Recensies van actuele boeken

Jacqueline Duijvesteijn – De verborgen wijsheid van de TAROT

Het alomvattende kaartspel

De meeste mensen hebben een vaag beeld van de Tarot. Een spel kaarten met plaatjes die iets betekenen. Je zou er de toekomst mee kunnen voorspellen, het verleden duiden, het hele universum verklaren, je levensloop aflezen. Iets in die geest maar wat het precies is, geen idee. Dat treft want hier is het boek dat alles tot in detail uitlegt.

Geen excuus meer om je onwetendheid te etaleren, fijn dat je eindelijk kunt kennisnemen van deze materie. Duijvesteijn etaleert haar indrukwekkende kennis van het kaartspel door zeer gedetailleerd de werking ervan te beschrijven. Dat is niet alles; ze geeft achtergrondinformatie over het ontstaan en de betekenis van de oeroude kaarten. Bijvoorbeeld de uitleg van de allereerste kaart: kaart 0, de dwaas:

“Er is eens een grote Leegte. Deze Leegte is overal, eindeloos en eeuwig. Ze heeft geen begin en geen eind, in ruimte of tijd. Zij is er dus ook nu. In deze Leegte is geen verdeeldheid, geen spanning en geen pijn. Dat maakt de Leegte volmaakt. Deze eeuwige, eindeloze Leegte wordt gesymboliseerd door het getal 0….

De nul staat dus voor wat je niet kunt waarnemen: het niets, maar met onbeperkte mogelijkheden…

Hier is alles en alles is in perfecte harmonie met de geest… In het Paradijs zegt men: ‘Ik ben jij en jij bent ik.’ Punt. De Dwaas komt op het idee o dat om te draaien; om te zeggen: ‘Ik ben ik en jij bent jij.’ … Zo ontstaat hij als individu.”

De cynicus zal smalen dat je met dit verhaal alle kanten op kunt. De gelover zal blij zijn dat je met dit verhaal alle kanten op kunt. Respect voor beide opinies. In elk geval is hier alle basiskennis over de tarot te vinden en voegt Duijvesteijn als bonus nog een hoofdstuk toe voor wie zelf ‘een legging’ wil uitproberen.

De opzet van het boek is helder en overzichtelijk. Per kaart wordt ingegaan op specifieke kenmerken van die kaart. Eerst is er de vergelijking over hoe deze kaart verschilt (of samenvalt) met andere soorten Tarotkaarten uit andere landen. Daarna is er een globale uitleg over de betekenis, over de getallen, over de figuren, over de symboliek, over hoe deze kaart in het dagelijkse leven gebruikt kan worden en wat de positieve en negatieve kanten zijn. De uitleg eindigt met ‘Het vervolg’, een bepaling van de positie van de figuur van de kaart ten opzichte van de andere figuren van de Tarot.

Niks mis mee dus, deze overduidelijk met liefde en kennis samengestelde handleiding voor zowel de beginnende als de gevorderde Tarotbeoefenaar.

 

Sterren: ***

ISBN: 9789463310222

Uitgeverij: Hajefa

Ook verschenen op De Leesclub van Alles 

 

Vicky Bennison – Pasta grannies

Oma’s recepten veilig gesteld voor het te laat is

Culinair journalist en filmmaker Vicky Bennison raakte in Italië geïnteresseerd in de manier waarop grootmoeders de warme maaltijd op tafel zetten. Grootmoeders inderdaad, de enige vrouwen die nog zowel de oude recepten als de ruime hoeveelheden tijd hadden om traditioneel hun pasta’s te maken. De nieuwe generatie huisvrouwen gaat noodgedwongen voor snel en makkelijk. Bennison beloofde zichzelf dat die oude pastatraditie niet mocht verdwijnen, interviewde de oma’s van de pasta’s en pronto: er is dit prachtboek.

Een dik boek vol foto’s van oude mensen. Saai? Absoluut niet als je van koken houdt. Bennison ontfutselde Italiaanse oma’s in de meest afgelegen dorpjes hun keukengeheimen en maakte foto’s van hun watertandende gerechten. Ook filmde ze de oma’s aan het werk, terug te vinden op YouTube: ‘Pasta Grannies’.

Maar wat hebben we eraan als gewone thuiskoks? Kunnen we die bloem met eieren handmatig mengen, uitrollen, pletten, laten rusten, nog een keer uitrollen en vervolgens laten drogen op de deegplank terwijl we gaan beginnen aan een nog veel arbeidsintensiever proces: het snijden, kruiden, aanbraden en op exact de juiste tijd en temperatuur klaarsudderen van de saus? De saus die de pasta begeleidt, vanzelfsprekend.

Ja, dat kunnen we als thuiskoks. Tenminste als we een hele middag vrij nemen om al die benodigde handelingen met dat verdraaide pastadeeg te verrichten en daarna nog meer tijd nemen om het sudderende vlees in de pan regelmatig om te draaien, dan wel te controleren op gaarheid en daarna nog minutieus de bijbehorende saus mixen. Dan hebben we uiteindelijk een echte Italiaanse Granny-maaltijd. Maar meteen ook een tijdsachterstand die alleen met overwerk goed gemaakt kan worden.

Kort en goed: mooi boek, prachtige recepten en watertandende foto’s van doorbuigende tafels, maar is het in deze tijd nog haalbaar om dat allemaal zelf te maken? De lezer(es) zal daar zelf een keus in moeten maken. Misschien er gewoon eentje proberen, zoals deze:

Een willekeurige bladzijde, 184/185. Links een direct op de gastronomische hersenlob inwerkende foto van een wit bord vol lonkende witte slierten, overdekt met sappige rode saus en stukjes mals vlees. Rechts de tekst, waarin we leren dat dit ‘Violetta’s maccheroni met geitenlammetjesragù’ is. Het recept staat onder die hongerig makende titel en is relatief simpel:

1.Weeg de ingrediënten (water en durumtarwe ofwel semola di grano duro rimacinata)

2.maak het pastadeeg door water en durummeel te mengen, kneden en uit te rollen,

3.kneed het deeg

4.maak de ragù (vleessaus)

5.vorm de pasta om tot de dikke witte slierten, kook het en

6.voeg alles samen. Geniet heel even van het aanzicht, serveer het en eet!

Bennison heeft goed werk verricht: het boek staat bol van dit soort gelikte foto’s en lustopwekkende recepten. Een prachtig bladerboek om iets bijzonders op tafel te zetten. Al is het maar met één van deze prachtrecepten: do try this at home.

Sterren: ****

ISBN: 9789045219578

Uitgeverij: Karakter

Ook verschenen op De Leesclub van Alles 

 

Machteld Smid – Bowls

Gezonde stuff in een schaaltje 

Als je langs een eettentje loopt en je ziet op de tafels schaaltjes staan met allerlei gekleurde inhoud die sterk lijkt op groenten, herken je dat misschien niet meteen als een trend. Maar pas op, je loopt de kans een trend te missen. Het zijn namelijk geen schaaltjes met zomaar kleurtjes maar poké bowls. Vreemd woord? Dat valt mee: poké betekent in Hawaï gewoon snijden, en de trend om die gesneden groenten in schaaltjes te doen is daar begonnen, vandaar de bowls.

Is dit dan oude wijn in een nieuw soort zakken? Toch niet helemaal. De schaaltjes met verse, gezonde ingrediënten passen prima in de algemene trend naar gezonder eten. Ook de hang naar minder bewerkt voedsel speelt mee, net als de bijna onbegrensde variatiemogelijkheden. Je kunt een combinatie maken van quinoa, bulgur of spaghetti van courgette, rijstnoedels en allerlei soorten rijst. Zo kom je uit op de hippiebowl, smoothie bowl enzovoort, in feite maak je wat je zelf lekker vindt.

Dit boek geeft je daarbij een behulpzaam zetje in de onderrug. Want juist omdat alles mogelijk is, is kiezen soms moeilijk. Het boek is ingedeeld in ‘hoofdgroepen’: breakfast bowls, lunchbowls, fajita bowls, poké- en boedhabowls. In totaal valt er te kiezen uit veertig bowl-recepten.

In de inleiding staat wat de basisbenodigdheden zijn, en natuurlijk welke ingrediënten je allemaal kunt gebruiken. Met een beetje bladeren maak je zonder moeite je hoogstpersoonlijke bowl. Dat bladeren is trouwens wel de enige manier om sowieso iets te vinden; een alfabetisch register is hier jammer genoeg niet toegevoegd.

Maar verder: een eetlustopwekkend boekje dat een trend goed in beeld brengt. Voor alle liefhebbers maar ook zeker voor de verjaardagbezoeker die een cadeau zoekt.

Sterren: ***

ISBN: 9789045213392

Uitgeverij: Karakter

Ook verschenen op De Leesclub van Alles 

 

Marcel van Roosmalen en Jan Dirk van der Burg – Nederland onder het systeemplafond

 

Treurigheid troef

Wie “Marcel van Roosmalen” zegt, bedoelt “ongezouten commentaar”. Commentaar met een lichte hang naar het negatieve en een scherp oog voor het onzinnige, overbodige en zinloze dat ook in onze samenleving veel te vaak de kop opsteekt. Van Roosmalen is schrijver en al jaren columnist bij NRC Handelsblad en Studio Voetbal. Samen met Jan Dirk van der Burg ging hij op pad om bijeenkomsten te verslaan. Marcel voor de tekst en Jan Dirk voor de foto’s – hij maakte naam met het fotoboek ‘Olifantenpaadjes’. Hij is in 2018 verkozen tot Fotograaf des Vaderlands.

Een dynamisch duo dat hier de krachten bundelt en een fraai boekwerk aflevert over systeemplafonds. Wat voor plafonds? Kijk omhoog op je werkplek. Zie je rechthoekige witte geperste platen ingebed in metalen sponningen? Dat is een systeemplafond. Goedkoop, efficiënt, makkelijk te plaatsen en het camoufleert de nog lelijkere betonvloer erboven. Allerlei bijeenkomsten grijpen plaats onder die platen: het hondenpoepsymposium in Nieuwegein, een UWV Inspiratiedag in Alkmaar, de bijeenkomst ‘Duurzame energie als streekproduct – part 2’ in Fijnaart.

Deze omgekeerde dakbedekking is een prachtige metafoor voor Nederland: goedkoop en efficiënt, niet te sjiek maar wel een soort van netjes en de foutjes maskerend. In die bedrijfspanden wordt hier door de begaafde pen en de gezegende camera van de twee makers droog vastgelegd dat Nederland vol zit met saaie, hemeltergend niksige en/of verbijsterend nutteloze bijeenkomsten. Of dat nou gaat om een verplichte maar inhoudsloze ARBO-cursus of een tenenkrommende motivatiepresentatie: het komt uitvergroot in dit boek terecht. De schitterendste voorbeelden schreeuwen erom hier geciteerd te worden maar we moeten streng zijn. Nou vooruit, eentje dan, met de founding father, de man die het oersysteemplafond introduceerde:

“In het bedrijfspand van Marvo Systeemplafonds op een industrieterrein in Hoogeveen hing natuurlijk in iedere ruimte een systeemplafond.

‘Iedereen zit eronder, niemand vindt het leuk,’ zei directeur en naamgever van het bedrijf, Martin Voorwald. ‘Ik plaatste een advertentie in de Telegraaf: Systeemplafond? 0528-277490. Ik zal het nooit vergeten. Bert en ik zaten nog niet achter een potje bier in de The Big Bull of het begon al te lopen. Meneer Nijkamp uit Zwolle wilde een systeemplafond. Ik heb het er zelf nog ingegooid.”

Wie een stukje in dit boek leest, zal de droogkloterige stijl die van Roosmalen hanteert opvallen. Enigszins afstandelijk, spottend, met de nadruk op futiele feitjes en ongemakkelijke uitspraken van de geïnterviewden, schetst hij een ontluisterend beeld van de wereld waar bij op dat moment in is geland.

De foto’s van Jan Dirk van der Burg vullen die geschreven beelden goed aan. Vaak in een soort snapshot-stijl legt van der Burg de sfeer in de zaal vast, of het enthousiasme van een coach op het podium, of de armetierige catering, of simpelweg de tegenzin van een groepje deelnemers.

Effectief is het, die twee soorten beeld. Het stilleven in foto’s en de semi-onnozele tekst activeert de lachspieren, maar in wezen zijn de ‘evenementen’ een behoorlijk treurige registratie van een werkelijkheid. De werkelijkheid die sommigen niet mee zouden willen maken, zelfs niet onder een wel mooi afgewerkt plafond.

Sterren: ***

ISBN: 9789045041353

Uitgeverij: AtlasContact

Ook verschenen op De Leesclub van Alles 

 

Martijn Knol – De lange adem

Het leven is een feest maar hang vooral zelf de slingers op

Met de – soort van – tegeltjeswijsheid hierboven komen we qua samenvatting van dit epos een heel eind. Martijn Knol laat zien dat het leven de moeite waard is als je er zelf wat van maakt. Tezelfdertijd poneert hij dat je niet hoeft te verwachten dat het één bruisende champagneparty is. Ingewikkelder dan dat wordt het niet. Langer wel. Om deze statements te maken gebruikt hij exuberant veel woorden.

Maar dat weet Knol zelf ook. Tussen de tekst van het verhaal door laat hij door een buitenstaander commentaar leveren op die tekst:

“‘Jij vindt dit een lekker leesbare tekst?’

 ‘Als je een willekeurige klassieke roman kritisch bestudeert, ontdek je dat alle alinea’s eigenlijk lukraak onder elkaar staan… zelfs tussen zinnen of tussen woorden onderling heerst geen greintje samenhang… Coherent proza is een illusie… Probeer voor je plezier eens een wetenschappelijke publicatie van een geschoold logicus te lezen: na een halve pagina schreeuw je, tenzij je wiskunde B in je pakket hebt gehad, al om een wilde, slordige, associatieve, levende tekst. Hoe minder coherentie, hoe beter, echt. Wat heeft wat dan ook überhaupt met wat dan ook te maken, weet je wel? Grote kunst moet consequent inconsequent zijn.’

 ‘Volgens mij ben jij in dit gesprek gestopt om ’t standpunt van de schrijver te vertolken. Ik vind dit ’n zieke, misvormde roman.’

 ‘Het is geen schande om je onveilig te voelen in een boek, hoor… Weet je, de “gebeurtenissen” in ’n tekst doen ’r niet toe… de tekst zelf moet ’n gebeurtenis zijn.’

 ‘Ja hoor… niet zeuren over je bloempotkapsel, ’t gaat om de knipervaring… Sudden Death van Álvaro Enrigue, ken je dat?’

 ‘Nee, is ’t goed?’

 ‘Beter dan dit.’

Lezend met een tabula rasa, moeten we helaas beamen dat bovenstaand commentaar niet gespeend is van realiteitszin. Dit boek laat zich zeker niet lekker weglezen. Natuurlijk is dat geen verplichting, als daar voldoende diepere wijsheid tegenover staat. Maar behalve een continue belichting van de karakters, levens, verschillen en uiteindelijk overeenkomsten tussen de twee hoofdpersonen Roman en Robbert, lijkt de schrijver er niet op uit om iets anders duidelijk te maken dan dat ieder zijn eigen leven leidt, het één levendiger en opwindender dan het andere. En dat vult onze afgrond niet, niet voldoende. Er is meer nodig dan ellenlange springerige gedachten over het wel en/of wee van de twee hoofdpersonen.

Nu we het daar toch over hebben: hoofdpersonen. We hebben Robbert, beveiliger bij een groot warenhuis á la de Bonneterie. Zijn taak is de cliënten die verdacht gedrag vertonen, in een vroeg stadium laten weten dat hij ze in de smiezen heeft. Dat betekent: naar de verdachte persoon slenteren, een praatje met hem/haar aanknopen en laten doorschemeren dat diefstal vervelende consequenties kan hebben. 

De ander is Roman, de snelle jongen die eerst reclamebureau Branie en later Les Giraffes leidt. Hij heeft charisma maar ook een slordigheid die hem zelf nog het meeste in de weg zit. Toch is hij als een vis in het water in de reclamewereld en daardoor ook succesvol, rijk, gewild bij de vrouwen. Borrelend van energie en ideeën dartelt hij, altijd tuk op een nieuw idee, een inval, een campagne, een meesterzet.

Knol spant zich in om de levensloop van deze beide protagonisten beeldend te vertellen. Ze volgen elk hun carrière pad. In eloquent geneuzel over beurtelings het ene en het andere mannetje worden diepe gedachten gedeeld, avonturen met verdachte klanten in het warenhuis beleefd, hemelhoge opdrachten voor het reclamebureau verworven, maar er komt geen conclusie, geen deus ex machina.

Of het moet het oprichten zijn van de Partij voor de Toekomst: ‘Na regen komt zonneschijn’. Naar voorbeeld van de populisten anno 2020, een fraaie persiflage op het huidige tijdsgewricht. Compleet met blatende lulkoek en de kritische journalist Sokkelman die tevergeefs de holle frasen van feitenvrije politiek aan de kaak probeert te stellen. We zijn verdoemd, lijkt Knol te willen zeggen, maar laten we schaterlachend ten onder gaan.

Sterren: ***

ISBN: 9789028427426

Uitgeverij: Wereldbibliotheek

Ook verschenen op De Leesclub van Alles 

 

Stanislav Setinský – Dit is Jeruzalem

Reisgids Jeruzalem – o nee, prentenboek.

Dit is een raar boek.

Het laat Jeruzalem zien maar op een manier die waarschijnlijk op eenzame hoogte boven peuterbreintjes uittorent.  Maar toch een prentenboek.

Even memoreren, wat zijn ruwweg de prentenboek-vuistregels?

1.Een prentenboek is gericht op lezertjes,  zeg tussen 3 en 11 jaar oud.

2.Het is opgebouwd met weinig tekst van niet te hoog AVI-niveau.

3.Het heeft relatief veel plaatjes.

4.Plaatjes die ook voor de doelgroep (zie 1) snapbaar zijn.

Van deze vuistregels vinden we slechts de helft terug. Regel 2 voor de tekst wordt ruw doorkruist door de beschrijving op de achterflap. Die is in zodanig ingewikkelde taal geschreven dat het voor kinderen bijna onleesbaar is. De tekst zou wel prima staan in een reisgids voor volwassenen, oordeel zelf:

“Dwaal door de drukbezochte straten en langs de bekende monumenten van één van de oudste steden ter wereld, Jeruzalem. Deze visuele rondreis begint bij de Oude Stad waar de Rotskoepel uitkijkt op de Westmuur…”

Nog een dingetje over de tekst – die is in het Jiddisch. Misschien ook best lastig lezen voor kinderen. Pas achterin het boek staat een vertaling, verwijzend naar de illustraties. Je moet dus bijvoorbeeld bij afbeelding 4 doorbladeren naar de verklarende woordenlijst, waar bij puntje 4 staat:

“Controles en fouilleren behoren in Israël tot het dagelijkse leven. Je krijgt daar niet alleen mee te maken bij de toegang tot de Westmuur, maar ook bij de ingang van de meeste instellingen, openbare gebouwen en grotere winkels.” Opnieuw obstructies tegen zowel regel 1 als 2.

Dan de plaatjes (regels 3 en 4). Die laten een stad zien, Jeruzalem, wilde gok. Met straten vol auto’s, winkels, patrouillerende soldaten, kraampjes, shoppende mensen, alles in heel veel details. Behalve de patrouillerende soldaten kan dit wel leuk zijn voor onze onderzoekende peuters. Laten we de plaatjes daarom het voordeel van de twijfel geven, wat nog steeds betekent dat het boek maar half geslaagd is.

Resumerend, als aanschaffer van dit boek zult u de interesses van uw kleuter/schoolkind goed moeten inschatten. Anders gaat de inhoud grotendeels aan zijn/haar belevingswereld voorbij en dat is zonde. Zonde vooral van een absoluut mooi gemaakt boek, in prachtige kleuren, dat een gedetailleerd inkijkje geeft in Jeruzalem en in het dagelijkse leven in Israël. Een reisgids had het niet beter kunnen doen.

Sterren: **

ISBN: 9789492986191

Uitgeverij: Boycott

Ook verschenen op De Leesclub van Alles 

 

Milja Praagman – Bij jou

Lievvv

Een prentenboek over een Beer en een Mol. O schrik, dat gaat toch hopelijk niet over de Carnivoor en de Prooi? Dat zou het grenzeloze vertrouwen en optimisme dat kleine kinderen nog volop bezitten, ernstig teniet doen. Maar gelukkig merken we al meteen: de twee hoofdrolspelers liggen vreedzaam tegen elkaar aan in één hol. Nieuwsgierig beginnen we te lezen en te bladeren, om na een kleine 13 bladzijden het boek met een grote glimlach dicht te klappen. Dit is mooi gedaan.

Milja Praagman is de dader hier, een oude (met respect) bekende in het prentenboekenuniversum. Ze tekent en schrijft haar prentenboeken zelf. In 2017 won ze een Zilveren Penseel voor haar prentenboek ‘Omdat ik je zo graag zie’. In 2018 had ze de eer om het Prentenboek van de Kinderboekenweek 2018 te mogen maken, met als thema ‘Vriendschap’.

In “Bij jou” brengt ze een mol en een beer bij elkaar in een winterhol. Mooi getekend en ingekleurd, een beer met vriendelijke koolzwarte ogen en een mol met al even vriendelijke witte oogjes. Enigszins strompelend bewegen ze zich over de bladzijden, nadat ze in hun winterhol vredig aan het ronken waren.

Dutten doen ze ook in het begin van het verhaal, tot Beer wakker schrikt. Hij heeft iets moois gedroomd, maar wat ook alweer? Ongerust gaat hij op zoek naar zijn verloren droom. Hij vraagt het een bij:

“’Bij, ik had een droom.

Over jou en …

verder weet ik het niet meer.’

‘Droomde je misschien over mij

en deze mooie bloem?’ vraagt Bij.

‘Die bloem is mooi, maar mijn droom was nóg mooier en groter.’

Meer van de plot onthullen we niet, dat zou de feestvreugde van het zelf ontdekken te zeer dempen. Het is een mooie gedachte die Beer op tracht te diepen, de gedachte komt regelmatig terug, en hij brengt warmte. Voor de warmhartige ontknoping: zie dit lievvve boek.

Sterren: ***

ISBN: 9789025878955

Uitgeverij: Leopold

Ook verschenen op De Leesclub van Alles 

 

Marieke Lucas Rijneveld  – Mijn lieve gunsteling

Er komt weer geen normaal mens in voor

Great expectations, om met Dickens te spreken, hangen in de lucht. Dat is de schuld van de voorganger van dit boek: ‘De avond is ongemak’, dat in 2018 als een stungranaat de tamelijk rimpelloze vijver van de Nederlandse literatuur tsnunamiseerde. Het werd een onverbiddelijke bestseller, inmiddels vertaald in 37 landen. Daarbovenop won de schrijfster in 2020 als eerste, enige en jongste Nederlandse ooit de prestigieuze Bookerprijs. Er zijn schrijvers door minder succes in een writers’ block geschoten.

Dat lot trof Rijneveld gelukkig niet. Ze maakt de grote verwachtingen waar. Het is een beest van een boek geworden, wellustig, gerijpt, pantagruelesk, volvet, overdadig, eruptioneel, pompeus, brak, luxueus, zinderend, weelderig, lucullisch, abundant, overvloedig, orenwassend en steilorig. Dat laatste mooie woord vind je al in de tweede regel: “ik had je in dat steilorige hoogseizoen als een zweer met een hoefmes uit de klauwlederhuid moeten verwijderen, ik had ruimte moeten maken bij de tussenklauwspleet zodat mest en vuil ertussenuit zouden vallen en niemand je kon infecteren, misschien had ik je enkel wat moeten pellen en bijschaven met de slijper, je moeten reinigen en droogwrijven met wat zageling.”

Dit is geen wartaal maar vaktaal van een veearts, herkennen we later. Deze man die Kurt genoemd wordt, slingert in bladzijdenlange, koortsachtige erupties zijn gedachten de wereld in. Kurt is getormenteerd door zijn moeilijke jeugd en de misstappen die hij daardoor heeft begaan en nog steeds onbedwingbaar begaat. Hij is een dwalende, dolende ziel op zoek naar zuiverheid. Of verlossing, wie zal het zeggen.

De andere protagonist is de gunsteling uit de titel, een jong meisje dat zich in de warme belangstelling van Kurt mag verheugen. Voor de veearts is zij het symbool van puurheid, de jeugd die bij hem allang door de wc gespoeld is; hij wordt voortdurend heen en weer geslingerd tussen vertedering voor haar meisje-zijn en allesverterende lust voor haar bijna vrouw-zijn, ze is zijn minnegodje. 

Kurt vertelt het verhaal, hij blikt in één lange monoloog terug op de periode dat hij met zijn ‘nimfijn’ de fatsoensgrenzen tussen een jong meisje en een oudere man bruuskeerde, ethisch en seksueel. Daarbij voedt hij haar met boeken, films, muziek, gedachten, maar ook letterlijk met nieuwe smaken van snoep of drankjes.

En zij, zij zuigt alles op als een spons. Ook zij is in haar thuissituatie beschadigd en behept met een  ongebruikelijke geestesgesteldheid (ze praat in haar kamer met Hitler en Freud), zodat ze Kurt steeds een stukje verder volgt. Tot onvermijdelijke grenzen overschreden worden en daden onomkeerbaar zijn. Hij weet dat. Toch staat hij daar en kan niet anders: de geest was gewillig maar het vlees te week.

Rijneveld is weer uitstekend op dreef. In taal die aan Wolkers doet denken raast ze voort, associërend, gedachtenexperimenten aan alle kanten tegen het licht houdend, verbuigend, verkrachtend, liefkozend, dan weer in een pot mierzoete stroop verdrinkend. Ook de invloed van Reve is herkenbaar, lekker vervreemdend en geil, en zelfs ‘It’ van Stephen King helpt mee aan deze stevige robber leesvoer. Waarbij gezegd moet worden dat het verhaal zelf iets meer ingedikt had mogen worden – tegen het slotstuk liggen herhalingen van zetten op de loer maar soit, daar valt mee te leven.

Rijneveld legt de zoektocht van deze twee in het pikdonker tastenden, vruchteloos op zoek naar zingeving, griezelig beklemmend vast. De wanhoop van de veearts en zijn neergang, de wereldvreemdheid van het meisje en haar opgroeien van meisje tot jonge vrouw, het heeft de juiste accenten op de juiste plekken. Bewonderenswaardig beschreven in bizar gevarieerde taal, dat ook. In de tumultueuze relatie van die twee aangetaste mensen komt niemand ongeschonden aan de eindstreep – met die boodschap blijft de lezer hangend in de touwen achter.

Sterren: *****

ISBN: 9789025470142

Uitgeverij: AtlasContact

Ook verschenen op De Leesclub van Alles en Hebban

 

Nayrouz Qarmout – De zeemantel & andere verhalen

Zwaar aangezette verhalen helaas waarheidsgetrouw

Op de achterflap:

“Voor De zeemantel & andere verhalen heeft Nayrouz Qarmout zich laten inspireren door haar ervaringen als opgroeiend meisje in een Syrisch vluchtelingenkamp en als jonge vrouw in ‘de grootste gevangenis ter wereld’, Gaza.”

Met dit citaat in het achterhoofd zijn de hoogoplopende conflicten die Qarmout in een aantal van haar verhalen opvoert beter te plaatsen. De realiteit ervan is helaas in dit geval de harde werkelijkheid. Disproportionele interactie tussen personages, teer ontluikende liefde die ziedend weer uit elkaar wordt geslagen, terroristische aanslagen; niet alle verhalen zijn makkelijk te verteren.

Hier wat opflakkerende emoties uit het titelverhaal, over de onschuld der kinderjaren:

“Opnieuw trok ze zich terug in het verleden, naar een uitgestrekt kamp waar een heleboel kinderen aan het knikkeren waren en teams vormden voor een spelletje ‘Joden en Arabieren’… Ze liet het touw abrupt vallen toen een klein jongetje een vlinderklem uit haar haar griste en ermee wegrende. Ze stoof hem achterna…. Ze werden al snel moe en bleven staan uithijgen onder een dikke oude boom…. Lachend gaf de jongen haar de klem terug. ‘Die staat mooi in je haar,’ mompelde hij verlegen.

Ondanks haar woede werd ze overspoeld door een groot geluksgevoel. Ze wist niet waar het vandaan kwam en evenmin snapte ze de kinderlijke emoties waardoor haar hart ineens heftig was gaan bonzen. Plotseling stond haar broer voor hun neus en gaf de jongen een harde stomp. De jongen sloeg direct terug.”

Een subtieler verhaal is ‘Witte lelies’. De sfeer in het explosieve gebied rond Tel Aviv is hier stevig maar kwetsbaar. De hoofdrol is voor een man met een bos onschuldige witte lelies, die aangezien wordt voor iets dat de regering schade zou kunnen bijbrengen, en dus door een militaire drone op de korrel wordt genomen. Alles wat rest op plek waar de inslag was, zijn dwarrelende witte lelieblaadjes. Een verteltechnisch mooi maar menselijkerwijs afschuwelijk contrast tussen zacht- en hardheid.

Op vergelijkbare manier worden de horribele tegenstelling tussen burgers en terroristen zichtbaar in het simpele verhaal ‘Onze melk.’

De datum is 22 juli 1946, en we bevinden ons in het King David Hotel in Jeruzalem. Britse soldaten lopen overal rond en in het hotel worden zoals elke dag de melkbussen gebracht. Verse, schuimende melk zoals de gasten dat graag hebben. “Wanneer ze de bussen neerzetten, kun je zien dat ze een heel ander soort uitdrukking op hun gezicht hebben dan de druk in de weer zijnde ochtendkoks. Hun blik is verbeten en ze ontberen de vriendelijkheid die het hotelpersoneel uitstraalt.”

De toon is gezet, we vermoeden welke richting dit opgaat en inderdaad, het einde is niet happy.

Overkoepelend thema van deze bundel is het geweld in het Midden-Oosten en de onverenigbaarheid der karakters van de bewoners daar. Qarmout laat die clash in haar verhalen ongezouten terugkomen. Het zijn botsingen tussen culturen, vastgeroeste meningen, vooroordelen en religieuze starheid. Wat daaruit voort komt, brengt ze nietsontziend tot leven. Opdat iedereen daar lering uit zou kunnen trekken.

Sterren: ***

ISBN: 9789493081550

Uitgeverij: Orlando

Ook verschenen op De Leesclub van Alles 

Susan Smit – Tropenbruid

Een sterke vrouw in een miserabel stuk vaderlandse geschiedenis

Misschien had deze recensent teveel verromantiseerde geschiedenissen gelezen, of te vaak de misstanden in Nederland-Indië gehoord. Of was er een natuurlijke weerzin tegen het in 2020 met grote regelmaat opgerakelde slavenverleden. Er was wat tegenzin kortom, om aan dit boek te beginnen. Onterecht, bleek toen het verhaal na twee alinea’s de lezer meesleurde tot aan het bedroevende einde: dit is uitstekend geschreven.

In het nawoord lezen we dat Susan Smit een missie had met dit boek: “Aandacht vragen voor het beklagenswaardige en onrechtvaardige lot van de njai was het uitgangspunt van deze roman… Het is een ongemakkelijk onderdeel van onze koloniale geschiedenis: Europese mannen die, in afwachting van een geschikte Europese huwelijkskandidate, samenleefden en niet zelden kinderen kregen met een jonge Chinese, Japanse of Indonesische vrouw die geen rechten had… De njaj at met de heer aan tafel, sliep met hem, fungeerde als tolk en baarde zijn kinderen. Toch kon de man haar op elk moment, zonder gevolgen, wegsturen. Voor de njaj was dat een dubbele ramp, omdat de inheemse samenleving het njaischap afkeurde en ze niet terug kon naar haar familie, ook al had die niet zelden geld voor haar ontvangen. Ze werd een uitgestotene.”

De lezer realiseert zich deze naargeestige waarheid als hij langzaam in het verhaal komt. Het begint in het weeshuis van Amsterdam, 1907, als we het weesmeisje Anna tegenkomen. Ze is ambitieus, wil meer uit het leven halen dan wat haar als weesmeisje te wachten staat. Dus schrijft ze terug op een advertentie waarin een ambtenaar in Nederlands-Indië een echtgenote zoekt. Ze wordt gekozen en komt terecht in de konkelende wereld van Batavia, waar echtgenoot Willem haar ge- en misbruikt om zijn eigen geheime liefdes en buitenechtelijke escapades te verbloemen.

Wij lopen eerst met Anna mee terwijl ze de noodzakelijke stappen neemt om eerst in Batavia te belanden. Daar merkt ze dat het hele ambtenarenapparaat aan elkaar hangt van de juiste personen kennen, bij ze in het gevlei komen en de correcte feestjes aflopen om dat ene hogere doel te bereiken: promotie maken. Haar man Willem doet dat ook, met een onplezierig effect op zijn humeur.

Anna vergezelt hem naar de partijtjes – op zijn bevel. Zo komt ze in aanraking met de hoger geplaatste ambtenaren, dat wil zeggen, met hun vrouwen. Dat contact gaat wat moeizaam door de stijve etiquette maar langzaam wint ze het vertrouwen van met name de residentsvrouw, die in Anna iets van haar eigen ongemak (dat ze naar de achtergrond heeft gedrongen) terugziet.

Dat het leven hier geen ballonnenfeestje is, heeft Anna al snel door. De Nederlandse overheersing is ongewenst, de inlanders bieden passief verzet en het klimaat is nauwelijks te doen. Bovendien heeft Willem geheimen, zoals ze op een kwaad moment ontdekt. Inderdaad, hij heeft een njai gehad, en Anna dacht nog wel dat zijzelf gekozen was om zijn échte vrouw te zijn. Het moment waarop ze die desillusie beseft, zet Susan Smit raak neer:

“Na het ontbijt trok Anna de sarong uit, deed de spelden teug in het houten doosje en sloot het deksel. Hoe kon ze deze sieraden ooit nog dragen nu ze dit wist? … Daarna liet ze zich naar het Koningsplein rijden om te wandelen. Het liep al tegen het middaguur en het licht weerkaatste hel op de lichtbruine aarde. Het was of ze door een vuur liep… ‘Voel je je wel goed, beste Anna?’

Ze keek op en zag een chic geklede dame voor zich staan. Het was de vrouw van de resident…

‘Jawel mevrouw,’ zei ze, ‘de hitte werd me gewoon even te veel.’

‘Net van de boot natuurlijk.’ De dame glimlachte geamuseerd. ‘Probeer genoeg te drinken.’

Anna knikte. ‘Dank u wel, mevrouw.’

Als toeschouwer voel je de verzengde tropenzon, leef je met de arme Anna mee en verbaas je je over de norse, bedrieglijke Willem. Hoe kun je zo leven? Hoe kun je sowieso de oorspronkelijke bewoners, Javanen hier, meedogenloos onderdrukken en zelf mooi weer spelen? Alleen al om die ongelijkheid en uitbuiting zichtbaar te maken is dit een verhaal dat verteld moet worden.

Er is meer. Susan Smit brengt – terecht – de positie van vrouwen onder de aandacht. Onderdrukte, machteloos gemaakte vrouwen zoals destijds, maar helaas op een groot aantal plekken ter wereld nog altijd vastgepind in schrijnende situaties. Het zijn de lessen uit dit verhaal die we ter harte moeten nemen. Smit vervlecht ze knap in een vloeiend lezend boek dat de lezer voor eventjes in een andere dimensie brengt.

Sterren: ****

ISBN: 9789048835430

Uitgeverij: Lebowski

Ook verschenen op De Leesclub van Alles