December 2009

Terug naar Home







24 december 2009
NoŽlla en de verdwenen konijnen - 5

'Daar ontsnapt er ťťn! En die andere ook. Grijp ze!'

De Man riep dit zo bulderend dat het natrilde tot in de kleine puntjes van NoŽlla's flaporen. Plus, hij liet haar los. Opeens was ze vrij.

Ze ging rechtop zitten en zag dat de Man en de Vrouw bukten. Te langzaam. Floppie en Fleppie renden onder hun handen door, zo snel dat hun pootjes bijna niet te zien waren. RRRRRRRRRRRttt en ze waren buiten.

Dat kon NoŽlla ook. Ze wist nog steeds niet waarom ze hier was maar ze had er geen goed gevoel bij. Dus zette ook zij haar achterpootjes in de hoogste versnelling en schoot naar buiten.

Met z'n drieŽn sprintten ze naar het hok. Daar stonden hun broertjes Flippie, Fluppie, Fl?ppie, Flypie en Flappie tegen het gaas. Hun neusjes bewogen driftig.

Paniekerig dacht NoŽlla na. De Man en de Vrouw kwam hen achterna. Het was niet handig om in het hok te gaan zitten. 'Stop!' riep NoŽlla tegen Fleppie en Floppie. Die remden en keken hijgend naar haar. 'Wat?'

Ze fluisterde wat en ze knikten.

BRRRRRRRR, daar gingen hun voetjes weer, en al snel waren ze op topsnelheid. 'Nu samen!' riep NoŽlla, 'en HARD!'

Met z'n drieŽn renden ze zo hard ze konden, en op zijn allersnelst bonkten ze tegen de zijkant van het hok. Dat wankelde en viel om.

Met z'n allen stonden de konijntjes nu in de open lucht. Dat voelde vreemd.

BOLDERDEBOLDER! De Man en de Vrouw kwamen eraan.

'Rennen!!'

Reageren?













18 december 2009
NoŽlla en de verdwenen konijnen - 4
Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, een nieuwe dag. NoŽlla had niet veel geslapen, teveel gedachten tolden tussen haar flaporen. Nu was het licht. Br - en koud. Wat lag er op het gras? Even voelen. Br -wit spul. Br - nat. Ze trok haar voorpootjes omhoog en blies ze droog.

Kroek - klenk! Voor ze het door had, was het deksel van het hok en graaide De Hand naar haar. Ze dook, maar te laat. Stevige vingers pakten haar nekvel en tilden haar op. 'Laat me los', piepte ze, het hielp niet. De Man met de Grote Handen hield haar stevig vast en ze moest mee hobbelen.

Boing! Onzacht werd NoŽlla op iets van hout gezet. Het rook hier wel naar lekkere dingen: worteltjes, erwten, kool, sla. Haar neusje ging druk heen en weer.

'Zo, nog eentje,' bromde de Man.

'Dat is wel genoeg.' Een hoge stem, die NoŽlla niet kende. Klonk een beetje zoals Haar Meisje, maar dan ouder. 'Hou 'm even vast, dan geef ik een mep.'

Mep, mep? Vreemd woord.
De Grote Hand pakte haar nu bij haar oren. De andere Grote Hand pakte haar bij haar schouders. 'Auw,' protesteerde ze, 'niet zo trekken aan mijn hoofd.'

De Man met de Grote Handen luisterde niet. NoŽlla werd neergelegd op het hout.

'Even stilhouden.' Ze zag nu dat de stem bij een Oude Vrouw hoorde. Een vrouw die iets in haar hand had. Iets glimmends, het leek wel van ijzer?

Reageren?













11 december 2009
NoŽlla en de verdwenen konijnen - 3

'Hť. Hť!'

Verschrikt hopte NoŽlla een stukje opzij. Snifsnuf. Wat?

Een bruin kopje wriemelde omhoog. 'Je zat op mijn kop! Dat is niet prettig, weet je.'
'Sorry,' zei NoŽlla en wiebelde onzeker haar oren, 'maar ehÖ wie ben je? En wat?'

Het diertje kwam in zijn volle lengte omhoog. 'Ik ben Kobus de regenworm!'

Nu wist NoŽlla het weer. Een worm natuurlijk. 'Eh, hallo.'

'Hallo. Waar zitten jullie hier, dit lijkt wel een hok?'

'Pas op, daar komt ie weer!!' De konijntjes groeven zich zo diep mogelijk onder het stro. De Hand rukte het deksel van het hok en zakte, zoekend, voelend. NoŽlla drukte zich tegen de achterwand. De harige vingers tastten langs haar, ze voelde ze langs haar harige vacht gaan, en toen dook de Hand naar beneden. 'Ieuwwww!' Het was de noodkreet van haar broertje Floppie.

De Hand greep hem in zijn nekvel en Floppie zwaaide tegenspartelend en piepend over de rand.

Bonk! Het deksel viel op het hok en het was stil. Iedereen liet zijn ingehouden adem ontsnappen.

'Kobus,' fluisterde NoŽlla, 'steeds komt die Hand iemand van ons halen. Weet jij waarom?'

De regenworm zei: 'Nee, geen idee. Ik moet trouwens weg, ik ga naar Het Huis. Daar is een heleboel te halen. Aju!' En Kobus was weg.

Auw, NoŽlla's hoofdje deed pijn van het piekeren.

Reageren?
1 reactie












6 december 2009
NoŽlla en de verdwenen konijnen - 2
Diep, dieper! Ze verdween haast in het stro. Maar niet ver genoeg. Een harige hand hing boven haar, de vingers wriemelden, daalden langzaam. Piew! Ze dook weg.

Piep-piep-piep! Dat was het noodsignaal van Fleppie. Fleppie was haar zusje, drie minuten later dan zijzelf geboren. NoŽlla keek onder haar oren vandaan. O nee!!

De trappelende witte voetjes van Fleppie verdwenen over de rand van het hok. Meegenomen door de Man met de Grote Handen. Paniek. NoŽlla keek naar haar andere broertjes en zusjes, ook diep in het stro gedoken. 'Wat moeten we doen?' Ze haalden hun oortjes op, ze wisten het ook niet.

Wacht, ze hoorde iets dreunen. Hoefslagen. Dat was Kobus het paard. NoŽlla klom met haar voetjes tegen de rand van het hok op. 'Kobus! Jij hebt zo'n groot hoofd, jij kan vast goed denken. Iemand haalt ons uit het hok. Waarom doen ze dat?'
Kobus schudde zijn rosse manen. 'Ik zou het niet weten. Maar ik moet de arrenslee gaan trekken, ik heb nu geen tijd. Tot ziens!'

Verslagen ging ze zitten. Het werd langzaam donker - de dag was voorbij. Ze zag het niet, haar konijnenhoofdje zat vol zorgen.


Reageren?













1 december 2009
NoŽlla en de verdwenen konijnen - 1




Br. Koud. NoŽlla voelde het aan haar neusje als ze 's ochtends uit haar hok klauterde om te eten. Dat gras was helemaal nat en koud. Vies.

Ook de wind was niet zo zacht als anders. Soms viel er wit spul uit de lucht dat ook al koud was. Ze kroop maar weer snel terug in het warme holletje van stro. Lekker achterin het hok. Waar ze allemaal sliepen, haar broertjes en zusjes en zij ook.

Spits!! Haar oren prikten omhoog. Stap-stap-stap. Stilte. Haar neusje ging driftig op en neer, maar ze rook geen worteltjes. Of sla. Of groene kool. Of de brokjes die ze het allerlekkerst vond, die Haar Meisje altijd bracht.

Krak, piep, bons. NoŽlla dook in elkaar. Dit was niet Het Meisje, die deed altijd heel zachtjes het hok open. Ze zag een gerafelde witte trui. En een dik gezicht. Ze rook het nu. Het was De Man met de Grote Handen.

Reageren?