Augustus 2008

Terug naar Home








31 augustus 2008
AAAH-slot
Woaahhh… even uitrekken.

Een hele week op camping Poggibonsi. Mijn eigen tent en kampeerspullen zaten nog in mijn verongelukte auto. In een geel busje reed ik door naar Toscane. Daar leende ik een tent en ging zitten op een grasveldje. Geen gezeur over Opperdoezers of vliegtuigen, alleen rust in een glooiend landschap. Heerlijk.

De laatste avond is het. Mezelf verwennen. In een restaurant in Poggibonsi bestel ik wat bovenaan de menukaart staat: Canederli. De ober zegt dat het lekker is.

Ik drink alvast van mijn gekoelde witte wijn. Morgen naar huis, de vakantie is voorbij. Zal ik in het gele busje gaan? Niemand heeft hem nog opgehaald. De ober zet een groot bord neer.
'Grazie', zeg ik. Eh, wat is dat op mijn bord. Een aardappelgerecht? Nee!! Mijn harde schreeuw galmt door het restaurant.

Reageren?







22 augustus 2008
Ahhhhh4
Luther tilt me aan mijn jasje de auto uit en sist: 'Waar wou jij heen, vriend?'
Ineens staat Jennifer naast hem, haar stem ijskoud. 'Laat hem los, gek.'
Dat doet hij. Vast omdat ze een pistool tegen zijn slaap heeft gedrukt. Even koud zegt ze: 'En nou zitten, hier, in deze auto. Schiet op.'
Luther schuift zijn grote lijf op mijn stoel. 'Zitten blijven,' zegt Jennifer en ze slaat de deur dicht. Ze duwt tegen mijn schouder. 'Kom, naar de bus.'

Ahh, de bus. We klimmen erin, de motor loopt nog, ik geef gas en we rijden. In mijn - wat een grote! - spiegels zie ik Luther uit mijn oude auto klimmen. Hij staat in het aardappelveld waar we ingereden waren, tot hij achter een bocht uit het zicht verdwijnt.

Rijdt lekker, dit busje. Vol met elektronica: een routeplanner, headsetje, mobieltje, zelfs een computerscherm waar je mails op kunt lezen. En Jennifer natuurlijk.

Een blauw bord met een witte P doemt op. Ik neem de afslag.
'Wat doe je?' vraagt Jennifer.
'Iets doen dat ik al veel eerder had moeten doen,' zeg ik en gris het pistool van haar dijbeen. 'Uitstappen.'
'Hier?' zegt ze ongelovig.
'Hier.' Ik zwaai met het pistool
Met woedende gebaren stapt ze uit.
'Deur dicht,' zeg ik.
Ze smakt het portier dicht. Ik rij weg zonder om te kijken. Op de snelweg gooi ik het pistool uit het raam. Eindelijk weer alleen.

Eens kijken hoe hard zo'n ANWB-busje kan. Het is nog een eind te gaan naar Toscane. Ik heb zin in vakantie. Rijden maar!

Reageren?







20 augustus 2008
Aaaaah3


Jennifer gilt. Ze grijpt zich vast aan haar gordel.

Ik probeer de schok op te vangen. Dat lukt niet; het gele busje ramt te hard tegen de achterbumper. Jennifer en ik slaan allebei met onze hoofden tegen de steunen. Een whiplash, schiet door me heen. Geen tijd voor meer denkwerk. Door de schok gaat mijn auto slingeren. We rijden 130 en ik hou hem niet meer onder controle. We schieten naar rechts, over de doorgetrokken streep. In mijn spiegel zie ik nog de letters NWB, voor we de berm in knallen.

Bonk! We hobbelen, schudden, glijden.. Nee, niet die boom! Kablam! Alle airbags ploffen uit. Hangend in de veiligheidsgordels, de airbags links en rechts, staan we stil. Ffff.

'Gaat het?' vraag ik.
Jennifer duwt een airbag uit haar gezicht. 'Ja hoor. Jij?'
Voor ik kan antwoorden, wordt mijn deur open gerukt. De grote handen van Luther trekken ook mijn airbag opzij. De blik in zijn ogen is, hoe zeg je dat, waanzinnig.

Reageren?







18 augustus 2008
Aaa2
Ze haalt haar schouders op. 'Wat vertellen? Het zijn Opperdoezers.'
'Ja-ha! Opperdoezers, nederdoezers. Wat zijn dat?!?!?'
'Aardappels uit Noord-Holland. Uniek, niemand anders mag ze telen dan alleen het dorpje daar: Opperdoes. Het is een beschermde merknaam.'
'Dus?'
'Dus zijn ze geld waard. Een koffer vol Opperdoezers, die we allemaal kunnen planten, waar weer nieuwe Opperdoezers uit komen. Daar kunnen we rijk mee worden.'
O, zit het zo. 'Je wilt ze naar een ander land smokkelen en daar gaan telen?'
Jennifer knikt tevreden. 'Psies.'

Geen gek idee, behalve dat het illegaal is, denk ik terwijl we voortzoeven over de A1 die na de grens de A2 is geworden. Ik zeg: 'We zijn nu in Luxemburg.'
'Is hier een vliegveld?' vraagt Jennifer.

Wat denk je zelf, wil ik zeggen, maar dan zie ik in mijn spiegel iets groots en geels aankomen. Wij rijden 130, maar dit ding rijdt minstens 190. Het is een busje, de letters erop kan ik lezen: ANWB. Hij gaat me zo inhalen. Hoop ik? Nee, hij gaat me straks raken! Achter het stuur zie ik een bekend gezicht. Luther. Hij lacht grimmig en komt recht op ons af. Op ramkoers.

'Eh,' zeg ik, 'misschien moet je je hoofdsteun even checken.' Dan raakt Luther ons hard.

Reageren?







16 augustus 2008
A1
Het a-woord spookt door mijn hoofd. Ook door haar hoofd - ik weet het zeker. Zwaar hangt het tussen ons in. Maar ik spreek het niet uit. Zij moet eerst praten.

We waren snel weer bij de auto. De koffer had ik achterin gesmeten, we waren voorin gedoken en weggescheurd. De ANWB-bewakers kwamen niet, blijkbaar te druk met Luther. Pas toen we op de A1 reden, besefte ik dat ze weer naast me zat. En de koffer vol met - nee, mijn lippen zijn verzegeld - was er ook. Ik blijf zwijgen. Zij, naast me, ook. Waarom zegt ze niks?

Jennifer schroeft een potje open. Ik kijk opzij. 'Wat doe je?' Shit, toch als eerste gepraat.

Ze begint rustig te smeren. 'Ik lak mijn nagels.'

Ik spring uit mijn vel. 'Vertel over die AARDAPPELS!!!!'

Reageren?







13 augustus 2008
Rende-3

'Huh?' zeg ik, 'opper-wat?'
Jennifer zegt: 'Let op.'
Ze geeft een kort knikje naar iemand vier balies verderop - Luther? - en er gebeuren een heleboel dingen tegelijk.

De man in de verte die Luther is, begint te schreeuwen en om zich heen te slaan. Mensen bij zijn balie krijgen klappen. Ze roepen om hulp. Onze ANWB-bewakers veranderen van richting en snellen naar hen toe.

Bij ons breekt ook de hel los. Jennifer gooit iets van metaal door het poortje. Alle alarmbellen gaan af. De douanier kijkt om en krijgt een harde duw van haar. Hij struikelt van zijn verhoging af, valt tussen koffers, andere pakjes en paperassen.

Jennifer smijt de koffer dicht. 'Pak op, rennen!'
Ze geeft het goede voorbeeld en is al halverwege de hal. Ik ruk de koffer van de balie - zwaar! - en ren slingerend achter haar aan. Naar de uitgang!

Reageren?







10 augustus 2008
Hè?-2






Waar doen die bewakers me aan denken? Ah, ik weet het. Hun uniform lijkt sprekend op dat van een ANWB-wegenwacht. Ze komen van links en rechts aanwandelen.

Vanaf zijn verhoging schudt de douanier bestraffend zijn hoofd. 'Wat denkt u,' vraagt hij aan mij, 'te gaan doen met een koffer vol aardappels?'

Jennifer lacht liefjes naar hem. 'Niet zomaar aardappels. Het zijn Opperdoezers.'

Reageren?







7 augustus 2008
Ellende-1

'Vliegen? Dat was ik niet van plan,' zeg ik.
'Ach, wil je me alsjeblieft helpen? Luther heeft vliegangst maar we moeten, nou ja, het zou fijn zijn als we mijn koffer op het vliegtuig krijgen. Maar we hebben als echtpaar geboekt. Dus als jij net doet of je mijn man bent...'
'O nee,' zeg ik, 'Daar beginnen we niet aan.'
'O nee?' klinkt het diepdonkerbruin achter me. Ik weet al wie het is.
'Ik heet trouwens Jennifer,' zegt ze zachtjes. 'Het is wel handig als je de naam van je vrouw weet. Kom, til die koffer eens voor me.'

Hoe ben ik hier terecht gekomen? Ik sta bij de controle op vliegveld Brussel. De man van de douane maakt de groene koffer open die ik aan hem gaf. Naast me staat Jennifer.

De douanebeambte kijkt op van de koffer. Naar mij. 'Mag ik uw papieren nog een keer zien?'
Daar begint de ellende. Ik graai in mijn jasje en geef hem de papieren. Hij staart ernaar. 'ANWB reis- en kredietbrief?'
'O sorry, u wilt mijn paspoort natuurlijk. Hier is het.'
Hij kijkt me strak aan, pakt dan het paspoort en bestudeert het. Dan draait hij opzij en geeft een teken. Twee mannen in uniform komen op ons af. 'Wilt u meekomen?', vraagt de douanier.

Reageren?







4 augustus 2008
Aai-3

'Gaat het weer een beetje?'
Ik knipper met mijn ogen. Een donkerharige vrouw staat over me heen gebogen, ze kijkt bezorgd. Auw, mijn kin. Auw, mijn hoofd. Ik sluit mijn ogen eventjes.
'Zie je wat je gedaan hebt, knurft?' Ze praat best hard.
Een donkere stem die me vaag bekend voorkomt, geeft antwoord. 'Hallo, jij zat bij hem in de auto. Wist ik veel…'
Zij weer, fel: 'Nee, je weet zeker niet veel. Ga nou maar. Ik wacht wel tot hij bijkomt.'

Iets koels aait over mijn voorhoofd. Voorzichtig één oog open. De donkerharige vrouw veegt met een zakdoekje over mijn wangen. 'Doe maar rustig aan.'
Dat doe ik zeker. Het voelt of er een ANWB-busje over me heen is gereden. Maar ik weet alweer wat er was. Die donkere man. Met zijn vuist. Ik voel aan mijn kaak. Dat valt mee.

'Kunt u al zitten?' Ze geeft me een steuntje in de rug.
'Is hij weg?' vraag ik.
Ze knikt. 'Het was een misverstand.'
Het wordt langzaam helderder in mijn hoofd. 'Wie is hij?'
Ze glimlacht weer. 'Luther? Mijn man. Maar we moeten opschieten, ons vliegtuig gaat zo.'
'ONS vliegtuig?'
Ze knikt enthousiast. 'Ja, we gaan samen vliegen. Leuk toch?'

Reageren?