Mei 2007

Terug naar Home

31 mei 2007
Probleem opgelost


We zitten met z'n allen op het gras. De Grote Rode - zo heet de kabouter met de puntmuts - zit naast me. Hij is de baas. 'Jammer van het vastbinden,' zegt hij.
'Ach ja,' zeg ik, 'ze dachten dat ik u onder mijn schoen had geplet. Daardoor waren ze een beetje boos. Eerlijk gezegd dacht ik het zelf ook.'

Hij lacht. 'Gelukkig was het alleen maar een verpletterde aardbei.'
Ik grinnik: 'Wel dezelfde kleur als uw muts.'
We rollen tegen elkaar aan van pret. Misschien komt dat door de kleine glaasjes aardbeiensap die we drinken. Het sap is best sterk.

Even later zit ik op de fiets. Ik zwaai: 'Dag allemaal!'
Ze zwaaien terug. Aardig zijn ze, die mannekes, ik heb er opeens 200 vriendjes bij. Ze wezen me de weg terug. En ze plakten mijn fietsband. Zonder plaksel.

De fiets rijdt weer prima. Alleen op het fietspad blijven lukt niet zo goed. Nu ben ik zo thuis. Een geinig fietstochtje was het.


Reageren?

1 reactie



30 mei 2007
Probleempjessss


'Tsjlok!'
Dat was het dan. De bijl had mijn hoofd van mijn romp gehakt. Uit mijn slagader spoot het bloed zo hoog als een oliebron. Ik was er geweest.

Maar - waarom - voelde - ik - dan - niets?

Heel voorzichtig deed ik mijn ogen open. Ik lag nog steeds op de grond, vastgebonden. In de verte zag ik zelfs mijn fiets. Hij had een platte achterband. De mannetjes rondom me waren er ook nog. Alleen keken ze niet meer naar mij. Ze keken naar een kabouter met een rode puntmuts.

'Maak hem los!' bulderde die kabouter.

Dat deden ze. Ik kwam overeind. De bijl was net achter mijn hoofd in het gras geslagen, zag ik. De kabouter met de rode muts had blijkbaar de grote kabouter met de bijl een duwtje gegeven, want die was opzij gestruikeld. Net toen hij sloeg. Gelukkig was de bijl achter me terecht gekomen.

'Hondekeutels!!' brulde de rode muts kabouter, 'Kan ik nooit even weg hier? Kijk wat jullie doen. Een bezoeker vastbinden! Is dat gastvrijheid? Kubuskoppen!! Wie heeft dit bedacht?!?'


Reageren?

1 reactie



28 mei 2007
Probleempjesss


De grote kleine kabouter zette zijn bijl neer. Drie centimeter naast mijn oor. Hij knikte vriendelijk. 'Nog een laatste woord?'

Geluk en pech, schoot door me heen. Wat heb ik van deze hele reis met de lekke band geleerd? Dat je vaak pech hebt. Dat je soms geluk hebt. En dat pech soms geen pech is, maar vermomd geluk. Hoe zou je dit dan noemen? Ik lag vastgebonden, met 200 heel boos kijkende mannetjes om me heen, een vriendelijk iets groter mannetje met een bijl naast mijn hoofd, die net vroeg of ik nog een laatste woord had. Voor hij mijn hoofd eraf ging slaan. Dit kon je geen geluk noemen, dacht ik.

'Niets te zeggen?' zei hij, 'Ook best. Daar gaan we.' Hij pakte zijn bijl en zwaaide hem omhoog. Ik zag hoe hij naar mijn keel keek. Hij boog naar achteren. Toen suisde de bijl naar beneden.


Reageren?



27 mei 2007
Probleempjess


Het duurde even voor ik weer kon ademen. 'Hum. Bedoel je …'
'Ja hoor,' zei hij opgewekt, 'doodmaken. Daar komt hij al.'
Ik wilde vragen wat hij bedoelde. Het lukte niet. Uit mijn keel kwam iets dat klonk als: 'nnjj?'

Er kwam een kabouter aanlopen. Voor een mens was hij klein. Voor een kabouter niet. Zijn gezicht was bruin van de zon. Hij had een leren vest aan, zonder mouwen. Zijn armen waren erg gespierd. Over zijn schouder droeg hij iets. Ik kon niet goed zien wat het was. O, nu zag ik het.

'Een bijl?' perste ik uit mijn keel.


Reageren?



24 mei 2007
Probleempjes


Vlak naast mijn hoofd sloeg een mannetje een paaltje in de grond. Hij had een blauw jasje aan en een groene korte broek met klompjes eronder. Op zijn hoofd stond een gele muts. 'Pardon,' vroeg ik hem, 'wat doen jullie?'
Hij keek me aan alsof hij me echt dom vond. 'Wat denk je, smiespel?'
'Jullie binden me vast.'
Hij spuugde op het gras als een voetballer. 'Psies. Omdat je onze Rode Puntmuts hebt doodgemaakt. Uilebal.'
Ik wilde knikken maar ik kon mijn hoofd al niet meer bewegen. Het mannetje trok het touw over mijn voorhoofd extra strak. Toen bond hij het aan het paaltje. Ik zei: 'Het was per ongeluk.'
Hij pufte. 'Jaah, dat zeggen ze allemaal. Jullie netelschuivers doen niks anders dan ons doodmaken. O sorry, zeggen jullie dan, niet gezien. Per ongeluk. Maar intussen. Met jullie grote voeten. Nooit zien ze wat, blinde ooiers.'

Ik zei: 'Het was echt een ongelukje, met jullie eh…'
Hij blies door zijn neusgaten. 'Rode Puntmuts!! Onze eerbiedwaardige leider! Die jij onder je schoen hebt vertrapt. En nu? Hm? Wat nu? Zitten wij zonder Leider. Kan je niet schelen zeker, huh? Knutser!' Zijn neusje was paars van boosheid.
'Sorry,' zei ik. 'Het was echt niet zo bedoeld. Ik liep hier gewoon…'
Hij kwam een stukje los van de grond van opwinding. 'Niks! Niks wil ik horen. Geen flauwsmoes, geen prul! Jouw schoen was het. Jij krijgt straf.'

'Straf?'
Hij lachte schel. 'Tuurlijk straf. We maken je dood.'


Reageren?



20 mei 2007
Probleempje


Ai, chaos onder mijn schoen. Wat er zit lijkt nog het meeste op een verpletterde aardbei. Dat rode is een puntmutsje. Dat gele zal een jasje zijn, en is dat zijn hoofd? Yekkie!

Voorzichtig herhaal ik mijn vraag. 'Hallo meneer kabouter? Gaat het?' Hij reageert niet.

Met een handvol boomblaadjes veeg ik het prutje van mijn schoenzool af. Logisch dat hij niet reageert. Hij ziet er niet zo fris meer uit. Verdorie, waarom lette ik niet beter op? Die stomme lekke band ook.

Het volgende moment lig ik op de grond. Achterover. Het gonst om me heen, maar het zijn geen muggen. Kleine handjes knopen razendsnel touwen om me heen. Ze slaan de touwen met paaltjes in de grond. Wat krijgen we nou? Gek genoeg komt dit me bekend voor.


Reageren?



17 mei 2007
Bijna uit het bos


Zie je wel, die verhalen over kabouters zijn onzin. Anders had ik er wel een paar gezien. Ik loop al uren in dit bos. Ho, pas op! KWOIKKK!

Uh-oh. Ik geloof dat ik zojuist een kabouter heb geplet. Met mijn linker schoen. Hij is een beetje beschadigd. Hallo? Hallo meneer de kabouter?


Reageren?



16 mei 2007
Bijna thuis


Het kan niet ver meer zijn naar huis. Zo groot is dit bos toch niet? Ik loop met de fiets aan mijn hand. Goh wat is alles groen.

Het ritselt om me heen. Alles beweegt: de takken, de bladeren, het gras, de bloemen, de bijtjes en ik. Gek genoeg waait het niet. Hoe komt het dan dat alles beweegt? En dat die blaadjes groeien, hm? Ze zeggen dat kabouters al dat werk doen. Dat geloof ik niet.

Joehoe. Kabouters, hallo!


Reageren?



14 mei 2007
Na de vakantie


Wow! Mijn voeten zijn wel heel erg gerimpeld na twee weken in het water van een beekje. Maar ze zijn lekker afgekoeld. En schoon. Dat is wat je noemt een nuttige vakantie geweest. (zie hieronder: Wat ook zo gek is (5))

Zal ik dan maar opstaan? Niet zoveel zin. Een groot nadeel van een vakantie is dat hij zo snel voorbij gaat. Een dag vakantietijd is zo om. Terwijl een dag gewone tijd soms eeuwen duurt. Daar zou iemand eens onderzoek naar moeten doen.

Hoe was het ook alweer? Een lekke band, midden in een bos, met nog een stuk lopen voor de boeg. Oooo, vooruit dan maar. Ik sta op. Droog mijn voeten met mijn zakdoek. Trek mijn schoenen weer aan. Lopen maar!

Twee weken later stop ik hijgend met lopen. Heb ik echt twee weken gelopen? Zo voelt het wel. Mijn voeten doen pijn, mijn ene kuit ook. Soms moet ik niezen en zie ik even niets. Ik heb honger. En het wordt kouder. Ja, dit heeft zeker twee weken geduurd. Ik kijk op mijn horloge. Hè? Ik heb vier uur gelopen, geen twee weken. Ik snap er niets van, zo'n verschil in tijd. Gewone tijd gaat toch langzamer dan vakantietijd, lijkt het.


Reageren?

2 reacties



12 mei 2007
Snif


Het is weer tijd voor hooikoorts. Sniffen, rode ogen en natuurlijk heel veel niezen.

Als het toch zo ver is, dan meteen maar een vraag. Waarom kan ik alleen niezen met mijn ogen dicht?

Ik denk dat het een beveiliging is. Door de natuur geregeld. Als je niest met je ogen open, dan poppen je oogbollen eruit. Of niet?


Reageren?

1 reactie