Over schrijven

Hoe schrijf je een verhaal? Of een boek? Dat lees je hier, maar wel van boven naar onder lezen!

Een Idee
Bij mij – bij iedereen, denk ik - begint dat met een idee.
Dat krijg ik meestal onder de douche.
Op dit punt kan het al flink mis gaan.


Scenario 1:
Het idee is er, maar geen pen!!! Met een handdoek om trek ik diverse laatjes open. Rommel in potjes waar normaal altijd pennen in staan. Nu niet. Een potlood dan, een schoolkrijtje, een viltstift, een marker, een stuk zeep desnoods om het op de spiegel te schrijven. Maar nee, zelfs in de badkamer waar ik net uit kom, ligt geen ouderwets stuk zeep meer. Wel GrannySmithshampoo, showergel, olijfgestuurde bodylotion of scrubcreme, maar geen @#!@ zeep! Ik smijt de mentholtandpasta tegen de wand. Hoe kan ik nu opschrijven dat, dat … Wat was het idee ook alweer?

Scenario 2:
Het idee is er, ik vind een kroontjespen/houtskool/lippenstift. Ha, waarop kan ik het neerkalken? Dit! Het is de achterkant van een envelop die op tafel ligt. In vijf, zes regels zet ik de briljante lijnen van een geheide bestseller uiteen. Meteen een subplot erbij. Geniaal. Opgelucht loop ik terug de douche in om me af te drogen. Als ik weer beneden kom, rijdt net de vuilniswagen weg. Achter in zijn laadklep zie ik iets wits. De &*^%(**** envelop.

Scenario 3:
Het idee is er, pen & notitieblok ligt op het buro, ik kan het achter elkaar opschrijven. Heerlijk. Ik geniet nog even na. Af en toe druppelt het water uit mijn haar, ik ga me maar snel afdrogen. Na terugkomst is alle inkt doorgelopen. Het enige dat ik nog kan lezen is: De ##@&# veegt ^#&*(*^ een lange %$ h##.

Scenario 4:
Het idee is er, maar niet onder de douche. Het komt in de trein of als ik moederziel alleen aan het lopen ben op het strand. Wat te doen: In de trein. Geen papier bij de hand! Wachten tot hij stopt en aan de buitenkant van de trein in het stof of vuil het idee kort samenvatten. Snel in de trein gaan zitten en onthouden in welk treinstel je zit. Meerijden tot een groter station, daar uitstappen en als een gek naar de infobalie rennen. Daar via NS.nl proberen te achterhalen op welk station dit treinstel voor langere tijd stopt. Na geruime tijd terugrennen en de trein zien wegrijden. Het eerder achterhaalde station waar de trein langere tijd stopt zien te bereiken voor het treinstel er is. In de tussentijd ergens pen & papier regelen. Een stressvolle reis maken en aankomen in Oostscharwoude-Binnen. Waar de trein net door de wasstraat is gereden. Gr%^$m.
Op het strand: Geen papier bij de hand!! Niet erg, schrijf het gewoon in het zand. Wat een briljant idee zeg. Snel naar een boekhandel om een bloknootje te halen. Of komt de vloed al op?

Kortom. Het is een godswonder als zoiets simpels als een idee alleen al goed op papier komt. Daarna begint Het Grote Sudderen.


Het Grote Sudderen
Terwijl we toch aan het sudderen zijn. Hoe is het zo gekomen? Waarom schrijf ik eigenlijk?

Goeie vraag. Even denken, wat lastig is. Mijn geheugen gaat namelijk niet verder terug dan een halve dag. Dat is niet alleen handig, dat is ook handig. Vooral bij lastige vragen zoals: waar heb je dat mobieltje gelaten? Sorry, zeg ik dan, vergeten. Een ultrakort korte termijn geheugen heeft voordelen. Behalve als je iets wilt weten dat langer geleden gebeurd is. Wat ongeveer alles is, dus.

Geen nood. Er is nog de oude doos. Met een heleboel oude schriften en multomappen. Zo kan ik wel terughalen wanneer ik ben begonnen met schrijven. Dat was ongeveer aan het eind van de lagere school. Toen ik door kreeg dat je met letters woorden kon maken en daarmee weer een verhaaltje. Mijn eerste verhaaltjes stammen uit die tijd.

Waarom verhaaltjes? Omdat je verhaaltjes kunt lezen. Die vaardigheid leerde ik ook rond die tijd. Lezen is geweldig. Je slaat een boek open. Of een tijdschrift. Of een webpagina. Je begint te lezen. Als het verhaal boeiend genoeg is, pakt het je bij je lurven. Het sleurt je mee. Je verdwijnt in een andere wereld.

Had ik al gezegd welk boek dat heel goed doet? 'Narnia - Het land achter de betoverde klerenkast'. Dat boek las ik ruim voordat Disney het verfilmde. Toen vond ik het al prachtig. Kun je nagaan.

Narnia is zo'n verhaal dat je bij kop en kont pakt en in een andere wereld gooit. Letterlijk. De kinderen in het verhaal logeren bij een wat vreemde oom die op zolder een klerenkast heeft staan. Ze spelen verstoppertje. Als het meisje de kast opendoet ziet ze dat er bontjassen in hangen. Ze verstopt zich daartussen. Dan merkt ze dat er geen achterwand in de kast zit. Ze stapt een - besneeuwde - wereld in. Narnia.

Daar gaat het om. Binnen stappen in een andere wereld. Beter nog, erin donderen. Dat is voor mij de kern van alle verhalen. Daarom zijn ze zo lekker. Verhalen hebben hun eigen realiteit, hun andere wereld. Als ze goed genoeg gemaakt zijn, nemen ze jou als lezer mee in een stroomversnelling. De grond verdwijnt onder je voeten. Je rolt om en kantelt en buitelt en stroomt en valt valt valt naar adem happend die wereld in.

Euh… waar was ik?


Draadjesvlees

Een idee moet een tijdje sudderen voor het lekker is. Net zoals draadjesvlees. Dat wordt lekker zacht, mals, goed eetbaar en over het algemeen beter. Dat zie je niet meteen maar pas na het sudderen.
Zo werkt het met een idee ook. Pas als dat uit de pan komt, je hersenpan in dit geval, kun je zien of het een leuk idee was. Dus na een tijdje pak je het papiertje waar het idee in zijn ruwe vorm op staat. Dan ga je het weer bekijken. En dan moet je eerlijk zijn. Is het idee goed, minder goed of gewoon bar slecht?
Er zijn vier categorieën.

Bagger.
Dat is categorie 1, die het meest voorkomt: Het idee is absolute onzin.
Je leest het idee terug dat je ooit op een oud kinderschoolbordje met krijt had geschreven. Het is niet zo goed meer te lezen, maar de grote lijn snap je nog wel. Tenminste… bedoelde je dat echt? Dacht je dat DIT een leuk verhaal kon worden? Gaat iemand dat vrijwillig lezen? Wat een lousy idee. Hier valt niets van te bakken, nooit. Zullen we het dan maar in de papierversnipperaar keilen? Echt? Ja, tsja, hm, pf, tsk, grm, sh*t. Okee… Met bloedend hart laat je het zakken in de hongerige muil van de versnipperaar.

Beter dan bagger, maar niet veel.
Dat is categorie 2. Het idee is onzin, maar dat zie je nog niet.
Sterker nog, het lijkt best een aardig verhaal te kunnen worden. Enthousiast schrijf je wat nieuwe wendingen op de achterkant van de sigarendoos. Dus de hoofdpersoon is een meisje (Claudia is een mooie naam) dat enorm goed is in wiskunde, en daardoor kan ze de computer kraken van de grootste bank van Zwitserland, en haar boze oom dwingt haar dat te doen, omdat die boze oom geld nodig heeft voor zijn volkstuintje, daar wil hij namelijk aardbeien planten en die zijn in verband met de erg gestegen olieprijzen onbetaalbaar geworden, en met die aardbeien gaat hij … gaat hij … ja wat? Verkopen, opeten, naar voorbijgangers gooien, vermalen, opstapelen, aan de vogels voeren, tellen, vierendelen, geel verven, ontpitten, vertrappen, planten, weggooien, ermee jongleren? WAT?? En nog veel belangrijker: waarom? Is het logisch wat hij gaat doen, en wat is zijn doel met die aardbeien? Waarom heeft hij dat geld sowieso nodig? En Claudia die een Zwitserse bankrekening kraakt, kan dat wel? Zijn die niet HEEL goed beveiligd? Hmmmm. Rimpel, denk, frons. Zucht…. Okee, het is niet zo'n briljant idee. Daar! Het hoge woord is eruit, weggooien dit idee. BOE-HOE!!

Leuk.
Categorie 3 begint wat te worden.
Het idee is leuk. Er is alleen nog 100 jaar werk voor nodig om het ook leuk uit te werken. Je gaat het idee uitwerken, nu op een oude belastingenvelop. Na een paar weken werk ben je in de situatie van categorie 2 maar dan heb je al een bijna compleet verhaal van 4 A4tjes gemaakt, met een iets geloofwaardiger plot, dat echter helaas op het eind ook verzandt in nooit meer samen te knopen losse eindjes. In de prullenbak (de echte van metaal, niet die op je bureaublad) ermee. Snif.

Briljant.
Categorie 4, de enige goeie.
Het idee is briljant. Een nieuwe bestseller is geboren. Ook na het sudderen blijkt dit idee nog ijzersterk. Je pakt het stukje wc papier waarop je met een half afgekloven potlood het idee had samengevat, en schrijft je verse inzichten erbij. Gaandeweg word je steeds enthousiaster. Dit is 'm. Beter dan Harry Potter. Dit wordt een verhaal dat de hele wereld wil lezen. De verkoop van de bijbel (al jaren het meest verkochte boek ter wereld) zal bij de verkoopcijfers van dit boek hopeloos achterblijven. Waar is m'n laptop? Je gaat aan de slag.



Aan de slag
Tenminste, dat zou je willen. Niets liever dan met je (zeldzame) gouden idee uit de vierde categorie aan de gang gaan!
Het idee staat op een klein stukje papier, een lollywikkel, een rol behang, twintig A1 posters aan elkaar geplakt of een lijntjesblok van de Hema. Nu alleen nog alles uitwerken. De ideeën rijkelijk laten stromen, in een lange roes van creatieve eruptie alles uit je hersens laten stromen, via je handen, vingers op het toetsenbord van de laptop, beeldscherm, de harde schijf. Aan de slag.
De realiteit is weerbarstiger. Je wilt aan het werk maar in de praktijk liggen er miljoenen hindernissen op je pad. Die maar één ding doen: zorgen dat je niet aan schrijven toe komt. Echt waar, zo veel hindernissen? Echt waar.



Hindernissen


Eerst de hindernissen waar je niets aan kunt doen. Die overkomen je. Onder te verdelen in:

Kleine hindernissen huiselijk - Pen leeg, de bel gaat, telefoon, de hond wil uitgelaten worden, de kat kotst op je bloknoot, de brievenbus kleppert/de mailbox plingt, elektriciteit valt uit, koffiezetapparaat werkt niet - code rood!, poepen, plassen (kan je negeren maar niet te lang).

Kleine hindernissen buiten de deur - De glazenwasser, buurvrouw, zwerver van het winkelcentrum om de hoek komt een kopje aspartaam halen.

Grote obstakels huiselijk - Je glijdt uit in bad, breekt van alles. Je bureau stort in. Computer crasht.

Grote obstakels buiten de deur - Een aardbeving, Voor het televisieprogramma 'Giga Makeover' komen ze je huis oppakken met een kraan en zetten het in een andere, liefst nog kansarmere wijk, weer neer. Weg concentratie.

Dan de hindernissen die je zelf opwerpt. Onder te verdelen in twee hoofdafdelingen:

Bewuste hindernissen - Je inspiratie is toch niet zo groot vandaag. Laat ik eens de telefoon pakken en twee, nee drie, nee vier vrienden bellen. O, de krant van vandaag is nog niet gelezen. Is er nog nieuws op teletekst? Even de mail checken. Er zit een nieuw spelletje op mijn laptop, eens kijken hoe dat werkt. Leuk zeg.

Onbewuste hindernissen - Je laat je vulpen 'per ongeluk' op zijn punt vallen. Een ravage is het gevolg: inktspatten tot op de volgende verdieping, het tapijt doorboord en voorgoed verziekt, je dure vulpen moet naar de reparateur die in Zavelgem woont, nee, van schrijven komt even niks.
Je bent best laat naar bed gegaan gisteren. Uitslapen maar vandaag? Heel, heel lang? Gaap. Als het dan nu toch zo laat is, kan ik beter wat anders gaan doen.

Goed. Dat zijn dus de dingen die tussen jou en het schrijven instaan. Alllemaal afleidingen eigenlijk. Prima. Daar ga je wat aan doen. Je volgt een Persoonlijke Effectiviteits Plan, een Time Management cursus en een Jezelf Efficiënt Manipuleren opleiding. Met die geestelijke bagage kun je er weer tegenaan. Beter, je ziet de problemen op je weg. Die gaan we opruimen. Uitstekend. Je begint bij het begin. We gaan de hindernissen en afleidingen buitensluiten.
Je verandert je huis in een vesting. Het is beter afgesloten dan Fort Knox. Daar komen geen afleidingen meer binnen.

Volgende stap. Telefoon, internet, tv, radio, mobieltje, luchtpost, rooksignalen, tamtam, postduiven, alles zet je uit. Ja, ook je smartphone! Tablet niet vergeten? Wifi uit, heel belangrijk! Mooi, ook geen last meer van.
Alle klusjes doe je. Ramen lappen, een Eiffeltoren op je dak bouwen, de vloer schrobben, badkamer met Jif schoonmaken, alles! Dat is ook gebeurd, licht zwetend zit je op de stoel. Niks meer? Niks meer.
Dan concentreren.
En schrijven. Je kijkt nog een keer naar het gouden idee. Wat een prachtidee is het toch. Je tikt het in je lege document en daar staat het dan. Netjes bovenaan, vetgedrukt:
Jongen poetst kastanjes en wordt koning

Pff.
Ik zit.
Achter het toetsenbord.
Ik zit.
Achter mijn bureau.
Schrijven, schrijven, schrijven.
Ja.
Kastanjes. Hoe zal ik eens beginnen?
Hm-hm.
Vanuit het perspectief van de jongen?
Tsja.
Het perspectief van de kastanje?
Tralala.
Leeg is dat scherm.
Hm-hm.
Er komt niets.
Witte leegte. Gepofte kastanjes, gepureerde kastanjes, kastanjes met pruimen. Honger! Maar ik ga niet eten.
Tadam-tadam.
Als ik maar de eerste lettergreep op papier had…
Ho. Aap. Vis. Vuur.
Misschien lukt het zo.
Ik begin met eenlettergrepige woorden. Kas-tan-je.
Nee, dat werkt niet.
Mgggg.
Buiten schijnt de zon.
Nee.
Toch wel.
Nee, schrijven, hup!
Even maar.
Nee!
Eén rondje.
Tiedeliedoe. Pom pom.
Ik doen het niet.
Hoe ga ik beginnen?
Pen op het papier.
Vingers op de toetsen.
Knars (dat zijn mijn tanden)
Even doorbijten.
Ja, ik heb de eerste letter.
Een Z.
Van Zwoel Zomerweer.
Pff.
Ben zo terug.

Reageren?