Olivier Tallec – Slaapt hij?

Auteur en illustrator Olivier Tallec schreef een ontroerend prentenboek over vriendschap en samen rouwen. In woord en beeld gaat dit verhaal over de essentie van verdriet, verwondering en samenhorigheid.

De prentenboeken van Oliver Tallec zijn van grote afstand herkenbaar. Dat ligt aan de leegheid van de pagina’s: juist door niet te veel personages in een bladzijde te proppen, wordt het verhaal in zijn essentie verteld. Hier vinden we op de voorflap twee diertjes die, geleund op elkaar, liggen te kijken naar een derde diertje. De twee, een eekhoorn en een soort paddenstoel, hebben grote, witte ogen met een stip erin. Ze staren naar een derde dier dat ook ligt, maar dan op zijn rug. En met zijn ogen dicht.

Briljante introductie

Een mogelijk slapende, of erger: dode vogel, is een briljante introductie: nieuwsgierigmakend en raadselachtig. De conversatie biedt meer duidelijkheid:

“Pok en ik zitten op de oude boomstronk. We kijken naar de vogels, die razendsnel boven onze hoofden vliegen.”

Oké, dus Pok en ‘ik’ zijn de eerder genoemde eekhoorn en de paddenstoel, en ze lopen door het bos:

“Tijd om te bewegen,’ vindt Pok.”

Ze volgen het pad naar de gele weide. Daar fluit hun lievelingsvogel, Merel, zoals elke ochtend, zijn mooiste lied. Maar… Maarrrr… MAARRRRRR…! Hij is er niet. Merel is foetsie, zoek, verdwenen, opgelost in dunne lucht.

Tijd voor nader speurwerk. Die eindigt met een goed en een slecht bericht. Ja, de merel wordt gevonden. En hij lijkt te slapen:

“Eindelijk zien we hem. Midden op het pad.”

Maar ligt hij te slapen? Die vreemde waarheid moet even indalen bij de beide figuren. Ze hebben nog nooit een vogel van zo dichtbij kunnen bekijken die zo rustig is. Maar als hij ligt te slapen, waarom vliegt hij dan niet op, zoals altijd?

Slaapt hij nou?

“Merel? Lieve vriend? Merel, slaap je nog?’ We zeggen het zachtjes. Merel beweegt niet. We klappen in onze handen en roepen: ‘HELA, HOLA! Wakker worden!’ Maar hij beweegt nog steeds niet.”

De afloop van dit in zijn onontkoombare eenvoud briljante verhaal laat ik aan de beste prentenboeken(voor)lezers. Een serieus onderwerp dat met meelezende kleine rakkers besproken kan worden, en wordt geïllustreerd door de bijzonder overtuigende figuranten.

 

 

ISBN: 9789462918719

Uitgeverij De Eenhoorn

Annejet van der Zijl – De zwevende wereld

Avonturier ontdekt Japan van binnenuit

Een lange, kronkelende weg begint in Zuid-Duitsland, in de stad Würzburg. Daar werd in 1796 Philipp Franz von Siebold geboren. Annejet van der Zijl plukte hem uit de geschiedenis van Duitsland omdat hij een onblusbare ambitie had om dingen te ontdekken. Zijn moeder Apollonia verloor al haar kinderen, behalve deze ene. Franz was een mens van grote dromen en diepe passies, en maakte alles waar wat zijn moeder had gemist.

Van der Zijl smeert het verhaal breed uit. We krijgen veel details over het leven van Franz, zoals zijn studietijd en zijn werk als arts voor de armste (vaak Joodse) inwoners van het dorpje Heidingsfeld, en de kans die hij kreeg (en met twee handen aanpakte) om als scheepsarts mee te gaan op een Rotterdams schip De Jonge Adriana naar Batavia.

Lang verhaal kort: Franz arriveert op Desjima, een Nederlandse handelspost in Japan. Hij wordt verliefd op Japan en zijn concubine Sonogi, wat een dochtertje Ine  oplevert waarmee zijn gezinnetje compleet is. Zijn geluk ook, alleen duurt dat niet lang. Drie jaar later wordt hij verdacht van spionage en verbannen uit Japan.

Franz’ wederwaardigheden worden daarna verder uitgediept, gemixt met een geschiedenisles over het Japan (een samenraapsel van elkaar op leven en dood bevechtende clans en onderdrukte vrouwen) We krijgen een beeld van de rangordes in Japan en een traag aandoende uitleg over de verhoudingen en rangordes. Die iets te uitgebreide verteltrant gaat na dik 100 pagina’s enigszins tegenstaan.

Daarna komt Franz weer in beeld als hij terugkeert naar Japan. Van der Zijl gaat dieper in op de huwelijkse relatie – lees: de seks van Franz met zijn Japanse vriendin Sonogi:

“Nu, uit bezorgdheid voor haar toestand voor haar toestand, was hij niet ruw als ze seks hadden. Soms streelde hij haar alleen maar. Zijn zachtheid verraste Sonagi en voor het eerst begonnen haar gevoelens voor hem te veranderen. Net als de andere vreemdelingen was hij fysiek energiek en leek hij te barsten van kracht. Als hij dronk was zijn gezang zo luid dat het pijn deed aan je oren. Als hij met haar vree, was hij zo ruw dat Sonogi dacht dat de botten haar lichaam zouden verbrijzelen. Maar nadat hij gehoord had dat ze zwanger was, was hij een en al liefde en consideratie. Nu was hij zo voorzichtig dat het bijna lachwekkend was. Als ze een trap af moest lopen, pakte hij haar hand en begeleidde hij haar tree voor tree naar beneden […] En Sonogi was dankbaar voor zijn vriendelijkheid en zorgzaamheid.”

Annejet van der Zijl geeft veel voorbeelden uit het leven van Frans en zijn vrouw, zijn gelukkige periode in Japan en zijn ongelukkige; hoe hij uit Japan werd verbannen wegens spionage en hoe het daarna weer tot een vereniging kwam. Dat maakt het verhaal erg compleet maar ook een erg lang leestraject. Voor de feitenkauwers zal het ongetwijfeld een heerlijk leesavontuur zijn. Maar voor mij wint de langdradigheid het van het avontuurlijke leven van Franz von Siebold.

De titel “De zwevende wereld” verwijst naar de Japanse kunststroming Ukiyo-e, die de vergankelijke, vluchtige genoegens (het ‘zwevende leven’) van de stadse cultuur in de Edo-periode (vermaak, schoonheid, theater) uitbeeldde, maar ook naar het emotionele verhaal van Franz von Siebold en zijn dochter Oine, een soort “zwevend” leven tussen twee werelden, een verloren liefde en een zoektocht naar identiteit. 

ISBN: 9789048874927

Uitgeverij Hollands Diep

Ook verschenen op Boekenkrant en TikTok

Bette Westera & Annemarie van Haeringen – Toen Thor het nog liet donderen

Noordse mythologie in nieuwe taal

Het is een verhaal dat een majestueus boek verdient, de mythologie van de Noren. Dat moet de onnavolgbare Bette Westera zich gerealiseerd hebben toen ze deze geschiedenis op papier zette. Annemarie van Haeringen maakte er minstens even majestueuze tekeningen bij, en wij hebben het geluk dat we die combinatie mogen lezen.

Bette Westera

Dat is geen straf. De avonturen van de goden van het hoge noorden doen niet onder voor andere grootse verhalen in de wereldliteratuur. In vogelvlucht komen hier heldhaftige verhalen langs over oppergod Odin, dondergod Thor, en bad guy Loki. Met z’n allen leven ze in Asgaard en zijn best tevreden, totdat…

de Zwartjurken op het toneel verschijnen. Die belijden een heel ander geloof, en hebben een voorganger die water in wijn kan veranderen. Intussen gaat het leven door:

“In de bibliotheek van het koninklijke paleis krijgt de dertienjarige kroonprins Hakon les van zijn IJslande geschiedenisleraar Snorri Sturluson. Gehoorzaam dreunt hij het rijtje koningen van Noorwegen op dat hij de dag daarvoor uit zijn hoofd heeft moeten leren.

Erik Bloedbijl – 931 tot 933 na Christus,

Hakon de Goede – 933 tot 961 na Christus,

Harald Grijshuid – 961 tot 976 na Christus,

Harald Blauwtand – 976 tot …’

Beng! Er wordt er op de deur geklopt…

Een tengere Zwartjurk stapt de kamer binnen. ‘Een gezegende middag samen,’ zegt hij beleefd. ‘Ik ben van de christelijke onderwijsinspectie. Aangenaam kennis te maken.’

Snorri geeft de man verbaasd een hand…”

Na deze inleiding gaat het boek de diepte in, te beginnen met de Edda. De prachtige tekeningen zijn van Annemarie van Haeringenn. We lezen verzen en verhalen over de goden van het Hoge Noorden, en hoe het allemaal begon. En natuurlijk hoe de Zwartjurken hun sombere visie proberen op te leggen aan de Noren. Gelukkig blijven die bij hun eigen leest:

‘Lang voor het jaar nul was er op de plaats die wij mensen kennen als onze wereld niets anders dan een bodemloos gat, een duistere diepte waaraan geen einde kwam. In dat Gapende Gat woei een ijskoude wind. Aan de ene kant van het Gapende Gat stond een Kolkende Ketel waaruit een bron opborrelde, die twaalf rivieren voedde…”

Met pijn in het hart moet ik het hierbij laten, beste lezer. Hopelijk wekt deze korte impressie uw/jouw leeslust op. Dit grondige prachtboek verdient het.

ISBN: 9789025780852

Uitgeverij Gottmer

Ook verschenen op Boekenkrant 

Jan Bos – Het grote literatuurboek

Een feitenfeest

Het zijn sterke armen die deze weelde kunnen (ver)dragen. Dit boek zelf ligt zwaar op de maag, of op de knieën, of in de hand, al naar gelang het lemma waarin u het leest. Het is geschraagd door keihard kartonnen voor- achter- en zijkanten, ingebonden zodat er onverslijtbaar in gebladerd kan worden en kloek. In de zin van allesweter, verfrissend, makkelijk doorzoekbaar en vol feiten, figuren en schrijvers.

Onweerstaanbaar is het dan meteen al om bladerend op zoek te gaan naar de schilderachtigsten onder de schrijvers. Een steekproef uit mijn bolle hoofd: Charles Bukowski? Pagina 313, hebbes. Alleen staat hij als voetnoot bij het artikel over Brett Easton Ellis en zijn boek ‘American Psycho’. Ook een uitstekend boek trouwens, maar ik zocht meer info over Bukowski, wat er dus niet in staat. Dat roept de vraag op welk doel dit Literatuur boek zich richt. Niet met als hoofddoel het vinden van schrijvers dus, maar wat dan?

Wat hebben Lolita en A Clockwork Orange gemeen?

Opnieuw bladerend vanaf het begin, tekent zich een ander perspectief af. De inhoud van het boek richt zich op stromingen, thema’s en schrijfstijlen van de wereldliteratuur. Zodat het vragen kan beantwoorden als: ‘Wat hebben Lolita en A Clockwork Orange gemeen? Dat is een nogal arbitraire indeling, meer op de grote massa gericht dan op de connaisseur, maar er is mee te leven zolang je als zoekende maar kan vinden.

Daarvoor is de rijk gevulde en makkelijk doorbladerbare `INHOUD` het meest geschikt. Dat geeft de informatie op volgorde van datum, chronologisch dus, beginnend met ‘Helden en Legenden’ 3000 voor Christus t/m 1300 na Christus’ naarNaoorlogse Literatuur’ tot aan ‘Hedendaagse Literatuur’ en alle aberraties die daartussen vallen. Het boek is oorspronkelijk geschreven voor de Engelstalige markt, wat de overvloed aan Engels/Amerikaanse schrijvers en literatuur verklaart.

Gerard Reve – De Avonden

Desalniettemin is de algehele informatie globaal genoeg om als naslagwerk gebruikt te worden. Een testje doen voor de lezer? Laten we eens geheel willekeurig zoeken op ‘De Avonden’:

“Reve beschrijft in De Avonden de laatste tien dagen van het jaar 1946, zoals Frits van Egters, ‘de held van deze geschiedenis’ die beleeft. Frits heeft zijn gymnasiumopleiding niet afgemaakt en woont in bij zijn ouders op de eerste verdieping aan de Schilderskade 66 in Amsterdam. Hij vult de verveling van zijn bestaan met scherpe zelfanalyse en ontluisterende observaties van zijn omgeving. Bij verschijnen veroorzaakte De Avonden grote ophef en werd de roman door de meeste critici als nihilistisch gezien.”

ISBN: 9789464713893

Uitgeverij Noordboek

Ook verschenen op Boekenkrant 

Christian Laes – AESOPUS Op de slavenmarkt in de oudheid

Oeroude geschiedenis leesbaar verpakt

Toevallig liep ik een paar dagen geleden ‘De avonturen van Thijl Uylenspieghel’ tegen het lijf. In een kringloop, het is niet anders. Als boekenpersoon kon ik niet nalaten het boek open te slaan en een paar bladzijden te lezen. Het was de eerste keer dat ik dit boek ook echt las (ja, een gebrek in de opvoeding), en de taal verbaasde me. De tekst was vrolijk, jolijtig op een goede manier, en de manier waarop het verhaal zich ontwikkelde was perfect op de lezer gericht. Misschien vreemd maar ik had direct de associatie met de onverslijtbare Pietje Bell.

Die afdaling in het verleden (en in het verhaal) beleefde ik een krappe week later opnieuw, toen ik bladerde in het kloeke boek van Sterkck & De Vreese: ‘Aesopus – op de slavenmarkt in de oudheid.’ Ook dit niet bepaald kinderachtige verhaal (slavenmarkt, oudheid, verraad, dood, marteling, onthoofding enzovoort) bedient zich van lenige taal. De dingen worden zonder aarzelen bij de naam genoemd, en het lot van de slaven is niet het vrolijkste. Maar de taal zindert en wiebelt zijn staart alleen al door de lol van het vertellen.

En het goede nieuws: Aesopus is ook in onze tijd uitstekend te verteren. Het verhaal is een schelmenroman uit de eerste of tweede eeuw na Christus over het leven van een Griekse slaaf, antiheld en fabelschrijver. Christian Laes neemt de lezer bij de hand en leidt hem/haar met grote grondigheid door de (lange, 265 pagina’s op A4 formaat) tekst. Dat is doorbijten, inderdaad, maar je krijgt er een levensechte kijk op de wereld zo rond het begin van onze jaartelling voor terug. Een haast nog gewelddadiger wereld als we heden ten dage mogen aanschouwen. Stukje proeven?

“Aesopus en de toezichter”

Aesopus was dolblij. Hij nam zijn houweel en begin weer te graven. Toen kwam de opzichter van de velden naar de arbeiders. Met zijn stok sloeg hij een van Aseopus’ medeslaven. Aesopus kon zich niet inhouden en zei: ‘Man, waarom behandel jij iemand zo ruw? Hij heeft niets misdaan. Waarom sla je hem? Heb je geen medelijden? Zelf doe jij elk uur iets wat niet mag. Entoch word jij door niemand afgeranseld.’ Zenas zei tot zichzelf: ‘Wat is dit nu? Aesopus spreekt? Verdraaid toch. Hij spreekt nog maar pas en valt me al aan, omdat ik hem toespreek en bevelen gef. Als ik er niet in slaag deze kerel met een smoes te beschuldigen, bestaat het gevaar dat hij me van zijn domein laat ontslaan….”

Neemt, leest.

ISBN: 9789464713541

Sterck & De Vreese

Ook verschenen op Boekenkrant 

Tim Gladdines – Doe mij maar dicht

Lidewij heeft het ook niet makkelijk

Een gouden sigaar. Dat is wat ons hoofdpersonage Liedewij constant ziet. Hangend. In de lucht. Horizontaal. Niet een echte sigaar. Meer een soort zeppelin. Met aan allebei de kanten een punt. Maar een sigaar dus die op de gekste momenten aan haar verschijnt.

Fata Morgana

Dat beeld is wat wij te zien krijgen door de ogen van Lidewij. Geeft niks, vertelt ze zichzelf, gewoon een luchtspiegeling, een Fata Morgana of misschien een denkbeeldig eh beeld dat zich in haar hoofd afspeelt. Het is al moeilijk genoeg met haar opa, opa Sigaar. Niet dat hij vervelend is, maar zo .. aanwezig.

Een binnenwereld als een rommeltje

Het verhaal is gefocust op de binnenwereld van Liedewij. Die is nogal een rommeltje. Dat kan komen omdat ze puber is, onzeker en onstabiel, maar ook wat andere mensen heel makkelijk afgaat, lukt haar niet. In haar hoofd draait constant een zwarte film die alles wat er in de buitenwereld gebeurt, verduistert.

Wij als lezer herkennen na een paar hoofdstukken die depressieve buien. Net zoals haar moeder, die haar wisselvallige stemmingen en wilde ideeën moet ondergaan:

“’Ben je nou helemaal krankzinnig geworden?’ Mama was rood van woede. ‘Je bent zestien! Denk je nou echt dat ik jou door Europa laat reizen? Wil je dood, of zo?’

‘Mary gaat toch ook mee?’

‘Ja, en hoe oud is die? Zij mag toch ook niet van haar ouders?’

‘Wel.’

‘Nou, dan zijn die ouders achterlijk.’

‘Er staat een formulier op internet. Dat moet ik nog uitprinten.’

‘En dan? Staat er op dat formulier: Mij alsjeblieft niet verkrachten of beroven?’

‘Dat jullie toestemming geven. Met je handtekening eronder.’

‘Ik pieker er niet over.’ ..

‘En als papa het goedvindt, mag het dan wel?’

Papa vond het goed. We zaten aan tafel en ik vroeg het heel opgewekt, alsof er elke zomer massa’s meisjes van zestien gingen interrailen.”

Tim Gladdines

Een heel gewoon meisje dus, behalve dat de somberheid haar langzaam overneemt. Dat wordt goed beschreven door Tim Galddines, alleen neemt hij daar een te ruim aantal bladzijden voor. Die nadruk op de zwarte kanten van het leven gaat na een aantal hoofdstukken TE depressief aandoen. De lezer snapt die somberheid ook met minder nadruk en meer verhaal. Laten we dat beschouwen als een verbeterpunt voor een volgend boek. Dan doe ik dit boek maar dicht.

ISBN: 9789047718161

Uitgeverij Lemniscaat