Rónán Hession – Leonard en Hungry Paul

Rielekst leven

De hoofdpersonen in deze roman zijn niet bepaald heldhaftig of onverschrokken of zelfs ambitieus. Neen, de twee vrienden Leonard en Hungry Paul leven hun leven onopvallend. Dat bevalt ze prima, en zo willen ze het houden. Een vervelend punt is wel dat het leven zelf soms spaken in wielen steekt.

Een globale tijd- en plaatsbepaling: Leonards moeder is gestorven en hij blijft in haar/zijn huis wonen. Van zichzelf is hij nogal onhandig, vooral het als om vrouwen gaat. Zijn leven wordt er dan ook niet rustiger op als hij op zijn werk Shelley ontmoet.

Externe onvermijdelijke gebeurtenissen

Hungry Paul heeft een zeer rustig bestaan. De vriendschap met maatje Leonard is sterk maar wordt onvermijdelijk getest door externe gebeurtenissen. Hession schrijft in bedrieglijk gemakkelijke zinnen hoe het de boys vergaat.

Voor Hungry Paul begint een dag zo:

“Zoals meestal op maandag werd Hungry Paul wakker net voordat de wekker om zes uur af zou gaan. Zo’n drie op de vier maandagen werd hij door het postkantoor gebeldvoor een dienst als invalpostbode en moest hij naar het postsorteercentrum om de route van en katerige spijbelaar over te nemen; hij stond dus het liefst vroeg op om de telefoon snel op te kunnen nemen zodat zijn ouders er niet wakker van werden…

Hij ging naar de badkamer om de vieze ochtendsmaak uit te spugen en waste zich met een washandje, met extra aandacht voor het onderarmse en tussenbeense. Hij vond het altijd vreemd om naar zijn spiegelbeeld te kijken; dan wist hij weer hoe weinig ruimte hij in de wereld innam. Hij zag er meestal netjes uit, zeker in zijn postbode-uniform dat van al zijn kleding het dichtst in de buurt kwam van een pak…”

Een boek om te ondergaan

Dit is een boek dat je moet ondergaan. Het beste kun je alle vooroordelen die opkwamen (ja, had ik ook) in de sloot gooien en simpelweg de avonturen van twee mensen zoals u en ik zouden kunnen zijn, meemaken. Het is alsof je die blunders of kleine overwinningen die je in je eigen werk of privésituatie meemaakte, ook hier gedrukt ziet staan. Dat maakt een sterke verbinding met onze twee gewone mensjes.

De taal in het boek is eenvoudig maar weet de lezer met haakjes aan de gevoelens van de heren te linken. Daardoor ga je mee in de perikelen van de niet altijd even handige acties, die dan wel weer zo humoristisch zijn dat een grinnik je regelmatig ontsnapt. Een boek om op vakantie mee te nemen. Doen.  

ISBN: 9789028253025

Uitgeverij van Oorschot

Ook verschenen op Boekenkrant 

Femke Wijdekop, Lammert van Laan – Hoop in tijden van ecocide

Nicolaas G. Pierson Foundation – Hoop in tijden van ecocide

Don’t drill, baby
Dit boek is aan alle kanten een zwaargewicht. Het is groot, stevig en heeft één in-your-face boodschap: help onze wereld. Ecosystemen worden gesmoord in plastic vuilnis, oceaanwater raakt verzadigd met afgewerkte stookolie, koraalriffen krijgen vaten nucleair afval op hun kwetsbare bouwsels en ga zo maar door. Zoals we weten, is dat al eeuwenlang aan de gang zonder dat de ecomoordenaars zich iets aantrekken van verboden of regelgeving. Om dat te veranderen ligt dit boek nu voor ons. De vraag is alleen aan wie de boodschap gericht is. Burgers? Olieboormaatschappijen? Regeringsleiders? Aan iedereen dan maar.

Zo scherp stelt dit boek het niet. Door zoveel mogelijk eco-sympathisanten aan het woord te laten, kiest het de zachte aanpak. Dat lijkt mij niet dringend genoeg, maar oké, dit is de inhoud:

Ecocide strafbaar stellen
De subtitel van het boek is: “Inheemse, spirituele en religieuze gedachten over ecocidewetgeving.” Daarna scrollen we door een forse rij namen van sympathisanten en de 14 auteurs die dit boek schreven. Dan een voorwoord en introductie van Lammert van Raan. Hij maakte als lid van de Tweede Kamer een wet die ecocide strafbaar stelt.

Wat volgt, zijn dreigende perspectieven in de wereld zoals het Hindoeistische, het Islamitsche en West Papoea. Tenslotte lezen we het Faith for Ecocide Law Manifest dat pleit voor regelgeving.

De perspectieven in detail
Het interreligieuze perspectief neemt Mary Evelyn Tucker voor haar rekening. Dorine van Norren breidt dat uit met het artikel: “De Ubuntu, Buen Vivir en Boeddhistische geluksvisie op harmonie met de natuur.”

Dan de Sámí-visie: “De trommel is de hartslag van Moeder Aarde”, van Helene Lindmark. Die sluit aan op het Hindoeïstische zienswijze van Pujya Swami Chidanand Saraswati: “Van een hebzuchtcultuur naar een groene cultuur.”

Het Boeddistisch stuk is van Jamie Cresswell en Janine Lamb: “Het openen van een schatkamer aan mogelijkheden.”

Een Islamitisch artikel ontbreekt ook niet: Sjeik Abdal Hakim Murad brengt “Een herbetovering van onze visie op de natuurlijke wereld” naar voren. Het Joodse narratief sluit daarbij aan: Rabbi Yonatan Neril poneert: “Zorg dragen voor de schepping is de sleutel tot het ontvangen van de zegeningen van de Schepper.”

Katholiek dan, bij monde van Ian Carlos Torres Parra: “De gehele geschapen wereld bezit waardigheid”

Christelijk-Pacifistisch: “Het herweven van de ecologische mat” door James Bhagwan.

Raki Ap verwoordt het West-Papoea-perspectief: “Het enige wat je hoeft te doen, is het verhaal vertellen.”

Meer is te vinden in dit toch wat typische boek. Het draagt vooral heel veel hoop uit, op regelgeving, minder vervuiling en een schone planeet. Maar op welke manier dat afgedwongen moet worden blijft vaag.

Het sterkst blijft dit laatste credo overeind:

Kinderen van Moeder Aarde

-zijn diep bezorgd over de aanhoudende vernietiging van ons gemeenschappelijk huis, de Aarde.

-eisen een wereldwijde oplossing om massale beschadiging en vernietiging van ecosystemen te voorkomen: ecocidewetgeving.

-steunen het creëren van wettelijke bescherming voor het leven op Aarde door ecocide op te nemen als misdaad tegen de vrede in het Statuut van Rome van het Internationaal Strafhof.

ISBN: 9789464714548

Uitgeverij Noordboek

Ook verschenen op Boekenkrant 

Gavin Pretor-Pinney & William Grill – Wolken kijken voor beginners

Hoe wolken geboren worden

Heb je een hekel aan wetenschappelijke boeken over de atmosfeer en lig je liever op je rug in het gras naar de hemel te kijken? Gefeliciteerd, want je leest hier alles, maar dan ook alles over die witte, grijze of zwarte wolken die boven je hoofd zweven.

De achterflap zegt het zo:

“Heb je ooit een wolk geboren zien worden?

Wolken komen in alle vormen en maten, van lege Stratus tot hoge Cirrus, via rolwolken, lenswolken en tornado’s…” en dan nog heel veel meer. Zijn wolken niet je ding, dan maken we een shortcut: hieronder gaan we praten over dit wolkenboek dus kun je iets anders gaan doen.

Zo niet, dan is dit het vervolg in het boek:

Er zijn natuurlijk ziljoenen wolken, of wolkjes, maar die hebben niet allemaal een naam. Een grijs sliertje aan de hemel hoef je niet te duiden. Maar wolkensoorten wel, zoals de Stratocumulus:

“De Stratocumulus is de meest geziene wolk van de wereld. Omdat hij zich vormt boven de grote oceanen. Vanaf de aarde gezien lijkt hij op een lage, klonterige laag, vaak een beetje rommelig, als een patchwork van wit en grijs. Maar vanuit het raam van een vliegtuig is het net een fantasielandschap van wolkenheuvels en dalen.”

En een handvol bladzijden later (sorry, de bladzijden zijn niet genummerd) vind je een dubbelpagina met soorten wolken,

zoals een Bannerwolk. Die lijkt vast te zitten aan een bergtop. Hij vormt zich in harde wind achter scherpe toppen en wappert slow motion als een vlag.

of een Kapwolk. Die lijkt op een ronde hoed op het hoofd van een berg, en bedekt vaak het zicht op die top.

Bergmist hebben we ook. Die ontstaat tijdens heldere nachten, vooral na regen, als de lucht afkoelt en van de hellingen daalt en zich in de valleien beneden verzamelt.

Tenslotte de Gestapelde Lenticularis. Dat klinkt als een besmettelijke ziekte maar het zijn gewoon wolken dioe als pannenkoeken over elkaar liggen. Als je ze vroeg in de ochtend ziet, nemen ze de honingkleur aan van de zonsopgang.

Wil je meer wolkennamen? Dit boek heeft een enorme verzameling bij elkaar gebracht. Dus als je liefhebber bent van pasgeboren wolken: leef je uit.

oordse mythologie in nieuwe taal

Het is een verhaal dat een majestueus boek verdient, de mythologie van de Noren. Dat moet de onnavolgbare Bette Westera zich gerealiseerd hebben toen ze deze geschiedenis op papier zette. Annemarie van Haeringen maakte er minstens even majestueuze tekeningen bij, en wij hebben het geluk dat we die combinatie mogen lezen.

ISBN: 9789025888725

Uitgeverij Leopold

Ook verschenen op Boekenkrant 

doortje smithuijsen – ik zou uw dochter kunnen zijn

Problemen waarvan je niet wist dat je ze had
Het essay dat traditiegetrouw bij de Boekenweek komt (woensdag 11 t/m zondag 22 maart 2026) is dit jaar geschreven door doortje smithuijsen. Ze is filosoof en journalist en koos als onderwerp ‘een grote groep welvarende Nederlanders die elkaar beconcurreren vanwege hun verschillende vormen van welvaart.’ Ook wel intergenerationele jaloezie genoemd.Hoe ziet entitlement eruit?
Bent u er nog? Gewoon openslaan dat boek en lezen maar. Onder de titel ‘Hoe entitlement eruitziet’ beschrijft ze de situatie anno nu bij een arthouse bioscoop in de Randstad. Ze zet virtueel de twee groepen, oud en jong, bij elkaar in de foyer en laat het feest beginnen:

“Een kwartier voor aanvang van de film die vier sterren heeft gekregen in een krant met links intellectueel signatuur beginnen ze binnen te druppelen, de zestigplussers, de zeventigers, een enkele tachtiger die zich nog hartstikke eind vijftig voelt… Niet alleen is men opgehouden met het opnemen van bestellingen aan tafels en moet je nu zelf je cappuccino halen aan de bar, ze hebben ook een digitaal scansysteem ingevoerd waarmee online bestelde kaartjes zonder enige vorm van menselijk contact kunnen worden verzilverd…”

Generatiekloofbotsing
Het kan niet anders: de richting die deze schets inslaat, draait uit op een generatiekloofbotsing. Met superieur glimlachende jongeren die een digitaal ticket hebben aan de ene kant, en vertwijfelde oudjes die het kaartjesloket zoeken aan de andere kant. De teneur is duidelijk – er is verschil tussen oud en jong. What’s new?

Goeie vraag. Het nieuwe dat smithuijsen aan dit essay tracht toe te voegen, is dat dat zowel de oudjes als de kleuters in hun eigen bubbel zijn. Bubbels gevuld met de bagage die men meekrijgt in de loop van Het Leven. Verbazing wekt het dan niet, dat die twee bubbels met elkaar botsen en soms virtueel worstelend over straat rollen.

Dieper ingaand op die bagage, krijgt het essay meer vlees op de botten. De wederzijdse leefwerelden krijgen op laconiek humoristische wijze hun plaats in het universum. Daarin kunnen de meningen nog steeds vrijuit botsen (of vreedzamer: uitwisselen) met misschien als hoger doel een virtuele speelplaats vinden waar men elkaar wél probeert te begrijpen en desnoods te verdragen. Wie weet.

ISBN: 9789465036328

Uitgeverij CPNB 

Ook verschenen op Boekenkrant en TikTok

Hendrik Groen – Piaggio

Piaggio' van Hendrik Groen: een heel erg gewoon verhaal voor veel gewone  lezers | Trouw

Op reis – zucht

Boekenweek 2026 is er weer: van woensdag 11 tot en met zondag 22 maart is het feest in de boekhandel. En zoals elk jaar, krijg je als boekkoper het Boekenweekgeschenk. Dit jaar is dat van Hendrik Groen – Piaggio.

In de trein naar Italië
Hoofdpersoon is de al iets oudere Anton (61). Hij kan wel wat geluk in deze periode van zijn leven gebruiken. Gelukkig komt hij op een feestje Marieke (58) tegen met een slecht liefdesleven en problemen met haar lastige dochter. Ze drinken en praten wat en voordat Anton het weet, zit hij samen met haar in de trein naar Italië:

“De trein van Almere Centrum naar station Amsterdam Zuid, de eerste etappe, vertrok met zes minuten vertraging. Anton keek voor de derde keer op zijn horloge. ‘Oei, straks hebben we nog maar acht minuten om over te stappen in Amsterdam-Zuid.’

‘Gelukkig heb ik makkelijke schoenen aangedaan,’ zei Marieke, ‘voor als we moeten rennen.’

‘Misschien is het beter als ik ons niet … eh … nog zenuwachtiger maak dan we al zijn,’ opperde Anton en daar was Marieke het mee eens. ‘Ik kan trouwens helemaal niet goed rennen,’ voegde Anton eraan toe, ‘dus we moeten het daar maar niet op aan laten komen.’

Zwijgend keken ze naar buiten.

‘Wil je een pepermuntje?’ Marieke hield hem het rolletje voor.

Zou ik een slechte adem hebben? schoot het door Anton heen. Voor de zekerheid nam hij er een.

‘Ik hoop dat de koffers passen,’ zei Marieke. ‘Hoe groot is zo’n Piaggio eigenlijk?’

‘Dat hangt ervan af wat voor type het is. Je hebt hele kleintjes, maar er zijn er ook met een laadbakje.’

‘Een soort vrachtwagentje dus?’

Anton knikte.

‘Moet je daar dan niet een groot rijbewijs voor hebben?’

‘Nee, dat hoeft niet. Geloof ik.’”

Stressvolle avonturen
Met hun eigen gedachten bezig, laten de ouwetjes zich naar Italië sporen. Onderweg beleven ze links en rechts avonturen die weer stress opleveren, maar tot een breuk komt het niet. Op de plaats van bestemming begint de vakantie pas echt. 

Hendrik Groen (het pseudoniem van de schrijver van de serie) maakt er weer een vintage verhaal van: misverstand en onwil tegenover positief denken en glimlachend rampen ondergaan. De ‘branding’ van de reeks is duizelingwekkend. Begonnen met de dagboeken, werden de vertaalrechten verkocht en kregen de eerste twee delen de NS Publieksprijs, én werden bewerkt voor tv en theater. In totaal zijn meer dan een miljoen exemplaren verkocht.

Ondanks die prettige verkoopcijfers moeten we concluderen dat Piaggio een te dun verhaal is. Er is weinig tot geen spanningsboog, er gebeurt hoegenaamd niets, laat staan iets dat naar een verrassing of originaliteit leidt. De schrijver tilt het verhaal geen moment boven het voorspelbare uit. En dat leidt onvermijdelijk tot een teleurstellende leeservaring.

ISBN: 9789465035529

Uitgeverij CPNB

Ook verschenen op Boekenkrant en TikTok

Chris Broad – Mijn leven in Japan

Een nieuw leven in een raar land

In ‘een van de spelonkachtige kamers van de Japanse ambassade in de Londense wik Mayfair’ zit leraar Chris Broad zenuwachtig te zijn. Hij krijgt zometeen namelijk een sollicitatiegesprek dat zijn hele leven kan veranderen: hjj wil leraar worden op een school in Japan.

De eerste vraag die hij krijgt is: ‘Hoe is je Japans?’

Zijn antwoord zonder nadenken is: ‘Nee.’, en hij krimpt ineen door zijn klunzige antwoord. Hij herpakt zich: ‘Eh, sorry … Ik bedoel niet nee. Maar niet goed. Ik ben absoluut van plan om het te leren als ik het geluk heb dat ik de baan krijg.’

De Japanner tegenover hem vraagt of hij kan toelichten waarom hij graag op het platteland of Kobe wil wonen. Chris had die optie gekozen omdat een plek in de grote steden vrijwel onmogelijk te vinden is voor immigranten. Lang verhaal kort: hij komt door de selectie heen. Op naar Japan!

Dolblij vertrekt Chris, en komt er in Japan achter dat de dingen ietwat anders zijn dan in Engeland. Hij loopt door ‘het slaperigste stadje van Japan’ en komt oog in oog te staan met “een gigantische blauwe hentai-tekening van een naakte vrouw met haar borsten vol in het zicht en een geveinsde geschokte uitdrukking op haar gezicht terwijl ze op de voorbijgangers neerkeek”. ‘Kapsalon Kaji’ staat op het bord. Het woord ‘onverwacht’ krijgt daar een nieuwe verdieping voor hem, omdat de Japanse cultuur die hij tot dusver had gezien, teruggetrokken en bescheiden was. Behalve dit dus.

Humoristisch en een goed leesbare stijl 

Zo valt Broad van de ene schokkende in de andere rare verrassing. Hij schrijft het allemaal op met de verwonderde blik van de buitenstaander, in een humoristisch, erg goed leesbare stijl. Een hoogtepunt is als hij voor het eerst voor de klas komt te staan. De omgang met leerlingen, vooral als hij samen met ze aan de boemel gaat, leert hem dat ook deze doorgaans keurige jongelui totaal afwijkende uitspattingen hebben.

Liefdeshotel

Ook hilarisch is zijn bezoek aan een liefdeshotel, waar inderdaad gebeurt wat je zou denken. Door zijn nieuwsgierigheid en onbeteugelde drang om nieuwe dingen te beleven, volgen we hem in de meest kronkelige spelonken van de Japanse maatschappij. Ook de historische dieptepunten vergeet hij niet:

“Toen ik die ochtend met Kengo sensei en drie plaatselijke bewoners, die ook waren gekomen om de herdenking bij te wonen, voor de tempel stond, voelde het vreemd om vanuit het perspectief van de andere kant naar de Tweede Wereldoorlog te kijken…. Ik boog mijn hoofd en dacht aan de naar schatting 100.000 mensen – onder wie veel burgers – die op de ochtend van 6 augustus 1945 van het leven waren beroofd. Terwijl de echo van de bel door het bos en het tempelterrein galmde, gingen de hemelsluizen met een griezelige timing open en vielen de druppels uit de bleke ochtendlucht op ons neer.”

Lust for life

De ‘lust for life’ van Chris Broad spat van alle pagina’s – en zijn creativiteit ook. Met zijn achtergrond als filmmaker zette hij een eigen YouTube-kanaal ‘Abroad in Japan’ op. Met 3 miljoen abonnees en 400 miljoen views richt hij zich daarmee op reizen, cultuur en actualiteit.

ISBN: 9789043939416

Uitgeverij Kosmos

Ook verschenen op Boekenkrant 

Paul van Loon – Wij gaan op monsterjacht!

Niet zo spannende monsterfabel

Komt de titel van dit prentenboek u ook bekend voor? Bij mij resoneren er verschillende boekentitels in, zoals ‘We gaan op berenjacht’ of ‘Het monsterbos’ of ‘Wij gaan monsters jagen’, behalve dat die laatste titel alleen in mijn hoofd bestaat. Goed. Een monsterjacht dus – wow.

Als we het prentenboek openklappen, zien we op pagina 6 het begin van die monsterjacht. Hoofdpersoon Tom, ondersteund of gehinderd, dat is niet helemaal duidelijk, loopt met een teddybeer aan zijn hand in een bos. Een vertelstem klinkt dreigend: “Het is een mistige, magische avond. Tom loopt langzaam door het MONSTERBOS. Een bleke maan schijnt door de bomen. Opeens kraken de takken en ritselen de bladeren…”

Die drie laatste spanningsverhogende puntjes scheppen verwachtingen. Dit bos is al een beetje eng. Zometeen wordt het vast NOG enger. Voorzichtig slaan we de bladzijde om.

“…en wat is dat, een spook?”

O nee! Het is nog erger dan we dachten: “ZES GROTE MONSTERS komen tevoorschijn. Ze grommen en brommen en brullen. Vogels en vleermuizen vluchten ver weg.” De monsters zien er inderdaad indrukwekkend uit. Een boze olifant met bolle wangen, een beer met drie ogen, een schele leeuw, een draak en wat is dat, een spook? Het hele regiment monsters is paraat.

Met deze verwachtingsvolle inleiding lokt van Loon de jeugdige lezer bekwaam het verhaal in. En Tom ook. Hij moet zien te dealen met de onhandig lopende/springende/vliegende/vallende/schreeuwende creaturen, die luid en duidelijk roepen dat ze gek zijn op jongetjes. Bovendien zien ze er hongerig maar ook een beetje angstig uit. Uh-oh… Wat moet Tom doen?

Aardige tekst, schitterende tekeningen

Dat kun je het beste zelf gaan lezen. Daarbij de aantekening dat de tekst van Paul van Loon behoorlijk summier is, zeker in vergelijking met de voluptueuze tekeningen vol gekke dieren in de monsterbossige omgeving van illustrator Nick Egberts. Eigenlijk kun je zeggen dat die tekeningen het boek dragen. Ze zijn messcherp en ja, monsterachtig. Het verhaal is wat tam, maar een grote plus is dat de tekst eindigt met een subtiele twist. Een grappig, voor de jonkies spannend boek met feestelijke platen.

ISBN: 9789025888725

Uitgeverij Leopold

Ook verschenen op Boekenkrant 

Pieter Koolwijk – Wie stout is …

Een duister sinterklaasverhaal

Hoe onheilspellend drie kleine puntjes kunnen zijn, zien we in de titel van dit boek.  “Wie stout is …” is meteen al een beladen uitdrukking. En dat klopt, want Koolwijk heeft een sinister verhaal te vertellen. Of beter, hij doet z’n best om het sinterklaasverhaal sinister te maken. Tipje van de sluier: dat lukt slechts gedeeltelijk.

Op de voorplaat van het boek zien we een stad bij avond, met straatlantaarns aan, een jochie in een verlichte kamer dat omhoogkijkt naar vliegende vogels (kraaien?), en een schoorsteenveger op het dak die diezelfde vogels nakijkt. Sinister is weer een goed woord voor de sfeer hier.

Als we gaan lezen maken we kennis met hoofdpersoon Mo, een doorsnee jongen. Op een dag komt Pjotr-met-het-busje naast hem wonen. De nieuwe buurman Pjotr is niet aardig; hij is een eikel, een nurks, een izegrim, een botte mensenhater. Als Mo daarna ontdekt dat er kinderen verdwijnen, hoeft hij niet lang na te denken wie de schuldige is. Hij zoekt het uit, maar dat gaat niet goed … 

Pjotr de schoorsteenveger is in dit verhaal de schurk, tegenover Mo de jongen met de goede inborst. Bekwaam als altijd zet Koolwijk de lijnen uit., zoals in dit gesprek tussen Mo en mama:

“Binnen zit mama gehurkt bij een open kartonnen doos. Ze kijkt even over haar schouder. ‘Hoorde ik de buurman nou iets zeggen over Sinterklaas?

‘Klopt.’

‘Wat dan?’

‘Dat hij komt.’ Ik vertel er maar niet bij dat het als een dreigement klonk.

‘Wat leuk.’ Mama haalt een sinterklaasslinger uit de doos en komt overeind. ’Een buurman die ook van Sinterklaas houdt.’”

Mo laat dat maar zo – de waarheid volgens Pjotr zou veel te hard aankomen; zij houdt namelijk wél heel erg van Sinterklaas. In plaats van het te vertellen, gaat hij zelf op onderzoek uit. Hij houdt Pjotr in de gaten. Dat is moeilijk omdat Pjotr bijna niet meer te vinden is – maar Mo heeft nog wel een plannetje…

Een innovatief verhaal over het toch wel met metaalmoeheid kampende thema Sinterklaas. Koolwijk maakt er een spannende zoektocht van met een schoorsteenschurk die toch wel iets goeds in zich heeft, Mo en de goedheiligman zelf. Een fors nadeel is dat het verhaal wel erg lang doorloopt voordat er spijkers met koppen worden geslagen. Tegen de tijd dat de ontknoping daar is, sijpelt de spanning tussen de letters vandaan.

ISBN: 9789047717966

Uitgeverij Lemniscaat

Ook verschenen op Boekenkrant