Recensies van actuele boeken

Thom Kloes – Het maakt uit hoe je sterft

Thom Kloes – Het maakt uit hoe je sterft

Een andere kijk op euthanasie

‘De goede dood’ is onder voorwaarden mogelijk in Nederland, wat mooi is. Maar euthanasie is ook een controversieel onderwerp. Zo willen steeds meer mensen zelf de regie over hun levenseinde. Dat klinkt enorm veel simpeler dan het is: aan euthanasie kleven veel ingewikkelde keuzes, alleen de ethische vraagstukken al. Dit boek werpt licht op die struikelblokken bij monde van artsen, psychiaters en verplegers vanuit de (antroposofische) praktijk.

Een nuttige bundel dus om de gedachten eens te ordenen of juist door elkaar te laten husselen. Samensteller Thom Kloes heeft zijn best gedaan om een bonte verzameling ervaringen bij elkaar te brengen van mensen die ‘het levenseinde’ van dichtbij hebben meegemaakt.

Dat deden ze veelal als professionals, bijvoorbeeld als begeleider van door dodelijke ziektes aftakelende mensen. Of hoogleraar medische ethiek. Of huisarts van families die vroegen naar de mogelijkheden van een versneld levenseinde voor terminaal zieken. Of familielid van dementerende ouders.

Het levert een bont gekleurde verzameling verhalen op die een beeld geven van de pro’s en cons van ‘het heft in eigen hand nemen’. Zo krijgen we het relaas te lezen van een arts die werkt voor de Levenseindekliniek, die vijftien jaar lang veel mensen sprak die euthanasie wilden. Zijn conclusie is dat de euthanasiewens soms niet zozeer voort kwam uit de gevolgen van de ziekte die ze hadden, maar uit een psychisch lijden dat soms al een leven lang duurt. Een soort zelfhaat, grof gezegd.  Een dame vertrouwde hem toe: “Dokter, u moet het tegen niemand zeggen, maar ik ben blij met de kanker die ik heb. Want nu mag ik eindelijk dood.”

Dit is slechts één van de redenen om euthanasie niet zonder meer te laten plaatsvinden. Niet te snel dus, en zeker niet te ondoordacht. Het leven is een te kostbaar geschenk om abrupt af te breken, in elk geval niet zonder eerst een aantal andere mogelijkheden geprobeerd te hebben. In wisselende mate van leesbaarheid komt dat uit de verschillende bijdragen naar voren.

De insteek van de bundel wordt misschien het helderst verwoord door de bijdrage van een Gentse huisarts die de opleiding tot antroposofisch arts volgde:

“Sterven is de tegenpool van geboren worden… Bij de geboorte komt alles erop aan dat de eerste inademing goed verloopt… Het is een cruciaal moment, waarbij de omstanders letterlijk de adem inhouden: doet-ie-het?… Alle zorg tijdens de bevalling is hierop gericht: dat de grote omslag in het ademen goed verloopt. Dat er geen zuurstoftekort optreedt, voor, tijdens, noch na de geboorte…

Ook bij het sterven is het de ademhaling die toont of het zo ver is. Bij een natuurlijke dood kan men meestal waarnemen hoe de stervende langzamer gaat ademen. Soms komen er nog een tijdlang periodes van diepe ademteugen, afgewisseld met periodes zonder ademhaling  waar de aanwezigen zich afvragen of het nu écht voorbij is of niet. Uiteindelijk wordt dan de ademhaling steeds trager en oppervlakkiger, tot haar ritme uitblinkt en zij plotseling ophoudt.”

Een interessante kijk op het leven. Vanuit religieus oogpunt zal men een ander leven/dood-besef hebben. Vanuit het atheïsme eveneens. Deze bundel geeft een verzameling gedachtenexperimenten op levensbeëindiging vanuit antroposofisch gezichtspunt. Doe uw voordeel met de informatie – in het hiernamaals gaan we zien hoe het echt zat.

Sterren ***

ISBN 9789060388693

Uitgeverij Christofoor

Ook verschenen op De Leesclub van Alles

Michaël Escoffier & Roland Garrigue – Prinses Kevin

 

Michaël Escoffier & Roland Garrigue – Prinses Kevin

Ik verkleed me als een prinses. Nou en?

Het zuurstokroze geklede figuurtje dat in een spiegel kijkt op de voorkant van dit prentenboek is maar voor één interpretatie vatbaar: we kijken hier naar een raszuivere prinses. Alleen, het is een jongetje. In een roze jurk. Hij vindt dat hij een prinses is.

Big deal. Anno 2019 is dit nou niet een situatie die mensen de gordijnen injaagt. Misschien (maar hopelijk niet!) is het in Frankrijk waar het origineel is uitgegeven, wel een taboe. Of misschien moeten we het zo zwaar niet opnemen, en geeft Michaël Escoffier gewoon de boodschap af dat we kunnen doen wat we willen, mits binnen redelijke grenzen. N’est pas?

Wat de achterliggende beweegredenen ook zijn, dit prentenboek heeft zijn kwaliteiten. Ten eerste zijn de tekeningen van Roland Garrigue een lust voor het oog. Het ventje Kevin is een olijk getekend jochie met grote ondeugende ogen, een zeer brede glimlach, zwart piekhaar en natuurlijk een schitterende gouden kroon op zijn hoofd. Ook de andere kinderen, zoals die grote groep op het schoolplein, hebben allemaal dat ‘joie de vivre’ en dat heerlijk onbezorgde dat jonge kinderen zo overtuigend kunnen uitstralen. Ook Kevins vriendinnetje Julia heeft precies de goede uitstraling om Kevin verliefd op haar te laten worden. Ondanks zijn roze jurk.

Ten tweede zijn er dan de teksten, uit het Frans vertaald door Tosca Menten. Vlotte teksten, een beetje brutaal, zeker, maar het niveau wringt een beetje. De teksten lijken niet helemaal te sporen met het verhaal, ze lijken soms een avi-niveautje te hoog voor de doelgroep waar de tekeningen juist wel bij aansluiten. Maar vrolijk zijn ze wel, en ze geven het verhaal luid en duidelijk weer.

Tja, dan ten derde het verhaal. Het was al aangesneden: heel schokkend is de premisse daarvan niet, dat jongetje in vrouwenkleren. En het verloop van het verhaal, is dat bijzonder dan? Neen. Dat kabbelt maar zo’n beetje voort, zonder dramatische gebeurtenissen van enige betekenis. Wat wil Michaël Escoffier nu eigenlijk vertellen? Veel meer dan dat het oké is om af en toe van hokje te wisselen qua kleding, halen we er niet uit.

Hoewel, vinden de jongens uit Kevins klas het wel oké? Op het feestje wil niemand van de klasgenoten (verkleed als ridders) hem een hand geven. Dat duidt toch op discriminatie. Door de jongens wordt prinses Kevin in elk geval buitengesloten. Hopelijk is er nog iemand die hem door de aldus ontstane eenzaamheid helpt. Anders lijkt het erop dat zoiets onschuldigs als het aantrekken van een prinsessenjurk (en een gouden kroon op je hoofd zetten) je voorgoed buiten je vertrouwde groep plaatst. Dat zou na zoveel eeuwen beschaving toch zonde zijn.

Sterren **

ISBN 9789000370931

Uitgeverij van Goor

Ook verschenen op De Leesclub van Alles

Ronald Gans – Had ik maar naar mijn vrouw geluisterd

Ronald Gans – Had ik maar naar mijn vrouw geluisterd

Een doe-het-zelf-niet boek

Ronald Gans is een pakkenman. Hij komt uit de Gako-pakkenfamilie en heeft veertig jaar ervaring in het mode- en kleinbedrijf. Zijn vader groeide uit van marktkoopman tot eigenaar van een grootwinkelbedrijf met meer dan vijfendertig vestigingen in Nederland. De kleine Ronald werd door zijn vader voorbereid om het Gako-concern over te nemen. Dat gebeurde, en vijftien jaar stond hij aan het hoofd van de winkelketen tot die in 1997 failliet ging.

Een periode van leidinggevende functies bij o.a. Oilily en Hans Textiel volgt, tot het gaat kriebelen:

“Ik ben zesenvijftig, toe aan iets nieuws en houd mezelf een spiegel voor. Wat kan ik?… Waar kan ik op mijn leeftijd nog met goed fatsoen gastheer van zijn? …

Retailen zit in mijn bloed, maar als er een sector is die het moeilijk heeft, dan is het wel retail en kleding. Enerzijds heb je de grote ketens zoals H & M, Zara, C&A – prijstechnisch is hier niet tegenop te concurreren… Anderzijds bestaat in de bovenkant van de markt de kleine zelfstandige. Daar valt misschien nog wel geld te verdienen met excellente service en een persoonlijke aanpak…”

Zoals het citaat laat zien, schrijft Gans naturel, fris van de lever. Hij noemt de dingen bij hun naam en geeft zijn gedachten en overwegingen heel precies weer, zodat de weerslag van zijn handelen inzichtelijk is voor de lezer. Die kan aan de hand van praktijkvoorbeelden ervaren wat werkt en wat niet werkt. Dat maakt dit boek bijna een lesboek in het ondernemen. Of meer een doe-het-zelf-niet boek voor te wilde plannen. Gans’ nieuwe avontuur inclusief alle valkuilen, verkeerde aannames en eigenwijsheid, is hier geboekstaafd om van te leren.

Gans besluit dé maatwerkspecialist van Nederland te worden. Hij gaat kwalitatieve pakken op maat maken voor de klant die niet kijkt op een paar euro’s maar kwaliteit wil, én een persoonlijke behandeling. Waar anders zou zo’n winkel kunnen floreren dan in het centrum van de macht: de Amsterdamse Zuidas? Zo gedacht, zo gedaan en Gans gaat zijn droom realiseren.

Maar eerst nog even aan zijn vrouw vertellen. Die heeft een hele reeks tegenargumenten: ze is eigenlijk mordicus tegen het plan, maar hij zet door. Met ongebreideld enthousiasme vindt hij een plek voor de winkel, een team dat de winkel bemenst, financiering en na een stevige voorbereiding is het zover: de flagstore van The Tailor Mates opent feestelijk geopend. Spoiler: de eerste dag eindigt met nul euro omzet…

Voor meer sappige en hartbrekende details: zie de rest van deze historie. Zoals gezegd is het een eerlijk boek: elk hoofdstuk sluit af met een heldere lijst ‘lessons learned’. De schrijver spaart zichzelf daarbij zeker niet; voor hem te laat, maar toch met het doel de lessen door te geven aan beginnende entrepreneurs.

Voor hen is het boek dan ook bedoeld. Erg toegankelijk geschreven en zonder opsmuk wordt verteld wat de plannen zijn, welke verwachtingen er waren en vervolgens hoe dat mis ging met eerst nog draaglijke financiële verliezen, daarna met desastreuze kapitaalvernietiging. Alles op een gemoedelijke onder ons-toon waar de waarschuwingen niet moeilijk uit te destilleren zijn. Of de tegenslag-momenten, die op veel plekken naar voren komen.

De ‘lesson learned’ hier: de beginnende winkelier dient allereerst de titel van het boek letterlijk te nemen. Sterker nog: als je wilt weten of je aan een dood paard trekt, luister dan naar zoveel mogelijk mensen. En neem hun advies serieus.

Sterren ***

ISBN 9789401611329

Uitgeverij Xander

Ook verschenen op De Leesclub van Alles

Kirsten Hall en Matthew Forsythe – Het gouden blad

Kirsten Hall en Matt Forsythe – Het gouden blad

Tegen de graaiers

De kunst van het vergulden is ontdekt door de Egyptenaren. Ze maakten bladgoud door goud net zo lang te hameren tot er dunne bladen overblijven, die dan weer tussen papier verder behamerd worden tot de bladen zo dun zijn als de vleugels van een vlinder. Bladgoud heeft een langdurig, lichtgevend effect.

Dit is een essentieel feitje van dit wonderbare boek. Kirsten Hall schreef de tekst en Matt Forsythe maakte er de tekeningen bij. Beide zijn bijzonder. Zoals de uitleg hierboven en de titel al doen vermoeden, speelt bladgoud een rol in het verhaal – sterker: het is het pièce de résistance.

Beginnen bij het begin: we openen het boek en belanden in een koud, besneeuwd landschap dat erg lijkt op een bos. In de winter. Een pagina verder wordt het lente in dat bos: de bladeren komen terug en overal duikt het groen op. Heel, heel veel kleuren groen. De dieren komen uit hun holletjes en gaan op zoek naar eten. Maar ze zien iets anders, iets dat schittert en glinstert. Een gouden blad!

Hier gaat de magie van start. In de prachtige tekeningen herkennen we een in negatief weergegeven, verwonderd kijkend hert. Op de belendende bladzijde zitten hazen en een eekhoorn rondom iets glanzends, een prachtige relevatie. Daar herkennen we de functie van de uitleg van het vergulden. Een gouden blad glinstert ons tegemoet, een mooi speerpuntig gevormde spetter goud. Als je je vingers op het papier legt, kun je de gladheid ervan voelen. Glad als goud.

Een best wel behoorlijk begerenswaardig object. Dat vinden de dieren in het bos ook, en er komt een wedren op gang naar het prachtige gouden blad. Iedereen wil het vasthouden, voelen, zijn of haar pootje over het zijdezachte goud laten glijden, genieten van de zachte gulden glans. Misschien wil iemand er wel een stukje van hebben? Hebben hebben hebben, HIER MET DAT BLAD!

De afloop verklappen zou zonde zijn. Het verhaal is daar te goed voor opgebouwd en de tekeningen zijn te subtiel. Lees het zelf of nog beter: laat het je kinderen lezen – ze zullen niet teleurgesteld worden. Hun nieuwsgierigheid wordt geprikkeld door de spannende tekst. Schrijfster Kirsten Hall laat ze dwalen door een sterk verhaal over wat hebzucht doet met mooie dingen.

Tekenaar Matt Forsythe op zijn beurt laat ze voelen aan het gouden blad, dat telkens een andere vorm aanneemt. Zoeken naar dieren, planten, struiken, bomen in het enorme bos. Tellen hoeveel tinten groen het bos kent. Of kijken wat er met het gouden blad gebeurt als het door steeds meer dieren begeerd wordt. Als steeds meer dieren er een stukje van willen hebben. Een probleem, maar uiteindelijk lossen auteur en tekenaar dat pijnpunt bekwaam op, zodat er geen beschadigde kinderzieltjes te betreuren zijn. Misschien zijn er wat vreedzame gedachten in het kinderzieltje geboren. Hopelijk.

Sterren ****

ISBN 9789060388945

Uitgeverij Christofoor

Ook verschenen op De Leesclub van Alles

Daniëlle Bakhuis – Clownsnacht

Danielle Bakhuis – Clownsnacht

Vakkundige jeugdhorror

Een jaar of wat geleden was opeens de horrorclown in het nieuws, dankzij lolbroeken die uit de bosjes sprongen met een clownsmasker op om mensen een doodschrik te bezorgen. De horrorclown, waar kennen we die van? Van Stephen King bijvoorbeeld? Hij lanceerde in zijn boek ‘Het’ de boosaardige clown Pennywise, die 1000 pagina’s lang een aantal kinderen het leven zuur maakt. Dat boek, en vooral de duivels getekende Pennywise sprak zo aan dat clowns sindsdien een stukje van hun onschuldige schuddebuik-uitstraling kwijt waren.

Daniëlle Bakhuis gebruikt dat collectieve beeld handig in ‘Clownsnacht’, een jeugdhorrorboek. Met een minder angstaanjagende demon dan Pennywise, omdat met de jeugdige zieltjes voorzichtig omgegaan dient te worden. Horrorschrijvers voor volwassenen hoeven daar geen rekening mee te houden. Zij kunnen hun horror zo gruwelijk mogelijk aanzetten, terwijl kinderboekenschrijvers de horror ook spannend moeten houden, maar zonder blijvende nachtmerries.

Bakhuis heeft die subtiele balans goed in de vingers. Het verhaal wordt stapsgewijs steeds een klein beetje griezeliger, maar als de prikkelende spanning naar gevaarlijke hoogspanning dreigt over te springen, tempereert ze weer naar een hanteerbaar voltage. Net genoeg voor de suspensezoekende lezer om weer even adem te halen.

De spelregels van het opbouwen van een griezelig verhaal volgt Bakhuis ook foutloos. In niet te lange hoofdstukken belicht ze de personages waarbij bedreigende zaken niet lang op zich laten wachten. De dreiging komt uit een onverwachte hoek, of van een ander persoon dan je zou verwachten, en culmineert tegen het eind van het hoofdstuk tot net nog draaglijke hoogten. Daarna volgt vlak voor het einde van het hoofdstuk een verrassing, meestal onaangenaam, die de lezer de adem beneemt.

En door naar de volgende golf avontuur. Bij zo’n rollercoaster van emoties en spanning hoort wel een passend verhaal natuurlijk. Maar ook die kwalificatie vervult Bakhuis met succes. Hier volgen we Fara die gaat babysitten bij de familie Zuiderduin, in een enorm huis. Alles lijkt in orde, maar dan beginnen dingen te gebeuren. Zo valt de stroom uit, die ze met moeite weer aan de praat krijgt. Bij de zoektocht naar de knop om de stroom weer aan te zetten in het kasteelachtige huis, vindt ze vreemde dingen op zolder. Later hoort ze dat er een moordenaar in de buurt ontsnapt is. Haar telefoon heeft nog maar twee streepjes stroom en ze is de oplader vergeten. Ze moet op de kinderen letten. En er is ook nog iets met een clown.

“Wanneer ik Suzies kamer binnen stap, staat ze huilend naast haar bed. Ze heeft een roze knuffeltje in haar ene hand en wrijft met haar andere hand in haar oog. Ik zak door mijn knieën en strijk een pluk haar uit haar gezicht. ‘Hé Suzie. Had je naar gedroomd?’

‘M-mama! Waar i-his mama?’ Dikke tranen maken geultjes in de gele schmink op haar wangen.

‘Mama en papa zijn naar een feestje vanavond, maar ik pas op. Ik heet Fara, weet je nog?’

Haar mond is opeens heel dicht bij mijn oor. ‘Ik wil niet dat de clown naar me kijkt.’ Ze zegt het zo zachtjes dat ik haar bijna niet versta.

Mijn buik trekt zich samen. ‘Wat?’

‘De clown,’ fluistert Suzie. ‘Hij stond naast mijn bed.’”

Je ziet het voor je. Prima situatie zo, veel suggestie, filmische beschrijving en een lugubere sfeer. Daarmee kunnen we lekker verder griezelen en meeleven met dit zorgvuldig opgebouwde verhaal. In een nawoord vertelt Bakhuis welke urban stories en andere zaken er allemaal in dat verhaal verwerkt zijn – meer dan je denkt. Nu nog doorlezen, als je durft, en zien hoe dit verhaal afloopt. De op de achtergrond aanwezige clown heeft daar wel een idee over.

Sterren ****

ISBN 9789000370375

Uitgeverij van Goor

Ook verschenen op De Leesclub van Alles

Ashley Elston – 10 Blind Dates

Een ongemakkelijk plan van een hyper familie

Kerst. Een perfecte virtuele snelkookpan voor elkaar al jaren ergerende familieleden, liefst voor langere tijd daarin vastzittend zodat het onderhuidse gebroei zich kan ophopen tot de pressie te groot wordt en het deksel van de pan knalt.

Over de sfeer tijdens die gevreesde feestdagen zijn al veel boeken, films en series gemaakt. Rondom die sfeer draait ongeveer de helft van dit boek. De andere helft behandelt de heftige romantische gevoelens van de doelgroep: jongvolwassen lezers.

Sophie kent beide soorten gevoelens maar al te goed omdat ze haar hele leven al kerstfeesten viert, én in de doelgroep valt. Bovendien heeft ze het hele jaar door last van haar iets te bemoeizuchtige ouders. Ze is dan ook dolblij als haar ouders de kerstdagen bij opa en oma gaan vieren. Eindelijk alleen met haar vriend Griffin.

Helaas ziet Griffin dat anders, met als resultaat dat Sophie dan toch ook maar bij opa en oma de feestdagen door gaat brengen. Met haar familie. Die hebben wel een ideetje: om haar liefdesverdriet te verlichten gaat elk familielid voor Sophie de komende tien dagen een blind date organiseren. Leuk plan, vindt iedereen, gaan we doen.

Klinkt dat plan weird? Onrealistisch? Vergezocht? Ja, ja en ja, maar toch maakt Ashley Elston er dit boek van. In uptempo geschreven, vol razendsnelle gebeurtenissen, verschuivende perspectieven en sterk wisselende hormonale stemmingswisselingen. Is dat voldoende om een boek op zo’n onwaarschijnlijk thema te laten slagen? Elston doet haar best en slaagt voor de test. Ze treft feilloos de binnenwereld van de doelgroep, schrijft snel en grappig en neemt alle ‘gevaarlijke’ gevoelens (jaloezie!) mee, zoals in deze scene waarin Sophie te weten wil komen wie haar volgende date is:

“De keukendeur gaat open, ik maak van schrik een sprongetje. ‘Hallo? Waar is iedereen?’ hoor ik en dan verschijnen tante Lisa en oom Bruce in de hal. ‘Daar zijn jullie dus,’ constateert tante Lisa. ‘We dachten: laten we even aanwippen om te kijken hoe de zaken ervoor staan.’

‘Mam probeert me al de hele dag zover te krijgen dat ik haar vertel wie ik voor je gekozen heb, maar ik zwijg als het graf.’ Olivia smakt met haar vers gestifte lippen voor de spiegel.

‘Oké, ja, ik geef het toe, we zijn nieuwsgierig. En ik heb tegen Eileen gezegd dat ik er zou zijn en haar de details zou doorbellen. En Bruce heeft Bill moeten beloven dat hij zich ervan zou verzekeren dat Soofs date geen griezel is.’

Ik rol met mijn ogen. Het verbaast me helemaal niet dat mijn ouders spionnen hebben gestuurd om alles in de gaten te houden.

Als romantische serie op de streamingdienst van Disney zou dit verhaal prima passen. Een erg filmische, hippe, in sneltreinvaart verlopende zoektocht naar de ware, met de arme Sophie als het middelpunt. Ze rolt een avontuur in dat al haar zenuwuiteinden op scherp zet, om nog maar te zwijgen van haar onderbuikgevoelens. Het is niet moeilijk om met dat verhaal mee gaan. Wie dat doet, krijgt een realistisch gemaakte emotionele achtbaan. We kunnen niet wachten op de serie.  

Sterren: ***

ISBN: 9789000370573

Uitgeverij: van Goor

Ook verschenen op De Leesclub van Alles 

 

Irena Brignull en Richard Jones – De reis van het dromenkind

Zachte tekeningen omlijsten een goed verhaal          

Aan een prentenboek is al snel te zien of het inderdaad een symbiose van tekst en tekeningen is, zoals de bedoeling zou moeten zijn. Bij dit verhaal is dat top. Wel zijn de tekeningen iets sterker dan de tekst, omdat ze hoe zeg je dat, zo beeldend zijn. Daardoor dragen ze de fijn beknopte tekst, zoals dat dan weer hoort in een prentenboek.

Illustraties dus. Richard Jones maakte ze en het verdient de moeite voor de geluksvogels die dit boek in handen krijgen, om ze gedetailleerd te bekijken. De bomen zijn stijlvol stakerig, met her en der uitstekende takken vol strakke bladeren die uitgeknipt en opgeplakt lijken. Dat samen met de kleurencombinatie van de stam en de takken die loopt van donkerbruin naar lichtgroen, rood en kopergeel, geven de bomen een weemoedige sfeer.

Er is meer natuur, veel meer. Elke pagina staat vol bloemen, dennenbomen, grasvelden, en nog meer bomen. Diezelfde bofkonten die nu in het boek bladeren, kunnen op zoek gaan naar in het landschap verstopte eekhoorntjes, vogelnestjes, een vos, en zalmen. Genoeg te ontdekken voor nieuwsgierige kinderoogjes.

Tussen het groen door loopt iemand: een meisje. Ook in kalme aardekleuren, goed passend in het struweel. 

“Hoog boven het dal,

voorbij het bos,

woonde een jong meisje

met lavendelblauwe

ogen en glanzend

kastanjebruin haar.”

Dat naamloos blijvende meisje woont samen met haar moeder in het bos, tot beider tevredenheid. Ze leefden nog lang en gelukkig – of nee, dit is geen sprookje. Hier rollen problemen het paradijs binnen.

“De hele zomer was het

meisje buiten. Ze klom in de

bomen en zwom in de rivier.

Ze kende de dieren en de

vogels en zag hoe ze geboren

werden, hoe ze leefden en

wanneer ze stierven.

En ze zag dat ieder dier een

moeder en een vader had.”

In die laatste zin zit de drijfveer die deze queeste voortstuwt. Het meisje realiseert zich dat ze alleen een moeder heeft. Hoe kan dat?

In vierkantjes gezette korte zinnen begeleiden daarna haar tocht door het bos. Prima zinnen, die niet meer en niet minder informatie geven dan noodzakelijk. Net genoeg om kinderen die de zinnen lezen, aan het denken te zetten. Om daarna de moeite te nemen met het meisje mee te gaan op ontdekking, die weer wordt bekroond met een mooie universele boodschap.

Sterren: ***

ISBN: 9789060388808

Uitgeverij: Christofoor 

Ook verschenen op De Leesclub van Alles 

John Marss – De ware

Online daten gevaarlijk? Hier wel.

“’Nog niet lezen!’ zei Sally door de telefoon tegen Nick. Ze klonk nerveus. ‘Wacht tot je thuis bent, dan doen we het samen.’

Sally gaf toe dat ze, sinds het moment waarop haar smartwatch had aangegeven dat er een e-mail binnen was van Match je DNA, een gevoel in haar maag had alsof ze in een lift zat die twintig verdiepingen naar beneden stortte. Ze had Nick onmiddellijk gebeld en ongeduldig gewacht tot hij zijn inbox had geopend en gezien dat er bij hem ook een mailtje was binnengekomen.

Op het reclamebureau waar hij werkte, had Nick vanmiddag gevatte slogans moeten bedenken…, maar in plaats daarvan zat hij zich zorgen te maken onder de inhoud van de e-mail.

Waar hij zich nog meer zorgen over maakte, was dat Sally erop had aangedrongen de test te doen. Wat hem betrof hadden ze het goed samen en hij had zich er helemaal op ingesteld samen een toekomst op te bouwen.”

Hier lezen we mee met de arme stumper Nick, die al jaren met zijn Sally samenleeft in een goede relatie. Tenminste, dat dacht hij. En Sally denkt het eigenlijk ook, maar is aan het twijfelen gebracht door een nieuwe dienst genaamd Match je DNA. Dat is een geniale test, ontwikkeld door een bedrijf met dezelfde naam: de test vindt het gen dat je zielsverwant aan je verbindt.

Geen getob meer met afspraakjes, moeizame gesprekken aan een bar of onhandige avances. Doe de test en je hebt de partner die het best bij je past. En het werkt. Miljoenen tevreden klanten over de aardbol zijn gematcht, tot grote tevredenheid van iedereen, alleen de bijeffecten zijn wat vervelend. Relaties die prima leken, worden na de test verbroken, en het woord ‘romantiek’ zal nooit meer hetzelfde betekenen. Ook niet voor Nick en Sally – de uitslag van hun test is heel anders dan in ieder geval Nick verwachtte – en hoewel ze er eerst besmuikt om lachen, drijft die uitslag een wig tussen hen. Opeens blijkt de nieuwe test gevaarlijker dan ze dachten.

Net zo gevaarlijk als de persoon op de achtergrond die snapt hoe de psychologie werkt achter de nieuwe test. Deze snoodaard doorgrondt de drijfveren van online daten, is bovengemiddeld computervaardig en heeft goede looks. Met die combinatie van kwaliteiten kan hij ongestoord zijn niet bepaald menslievende plan gaan uitvoeren…

Een intelligent opgezet, intrigerend verhaal dat terecht al enorme verkoopaantallen in Groot Britannië scoorde. Ex-journalist John Marss verkent de mogelijkheden van ons computergebruik, met name de mogelijke gevaren van het online daten. Dat doet hij listig door die problematiek in een spannend verhaal te gieten met levensechte hoofdrolspelers. Ook bouwt hij ruim voldoende plotwendingen in om het verhaal aantrekkelijk te houden.

In een tweede laag van het verhaal houdt Marss de levensstijl van de moderne mens tegen het licht. Oké, het is handig dat je de hele wereld onder je vingertoppen hebt met je telefoon, tablet en laptop, maar hoe veilig is het eigenlijk? Kun je je beschermen tegen indringers met bovengemiddeld veel verstand van bits en bites? En wat als er gevoelens aan te pas komen? Gevoelens van affectie, liefde zelfs, wint de emotie het dan niet te vaak van het verstand? Genoeg stof tot nadenken in een onderhoudend boek.

Sterren: ***

ISBN: 9789044356137

Uitgeverij: The House of Books 

Ook verschenen op De Leesclub van Alles 

 

Tess Gerritsen – Schaduw van de nacht

10-02-2020

Tess Gerritsen – Schaduw van de nacht

 Met Markies de Sade in een haunted house

Tess Gerritsen heeft een nieuwe roman uit. Is dat nieuws? Niet echt, want Tess Gerritsen heeft een erg hoge productie. Ze brengt al jarenlang zeer regelmatig boeken uit in verschillende series, waarvan een aantal succesvol verfilmd zijn. Soms komt ze met een, zoals de uitgever dat noemt, ‘stand alone’ boek. Zo één is dit ‘Schaduw van de nacht’. Is dit verhaal na al die anderen nog origineel, heeft ze alle denkbare thema’s niet opgebruikt, is haar stijl nog verrassend in deze ‘Schaduw van de nacht’?

Hoofdpersoon Ava huurt een huis in een afgelegen kustdorpje in Maine. Over dat huis wordt verteld dat de geest van kapitein Brodie er nog hangt, maar stoere Ava doet dat af als onzin. Totdat … uiteraard totdat … het huis vreemde geluiden gaat produceren en ze te horen krijgt dat iedere vrouw die in dit huis heeft gewoond, er ook in is overleden. Zou het toch …?

Het begin van het boek doet toevallig genoeg erg denken aan ‘Ik zie je’ van de Nederlandse Michael Berg. Ook daarin huurt een schrijfster met een alcoholprobleem en writers block een afgelegen huis (bij Michael Berg is dat een villa in de Provence) om een nieuw boek te schrijven. Na dat begin houdt de gelijkenis op, want Gerritsen neemt de ‘haunted house’ afslag.

“Ik lig in de duisternis van mijn slaapkamer en hoor weer muizen tussen de muren rennen. Maandenlang was alcohol mijn verdovingsmiddel en kon ik alleen in slaap komen als ik lam was … Op de een of andere manier weet ik dat hj vanavond aan me zal verschijnen….

De geur van de zee wordt sterker, alsof er een golf door de kamer slaat.

Dan verschijnt bij het raam een donkere werveling. Nog geen gedaante. Louter een vaag schaduwbeeld dat in de nacht vaste vorm krijgt.”

Alsof het gepredisponeerd is, komt het vage schaduwbeeld elke nacht een beetje dichterbij en lijkt inderdaad van mannelijke kunne te zijn, maar dat is niet alles. De schaduw heeft bepaalde bedoelingen, eerst nog net zo vaag als het schaduwbeeld, maar weldra explicieter. Zijn avances zijn seksueel van aard, dominant seksueel zelfs.

Gerritsen beschrijft de gevoelens rondom die avances zeer realistisch, zowel uit Ava’s gezichtspunt (ze is niet onwelwillend) als uit de steeds grensoverschrijdendere handtastelijkheden (dat grensoverschrijdende gaat best ver, zeker met de #metoo-discussie in gedachten: hier zou Markies de Sade nog iets van kunnen opsteken) van het intussen zeer tastbaar geworden schaduwbeeld.

Hoe dat afloopt? Gerritsen trekt de spanningsboog bekwaam steeds een stukje verder aan, zodat de lezer haast niet stoppen kan met lezen. Ze gebruikt listig het thema van de bedreigde vrouw in het spookhuis, mixt dat met de gevaarlijke doch niet onaantrekkelijke indringer en controleert het verhaal op elke bladzijde. Een bekwaam gebouwd verhaal, dat nog een tijdje blijft na-ijlen na de laatste bladzijde.

Sterren: ****

ISBN 9789460687211

Uitgeverij House of Books

Ook verschenen op De Leesclub van Alles

Brian Wildsmith – Een kerstverhaal

Weinig nieuws onder de sterren

Er zijn twee soorten kerstverhalen. Het oude, Bijbelse, op het feest der herkenning mikkende verhaal en het nieuwe, verrassende, de lezer op het verkeerde been zettende verhaal.

Bij de tweede soort blaast de schrijver (m/v) de lezer omver met gekke invallen, vernieuwende inzichten, breinkietelende ideeën. De schrijver moet hier van goeden huize komen om bevrediging bij de lezer te bereiken. Voor het oude kerstverhaal wordt het bekende Bijbelse verhaal verwacht, zonder fratsen graag. Een klein beetje bling mag wel, wat gekleurde sterren of een iets moderner uitgedoste Wijze uit het Oosten, maar uitbundiger dan dat mag het niet afwijken van het origineel.   

Het luistert dus nauw en er is geen automatische succesgarantie bij het uitbrengen van een oud ‘nieuw’ kerstverhaal. Hoe brengt Brian Wildsmith het er hier met ‘Een kerstverhaal’ van af? Als het aan de achterflap ligt, is het een gelopen race:

“Dit prachtig geïllustreerde verhaal over een klein meisje dat samen met haar ezeltje op reis gaat naar Bethlehem is een echte kerstklassieker. Het is een mooi geschenk om met de hele familie van te genieten tijdens de feestdagen.”

De eerste indruk: met de uitvoering zit het wel snor. Het is een handzaam (cadeauformaat) boekje in fraai blauw met gouden opdruk. De contouren van een Oosterse stad ontwaren we onderaan de tekening, en een gouden ster straalt daar recht boven. De hint is niet te missen en blijft bovendien binnen het betamelijke. Binnenin zijn de tekeningen liefjes, zeer aaibare dieren, levensechte mensen en een realistische woestijnachtige omgeving.

Bij nadere bestudering blijkt dat dit boek in 1989 voor het eerst uitgegeven is. Het hoofdpersonage is een ezeltje, geboren lang geleden in een stad die Nazareth heet. Vanuit dit viervoetersperspectief beleven we het verhaal. Als het ezeltje negen maanden oud is, vertrekt zijn moeder met zijn beide baasjes Maria en Jozef op een lange reis. Rebecca wordt gevraagd of ze voor hem wil zorgen.

Eigenwijs als ezeltjes nu eenmaal zijn, weigert het te eten omdat het zijn moeder mist, dus pakt Rebecca water en voedsel en gaat samen met het ezeltje zijn moeder zoeken. Ze gaan op pad. Jozef en Maria achterna.

“De straten waren vol mensen, onderweg naar allerlei plaatsen en steden. ‘Heb je misschien een ezel gezien, met een man en een vrouw?’ vroeg Rebecca aan een reiziger. Hij antwoordde: ‘Ja, ik kwam ze tegen op weg naar Jeruzalem.’”

Zo vervolgt Rebecca haar weg tot ze bij een zekere herberg aankomen, die ook nog een stal heeft. Daar ontrolt zich de finale die – geen verrassing – de originele versie niet veel ontloopt. Terug naar de stelling in de tweede alinea: is er niet te veel gemorreld aan het oude verhaal? We hebben het perspectief van de ezel, en de luxueuze uitvoering, plus de verterende tekeningen, die allemaal goed te verteren zijn. En het oorspronkelijke verhaal wordt geen geweld aangedaan. Missie geslaagd.

Sterren: **

ISBN: 9789060388778

Uitgeverij: Christofoor

Ook verschenen op De Leesclub van Alles