Haro Kraak – Het water bewaart ons

Urk in 2084?

Jottem, een dystopie. Altijd leuk om een naargeestig verhaal over een treurige toekomst door te nemen. Of hebben we hier te maken met een utopie? Ook mooi om te lezen: een naar viooltjes geurend toekomstbeeld, waar iedereen blij en vrij en happy rondloopt. Welke van de twee is het nou?

Dat hangt van de locatie en het perspectief af. Locatie is Schokland, een eiland dat ooit ingepolderd is maar in dit verhaal door stijgend water weer tot eiland is terug gevormd. Het perspectief ligt bij de mannelijke eilandbewoners, die deze geïsoleerde samenlevingsvorm toejuichen om hun rigide ideeën over een samenleving in de praktijk te brengen. Kort gezegd is er een Amish-achtige structuur ontstaan waar de mannen het voor het zeggen hebben en de vrouwen maar één recht hebben, het aanrecht. Zo bezien is het een utopie voor de mannen maar een dystopie voor de vrouwen.

Niet heel origineel, die dystopische invalshoek. Zeker niet als je George Orwell, Aldeus Huxley,  Thomas Moore, Margareth Atwood, Dave Eggers, Adriaan van Dis hebt gelezen. Wel origineel, al wordt dat niet expliciet vermeld, is de link met dat andere eiland, Urk. Als we de actualiteit een beetje hebben gevolgd, weten we dat er vooral sinds de Corona-lockdown in gesloten gemeenschappen als Urk, maar ook Volendam en zelfs voetbalkantines, een soort eigen eiland-mores begint te ontstaan. Die komt erop neer dat de inwoners van die gemeenschappen het zelf allemaal wel regelen. Daar hoeven niet-eilanders zich niet tegenaan te bemoeien. Dat afzonderen en inteelt-invloeden aanmoedigen leidt tot een bijzondere kijk op de samenleving, die in dit boek uitvergroot wordt.

Haro Kraak laat dat onderhuidse gevoel in de tekst uitstekend tot zijn recht komen. Vanaf het begin loeren de veelbetekenende blikken om de hoek, smiespelen de roddels achter je rug, stoten de mensen elkaar aan als je voorbij loopt.

Dat is de ene kant; de andere kant is de klare taal die hij bezigt. In heldere hoofdstukken word je meegenomen in de gedachtewereld van de personages en als dat nodig is, meegesleurd in hun vertwijfeling. Of, net zo makkelijk, in hun ondergang. Die doemsfeer hangt erg indringend tussen de regels.

Dus ja, beklemmend is wel het gevoel dat de lezer krijgt als hij de samenleving van Schokland binnengaat. Dat gevoel heeft Elsa lang geleden weggedrukt, toen ze besloot bij Schoklander Age te gaan wonen. Ze past zich aan, maar weet ook dat echt integreren gewoon niet aan de orde is. Niet voor een vastelander.

Als Elsa en Age een vreemdeling, Kasper, oppikken en tijdelijk in huis nemen, verandert de argwanende houding van de Schoklandse bevolking in afkeuring. Of misschien wel erger dan dat. Age vindt dat het wel mee valt en gaat gewoon door met zijn boottochten voor toeristen – er moeten centjes verdiend worden. Elsa zoekt troost in de drank en solliciteert op een interne baan. Zo kan ze misschien toch beter contact krijgen met de inboorlingen.

Dan gaat het mis met Age. Hij krijgt een aanvaring met zijn boot, waardoor er een aantal toeristen strandt op het eiland. De boot heeft flinke schade, de provisorisch ondergebrachte toeristen morren in toenemende mate.

Elsa heeft haar eigen sores; ze komt erachter wat haar baan eigenlijk omvat en wil daar in geen geval in meegaan. Maar opzeggen heeft consequenties in deze gemeenschap:

“Geen enkel excuus voldeed, besefte ze, want haar ontslag indienen betekende pas het begin van het liegen. Op het eiland ontkwam je niet aan het verhaal dat over je werd vereld, of dat je over jezelf vertelde. Ze stond, als ze haar redenering ver doortrok, voor de keuze: leven met een leugen of verdwijnen. De waarheid aanvechten was zinloos, je kon hier niet iets aan de orde stellen, niets aankaarten, er was al een waarheid.”

ISBN: 9789025472344

Sterren: ***

Uitgeverij: AtlasContact

Ook verschenen op De Leesclub van Alles en Tiktok

 

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.