Oktober 2007

Terug naar Home

31 oktober 2007
De Gouden Appel


We liepen naar buiten. Gouden zonlicht viel tussen de herfstige bomen. De vallende blaadjes wiebelden in het zachte licht. Tussen de bomen op de grond lag al een flink tapijt van bruine, gele, gouden, paarse, okeren blaadjes, waarover we verend wandelden naar een open plek.

'Hier is het goed,' zei ik.

'Waarvoor?' vroeg de appel.

'Voor jouw Total Makeover.' Ik pakte de zaadjes en sprenkelde ze over de appel. Ze waren nog plakkerig van het sap en bleven netjes op zijn gouden schil plakken. Aan zijn steeltje knoopte ik een touwtje. Ik klom een stukje in een oude eikenboom. Daar hing ik hem aan de onderste tak.

De appel schommelde zachtjes. 'Dit voelt wel lekker.'

Ik gaf hem een zetje. 'Dacht ik ook. Straks voelt het nog lekkerder. Dan komen de vogels en die gaan je een beetje kietelen. Ze pikken de zaadjes van je gouden velletje en eten ze op.'

De appel leek teleurgesteld. 'En dan?'

'Dan vliegen ze weg, en daarna poepen ze jouw zaadjes weer uit. Op allerlei plaatsen. Als je geluk hebt, komt er hier en daar een hele nieuwe appelboom op. Van jou.'

De appel glom. 'Wat grappig. Mijn innerlijk zit echt aan de buitenkant.'

'Zo is het. En als de zaadjes op zijn, kom ik weer nieuwe op je plakken. Vind je dat goed?'

De appel knikte. 'Graag. Dan blijf ik hier hangen.'

Ik stak mijn hand naar hem op en slenterde weg. Het was een geweldige late oktoberdag.

Reageren?
1 reactie




30 oktober 2007
De vertrouwende appel


'Dit is het,' zei ik en ik liet hem het instrument zien.

De appel hapte naar adem. 'Maar dat is…dat is …'

Ik knikte. 'Een appelboor. Even stil liggen.'

'Weet je zeker …?'

'Vertrouw me maar. Dit voelt even vervelend.' Ik prikte de smalle boor in zijn schil, net naast het steeltje. Voorzichtig maakte ik een gaatje in zijn vruchtvlees. 'Als het pijn doet moet je het zeggen.'

De appel zei: 'Nee, het doet geen pijn.'

Ik boorde zachtjes door, tot ik bij het klokhuis kwam. Toen haalde ik een paar pitjes naar boven. Die legde ik op tafel naast de appel. 'Dit zijn ze. Dit is nou je innerlijk.'

Hij kon bijna niet praten van ontroering. Tranen biggelden over zijn gouden schil naar beneden, of was het appelsap? 'Deze minuscule zaadjes? Ze zijn niet eens goudkleurig.'

'Nee,' zei ik, 'maar er groeien wel appelbomen uit.'

Hij lag even stil. 'Wat ga je met de pitjes doen?'

'Daar heb ik het volgende op bedacht,' zei ik, 'want we willen je Total Makeover wel goed doen.'

Reageren?





29 oktober 2007
De Total Makeover appel


De appel zei: 'Total Makeover? Wat is dat?'

'Nooit gezien op tv? Mensen die niet tevreden zijn met hun lichaam laten zich veranderen. Dikkere lippen, een rondere neus, een platte buik, rechte schouders, het kan allemaal.'

'Wou je mij dan veranderen?'

'Als je dat wilt. Je binnenkant is belangrijker dan je buitenkant, zeg je. Alleen ziet niemand die, dus die moeten we zichtbaar maken. Wat vind jij het belangrijkst aan jouw binnenkant? '

'Eh,' dacht de appel, 'van binnen ben ik een blanke pit. Zaadjes zitten daar, die weer nieuwe appelbomen kunnen maken. Dat vind ik belangrijk.'

Ik knikte. 'Lijkt me ook. Hoe laat je die zaadjes zien?'

Hij schudde en zei: 'Ik zou het niet weten. Jij?'

Ik pakte hem op. 'O ja. Kom maar mee.'

Reageren?





26 oktober 2007
De auw appel


'Ga verder,' moedigde ik aan.

De appel zag er droevig uit. 'Mijn hele leven ben ik al Gouden Appel. De oude Grieken begonnen ermee. Voor een van hun legenden hadden ze een gouden appel nodig. Snif. Ze misbruikten me om mijn uiterlijk.'

Ik knikte begrijpend. De appel ging verder: 'Terwijl het juist gaat om het innerlijk. Als iemand dat eens kon zien. Maar nee, iedereen kijkt naar mijn glimmende gouden buitenkant.'

'Niet huilen,' troostte ik, 'misschien weet ik een oplossing. Wat dacht je van een Total Makeover?'

Reageren?




24 oktober 2007
De bijna gekauwde appel


'Geheim!', blies ik, 'wat voor geheim?'

'Dat vertel ik als je me loslaat,' zei de appel.

'Ik geloof er niks van. Jij zet mensen tegen elkaar op en vervolgens ga je zitten lachen als ze ruziemakend over straat rollen.'

Hij grinnikte. 'Dat is wel zo. Maar toch …'

Ik pakte een mes. 'Genoeg gehoord. Ik ga je in vier partjes snijden. Dan schillen, en dan opeten.'

'Nee!', riep hij toen ik een klein sneetje maakte bij zijn steeltje. 'Mijn geheim zit binnenin!'

'Heel snel dan,' zei ik en tikte met het mes op tafel, 'want ik begin erg honger te krijgen.'

Zijn stemmetje trilde toen hij begon. 'Iedereen denkt dat het zo leuk is om een gouden appel te zijn. Maar dat is alleen de buitenkant.'

Reageren?




13 oktober 2007
De benauwde appel


'Ik weet niet of ik je wel zo aardig vind,' zei ik.

'Nou en?' zei de appel. Hij lag op een plastic tafeltje. We zaten bij McDonald's, ik had koffie genomen.

'Nog onverschillig ook,' zei ik. 'Schaam je je dan niet dat je de mensen laat vechten om jou? Dat je het slechte in ze boven haalt?'

De appel glom. 'Nee.'

Ik nam een slok koffie en dacht even na. Toen pakte ik hem van tafel. 'Je hebt een gouden glans, maar je blijft een appel. Ik denk dat ik maar een hap uit je ga nemen.'

'Dat durf je niet.'

'O nee?' Ik zette mijn tanden in zijn vel.

'Stop!' riep hij, 'dan vertel ik je mijn geheim.'

Reageren?




10 oktober 2007
De flauwe appel


Wat een lawaai! Toen ik de Geert Grote Scholengemeenschap binnen liep zag ik waarom. In de aula waren alle leerlingen met elkaar aan het vechten. De directeur stond met een rood hoofd te schreeuwen: 'Hou op, hou onmiddellijk OP!!'

Het hielp niet. Het was oorlog. De leerlingen struikelden, vielen over elkaar heen, sloegen, trokken en beten elkaar. Ze wilden allemaal bij de grote tafel komen. Waarom? Ik keek over ze heen. Jawel, op de grote tafel lag mijn appel.

Op hem stond geschreven: 'Voor de beste leerling van de school.'

Blijkbaar waren de leerlingen aan het uitvechten wie de beste was. Wel een beetje flauw van mijn appel.
Ik keek even naar de hijgende, krabbende jongeren op de grond.

Ruw duwde ik een dikke jongen opzij. In vier stappen was ik bij de tafel. Ik ontweek een schooltas die een meisje tegen mijn hoofd wilde slaan en nam een duik. Op mijn buik schoof ik de grote tafel op.

Ik pakte de appel met twee handen. Schoof door, maakte een koprol toen ik van de tafel afschoof en rende aan de andere kant de aula weer uit. Ik sprong in een net wegrijdende bus, zodat ik de achtervolgers kwijt was. 'Waarom deed je dat nou?' hijgde ik tegen de appel.

'Omdat ik het kan,' was zijn simpele antwoord.

Reageren?




7 oktober 2007
De oude appel

Het ging niet goed. Ik hijgde als een paard, trilde als een libelle. Mijn hart bonkte sneller dan de beats in een MTV-clip. Ik kreeg geen lucht meer. Ik had net een torenhoge fabrieksschoorsteen beklommen. Als je hoogtevrees hebt is een zitplaats bovenop een hoge schoorsteen geen fijne plek.

De wind gierde langs mijn oren. Ik klemde me met één hand vast aan de schoorsteen. Met de andere hand hield ik de appel vast die dit alles op zijn geweten had. 'Wat wil je nu?' vroeg ik hem.

'Gooi mij in de schoorsteen.'

Ik opende mijn ogen. Hijg - wat hoog! Ik keek naar de appel. 'Hoezo gooi jou erin. Dan ben je weg. Wat gebeurt er als ik jou hierin gooi?'

'Dan rol ik op tafel bij de school van deze stad.' De appel glom terwijl hij sprak.

'Welke school?'

'Dat weet je wel, de Geert Grote Scholengemeenschap, hier vlakbij.'

'En dan?' vroeg ik. Ik wou weg hier. Duizelig.

De appel zei: 'Het is Kinderboekenweek. Alle kinderen zitten in de aula, daar kom ik op tafel rollen.'

'Ja, en?' Kon de appel een beetje opschieten? Ik voelde de schoorsteen onder me bewegen in de wind, of leek dat maar zo? Een golf misselijkheid overviel me.

De appel grinnikte. 'Kijk eens goed naar me. Zie je niet dat er iets op me geschreven staat?'

Ja hoor, daar had ik nou echt tijd voor. Ik keek snel naar de appel. Toen nog een keer. Er stond echt iets op zijn schil, in krullende letters: "Voor de beste leerling van de school?"
Ik snapte er niets van. 'Wat bedoel je daarmee?"

'Gooi me nou maar in de schoorsteen, dan merk je het wel.' Hij grinnikte nog een keer.

Okee, mij best. Ik liet de appel in het donkere gat van de schoorsteen vallen. Nu had ik mijn twee handen vrij om weer naar beneden te klimmen. Dat deed ik snel.

Nog voor ik beneden was, hoorde ik herrie. Het kwam van de Geert Grote scholengemeenschap, het leek wel of daar oorlog was uitgebroken.

Reageren?




3 oktober 2007
De stoute appel


Er was een stoute appel op mijn kop gevallen die tegen me praatte. Hij zei dat ik hem moest oppakken en gaan lopen. 'Waarheen?' vroeg ik.

'Daarheen waar je niet durft,' antwoordde hij.

'Pardon?'

'Je hoort me wel. Huphup.'

Wat bedoelde hij? Ik durf overal te komen, ben nergens bang voor. Helemaal nergens. Nou ja, misschien voel ik me niet zo lekker bovenop hoge gebouwen. Of in een kabelbaan. Of in een vliegtuig.

'Juist,' zei de appel, 'ga maar naar die oude fabriek toe.'

'Die met die …' zei ik. Terwijl ik het zei, zag ik de hoge schoorsteen al staan. Het zou toch niet …

De appel schudde in mijn hand. Van het lachen? 'Die fabrieksschoorsteen? Zou je daarin kunnen klimmen?'

'Neuh, denk het niet,' zei ik, 'neenee, ik weet het eigenlijk wel zeker.'

'Doe het toch maar.'

'Ja zeg, ik ga toch niet mijn leven wagen…'

'Huphup,' zei de appel en ik begon te lopen. Dat huphup verveelde me nu al. Mijn benen gingen hun eigen weg. Ik kon er niets aan doen. Ze brachten me tot onderaan de oude fabrieksschoorsteen. Van bakstenen was hij, en heul, heul hoog.
'Wat moet ik daarboven dan doen?' piepte ik, voordat mijn been op het trapje stapte dat aan de buitenkant van de schoorsteen ingemetseld zat.

'Dat is mijn geheim,' zei de appel. Hij schudde terwijl ik naar boven klom.

Reageren?