben het geluk dat we die combinatie mogen lezen.

Bette Westera
Dat is geen straf. De avonturen van de goden van het hoge noorden doen niet onder voor andere grootse verhalen in de wereldliteratuur. In vogelvlucht komen hier heldhaftige verhalen langs over oppergod Odin, dondergod Thor, en bad guy Loki. Met z’n allen leven ze in Asgaard en zijn best tevreden, totdat…
de Zwartjurken op het toneel verschijnen. Die belijden een heel ander geloof, en hebben een voorganger die water in wijn kan veranderen. Intussen gaat het leven door:
“In de bibliotheek van het koninklijke paleis krijgt de dertienjarige kroonprins Hakon les van zijn IJslande geschiedenisleraar Snorri Sturluson. Gehoorzaam dreunt hij het rijtje koningen van Noorwegen op dat hij de dag daarvoor uit zijn hoofd heeft moeten leren.
Erik Bloedbijl – 931 tot 933 na Christus,
Hakon de Goede – 933 tot 961 na Christus,
Harald Grijshuid – 961 tot 976 na Christus,
Harald Blauwtand – 976 tot …’
Beng! Er wordt er op de deur geklopt…
Een tengere Zwartjurk stapt de kamer binnen. ‘Een gezegende middag samen,’ zegt hij beleefd. ‘Ik ben van de christelijke onderwijsinspectie. Aangenaam kennis te maken.’
Snorri geeft de man verbaasd een hand…”

Na deze inleiding gaat het boek de diepte in, te beginnen met de Edda. De prachtige tekeningen zijn van Annemarie van Haeringenn. We lezen verzen en verhalen over de goden van het Hoge Noorden, en hoe het allemaal begon. En natuurlijk hoe de Zwartjurken hun sombere visie proberen op te leggen aan de Noren. Gelukkig blijven die bij hun eigen leest:
‘Lang voor het jaar nul was er op de plaats die wij mensen kennen als onze wereld niets anders dan een bodemloos gat, een duistere diepte waaraan geen einde kwam. In dat Gapende Gat woei een ijskoude wind. Aan de ene kant van het Gapende Gat stond een Kolkende Ketel waaruit een bron opborrelde, die twaalf rivieren voedde…”
Met pijn in het hart moet ik het hierbij laten, beste lezer. Hopelijk wekt deze korte impressie uw/jouw leeslust op. Dit grondige prachtboek verdient het.
ISBN: 9789025780852
Uitgeverij Gottmer
Ook verschenen op Boekenkrant



Plaats een Reactie
Meepraten?Draag gerust bij!