December 2008

Terug naar Home










28 december 2008
Voornemen






De knoop is doorgehakt. De teerling geworpen. Het zwaard van Damocles gevallen.

Het gaat gebeuren, ik voel het, ik moet het nu echt eens gaan doen.

Reageren?







25 december 2008
De kastanjepoetser - Een lange kerst - slot


'Hoezo batterij leeg?'

'Sorry,' zei de oude en hij maakte het zich gemakkelijk onder tafel. 'We moeten wachten tot iemand langs komt. Maar veel bezoek komt hier niet hoor.'

Carsten liet het nieuws even op zich inwerken, toen werd hij boos. Met een wilde beweging wurmde hij zijn arm tussen de flank van het rendier en hemzelf uit. Dat was niet makkelijk omdat ze klem stonden, maar na hard worstelen had hij zijn arm los. Nu naar de tafel...

Bijna... Zijn vingers raakten het bord met de gepofte wonderkastanje. Die wilde hij opeten. Hij had honger. Bijna...

Een groot rendierhoofd zweefde nieuwsgierig boven tafel. De neusvleugels trilden. Dat rook niet slecht. Het hoofd boog zich over het bord, de lippen weken uiteen en de gele tanden pakten de kastanje op. Kronsj, kronsj. Weg was hij.

'Let it snow, let it snow, let it snow,' deed de oude radio. De versie van Dean Martin, misschien wel het meest irritante kerstliedje ooit, registreerde Carsten automatisch. Hij liet zijn arm rusten op het rendier naast hem en kriebelde de ruwe vacht. Jep, dit werd een lange kerst.

Reageren?







23 december 2008
De kastanjepoetser - Een stilstaande kerst


'Mwooooaa!' Het was een brul zoals een koe die geeft. Maar dan zwaarder en harder.

'Mwoeoe! Mwaoe! Moowaoe! Moewaa! Mowoewa!' Van negen kanten kwam de brul terug. Nou ja, brullen die erop leken.

Met grote ogen staarde Carsten de kamer rond. Zijn ogen waren het enige dat hij kon bewegen - de rest van zijn lichaam stond ingeklemd tussen rendieren. Tien stonden er, waardoor de kamer opeens wel erg vol was.

De oude man zat onder tafel. Hij klonk chagrijnig: 'Heb je nou je zin? Waarom tien rendieren?'

Carsten stotterde: 'Maar, ik, ik, het was niet de bedoeling dat.. Ik wilde alleen tien vet goeie cijfers voor mijn SO's.'

'Vet zijn ze wel,' tuurde de oude van onder de tafel vandaan omhoog, 'maar verder is je wens niet zo goed uitgekomen.'

'Help,' piepte Carsten. Hij kreeg het benauwd tussen de ruwe pelzen van de rendieren, die begonnen te schuifelen en tegen hem aanduwden. Het voelde alsof hij klem zat tussen twee vrachtauto's.

'Piep, piep, piep,' kwam onder de tafel het geluid van een mobieltje. De oude zei: 'Ik bel de kerstman. Misschien kan hij nog wat rendieren gebruiken.'

'Kerstman? Die bestaat toch …'

'Ik zou er maar snel in gaan geloven als ik jou was,' zei de oude, 'Anders raken we die beesten nooit kwijt. En voortaan beter je best doen op school. Dan heb je geen wonderkastanje nodig om je cijfers op te krikken.'

Carsten wilde wat zeggen maar hij kreeg geen lucht meer. De rendieren duwden hard tegen hem aan, en bovendien roken ze nogal sterk. Hij hoopte maar dat de Kerstman snel kwam. Een van de rendieren zei 'Mwwhooaa!' tilde zijn staart op. O nee?

De grijsaard klapte het mobieltje dicht. 'In gesprek,' zei hij. 'Ik zal het straks nog een keer proberen maar ja, het is een drukke tijd voor de Kerstman. Ik hoop dat ik hem te pakken krijg. Tot die tijd moeten we hier maar wachten. Nou ja, verhongeren doen we doen, ik heb nog zes voordeelzakken eierkoeken in huis.'

Carsten hoorde amper wat de oude man zei. Vol afschuw keek hij hoe een van de rendieren een lange rij keutels liet vallen. Het andere dier, dat tegen hem aan stond, leek dat wel een goed idee te vinden en tilde ook zijn staart op. Carsten kon geen kant op. Iets zei hem dat dit een hele lange kerst ging worden.

Reageren?







19 december 2008
De kastanjepoetser - Op de pof


'Kom dan maar binnen.' Dat had de grijsaard gezegd. En daar zat Carsten nu, aan de tafel met het verschoten kleed erop, de verwarming die nog steeds op tropisch stond, de radio die inmiddels non stop kerstgejengel voortbracht, en de kastanje voor hen op tafel.

'Je had alles kunnen wensen wat je wilt,' zei de oude hoofdschuddend. 'En nu…'

'Nu wat?' zei Carsten. Hij was wat warmer geworden, de kastanje, maar misschien kon hij nog best een beetje werken. Vast wel.

'Nu eten we hem op.' De oude kwam uit de keuken en schoof twee borden op tafel. Hij pakte de kastanje, pelde hem uit zijn bolster, sneed hem in tweeën, legde de helften op de borden, strooide er peper en zout over, liet er met een mespunt een klontje boter op vallen en zei: 'Goed te eten hoor, gepofte kastanje. Eet smakelijk.'

'Ho ho ho,' zei Carsten, 'ik wil nog wat wensen. Ik wens …'

'Stop!!' riep de oude, 'als je nu wenst, krijg je …'

Poef! Een, twee, vijf, tien rookwolken in de kamer. Die trokken op terwijl geluiden hoorbaar werden. Het leek wel zachtjes hijgen van een dier. Nee, van meer dieren.

'…onverwachte effecten,' zei de oude. Hij keek nerveus de kamer in.


Reageren?







16 december 2008
De kastanjepoetser - Kloppen voor je binnen komt


De kastanje in zijn bolster gleed uit de broekzak en stuiterde op straat. Carsten ving hem op. De bolster had een andere kleur gekregen. Bruiner. En hij was erg warm - ai. Hij rolde de kastanje snel van de ene in de andere hand. Toen hij afgekoeld was, had Carsten zijn broek weer aangetrokken. Hij stond op de stoep van het oude huis en klopte. Drie keer, bens bens bens!

'Wegwezen!' De stem van de oude kwam door de brievenbus, vermengd met flarden kerstmuziek.

'Ik ga niet weg voor u me vertelt wat er met die kastanje is!' riep Carsten en hij klopte weer drie keer.

'Laat me met rust!'

'Nee!' Bens, bens, bens!

De deur werd opengerukt. 'Wat moet je nou?' Het gezicht van de oude stond nog altijd boos, erg boos.

'Wat kunnen we met de kastanje doen?' vroeg Carsten. Hij hield de kastanje in zijn bolster omhoog.

De oude lachte schamper. 'Nu niks meer.'

'Waarom niet?'

De oude man zuchtte. 'Wil je dat echt weten?'

Reageren?







13 december 2008
De kastanjepoetser - Ruwe bolster


Verward keek Carsten naar de deuropening, waar de oude stond. 'Wat is er gebeurd?'

De oude lachte zonder vreugde. 'Je loog tegen me. En je loog tegen jezelf. Je had toch gewoon kunnen zeggen dat je de wonderkastanje had gevonden?'

Carsten zweeg. De rode plek op zijn been begon te kloppen. Zijn broek rookte nu onrustbarend, er kwam een zwarte brandplek op de broekzak. Zijn moeder zou daar niet zo blij mee zijn. De deur ging langzaam dicht.

'Wacht! Het spijt me!' riep Carsten, 'Is het echt de wonderkastanje? En wat konden we ermee doen?'

De oude keek door de kier. Hij zag er oneindig bedroefd uit. 'Zo veel, je hebt geen idee jongen.' De deur bonkte dicht.

Carsten zat in zijn onderbroek op de natte straatstenen. Dat was geen prettig gevoel. Op zijn knieën kroop hij naar zijn broek. Dat stonk! De zwarte brandplek was best groot, en het rookte nog steeds. Hij dacht even na, trok toen de broek naar zich toe, hield de broek op zijn kop en schudde de kastanje in zijn ruwe bolster eruit.

Reageren?







10 december 2008
De kastanjepoetser - Een branderig gevoel

De vriendelijke blik van de oude was weg. Een diepe rimpel zette zich vast tussen zijn wenkbrauwen, de wenkbrauwen fronsten, zijn neusgaten sperden zich wat wijder open, zijn mondhoeken gingen naar beneden, zijn lippen werden een dunne streep en hij boog dreigend naar voren. Het opvallendste veranderden zijn ogen. Die hadden een andere kleur gekregen, van vriendelijk blauw naar koud staalgrijs. En ze staarden naar Carsten.

Die andere problemen had. Zijn broekzak stond namelijk in brand. Hij sprong op van de oude stoel, gooide de tafel bijna om. 'Auw, auw!' Hij hoorde niet eens meer dat de melige liedjes uit de radio overgegaan waren in nog meliger kerstliedjes. Hij danste wild en trok zijn broek los. 'Het brandt!' riep hij.

De oude knikte bedaard. 'Dat komt ervan als je niet oprecht bent,' zei hij, maar de blik in zijn ogen veranderde niet. Hij bleek trouwens ook verrassend sterk. Zijn gerimpelde handen pakten Carsten bij zijn kraag en voor hij het wist werd hij naar buiten gesmeten, de straat op. Hij struikelde over zijn half losse broek en tuimelde op de kasseien. De smak voelde hij niet; opgelucht trapte hij de broek van zich af, die inderdaad rookte bij de broekzak. Hij wreef over zijn bovenbeen, over een grote rode plek.

Reageren?







5 december 2008
De kastanjepoetser - Niks

Het licht kon Carsten ook voelen; de emmer straalde gewoon hitte uit. Alsof het nog niet warm genoeg was in deze retrokamer. Hij wriemelde tussen de kastanjes.

Auw. Er prikte iets in zijn vinger. Hij schudde de emmer, duwde een paar kastanjes opzij. 'Hè?' Voorzichtig haalde hij het prikkende ding naar boven. Het was een kastanje die nog in zijn bast zat, met stekels en al. Hoe had hij die kunnen missen? Het ding gaf wel licht en warmte, voelde hij toen hij hem op zijn vlakke hand legde.

'Hoe gaat het hier?' De deur kraakte gelukkig vlak voor de grijsaard binnenkwam. Nu draaide Carsten zich om met de kastanje in zijn broekzak. 'Goed,' zei hij.

De pientere oogjes van de grijsaard glommen naar hem. 'Heel goed, volgens mij,' zei hij, 'Heb je al iets gevonden?'

Allerlei beelden flitste door Carstens hoofd. Zwembaden vol euro's, een hele lijst tienen voor zijn eindexamen, de koele ogen van Marianne die opeens wel vol interesse naar hem keken, een beter huis voor zijn opa, Oom Dagoberts geldpakhuis, die rode elektrische gitaar. Hij ontweek de blik van de oude man en zei: 'Nee hoor, nog niks.'

Reageren?







1 december 2008
De kastanjepoetser - Wonderen

Carsten hield de kastanje tegen zijn wang, nee, warm was hij niet. Hij keek er nog eens naar. Het ding zag er precies hetzelfde uit dan alle andere 347 kastanjes die hij al gepoetst had. Kleng, hij gooide hem in de emmer.

Uit de andere emmer viste hij een nieuwe, met modder besmeurde, natte kastanje en wreef hem met de doek droog. Zijn gedachten dwaalden af. Wat zou de grijsaard willen met die wonderkastanje? Een wonder laten gebeuren natuurlijk. Maar was wat dat? Als je kon kiezen wat je wilde, wat zou je dan voor wonder kiezen: de rest van je leven gratis Breezers? Of bij elke SO voortaan een 9 als cijfer? Of onweerstaanbaar worden voor meisjes? Of popster worden, o nee, dat kwam op hetzelfde neer. Of twee Aprilia scooters. Of, of ...

Klong, weer een kastanje de emmer in. Wacht even. De emmer had een andere kleur gekregen. Hij was niet meer rood maar geel. De emmer gloeide helemaal. Of nee, de emmer gloeide niet, er lag iets onderin dat een warme gloed verspreidde. Met trillende hand tilde hij de emmer op en keek erin.

Reageren?