Juli 2008

Terug naar Home






31 juli 2008
Aiai-2



Zijn schoteltjes van ogen zijn wit. En kwaad op alles en iedereen. Maar vooral op mij.

De vrouw komt dichterbij. 'Luther,' zegt ze tegen de man, 'Laat die man met rust.'
Luther wordt nog kwader. 'Jij komt hier samen met hem in zijn auto. Wilde je mij laten zitten?'
'Nee,' zegt ze, 'Ik had pech met de auto.'
'En de ANWB reed zeker niet?' smaalt hij.
'Haar mobiel was leeg,' wil ik haar helpen. Niet handig.

'Jij moet je bek houden.' Hij staat vlak voor me. Zijn pupillen zijn heel wijd. Dan komt er een hele grote zwarte vuist van rechts. Mijn kin krijgt een klap. Ik zie lichtflitsen, de luchthaven van Brussel draait om me heen, dan is er niets meer. Zwart.

Reageren?







28 juli 2008
Ai-1
Ze knikt naar buiten. 'Rustig op de weg.'
Ik knik terug. 'Vakantietijd, en half drie in de nacht.'
Ze glimlacht. 'Bent u ook onderweg?'
'Ja,' zeg ik.
Ze praat door. 'Ik ging naar Brussel. Daar ontmoet ik … iemand en samen gaan we naar Brazilië.'
'Verre vakantiebestemming,' zeg ik.
Ze lacht zachtjes. 'Het is geen vakantie. We gaan er wonen.'
Aha.

We rijden door langs Antwerpen naar Brussel. Ik weet de weg hier ook zonder ANWB routeplanner. De afslag Zaventem nemen we, rijden naar het vliegveld, stoppen bij de ingang. 'Ik pak de koffer even,' zeg ik als een volleerd taxichauffeur.
'Dank u,' zegt ze terwijl ze uitstapt.

Ik buk me in de kofferbak als ik geschrokken omhoog veer.
'BITCH! Vuile sloerie! Je wilde me hier laten zitten, viswijf!!'
Iemand staat te schreeuwen. Tegen de donkerharige vrouw, die met een angstig gezicht achteruit stapt.
Ik kijk om wie die herrie maakt. Een twee meter plus neger kijkt me aan. Hij staat vlak achter me en zijn ogen zijn groter dan schoteltjes. 'Wie de fok ben jij?' loeit hij.

Reageren?







25 juli 2008
Mee-3

'Het vliegveld van Brussel.' zegt ze.
Dat is toevallig. Iets verderop gaat deze snelweg over de Belgische grens, en dan via Antwerpen naar Brussel. We komen langs dat vliegveld. Ik hum. 'Dat kan. Stap maar in.'
'Oh, bedankt. Momentje.' Ze loopt naar haar auto.
Ik gooi de troep van de bijrijderstoel op de achterbank. Lege blikjes Pepsi Cola, een verfrommelde McDonald's zak, een pak negerzoenen, een landkaart, een half opgegeten Snickers, wat losse papieren, tissues, een flesje Spa.
Daar komt ze aanlopen. Ze loopt scheef met een groene koffer.

'Zal ik helpen?' Ik neem de koffer over. Allemachtig, wat zwaar. Er zou een lijk in kunnen zitten. Of 3.900.000 euro aan bankbiljetten. Of een aambeeld. Ik hijs het groene ding in de kofferbak. Klap het deksel dicht.

Zij zit in de auto. Handtasje op schoot. Ik stap in, start en we rijden weg. Ze glimlacht naar me. 'Dank u wel dat u me mee wilt nemen. Ik zou niet weten wat ik anders moest doen.'
De ANWB bellen leek mij een goed idee. Maar dat zeg ik niet. Ik knik alleen, terwijl er twee vragen in mijn hoofd rondtollen. Waarom was ik zo stom om haar mee te nemen en wat zit er in die koffer?

Reageren?







22 juli 2008
Nee-2


Remmen, het is toch rustig, op de vluchtstrook gaan rijden. Stop. Achteruit rijden.

In het spiegeltje wordt zij steeds duidelijker. Het is een donkerharige vrouw. Lange jas aan van iets duurs, kasjmier of hoe heet het. De kleur kan ik niet goed zien. Een rok heeft ze eronder aan, en daaronder lange laarzen. Ze komt naar me toelopen.

Ik stap uit.
'Dag meneer,' zegt ze. Haar gezicht is opgelucht, blij, met iets van schrik erin.
'Dag mevrouw,' zeg ik. Altijd beleefd blijven.
'Ik ben zo blij dat u stopt. Ik sta hier al meer dan een uur. En mijn mobieltje doet het niet meer.'
Ik zeg: 'Uw auto ook niet, zo te zien.'
Ze lacht nerveus. 'Nee, nee. Ik ben bang dat ik even mijn ogen heb dichtgedaan achter het stuur. Heel even maar. En toen stond ik in de greppel.'
Ik knik. 'Dat gaat soms snel. Zal ik de ANWB even voor u bellen?'
Ze schudt krachtig haar hoofd. Haar lange, donkere haar gaat als een waaier heen en weer. 'Liever niet. Ik eh… ik wil u iets vragen. Is het misschien mogelijk dat u me een stukje meeneemt?'

Even denken. Wil ik dat? Eigenlijk niet. Maar ze staat hier wel heel alleen, in de nacht, zonder mobiel, zonder ANWB. 'Okee,' zeg ik. 'Waar wilt u heen?'

Reageren?







20 juli 2008
Eeuw-1


Hoelang ben ik al onderweg? Het voelt als een eeuw. Terwijl ik pas gisteravond ging rijden. En ik moet nog zo ver.


Die snelweg is zooooo eentonig. Saai. Hetzelfde. Boring. Ssssslaapverwekkend. Hoaaagh…..

Weer een kilometerpaaltje. Weer een bermpaaltje - nu weer wel, ha. Weer een oprit. Weer een blauw bord: PARKEERPLAATS. Weer een viaduct. Weer een afslag.

Weer een auto scheef in de greppel langs de kant van de weg. En iemand die staat te zwaaien.

Huh?


Reageren?







16 juli 2008
Waak-3





Aaaaa!

Trrrr-TOK, Trrrr-TOK, Trrrr-TOK

Ik rij de bermpaaltjes om! Trrrr-TOK!

Ruk aan het stuur.

Piepende banden, slingerende auto, toeterende auto die net inhaalt.

Hartslag 210, adrenaline achter de oogbollen, stijve spieren.

Trillende handen.

Hijg, hijg, hijg. Concentreren. Diep ademhalen en rustig worden.

Zo dat gaat al beter - alles is weer onder controle. Bijna achter het stuur in slaap gevallen. Even kijken, hoe ver moet ik nog? Oei.

Hoe blijf ik wakker onderweg?

Reageren?







14 juli 2008
Slaap-2






Wat, wat? Ga weg.

Een dikke mist ligt over mijn hersens, ik ben er niet. Zo moe. Zzzzzz.

Trrrr-tok
Trrrr-tok
Trrrr-tok
Trrrr-TOK
Trrrr-TOK

Hmmm?

Reageren?







12 juli 2008
Gaap-1


Wakker worden!

Oy, WAKKER WORDEN!!


Reageren?